55 jaar geleden: de stad Glasgow decreteert dat mensen met “Beatlehaar” een muts moeten dragen in het zwembad

55 jaar geleden: de stad Glasgow decreteert dat mensen met “Beatlehaar” een muts moeten dragen in het zwembad

Zijn dit geen vier keurige knapen? Ongetwijfeld. Maar zo dacht men er vijftig jaar geleden niet over. Het haar van The Beatles (en vooral het feit dat hun fans die haardracht gingen kopiëren) wekte toen enorme ergernis op. Op allerlei manieren probeerde men de “langharige” (sic!) jongeren te koeioneren. Ze werden weggestuurd bijvoorbeeld van school of van de werkvloer. Bij dit laatste werd dan vaak “de veiligheid” als element aangedragen, net alsof men met haar over de oren (want daar bleef het meestal bij) tussen een freesmachine zou kunnen terechtkomen! Een gelijkaardig argument (maar dan eerder uit “hygiënische” overwegingen) werd dus door de stad Glasgow aangedragen om mensen met “Beatlehaar” te verplichten een muts moeten dragen in het zwembad, iets wat vlug zowat overal navolging zou vinden. Daardoor werden Beatlefans nog meer uitgelachen dat ze er “als meisjes” uitzagen natuurlijk, wat altijd al de bedoeling was geweest van flauwe grappenmakers op televisie bijvoorbeeld (op de rug van een langharige tikken met de vraag “pardon, juffrouw?” en zich dan zogezegd excuseren als het een jongen bleek te zijn). Het allereerste televisieoptreden van David Bowie hield hiermee trouwens verband. Hij was dergelijke “grappen” kotsbeu en riep de goegemeente op tot meer verdraagzaamheid…

Lees verder “55 jaar geleden: de stad Glasgow decreteert dat mensen met “Beatlehaar” een muts moeten dragen in het zwembad”

Vijftig jaar geleden: een emblematische foto…

Vijftig jaar geleden: een emblematische foto…

Vandaag is het al een halve eeuw geleden dat bovenstaande foto werd genomen door Iain Macmillan: The Beatles die het zebrapad van Abbey Road, waar hun opnamestudio was gevestigd, oversteken. De foto steekt vol details die uitnodigen tot “hineininterpretierung”. Laten we er “for old times’ sake” nog eens aan meedoen…

Lees verder “Vijftig jaar geleden: een emblematische foto…”

Edna O’Brien

Edna O’Brien

Na de flop van de spookverhalen van Montague Rhodes James ga ik me nu wagen aan “Girl with green eyes” van Edna O’Brien (foto Andrew Lih via Wikipedia). De aanleiding is nochtans precies dezelfde als bij M.R.James: gisteren heb ik een documentaire gezien op de BBC, waardoor ik in het werk van deze Ierse schrijfster ben geïnteresseerd geraakt. Hopelijk loopt deze kennismaking niet op dezelfde manier af…

Het begint trouwens al negatief: ik kan enkel een beroep doen op de Engelse Wikipedia, want een Nederlandstalige bijdrage over haar bestaat nog niet. Enkel De Bezige Bij (wellicht haar uitgeverij in onze regio) geeft een zeer beknopte biografie.

Edna O’Brien was born in 1930 at TuamgraneyCounty Clare, Ireland, a place she would later describe as “fervid” and “enclosed”. According to O’Brien, her mother was a strong, controlling woman who had emigrated temporarily to America, and worked for some time as a maid in Brooklyn, New York, for a well-off Irish-American family before returning to Ireland to raise her family. O’Brien was the youngest child of a strict, religious family. From 1941 to 1946 she was educated by the infamous Sisters of Mercy – a circumstance that contributed to a “suffocating” childhood. “I rebelled against the coercive and stifling religion into which I was born and bred. It was very frightening and all pervasive. I’m glad it has gone.” She was fond of a certain nun as she deeply missed her mum and tried to identify the nun with her mother.

In 1950, O’Brien was awarded a licence as a pharmacist. In Ireland, she was discouraged to read, but still she secretly discovered such writers as TolstoyThackeray, and F. Scott Fitzgerald (*). In 1954, she married, against her parents’ wishes, the divorced Irish communist writer of Czech origin Ernest Gébler and the couple moved to London. They had two sons, Carlo (a writer) and Sasha Gebler, an architect, but the marriage was dissolved in 1964, when O’Brien’s literary career eclipsed Gébler’s.

Although O’Brien left the marital home, she eventually got sole custody of the children. Both O’Brien and Carlo Gébler later wrote about Ernest’s cruelty to the family. Gébler, born in 1914, died in 1998 of a bronchial infection, after several years with Alzheimer’s disease .

In London, O’Brien bought Introducing James Joyce, with an introduction written by T. S. Eliot, and said that when she learned that James Joyce‘s A Portrait of the Artist as a Young Man was autobiographical, it made her realise where she might turn, should she want to write herself. “Unhappy houses are a very good incubation for stories,” she said. In London she started work as a reader for Hutchinson, where on the basis of her reports she was commissioned, for £50, to write a novel. She published her first book, The Country Girls, in 1960.

