Zestig jaar geleden: creatie van "Mama, kijk zonder handen!"

Zestig jaar geleden: creatie van "Mama, kijk zonder handen!"

Zestig jaar geleden ging in de Brusselse KVS “Mama, kijk zonder handen!” van Hugo Claus in première. Zelf heb ik dit stuk in mijn studententijd gezien in het Gentse Arenatheater met Rita Baert als Jackie. Ik heb het voor het eerst gelezen op de middelbare school omdat het in “8 toneelstukken” stond, het boek dat ik had gekocht omdat ik voor Anton van Wilderode een boekbespreking heb gemaakt van “Suiker”. Ik herinner me dat ik het boek in de studie aan het lezen was en op een bepaald moment luidop in lachen uitbarstte. De surveillant kwam daarop kijken wat er aan de hand was en vroeg of ik dit boek wel mocht lezen. Een verwijzing naar van Wilderode volstond om er zonder straf vanaf te komen. Later heb ik zelf als leraar dit stuk nog laten opvoeren door mijn leerlingen in de Broedersschool van Sint-Niklaas.

Lees verder “Zestig jaar geleden: creatie van "Mama, kijk zonder handen!"”

25 jaar geleden: "vrouwen over Claus"

25 jaar geleden: "vrouwen over Claus"


Op zondag 4 december 1994 was het veertiendaagse aperitiefgesprek van Freek Neirynck in de foyer van het NTG gewijd aan “vrouwen over Claus”.

Vele aanwezigen, waaronder ook ikzelf, dachten dat een aantal ex-lieven van de Meester, die op dat moment zelf in New York vertoefde, zouden aanwezig zijn, maar het bleken “gewone” vriendinnen te zijn, met name schrijfster Chris Yperman, actrice Blanka Heirman en Motte van de Hotsy Totsy, de weduwe van Hugo’s broer Guido dus. Deze laatste kreeg de rumoerige zaal overigens muisstil met haar keuze van een gedicht van Claus, gewijd aan de dood van zijn broer. Het was ook Motte die de traditionele cocktail mocht bereiden, deze keer een “Bloody Mary”, omdat dit de enige cocktail is die Claus, anders nochtans een stevig drinker, pleegt tot zich te nemen.
Voor de rest moesten de drie vrouwen vooral reageren op stopwoorden i.v.m. Claus. Zo leerden we dat Claus van allerlei soorten muziek houdt: in het klassieke genre vroeger vooral de liederen van Richard Strauss, maar nu is hij verhangen aan Tsjaikovski, wat hem niet belet ook van Dolly Parton en Shirley Bassey te houden. Klussen, auto’s en kinderen zijn niet onmiddellijk zijn favoriete interesse en ook dieren beroerden hem vroeger slechts weinig, tot hij zich onlangs tot een groot poezenliefhebber heeft ontwikkeld (in Frankrijk heeft hij er drie). In het theater valt hij echter gegarandeerd in slaap. Wat hem niet belet om achteraf een gedetailleerde analyse van het stuk te geven, die dan ook nog meestal blijkt te kloppen ook.
Tot slot moesten de drie dames een spelletje spelen, uiteraard weer rond weetjes over Claus. Zo leerden we dat hij in 1949 als prozaschrijver debuteerde onder het pseudoniem Anatole Ghekiere. Toen schreef hij namelijk een kortverhaal over de bezetting van het Gravensteen door de studenten. Grappig was ook de tussenkomst van de Consul van Polen die een vraag over de vertalingen van “Het Verdriet van België” moest corrigeren: deze week was immers juist de Poolse versie verschenen! Kort daarna verscheen trouwens het bericht in de krant dat Claus twee hoofdstukken van “Het Verdriet” had teruggevonden, die hij bij het binnen geven gewoon “vergeten” was. Uiteraard werd voor de volgende boekenbeurs een “complete” uitgave in het vooruitzicht gesteld! Het feest ging echter jammer genoeg niet door. Misschien kan men die stunt het jaar nadien met “Belladonna” herhalen, want de leuke zinspeling op het abdiceren voor één dag van koning Boudewijn (n.a.v. de abortuswet), waarmee Claus zo’n succes had tijdens zijn “Tournée générale” staat niet in het boek. (Foto Hugo Claus-archief)

