De vier Aymijnskinderen

05 De_vier_heemskinderen_1786Het verhaal van de vier heemskinderen, wie kent het niet, ben je geneigd van te zeggen. Nochtans, bij nader toezien is deze sage wel vrij onbekend, vooral als het erop aankomt zich alle details voor de geest te halen. Wellicht ls dit te wijten aan het feit dat de structuur van het verhaal ingewikkelder is dan de ontstaansperiode (de vroegste nog bewaarde Nederlandse literatuur, namelijk de zgn. voorhoofse ridderepiek) zou laten vermoeden. Vandaar ook dat in het onderwijs deze savoereuze geschiedenis meestal moet wijken voor het meer sprookjesachtige « Karel ende Elegast ».
Lees verder “De vier Aymijnskinderen”

Je eerste liefde vergeet je nooit

69 josieLang vóór Elvis Presley « Heartbreak hotel » zong, was er een liedje van een Hollandse zanger dat als titel had « Je eerste liefje vergeet je nooit meer » of zoiets. En of dat de waarheid is! Alleen… wie is je eerste liefje? Is dat het meisje dat je voor het eerst via kriebels in de buik laat voelen dat jij een jongetje bent en zij een schepsel van heel andere makelij? Of is het het meisje waarvan je voorzichtig, heel voorzichtig, onder het truitje voor het eerst de borstjes mag aanraken, het fameuze tettekerus? Of is het, in deze permissieve tijden, ineens carrément het eerste meisje waarmee je het bed induikt? (nota: de vrouwelijke lezers vervangen in de voorgaande regels de respectievelijke geslachten, met uitzondering van de extreme feministen…)
Lees verder “Je eerste liefde vergeet je nooit”

De tradities van de Nieuwe Scène

Hoe een dubbeltje rollen kan. Destijds splitste de Internationale Nieuwe Scène zich in enerzijds het Collectief, waarvan de leden de volksere Italiaanse Fo-import voorstonden, en anderzijds de Mannen van den Dam, die aan de zogenaamde Brechtiaanse theaterbenadering de voorkeur gaven. Het was een bikkelharde strijd destijds, maar het dubbeltje hotste en botste en uiteindelijk zijn de « Mannen » de « nieuwe esthetiek » gaan aankleven, terwijl het juist het Collectief is dat eerst een Brecht-collage heeft gerealiseerd (« Het ja en het nee van B.B. ») en daarna « Moeder Courage en haar kinderen ». Uit beide producties is nu een muziekselectie gemaakt en op plaat verschenen. Ondertussen wordt nochtans ook de Fo-traditie levendig gehouden met een (voor het Vlaamse landsgedeelte alleen al) derde versie van « Wij betalen niet ! ». Beide producties roepen echter een paar bedenkingen op…
Lees verder “De tradities van de Nieuwe Scène”

Speeltheater

26 Eva BalEva Bal
Spring
De vier Aymijnskinderen
Neusjes
Pas maar op… of anders
Vogel-vrij
Tot we kwaad worden
Reinaert de Vos
Langspeelplaat
De Malle-malle-mannetjes
Soort zoekt soort nr.25 van 1982
Hoogtevrees nr.24 van 1983
De Boot nr.51 van 1983
De Dolle-domme-dametjes nr.50 van 1984
Het bedrijf nr.1 van 1985
Koningen nr.19 van 1986
Nacht in februari nr.39 van 1986
Een Meeuw met een Snorretje nr.39 van 1986.
Adrian Mole nr.7 van 1987
Enfantillages nr.20 van 1987
David en Goliath nr.47 van 1987
Wie troost Muu ? nr.50 van 1987
Escapade nr.6 van 1988
De mompelaar en de liefde nr.49 van 1988
Bezint… begint… hoge bomen wind!
De Bergamot
Reis naar Rusland nr.23 van 1990
Krijtkring nr.2 van 1991
Hoge bomen wind 2 nr.16 van 1991
Landschap van Laura 19/6/1991
Winters 5/1/1996
Alleen. Alleen. 3/2/1997
Voetstappen in de nacht
Sikkepit 28/4/1999
Bentekik 
Aààrgh!! 2/2/2001

« De Boot »: no future

Naar het schijnt heeft Eva Bal, leidster van het Speeltheater, liever dat men een productie regelrecht afkraakt of de hemel in schrijft, dan dat men ze omzichtig met een « ja, maar… » of een « nee, maar… » benadert. Indien dat zo is, dan kan ze nu alvast de tenen krullen, want deze recensie van haar jongste spruit, « De Boot », is er één van de laatste categorie.
Lees verder “« De Boot »: no future”