This was the first part of a trilogy of novels (later collected as The Country Girls Trilogy), which included The Lonely Girl (1962) and Girls in Their Married Bliss (1964). Shortly after their publication, these books were banned and, in some cases burned, in her native country due to their frank portrayals of the sex lives of their characters. In the 1960s, she was part of the swinging sixties scene with friends such as Paul McCartney, Mick Jagger and Marlon Brando. As Bob Geldof put it in the documentary: “She shagged a lot of rock stars.” She was also a patient of R.D. Laing, who prescribed her LSD: “I thought he might be able to help me. He couldn’t do that – he was too mad himself – but he opened doors”, she later said. 

Her novel, A Pagan Place (1970), was about her repressive childhood. Her parents were vehemently against all things related to literature; her mother strongly disapproved of her daughter’s career as a writer. Once when her mother found a Seán O’Casey book in her daughter’s possession, she tried to burn it.

O’Brien was a panel member for the first edition of the BBC’s Question Time in 1979. In 2017, she became the sole surviving member.

In 1980, she wrote a play, Virginia, about Virginia Woolf, and it was staged originally in June 1980 at the Stratford Festival, Ontario, Canada and subsequently in the West End of London at the Theatre Royal Haymarket with Maggie Smith and directed by Robin Phillips. It was staged at The Public Theater in New York in 1985. Other works include a biography of James Joyce, published in 1999, and one of the poet Lord ByronByron in Love (2009). 

House of Splendid Isolation (1994), her novel about a terrorist who goes on the run (part of her research involved visiting Irish republican Dominic McGlinchey, later shot dead, whom she called “a grave and reflective man”), marked a new phase in her writing career. Down by the River (1996) concerned an under-age rape victim who sought an abortion in England, the “Miss X case”. In the Forest (2002) dealt with the real-life case of Brendan O’Donnell, who abducted and murdered a woman, her three-year-old son, and a priest, in rural Ireland.

Over het enige boek dat ikzelf in mijn bezit heb en dus ook datgene dat ik als eerste (en hopelijk niet laatste) zal lezen, Girl with green eyes, staat er dus niks op Wikipedia. Volgens de kaft (waarop een naakt meisje) is het “the comic and poignant sequel to The Country Girls, in which Caithleen Brady finds romance in Dublin – classy romance with the second Mr Gentleman.” Het dateert van 1962 (**) en is nog opgedragen aan Ernest Gébler. Mr.Gentleman is een gehuwde man uit “The Country Girls” waarmee ze een verhouding heeft en nu is dit inderdaad het geval met een vergelijkbare man, al dient gezegd dat hij gescheiden leeft van zijn vrouw, die is teruggekeerd naar de VS. “Comic” zou ik het boek niet noemen. Soms kan je wel eens lachen met het achterlijke Ierland, maar veel meer zet het aan tot overpeinzingen over hoe godsdienst (eender welke, in dit geval natuurlijk de katholieke kerk) het leven van mensen tot een ramp maakt. En dan moet ik als bijna tijdgenoot toegeven dat dit hier in Vlaanderen ook het geval was, zij het gelukkig lang niet zo erg als in Ierland.

Haar laatste boek (Girl) wordt ook (nog) niet vermeld op Wikipedia, maar gelukkig kon ik daarmee kennismaken via de documentaire. Het gaat over de meisjes die in Nigeria werden ontvoerd door de Islamitische terreurgroep van Boko Haram. Ondanks haar hoge leeftijd is zij tweemaal afgereisd naar Nigeria met een grote som geld op haar lichaam verborgen. Dat geld was nodig om via omkoping aan getuigenissen te geraken.

Alhoewel ze nog in goede gezondheid verkeert, zowel fysiek als geestelijk, heeft ze toch aangekondigd dat dit boek haar laatste zal zijn.

(*) Haar alterego uit “The lonely girl” leest “Tender is the night”.

(**) De oorspronkelijke titel blijkt “The lonely girl” te zijn en dus wordt het boek wél vermeld op Wikipedia.

55 jaar geleden: “Cry for a shadow” op nr.1 in Australië

55 jaar geleden: “Cry for a shadow” op nr.1 in Australië

Reeds zovele jaren fan en toch leer ik nog elke dag bij. Zo verneem ik pas nu dat “Cry for a shadow”, het instrumentale nummer dat The Beatles opnamen in Duitsland, drie jaar later (in volle Beatlemania) op nummer één is geraakt in Australië!
Lees verder “55 jaar geleden: “Cry for a shadow” op nr.1 in Australië”

Dertig jaar geleden: “Ferry cross the Mersey” ten voordele van voetbalslachtoffers

Dertig jaar geleden: “Ferry cross the Mersey” ten voordele van voetbalslachtoffers

Thirty years ago, a charity version of “Ferry Cross the Mersey” (*) was released in aid of those affected by the Hillsborough disaster, which claimed the lives of 95 Liverpool fans the previous month (a 96th, Tony Bland, died in 1993 as a consequence of that disaster). The song was recorded by Liverpool artists The Christians, Holly Johnson, Paul McCartney, Gerry Marsden and Stock Aitken Waterman. The single held the #1 spot in the UK chart for three weeks and the Irish chart for two weeks.
Lees verder “Dertig jaar geleden: “Ferry cross the Mersey” ten voordele van voetbalslachtoffers”