Dirk Baert wordt zeventig…

Dirk Baert wordt zeventig…

De gewezen profwielrenner Dirk Baert viert vandaag zijn zeventigste verjaardag. Bijna 35 jaar geleden, 34 om heel precies te zijn, heb ik hem nog telefonisch geïnterviewd voor De Rode Vaan toen hij als bondscoach de leiding had van de Belgische selectie die dat jaar zou deelnemen aan de Vredeskoers. (*)

Precies op 8 mei 1985 startte heel toepasselijk de belangrijkste rittenwedstrijd voor liefhebbers die gekend is onder de naam « Vredeskoers ». Voor het eerst georganiseerd in 1948 van Warschau naar Praag en omgekeerd doet de wedstrijd sedert 1952 ook Berlijn aan, terwijl t.g.v. de veertigste verjaardag van de overwinning op het fascisme er nu voor het eerst ook een (vliegtuig-)uitstap naar Moskou bij hoort. In het verleden is deze « Ronde van Frankrijk voor liefhebbers » wel eens geboudeerd door het westen en het onrechtvaardige daarvan werd nog onderlijnd doordat er vaak onverholen politieke motieven van aan de oorsprong lagen. Maar gelukkig is dat nu achter de rug en o.a. België stuurt een sterke amateurslichting uit (Carlo Bomans, Rudy Ceyssens, Henri Mannaerts, Eric Peeters, Stefaan Van Leeuwe en Patrick Verplancke), die voor het eerst wordt geleid door Dirk Baert, tot vorig jaar zelf nog actief beroepsrenner met o.m. een wereldtitel in de achtervolging (1971) op z’n palmares. Vandaar onze eerste vraag: was het misschien onder zijn impuls dat die koerswijziging er is gekomen ?
Dirk Baert : Zo kan je dat niet stellen. Dat is gebeurd in overleg met Patrick Sercu. We vinden dat de Vredeskoers de belangrijkste wedstrijd is voor liefhebbers buiten het W.K., zo’n manifestatie kun je dan ook moeilijk links laten liggen, als je mij deze woordspeling vergeeft. Daarom hebben we reeds deze winter gepolst naar de ambities van onze sterkste renners en zo zijn we tot deze selectie gekomen. Of ze zal kunnen wedijveren met de ploegen uit Oost-Europa is natuurlijk nog de vraag, naar deelnemen is op zich reeds belangrijk vind ik.
— De ware Olympische geest ! Maar er moet toch meer zijn dan dat ?
D.B. :
De ploeg is gebouwd rond Carlo Bomans, de enige die op internationaal vlak kan meespelen. Als die een etappe zou kunnen winnen b.v. dan zou ik al dik tevreden zijn.
— Nochtans hebben we ooit eens een winnaar gehad : Marcel Maes in 1967…
D.B. :
Ja, maar dat moet je in zijn tijd zien, natuurlijk. Toen was de Vredeskoers zelfs voor de Oost-Europese landen nog niet zo belangrijk als nu. In de huidige omstandigheden zou het niet realistisch zijn een plaats vooraan in het klassement te beogen. Voor onze jongens komt het er in de eerste plaats op aan het vak te leren. En als er dan nog wat goede uitslagen bovenop komen dan is dat meegenomen.
— Dient er veel geklommen ?
D.B. :
Van echte bergritten kan je niet spreken maar in Tsjechoslovakije en Polen zijn er toch een paar behoorlijk lastige ritten. Het is vooral hier dat we verwachten dat Bomans zich zal tonen. Hij is weliswaar geen echte klimmer, maar hij is de meest complete renner. op geen enkel vlak een echte uitblinker, maar zeer veelzijdig.
— Vindt u het jammer dat de Vredeskoers z’n bijnaam als « Ronde van Frankrijk voor liefhebbers » nu ook probeert waar te maken door een aantal spectaculaire verplaatsingen in te lassen ?
D.B. :
Die twee verplaatsingen met het vliegtuig naar en van Moskou zijn natuurlijk niet niks, maar toch denk ik dat dit de uitstraling gaat ten goede komen. Ik denk b.v. dat de Sovjet-renners nog meer gemotiveerd zullen zijn dan anders. Voor hen is het werkelijk de belangrijkste wedstrijd van het jaar en zij willen dan ook de belangstelling van de massa daarvoor opwekken. En via die omweg zal de belangstelling in het westen ook wel stijgen, veronderstel ik.
— Zijn er Belgische kranten die de verplaatsing meemaken ?
D.B. :
Wel, je weet misschien dat er wat problemen zijn omtrent de voorwaarden. Men vraagt namelijk honderd Amerikaanse dollar per dag, alles inbegrepen, terwijl b.v. de Giro delle Regioni (georganiseerd door ons zusterblad Unità, red.) de journalisten zelf uitnodigt, ze hoeven dus m.a.w. niet te betalen. Daar staat echter tegenover dat dit argument om dan niet te gaan dan weer blijkbaar niet geldt voor de Ronde van Spanje, waarvoor Belgische journalisten ook niet worden uitgenodigd. Je zou natuurlijk kunnen opwerpen : ja maar, dat zijn profs, maar de uitstraling van de Vredeskoers is toch ook zeer groot, vind ik. Gaat er trouwens niemand van jullie naar de Vredeskoers ?
Euh… ik vrees dat ook wij niet uitgenodigd zijn (**) en voorlopig worden wij ook nog steeds niet in dollars uitbetaald…