Jeroen Krabbé wordt 75…

Jeroen Krabbé wordt 75…

De Nederlandse schilder, acteur en regisseur Jeroen Krabbé viert morgen zijn 75ste verjaardag. In 1994 heb ik hem geïnterviewd in een Brussels luxehotel n.a.v. de première van “Farinelli”, waarin hij de rol vertolkte van Georg Friedrich Haendel. Het werd (voor mij althans) een boeiend gesprek. Ik hoop dat ik erin geslaagd ben de intensiteit ervan ook over te brengen in mijn verslag…
Lees verder “Jeroen Krabbé wordt 75…”

Guido Gezelle (1830-1899)

Guido Gezelle (1830-1899)

Vandaag is het 120 jaar geleden dat de West-Vlaamse dichter Guido Gezelle is gestorven (foto YouTube). Mijn tekst over hemzelf ben ik kwijtgespeeld (dat gebeurt blijkbaar wel meer, al zou ik niet weten op welke manier ik dat klaarspeel), daarom richt ik me maar naar woordkunstenares Anita Daldini die over hem nog een programma heeft gehad.

Lees verder “Guido Gezelle (1830-1899)”

Vijftig jaar “Turks Fruit”

Vijftig jaar “Turks Fruit”

Met veel plezier naar de twee documentaires gekeken die de Nederlandse educatieve zender NTR aan de vijftigste verjaardag van het verschijnen van Jan Wolkers‘ “Turks Fruit” heeft gewijd. De maker was Arnon Grunberg en er waren o.m. getuigenissen van Maarten van Rossem (foto), Gerard Soetemann en natuurlijk ook van de regisseur van de verfilming, Paul Verhoeven.

Lees verder “Vijftig jaar “Turks Fruit””

55 jaar geleden: eerste stuk van het Nederlands Toneel Gent (?)

55 jaar geleden: eerste stuk van het Nederlands Toneel Gent (?)

Als het NTG (foto Velvet via Wikipedia) 45 jaar geleden z’n tienjarig bestaan vierde, dan zou men normaal mogen veronderstellen dat het ook 55 jaar geleden is dat het eerste stuk van het nieuwe gezelschap in première ging. Toch blijkt dit pas in 1965 het geval te zijn…

65 Luce Premer en Dré Poppe (Geiteneiland)“Het verhaal van het NTG begint in 1965 met de oprichting van een beroepsgezelschap voor theater onder leiding van Dré Poppe. Bazuingeschal weerklonk op het balkon van de KNS en toen het doek opging veerde het publiek spontaan recht en gaf een overweldigend applaus voor de allereerste voorstelling: Maria Stuart van Schiller.”
Zo begint het overzicht van 36 jaar NTG in wat tevens de laatste jaarbrochure van het NTG was. Want op het einde van dat seizoen verdween het Nederlands Toneel Gent en verwelkomden wij dus het Publiekstheater, oorspronkelijk opgezet als een groot conglomeraat van alle Gentse beroepsgezelschappen, uiteindelijk beperkt gebleven tot een samengaan met Arca, een ander legendarisch Gents theater dat dus eveneens tot verdwijnen was gedoemd.
Het cynische is wel dat de cirkel daarmee rond was. Dré Poppe (op de foto samen met Luce Premer in de Arca-productie “Het geiteneiland”) was weliswaar sedert 1961 werkzaam op de BRT, maar als oprichter van Toneelstudio ’50 had hij ook aan de wieg gestaan van dat fameuze Arcatheater. En het was precies de intentie om Arca als een tweede plateau in het NTG in te schakelen die Poppe in conflict bracht met de Raad van Beheer van het NTG, meer bepaald met voorzitter Bert Willems.
Lees verder “55 jaar geleden: eerste stuk van het Nederlands Toneel Gent (?)”

Vijftig jaar geleden: “Actie Tomaat” (deel twee)

Vijftig jaar geleden: “Actie Tomaat” (deel twee)

In 1968 had Hugo Claus nog samen met Alex van Royen en Carlos Tindemans “T 68 of de toekomst van het theater in Zuid-Nederland” geschreven, waarin hij experimentele theaterstandpunten verdedigde. Later zal dat veranderen. Zo lokt hij reeds in 1969, middenin de Actie Tomaat, een incident uit. Toen ging in de Amsterdamse schouwburg zijn stuk “Vrijdag” door de Nederlandse Comedie in première.

