Veertig jaar geleden: “Lange reis naar de nacht” van Eugene O’Neill

Veertig jaar geleden: “Lange reis naar de nacht” van Eugene O’Neill

Een elektrische gitaar hebben Julien Schoenaerts, Jo De Meyere en Dries Wieme niet nodig om ons van hun talent te overtuigen (*). Meer zelfs. Eigenlijk hoeven ze zelfs niet eens hun mond open te doen. De manier waarop Schoenaerts de handen in de zakken steekt, De Meyere zijn hand door zijn vettige haren laat glijden en Wieme zijn wenkbrauwen optrekt, volstaat reeds. Blockbusters dus en Arca buit dit terecht uit door de stukken in functie van de acteurs te stellen en niet andersom.

Lees verder “Veertig jaar geleden: “Lange reis naar de nacht” van Eugene O’Neill” →

Julien Schoenaerts (1925-2006)

Julien Schoenaerts (1925-2006)

Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Antwerpse acteur Julien Schoenaerts is overleden. “Hij wordt unaniem door publiek, pers en theater beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen, een reputatie die soms bijna mythische proporties aannam,” schrijft Wikipedia en inderdaad, die verafgoding stootte mij hevig tegen de borst. Was het daarom, of gewoon uit baldadigheid, of om anders te zijn, of omwille van een paar zaken die ik ben tegengekomen (zie verder), maar ik was géén fan. Zijn beste vertolking vond ik dan ook die van monseigneur Stillemans in Daens, als hij tegen die kruiperige pastoor (gespeeld door Jappe Claes, meen ik me te herinneren) zegt: “Hier neem mijn bisschopsring maar mee, dan kunt ge hem thuis zoveel kussen als ge maar wilt.”

Lees verder “Julien Schoenaerts (1925-2006)” →

Dertig jaar geleden: “Vriend van Verdienste” in Arca

Dertig jaar geleden: “Vriend van Verdienste” in Arca

Het Arcaseizoen ’96-’97 begon met “Vriend van Verdienste” van regisseur Yves Jansen (van “Uitvaren”) naar een roman van Thomas Rosenboom. De homofiele verkrachtingsscène die hierin voorkomt, was middenin de affaire Dutroux natuurlijk goed voor protestbrieven. Het uitdrinken van een emmer stront (niet écht neem ik aan) was ook niet van aard om de mensen op andere ideeën te brengen. Het merkwaardigste was nog dat de roman (uit 1985) gebaseerd is op een historisch feit (uit 1961) toen in een waterput het lijk van de 15-jarige zoon van een schilder werd gevonden, die toen een jaar vermist was. Bleek dat hij gedurende lange tijd was opgesloten in een torenkamertje door twee zoontjes van eerbiedwaardige rechters en door een derde (van lagere komaf) op hun aanstoken gruwelijk vermoord. Tja, Dutroux was blijkbaar inderdaad niet bijster origineel…

Ronny De Schepper