Lees verder “Dirk Baert wordt zeventig…”

Firmin Timmermans wordt zeventig…

Firmin Timmermans wordt zeventig…

Firmin Timmermans, de drummer van de LSP-band, viert vandaag zijn zeventigste verjaardag. In de jaren tachtig had ik in de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan een gesprek met hem, maar eerst is er nog een recensie van een televisieuitzending uit die tijd, genaamd « Mijn grote liefde heet muziek »…

In de jaren zestig was het een tot vervelens toe gebruikte gimmick in zogeheten « grappige » programma’s : The Beatles als ze oud waren, alle vier met kale hoofden. Anno 1986, is het niet meer nodig om daarvoor clowneske hoofddeksels uit de kast te halen. De helft van de gasten van de LSP-band was immers kaalhoofdig. Gelukkig was de andere helft vrouwelijk én mooi (vooral Erika Melaerts). Maar zingen deden ze allen goed en de LSP-band is wellicht de professioneelste uit ons land. Daarom is het zo moeilijk om via deze eerste uitzending van « Mijn grote liefde heet muziek » (2-6) de hele reeks op z’n merites te beoordelen. De enige overeenkomst van het programma, als we zo even het komende schema bekijken, is dat het live-optredens van muzikanten betreft die allen de Belgische nationaliteit bezitten. Maar dat kan dus zowel pop zijn als folk of jazz. Bovendien zal er niet steeds zoveel variatie inzitten als nu, aangezien de LSP-band zoals gezegd met tal van beroemde (in dit landje is men vlug beroemd) gasten uitpakte. Toch hebben we van déze aflevering genoten. Alleen hadden we spijt dat we er niet lijfelijk bij aanwezig waren, want… pop op televisie, het is toch nog altijd niet dat. De problemen zijn gekend : de klank op de eerste plaats natuurlijk, maar ook het spelen met de belichting, enz. Maar kom, van dat vieze haar zijn we nu toch vanaf… (RDS in De Rode Vaan nr.23 van 1986)
Op donderdag 1 oktober 1987 heeft er een Buylefiet plaats in de Brusselse Ancienne Belgique, een benefiet dus voor Daniël Buyle. Als we mogen aannemen dat deze journalist daar wel even het woord zal voeren, dan zal hij toch de enige zijn, want de organisatoren leggen er de nadruk op dat het vooral « leuk » moet zijn. Links maar toch leuk ? Da moe keunen. Vooral als de LSP-band van de partij is. Zoals gewoonlijk zijn er tal van gasten, maar leider/drummer Firmin Timmermans schrikt toch wel eventjes als we hem mededelen dat ook de naam van Will Tura gevallen is.
Firmin Timmermans : Misschien doet hij iets met een band ? En anders zal ik er wel van horen, zeker ? (lacht een beetje schamper). Dat hebben we nog wel gedaan, hoor, vlak voor het optreden het nummer in handen krijgen, vlug een akkoordenschema maken en hop ! Trouwens de meesten van ons hebben ooit wel al eens met Will gespeeld.
— Het gaat echter niet om Will Tura alleen. Ik bedoel : de LSP-band heeft een aantal « vaste » gasten (Bart Peeters, Walter Grootaers, Bea Van der Maat…) waarvoor er dus uiteraard geen enkel probleem is, maar als er zo iemand uit de lucht komt vallen, dan komt het spreekwoordelijke professionalisme van de LSP-jongens wel van pas ?
F.T. :
Ik vraag aan de organisatoren toch vooraf altijd om alleen maar mensen te vragen met wie wij gewend zijn te spelen. Het zijn er tenslotte genoeg, ik vermoed een vijftiental. Ik vraag dan ook dat ze niet achter Jan en Pierke zouden aanzitten, want het moet doenbaar blijven voor ons.