Het Speeltheater heeft nu ook z’n plaat

Eindelijk zouden we zo zeggen. Vandaar trouwens dat deze eerste plaat van het Gentse Speeltheater meteen een soort van verzamelelpee is geworden. Wordt ze inderdaad vooral gekoppeld aan de huidige kindermusical « Vogel-vrij » dan werden ook uit vroegere producties een paar nummers geselecteerd. « De eerste drie om nostalgische redenen », aldus Eva Bal. Een eerlijk standpunt maar een beetje zwak natuurlijk. Maar kom, « Ik heb een beer » en « Vreemd kind in je straat » uit de gelijknamige musical van 1976 vallen nog best mee.
Anders is het gesteld met « Pim » uit het tienercabaret « Tijdelijk geschift » (1978). Frank Jacobs heeft destijds deze productie met superlatieven overladen in de r.v., dus nemen we aan dat binnen het stuk zelf dit nummer op z’n plaats kwam, maar op deze plaat vloekt de pure cabaretstijl met de naar voorzichtige pop neigende andere nummers, die ook qua tekst minder zwaar op de hand zijn.
Vandaar dat we het een spijtig beslissing vinden dat uit de o.i. beste musical « Spring » slechts één nummer is overgenomen, namelijk « Luciana » gezongen door Mia Grijp (foto). Als redenen hiervoor werden immers precies de bezwaren opgesomd die wij tegen « Pim » hebben : te zeer gebonden aan de productie zelf en andere stijl.
De rest (nog zes liedjes) is zoals gezegd uit « Vogel-vrij » overgenomen. Bevredigend, zouden we zeggen, net als de musical zelf. Chris de Braekeleer (drums), Paul Schoors (gitaar), Erik de Wolf (bas) en Johan van den Eede (piano, ook de man die alles heeft getoonzet en de productie in handen heeft) verdienen een poot.
Het Speeltheater begint ook eerlang een « offensief » in het Gentse Arcatheater om z’n lopende producties nogmaals aan het publiek voor te stellen. Dat zijn : « Reinaert de Vos » (maandag 10 mei, 14 u.), « Soort zoekt soort » (maandag 3 mei, 10 u. en dinsdag 11 mei, 19 u.), « Tot we kwaad worden… » (zondag 9 mei, 20 u.) en « Malle-mannen-mannetjes » (zondag , 9 mei, 15 u. en dinsdag 11 mei, 14 u.).
Even in herinnering brengen dat « Reinaert de Vos » de eenmansopvoering is van Raymond Bossaerts en zeker de moeite waard om bij te wonen. « Tot we kwaad worden… » daarentegen is een zwakke productie van en over tieners, maar — althans zo houdt men ons voor — de kritiek is ter harte genomen en « er is aan gewerkt ». Op « Soort zoekt soort », de « opvolger » van het uitstekende tienerstuk « Pas maar op… of anders », en de « Malle-malle-mannetjes » voor kinderen van vijf tot zeven jaar komen we nog terug van zodra we een voorstelling hebben kunnen meepikken.

Referentie
Ronny De Schepper, Het Speeltheater heeft nu ook z’n plaat, De Rode Vaan nr.18 van 1982

Opgepast staat netjes

Er zijn twee jeugdtheaters in Gent waar wij een boontje voor hebben : het Speeltheater en Stekelbees (er zijn er meer maar laten we het hier nu bij houden) en beiden hebben redenen tot juichen. Laten we dus ook onze stem verheffen in het huldekoor, zij het gedempt want de alomgekende subsidiepolitiek van deze regering zou hier en daar misschien nog wel een stokje kunnen voor steken.
Voor z’n vierde seizoen kan het Speeltheater van Eva Bal misschien eindelijk een beroep doen op een eigen zaal. De ASLK heelt immers aan de Dendermondsesteenweg te Sint-Amandsberg een in onbruik geraakte bioscoopzaal aangekocht, die tot een theater zal worden verbouwd. En er wordt aan het Speeltheater gedacht voor wat de exploitatie ervan betreft.
Naast dramalessen voor kinderen en tieners en spelavonden voor volwassenen zal men daar dan ook kunnen kennismaken met het nieuwe, repertoire van het Speeltheater. Dat bestaat enerzijds uit verlengingen zoals “Neusjes” dat we pas onlangs hebben besproken en anderzijds uit nieuwe producties als “Reinaert de Vos” en « Tot we kwaad worden », die pas in het najaar in première zullen gaan.
Het stuk voor tieners “Pas maar op… of anders” loopt nog tot januari ’82. In februari zou het dan moeten worden opgevoIgd door een andere tienerproductie… Als de financies dit toelaten.
Regisseur André Vermaerke heeft voor dit stuk immers een beroep gedaan op drie uitstekende free lance-acteurs, Luk De Koninck. Jakob Beks en Brie Leloup en het is dus niet zeker dat deze mensen ook voor een volgend project beschikbaar zijn.
Er wordt wel eens gezegd dat de leeftijdsgroep van de prille tieners (12-16 jaar) het meest in de kou blijft staan in het theater. Te oud voor de sprookjes van Taptoe of de fratsen van Stekelbees, te jong voor Hamlet of Oh Calcutta. Gelukkig is een en ander nu wel ten goede aan het keren. Naast het Speeltheater hebben b.v. ook Theater Poëzien en Symptoom aangepaste producties op het getouw gezet.
Aan Symptoom komt overigens de verdienste toe de jongeren zelf aan het werk te zetten. Met een resultaat waar we reeds een behoorlijk eurofisch artikeltje hebben aan gewijd en waar we na afloop van “Pas maar op…” nog méér in gingen geloven. Wat die jongeren presteerden kon immers –
alle verhoudingen in acht genomen – naast de nochtans uitstekende vertolking van drie rasacteurs worden gelegd.
Natuurlijk zijn er vaktechnische kneepjes die voor amateurs niet zijn weggelegd. Met zijn “veroveringsscène” verovert Luk De Koninck b.v. niet enkel het hart van Brie, maar ook dat van alle toeschouwers.
Omdat we weer erg kort moeten zijn, beperken we ons tot nog twee opmerkingen : André Vermaerke verdient alle lof voor z’n regie, al kwam de inleiding met het directe contact met het publiek, in het Arenatheater niet zo goed over omdat (alweer) vooral volwassenen op een jongerenproductie afgekomen waren. Dat pedagogische aspect is trouwens een tweede element van lof. Bij de productie is immers een zeer goede werkmap gevoegd. En uit eigen ervaring weten we dat als er één ding is dat de schoolgaande jeugd liever doet dan toneel kijken, dan is het zelf spelen. Dus…

Referentie
Ronny De Schepper, Opgepast staat netjes, De Rode Vaan nr.22 van 1981