Aangezien Claus hier op het eerste gezicht teruggrijpt naar het naturalistische toneel (vgl. met “Driekoningenavond” van Cyriel Buysse b.v.) en in interviews vooraf nog wat olie op het vuur had gegoten door te stellen dat al die discussianten leuteraars zijn die niet weten waar ze over praten, dat met name het toneel niet dood is, maar dat er een tekort is aan echte persoonlijkheden, dreigde men in de pers reeds “die ouwe zak” (sic, Claus was toen 40) eens de les te spellen. Daarom posteerde Claus zijn boksende broers in de zaal om eventuele tomatengooiers tot andere inzichten te brengen. Maar het was niet nodig. Het werd een succes. Claus: “Theater bestaat voornamelijk uit een communicatie die tot nader order nog altijd verbaal moet zijn. (…) Wat men dan een beetje smalend ‘dichterlijk’ noemt, is de essentie van het theater: Haal je van Shakespeare de taal weg, dan krijg je alleen maar ridicule, nonsensicale verhalen die nergens op slaan, waarvan de psychologie niet klopt, enfin, alles is één ratjetoe. Is er iets belachelijker dan de plot van ‘Hamlet’? Is er iets idioter dan ‘Twelfth Night’, dan ‘A Midsummernight’s Dream’? Dat is pure kolder, niet eens goed voor een comic-strip. Het bestaat in functie van wat er daar met woorden gedaan wordt. (…) De laatste jaren krijgt de toneelschrijverij hier te lande echter een heel koddige dimensie: men neemt vier pagina’s Heidegger en een stuk of wat krantenknipsels en gaat die vervolgens, met z’n allen improviserend, op de planken brengen. We hebben momenteel een theaterlandschap van diepe treurnis. Men schijnt hier te vergeten dat toneel een onzuivere kunst is, die eist dat er rekening gehouden wordt met de tweehonderd mensen die zitten te kijken en van wie een aantal nauwelijks kan lezen of schrijven. (…) Ik geloof in elk geval niet in wat men met een gekke term aanduidt als het rituele theater, ’t schuimbekkend over de grond rollen en het gepiep en gekwijl en het collectief hysterische: wij hebben namelijk geen goden, dus waarom zouden we een rite opvoeren alsof we wel goden hadden? Da’s allemaal hocuspocus waar ik niet in geloof en in de zogenaamde diepverborgen persoonlijkheidslagen die je met zo’n toneel aanboort, geloof ik evenmin.”
Dat wil anderzijds niet zeggen dat met name “Vrijdag” vol verwijzingen zit, zowel naar de heidense (Germaanse), de Griekse en de christelijke mythologie. Claus zal zijn eigen stuk in 1981 verfilmen.
Alhoewel Hugo Claus soms (niet altijd, zie hier ) net als Louis Paul Boon mei ’68 eerder als een kleinburgerlijke revolte beschouwt (hij zat echter ironisch genoeg in de vermaarde brasserie Lipp te eten toen daar een traangasgranaat werd binnengegooid), schrijft hij rond die tijd toch “Reconstructie”, een operatekst samen met Harry Mulisch die een eerbetoon wil zijn aan Che Guevara. Ook in 1993 blijven beiden trouwens vasthouden aan hun geloof in Cuba. Als men het “ondemocratische” karakter van het regime aanhaalt, repliceert Claus in Humo: “Democratie is niet een pleistertje dat je overal kunt opplakken, op sommige plekken schiet zij te kort: in de kunst b.v.”
In 1970 volgt “De Spaanse hoer”, naar het 15e eeuwse “La Celestina” van F. de Rojas.
Van 1970 tot 1974 zetelt hij in de redactie van De Gids. Samen met Johan Daisne dus blijkbaar…
In het najaar van 1970 publiceert Claus twee omvangrijke poëziebundels : “Heer Everzwijn” (waarvoor hij de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie krijgt) en “Van horen zeggen”.