— Je wil het risico niet lopen af te gaan ?
F.T. :
Nou, iedereen is wel muzikant genoeg om dat aan te kunnen. Ooit hebben we eens 25 gasten gehad b.v. Maar goed, je moet het een beetje kunnen voorbereiden natuurlijk, een soundcheck doen, de partituur eens even doornemen — of anders moet men een « standaard » brengen dat kan ook uiteraard. Maar we kunnen toch geen speciale repetities gaan houden ? Zeker niet voor een benefiet !
— Klopt. Het zou me op zich trouwens reeds verwonderen dat jullie al die benefieten helemaal gratis spelen, want anders zouden jullie al lang zelf aan een benefiet toe zijn…
F.T. :
Natuurlijk ! Wij willen graag een handje toesteken, denk maar aan die reeks benefieten voor « De Morgen » b.v., maar het is en blijft tenslotte ons beroep. Ik vind dat trouwens enerzijds wel sympathiek maar anderzijds toch ook een beetje het bewijs dat ons beroep niet helemaal voor vol wordt aanzien. Aan welke andere professionele sector vraagt men immers uit solidariteit b.v. een dag- of een weekloon af te staan ?
— En ’t strafste is dan nog dat collega’s jaloers op jullie zijn. Jullie pikken teveel benefieten in, vinden die van weer..
F.T. :
Ja, maar waarom vraagt men ons ? Omdat we volk trekken natuurlijk. Als morgen iemand anders succes heeft, zullen ze die vragen, zo simpel is dat. Voor de benefiet van Buyle hebben zich, naar ik heb gehoord, wel twintig groepen aangeboden. Maar dat gaat gewoon niet, dat begrijp je toch, dat is technisch onmogelijk. Anderzijds krijgen wij zoveel aanvragen voor benefieten dat wij echt niet alles kunnen aanvaarden, dus er is nog « werkgelegenheid » genoeg voor anderen !
— Gebeurt dat weigeren van bepaalde benefieten dan enkel om praktische redenen of ook soms op politieke gronden ?
F.T. :
Dat laatste is nog niet voorgekomen. Ik kan me trouwens moeilijk voorstellen dat een krant of een vereniging, die nogal rechts getint is, in financiële moeilijkheden zou verkeren. Allé, stel u voor, een benefiet voor de Lion’s Club of zo ! Nee, zoiets is gewoon vanzelfsprekend. Wie vraagt er om een benefiet ? Mensen die het moeilijk hebben. En wie neemt het voor deze mensen vooral op ? Dat antwoord ken je toch zelf ? Wat niet belet dat we inderdaad wel uitkijken. We geven nu heel wat minder benefietconcerten dan vroeger. Je ondergraaft immers ook je eigen. Denk maar eens na : je hebt een optreden in Brussel en een week daarvoor ga je er een benefiet spelen, dan loopt je eigen optreden de kans een flop te worden natuurlijk.
— Zo’n benefiet houdt ook in dat je populaire nummers, dus bij voorkeur covers, moet spelen. Bevredigt je dat als artiest ? Je hebt tenslotte in de Baccara-beker ook even een solo-uitstap gewaagd als zanger..
F.T. :
Dat was maar een tussendoortje, een slippertje mag je wel zeggen. En voor de rest hangt die minachting tegenover covers mij stilaan wel de keel uit. Veel groepjes zouden beter beginnen met goed te leren covers spelen, dan zal er later misschien wel iets uit voortkomen. Trouwens alle grote artiesten brengen covers : Bruce Springsteen, Robert Palmer, Elkie Brooks… Je moet er alleen iets mee doen. Wij spelen het origineel niet klakkeloos na, vaak zit er een parodiërende knipoog naar het publiek in b.v.
Trouwens, hoe dan ook, beter een groeie cover dan een slechte eigen compositie.

Lees verder “Firmin Timmermans wordt zeventig…”

Herman Schueremans wordt 65…

Herman Schueremans wordt 65…

Morgen wordt Herman Schueremans 65 jaar. Ik heb vaak met hem te maken gehad. Eerst als PR-mannetje van WEA. Toen hij daar wegging omdat de organisatie van Torhout-Werchter te veel tijd opslorpte, heeft hij me zelfs nog eens gepolst of ik zijn job niet wou overnemen (ter gelegenheid van het interview met The Doors). Daarna heb ik hem natuurlijk een aantal keren ontmoet en gesproken naar aanleiding van dat dubbelfestival. Zo leerde ik hem ook kennen als een gepassioneerd wielerliefhebber. Hieronder volgt dan ook een telefonisch interview uit 1985, toen hij besloten had een wielerploeg te sponsoren. Later veranderde hij het geweer van schouder en organiseerde hij de Ronde van België, die onder zijn leiding de naam Torhout-Werchter-Classic meekreeg. Hier zat ik met hem in de wagen achter Maurizio Fondriest toen die naar de overwinning snelde. Weer enkele jaren later zat Schueremans in een panel op het Feest van de Rode Vaan samen met o.a. José De Cauwer om over de toekomst van het wielrennen te discussiëren. In 1980 had hij trouwens reeds eerder deel uitgemaakt van een panel op ons Feest (zie foto) maar toen ging het over de toekomst van de Belgische platenindustrie. In de jaren negentig tenslotte kwam Herman Schueremans in het parlement terecht (voor de VLD) en alhoewel hij daar volgens critici (te) vaak afwezig was, ben ik hem toch ook daar weer tegen het lijf gelopen, toen ik voor de SP de debatten over het statuut van de artiest volgde.

Zaterdag wordt het nieuwe Vlaamse wielerseizoen op gang geschoten met, hoe kan het ook anders, Gent-Gent. Steeds minder mensen liggen daar echter van wakker, maar toch is er nu in de duisternis van de Vlaamse wielrennerij een lichtje verschenen, zoiets als een aansteker in Vorst-Nationaal. Voor het eerst wordt een wielerploeg immers gesponsord door een rockfestival (Torhout-Werchter) en dat houdt meteen in dat we hier met een nieuwe houding tegenover de wielersport te maken krijgen. We vroegen Herman Schueremans, het brein achter T-W naar het hoe en het waarom.
Herman Schueremans : Omdat T-W een vzw is die, ondanks een redelijke toegangsprijs voor een goed programma, toch nog winst maakt, hebben we twee jaar geleden gezegd : laten we eens iets doen in de film. Dan hebben we « Brussels by night » gesponsord omdat we een lans wilden breken voor een film die nu eens niet rond een mesthoop en een hooizolder draaide, maar tegelijk hadden we gezegd dat dit eenmalig was omdat we telkens iets anders wilden doen. Zo hadden we dit jaar eerst aan het sponsoren van een toneelgroep gedacht, maar uiteindelijk hebben we de voorkeur gegeven aan de sport, wat toch ook een vorm van cultuur is. En dan opteerden we meer bepaald voor een niet-elitaire sport waarin het de laatste tijd niet zo goed gaat, het wielrennen dus. Vooral omdat er daar iemand rondloopt, namelijk Ward Wouters, een notoir socialist trouwens, die deze kwalen van het wielrennen wil genezen, o.m. door jonge mensen volgens de goede manier op te leiden. Dat houdt in : geen kermiskoersen, goede begeleiding, actie tegen doping… Wij doen dat echter niet om meer volk te hebben of zo.
— En daarom ook dat voorstel om « No nukes » op de truien te zetten ?
H.S.:
Inderdaad, het was ons toch om het even. Wij wilden gewoon iets doen met jonge gasten en daarom zeiden we : laten we het plezant houden en met een stunt uitpakken. Maar in de praktijk werd snel duidelijk dat bepaalde organisatoren daar niet zo mee opgezet waren en dan moet je toch opletten dat je de ploeg op die manier niet onthoofdt. Maar het feit dat we dat nu zo hebben verteld is eigenlijk ook reeds een goede reclame en dat in een wereldje dat traditioneel nogal « klassiek » denkt.
— Bij de film van Didden heb je gesteld : we doen dat maar één keer. Betekent dit voor de wielerploeg : we doen dat maar één jaar ?
H.S. :
Er is overeengekomen dat we ons eerst gaan verloven en dat we dan gaan trouwen. De verlovingstijd is één jaar en net als alle moderne huwelijken mikken we daarna nog op twee jaar. Maar of er überhaupt getrouwd wordt, dat wordt beslist in augustus. Dat zal dan gebaseerd zijn op het al dan niet geslaagd zijn van het opzet en op de financiële mogelijkheden van T-W.
— En dat “geslaagd zijn” moet dat uitgedrukt worden in overwinningen of wat ?
H.S. :
Neenee, de verwachtingen zijn dat onze renners zich op een sportieve manier zoveel mogelijk tonen in belangrijke wedstrijden. Het is belangrijker eervol te verliezen dan een overwinning te kopen, daarvoor is bij ons overigens geen budget aanwezig.
— Jullie schijnen ook reeds zeker te zijn zijn van een deelname aan de Tour.
H.S. :
We zijn toch tenminste even valabel als de andere ingeschreven Belgische ploegen (Dries en Lotto, red.) op uitzondering van Splendor dan. Tenslotte heeft onze ploeg vorig jaar in het rondewerk en met name in Levitan-organisaties als de Dauphiné Libéré en de Ronde van de Toekomst een goed figuur geslagen.
— En verder hangt het ook af van T-W ’85 zelf, zeg je, maar dat wordt welhaast zeker weer een voltreffer. Tussen ons gezegd en gezwegen, staan er al namen op papier ?
H.S. :
Op dit moment is nog geen enkel contract getekend, maar als alles goed zit, zullen we dit jaar eindelijk The Pretenders kunnen programmeren, die reeds tweemaal om zeer valabele redenen zijn weggebleven (namelijk dood en nieuw leven) en ook Paul Young zou dit jaar definitief zijn. Ik maak me sterk dat ik nog twee andere toppers vind, zodanig dat we vier sterke namen hebben die goeie muziek brengen en toch veel volk trekken. En dan nog drie of vier groepen voor « puristen », hé.
En natuurlijk wint Benny Van Brabant twee ritten in de Tour op die dagen om het succes volledig te maken.
Uiteindelijk zou het niet Benny Van Brabant die voor de ritoverwinningen zou zorgen, maar wel Ludwig Wijnants, die daardoor een vriend voor het leven zou worden van Herman…
Zelf namen we in 1988 nogmaals de telefoon ter hand want…
Van 9 tot en met 14 augustus heeft de eerste Torhout-Werchter Classic plaats. Een première en toch ook weer niet, want het betreft hier een heruitgave van de aloude Ronde Van België. Aangezien deze rittenkoers de laatste jaren een beetje aan het slabakken was, gebruiken de huidige organisatoren, te weten Herman Schueremans van de Torhout-Werchter popconcerten en Aimé Van Hecke van het Nieuwsblad, deze term niet graag. Eigenlijk is de nieuwe organisatie gewoon daarop geënt omdat er dáárvoor wel een plaatsje op de internationale wielerkalender voorzien was en voor een totaal nieuwe organisatie niet.
Herman Schueremans:
Ik heb altijd graag met de fiets gereden. Ik vind het een keiharde sport, waar je een correct karakter kan in kweken. Maar de idee van een eigen wielerwedstrijd is er eigenlijk gekomen via de sticker van Kamagurka « Torhout-Werchter? Geef mij maar Gent-Wevelgem! » die een generatieconflict aantoonde. Aangezien Torhout-Werchter bij jonge mensen wellicht zelfs nog beter klinkt dan Milaan-San Remo of Parijs-Roubaix, vonden we dat we de interesse van de jeugd best opnieuw konden aanzwengelen door een wielerwedstrijd te organiseren tussen onze twee festivalsteden. Daarbij opteerden we van bij de aanvang voor een hoog niveau, het mag zeker geen kermiskoers zijn. Maar daarnaast brengen we bij de start- en aankomstplaatsen ook optredens van rockgroepen zoals Dr.Feelgood, Raymond van het Groenewoud, Arno Hintjens of The Skyblasters omdat dit de jeugd nu eenmaal aanspreekt. Bij Amerikaanse en Engelse rockartiesten is cycling naast rafting (à la Deliverance met een vlot een stroom afvaren) overigens zeer populair, lenk maar aan Peter Gabriel, Elvis Costello of Eric Clapton, en zo hopen we bij de jeugd opnieuw interesse te kweken voor het wielrennen. Dat doen we ook via het element « mode ». Voor de leiderstruien hebben we Walter van Beirendonck, één van de « Antwerpse zes », aangezocht. Dat zijn dan motieven van dierenvellen geworden: een luipaard voor het algemeen klassement, een giraf voor het puntenklassement (voor wie zijn hoofd het eerst over de meet kan steken), een berggeit uiteraard voor het bergklassement, een slangenvel voor de knelpunten (want daarvoor moet je « sneaky » zijn) en een tijger voor de beste jongere. Verder zullen er in de reclamekaravaan ook mensen uit de non-profit sector meerijden, ik denk daarbij op de eerste plaats aan Artsen Zonder Grenzen en Amnesty International. Kortom, we willen vooral het vooroordeel uit de weg ruimen dat wielrennen iets minderwaardigs is. En via die hernieuwde belangstelling hopen we dan ook dat er meer jongeren aan wielrennen gaan doen, zodat de Belgische wielersport misschien aan een heropstanding toe is. Tenslotte is er veel meer kans dat er een Eddy Merckx opduikt, als men tienduizend jongeren heeft die het wielrennen beoefenen dan als het er maar een paar zijn.
— Ik dacht dat het probleem in België niet zozeer de kwantiteit dan wel de kwaliteit was. Dat onze jonge renners niet genoeg karaktersterkte aan de dag konden leggen…
H.S.:
Dat is wel juist, maar als men het hier in België over kwantiteit heeft, dan gaat het voornamelijk over het aantal wedstrijden, want het aantal jonge beoefenaars neemt wel degelijk elk jaar af, hoor. Ik denk dat er op dit moment vele talentvolle jongeren zijn die misprijzend op dat wielrennen neerkijken en liever een andere sport beoefenen. Dat willen wij veranderen. Vandaar ook dat wij er geen kermiskoers willen van maken. Neem nu de koninginnenrit, Torhout-Werchter dus of wat dacht je. Die start in de Vlaamse Ardennen, genoegzaam bekend uit Gent-Gent en de Ronde van Vlaanderen. In het Pajottenland doen we de Alsemberg aan, zoals in de finale van Parijs-Brussel. En dan gaat het tweemaal over de kasseien van Wakkerzeel, samen 16km, bijna een Parijs-Roubaix waardig, over een totale afstand van 250km. Dat is wat anders dan een ritje van 38km in de Tour de France, hé!
— Over de Tour gesproken, gezien juist al die lovenswaardige opties moet je wel erg ongelukkig zijn met de gang van zaken in « la grande boucle » ?
H.S.:
Dat is uiteraard een zeer spijtige zaak, maar daar kunnen wij nu eenmaal niets aan doen en het kan ook niet van aard zijn om een dergelijk evenement als het onze daarom te schrappen. Maar verder, wat kan ik daarover zeggen ? Delgado noch Theunisse zullen bij ons aan de start zijn en we zijn daar zeker niet rouwig om. Voor mij hoeft er overigens geen grote naam te winnen, al zijn wij natuurlijk wel fier dat naast de grote namen uit België en Nederland ook de ploegen van Fondriest en Bugno aan de start zullen zijn. Ik hoop echter gewoon dat de beste wint en dat ervoor geknokt wordt. Dat is ook de inhoud van een brief die de renners voor de start zullen krijgen. Daarnaast krijgen ze ook nog een CD van Michael Jackson.
Als ze dan maar niet « bad » worden

Lees verder “Herman Schueremans wordt 65…”

Jeanne Brabants (1920-2014)

Jeanne Brabants (1920-2014)

Het is al vijf jaar geleden dat de choreografe en danspedagoge Jeanne Brabants is overleden. Ze was 93 jaar. Brabants heeft in 1951 de Antwerpse balletschool en in 1969 het Ballet van Vlaanderen opgericht. Ook een groot aantal choreografieën staan op haar naam. Brabants heeft op die manier haar stempel gedrukt op verschillende generaties dansers in Vlaanderen. Jeanne Brabants was al geruime tijd zwaar ziek en kreeg in september 2013 bovendien ook nog de dood van haar dochter Marianne Van Kerkhoven te verwerken. Haar man was immers Bert Van Kerkhoven (1906–1984), directeur van de toenmalige BRT en vervolgens directeur van de toenmalige KNS. Als ik me niet vergis had ze ook nog een zoon genaamd Jan. In 1983 had ik een telefonisch vraaggesprek met Jeanne Brabants, die toen aan haar laatste seizoen als directeur van het Ballet van Vlaanderen bezig was.
Lees verder “Jeanne Brabants (1920-2014)”

Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje

Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje

Op zondag 25 december 1988 werd in de reeks « Made in Vlaanderen » « Zonderlinge zielen » uitgezonden. Op het inhoudelijke aspect (zowel artistiek als sociaal) werd in De Rode Vaan uitgebreid ingegaan (maar helaas bezit ik deze tekst niet meer). Het leek ons echter gepast om ook even de technische kant van de zaak te belichten. Dit werkwoord is wel goedgekozen, want we willen als allerlaatste lijntje in de geschiedenis van de Rode Vaan, cameraman Michel Van Laer aan het woord laten, een man die voor de prachtige fotografie instaat, niet alleen van deze « Zonderlinge zielen », maar ook nog van tal van andere bekroonde Vlaamse films. Dat hij het laatste woord krijgt, is meteen een beetje als een « Wiedergutmachung » bedoeld, want het is waar dat journalisten al te veel aandacht hebben voor het woord (scenaristen, schrijvers, ja zelfs acteurs en regisseurs vertrekken van een tekst) en te weinig voor de vormgeving, ongetwijfeld omdat ze met het eerste veel beter vertrouwd zijn dan met het tweede.
Lees verder “Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje”