Alejandro Valverde wint in de Vuelta

Alejandro Valverde wint in de Vuelta

Alejandro Valverde (foto’s Erik Westerlinck) heeft vrijdag de zevende etappe in de Ronde van Spanje op zijn naam geschreven. De 39-jarige Spanjaard haalde het na 183,2 kilometer vanuit startplaats Onda tot de aankomst boven op Mas de la Costa in een sprintje voor de Sloveen Primoz Roglic (Jumbo-Visma) en de Colombiaan Miguel Angel Lopez (Astana), die opnieuw de leiderstrui overneemt van Dylan Teuns (Bahrain-Merida). De Limburger verloor na zijn tweede plaats van donderdag ettelijke minuten. (Gazet van Antwerpen)

Lees verder “Alejandro Valverde wint in de Vuelta”

Paul Severs (1948-2019)

Paul Severs (1948-2019)

Het is nu al bijna een maand geleden dat de Vlaamse zanger Paul Severs is gestorven. Ik heb daar destijds niets over geschreven, omdat ik niet dacht iets persoonlijks te kunnen bijdragen tot wat er b.v. op Wikipedia over de man is te vinden. Maar nu herinner ik me plotseling een anekdote die ik toch het vertellen waard vind. Als dit een echt “in memoriam” was, zou ik het kunnen laten verschijnen als “Paul Severs, de man die Donovan versloeg”…
Lees verder “Paul Severs (1948-2019)”

Kristof Goddaert (1986-2014)

Kristof Goddaert (1986-2014)

Vijf jaar geleden kreeg ik een uppercut van belang. In het nieuws keek ik naar het item over een dodelijk ongeval in Antwerpen (tot vóór enkele jaren zou het volstrekt ondenkbaar zijn geweest dat dit in het nieuws zat), waarbij een fietser onder een bus van de MIVB was terecht gekomen. Ik dacht nog terwijl ik die beelden zag: tiens, dat is een koersfiets. Maar goed, enkele minuten later kwam dan het sportnieuws als de journalist van dienst Stefaan Lammens plotseling zei: “We komen nog even terug op dat ongeluk in Antwerpen. Het slachtoffer blijkt profrenner Kristof Goddaert te zijn.” Baf! De klap kwam aan.

Toen ik enkele jaren geleden in herinnering bracht dat Frederiek Nolf vijf jaar geleden was overleden, reageerde Erik Westerlinck, die ook bovenstaande foto heeft gemaakt, daarop met: “Toch ook eventjes stilstaan bij Waaslander Kristof Goddaert die toen zijn kamergenoot was…” Inderdaad. Die jongen was dus echt niet voor het geluk geboren. Ook al zal hij dan de wielergeschiedenis ingaan door als jonge prof toch al tweede te worden in het Belgisch kampioenschap in Geel 2012 na Tom Boonen, nadat hij in 2009 reeds een derde plaats had behaald in datzelfde kampioenschap wielrennen, deze keer in Aywaille na opnieuw Tom Boonen en die andere topper Philippe Gilbert. Tussendoor won hij in 2010 ook nog de derde etappe van de Ronde van Wallonië.

Lees verder “Kristof Goddaert (1986-2014)”

Vijftig jaar geleden: oprichting van de Pop Size

Vijftig jaar geleden: oprichting van de Pop Size
Op 25 november 2016 werd het boek van Dirk Lauwers en Erik Westerlinck over de geschiedenis van ’t Broebelke voorgesteld op het gemeentehuis in Temse. Ik heb het nog niet in handen gehad, dus helemaal zeker weet ik het niet, maar normaal gezien moet dit begonnen zijn vandaag vijftig jaar geleden met de oprichting van een jeugdclub die oorspronkelijk de benaming Pop Size meekreeg. Die naam klonk een aantal beheerraadsleden wat te “progressief” in de oren en werd later afgezwakt naar ’t Broebelke. Dit is wat Dirk Lauwers destijds als inleiding op zijn boek schreef…


Jeugdclub Broebelke : het belang voor de jeugd van Temse en omstreken in de jaren ‘70 (en later) kan nauwelijks worden overschat. De overal in Europa veranderende jeugdcultuur in de gouden jaren ‘60 ging ook in onze gemeente niet onopgemerkt voorbij. Hippe popcultuur in kleding en vooral muziek kwam tot ons via zwart/wit-tv (Brussel Vlaams, Holland 1 en 2) in Avro’s Toppop en Tienerklanken. We luisterden naar Radio Veronica, Northsea, Luxemburg en Caroline (later Mi Amigo). Beatles, Stones, Who, Kinks… schalden door de boxen op onze kamer. De teenagers van Temse hadden nood aan bewegingsvrijheid en vormen van ontspanning die hier nog niet gekend waren. Buiten de klassieke jeugdbewegingen – die zeker grote verdiensten hadden, maar niet echt meegingen in de veranderende jeugdcultuur – was er in Temse niets. Dat veranderde in 1969 met de oprichting van het bescheiden jongerenontmoetingscentrum Pop-Size in het leegstaande houten kerkje op Korea (tuinwijk Hollebeek). Het zou op korte tijd uitgroeien tot het alom bekende Jeugdclub Broebelke. Op socio-cultureel en ontspanningsgebied bood Broebelke heel wat mogelijkheden die toen in Temse niet voorhanden waren: sociale contacten, ontspanning, hobby- en sportclubs. En niet te vergeten de eerste danscontacten met het andere geslacht, vaak de aanloop tot de liefde. Voor velen ook de eerste kennismaking met cultuur, kunst, sport, sociale beleving… Broebelke had een groot aanbod aan hobby- en interesseclubs. De wortels van toneelvereniging Oberon gaan terug op Broebelke. Er werden reizen georganiseerd naar Londen, Spanje, Italië… Voor die tijd: een uitzonderlijk palmares! Naast het Jaarboek (25 euro) is dan ook een dvd verkrijgbaar met meer dan 1.000 foto’s en filmopnamen uit 1971.

Lees verder “Vijftig jaar geleden: oprichting van de Pop Size”

Paul Jacobs wordt zeventig…

Paul Jacobs wordt zeventig…

Radioprogramma’s zoals “De Taalstrijd” en “De Perschefs” waren telkens van de hand van Paul Jacobs. In het jeugdboek “Het raadsel van Rose Cottage” (Lannoo, Tielt, 1986, 155 bladzijden) voert hij ons mee naar Engeland, waar hij zijn nieuwe passie kan botvieren: het speurwerk. Wie herinnert zich immers niet de onverdroten zoektocht naar de gouden klepel of de steen der wijzen die gans Vlaanderen op zijn kop zette? Het brein achter dit programma-onderdeel van “Het vermoeden” was inderdaad Paul Jacobs.

Met zo’n titel, een oud Engels buitenhuis (dit is een “cottage”, in het boek zelf wordt dit typische begrip nergens omschreven; kinderen lezen het zelfs verkeerd, namelijk op z’n Frans) en twee stripauteurs die er inspiratie trachten op te doen, zijn natuurlijk alle ingrediënten voorhanden. Jacobs kwijt zich behoorlijk van zijn taak, traditioneel routineus maar met een moderne ecologische ontknoping, en met doorgaans veel zorg voor de taal, zij het dat ik toch een kanjer van een fout heb ontdekt (ik ben ook een speurneus!). Op bladzijden 150 schrijft hij immers: “Ze hadden afgesproken om elkander met ‘je’ en ‘jij’ aan te spreken”. Aangezien hier over een conversatie in het Engels gaat, dat enkel nog “you” kent (het oude “thou” wordt uitsluitend voor god gebruikt), zal zo’n afspraak toch wel problemen hebben opgeleverd.
OMDAT VOETENKUSSERS BELANGRIJK ZIJN
Daarna duikelde een boekje de redactie binnen met een briefje erbij dat gericht was aan de “Beste”. Daarom dacht ik natuurlijk dat het voor mij bestemd was. “Beste”, zo stond er, “Hierbij laat ik je een recensie-exemplaar sturen van mijn jongste boekje (Paul Jacobs, ‘Een zondag in de Middeleeuwen’, red.). Kenners wijzen op de overeenkomst met ‘Kopstukken’ van Godfried Bomans. Wat zeg jij?”.
Ik zeg dat dit verdomd geklets uit de (dikke) nek is en begin met wantrouwen te lezen. Dat wantrouwen stijgt reeds op pagina 7 als men ziet dat de auteur, nochtans geliefd van omroep Antwerpen en vooral “Het Grote Blufboek” (dit laatste goed te merken), er niet voor terugschrikt om ouwe bakken uit de sloot te halen (“Wie zijn vrouw, verloofde of meisjes had verloren, vernam van Vrolijke Frans dat er nog miljoenen vrouwen waren in de wereld en dat het dom was achter een vrouw of een tram aan te lopen omdat er altijd wel een andere kwam”).
Maar stilaan begon het wantrouwen weg te ebben. Waar ik immers van hou, dat is een boekje met korte, grappige verhaaltjes om ’s morgens op de trein te lezen en de bedienden van het ministerie uit hun hazeslaapje te doen opschrikken door luidkeels blijk te geven van goede luim – iets wat alvast van hén niet kan worden gezegd. Maar van dit boekje wél.
En wanneer ik op pagina 40 persoonlijk ten tonele word gevoerd (“Toen het té gek dreigde te worden, greep De Schepper in”) werd het echt te gek en greep ik in: in de marge streepte ik aan “dit is een grappig boek”, algemeen bekend als de hoogste kwalificatie die ik aan een boek kon toekennen, want zelfs van “Das Kapital” kan dit niet worden gezegd!
De ene na de andere historische figuur die net niet de geschiedenisboeken heeft gehaald passeert de revue en de een is ons nog liever dan de andere. Zo Ahls-t-kannop-mij, de uitvinder van de slogan “bekwame voetenkussers zijn belangrijk” (pagina 67), Kartoffel de Kinderhater, mijn gebuur, die “griezelige geluidjes (kon) maken, zoals daar zijn: die van de weerwolf, de bietebauw, de hulk en Mike Verdrangh” (pagina 70) en vooral Oë, “de winnaar van twee ritten in de Ronde van Palestina”.
Kortom, dit is een meevaller van jewelste geworden en voor de zwakkere schakels kunnen we de auteur zelf citeren die in de gedaante van Simon (!) de Schuine als slotzin peroreert: “Het ene Kurzijfje lijkt immers sprekend op het ander. Of niet soms?” (pagina 88-89).
HET GROTE BLUFBOEK
Daarvoor reeds had Paul Jacobs samen met Erik Strieleman dus een boek geschreven dat zichzelf aandient als “Het Grote Blufboek” en dat ook zijn titel als zodanig waarmaakt. Ongetwijfeld heeft de Antwerpse origine van de auteurs een niet geringe rol gespeeld opdat ze zich behoorlijk van hun taak zouden kunnen kwijten.
“Alles wat ik al heb willen weten maar waarvoor ik te lui ben om me erop toe te leggen” kun je in die boekje in een mum van tijd oprapen. 25 modieuze onderwerpen passeren de revue. Film, wijn, literatuur, reizen, filosofie, gastronomie en vooral feminisme mogen natuurlijk niet ontbreken.
Een paar voorbeelden van modieuze uitspraken:
“De belangrijkste figuur van de Frankfurter Schule was niet Marcuse, maar Habermas”.
“Ik hou van reggae maar niet van Marley”.
“Aan het Bartok-discografie is nog heel wat te doen”.
“Ik kan het bouquet van dit glaasje port onmogelijk thuisbrengen, maar in deze kamer wordt gerookt, waarschijnlijk?”

DE LAATSTE GRAP
In 2010 schreef hij dan de misdaadroman (let op de kwalificatie: terecht niet “thriller”) “De laatste grap”. Die was opgehangen aan alweer een ander programma waaraan hij zijn medewerking verleende, “De Rechtvaardige Rechters”, in het boek omgedoopt tot “De Potentaten”. Ik las het boek vooral om mensen te herkennen en af en toe was dat wel leuk. Zo wordt het programma gepresenteerd door Jan Damiaans, een jongen met een Buddy Holly-bril, en één van de panelleden is Rob Huyghe, die “koket de uiteinden van zijn snor naar boven draaide” (p.181). En natuurlijk is het ook leuk bij de tekstschrijvers zo maar gewoon een Geert aan te treffen.
Over het genre zelf ga ik me niet uitspreken, aangezien ik er niet echt van hou (al lijkt Jacobs me wel te zondigen tegen één van de oerprincipes van het genre, maar hierover kan ik niet uitwijden zonder spoilers), maar waaraan ik me méér stoorde dat waren de seksscènes. Het verwondert me zelfs dat Paul Jacobs nog nooit in aanmerking is gekomen voor de jaarlijkse bekroning van “de slechtste seksscène”.
Maar de core-business van Paul Jacobs is uiteraard zijn humor en op dat vlak is het boek toch alweer geslaagd. Het lijkt er soms wel op alsof hij er al zijn niet-gebruikte vondsten voor “De Rechtvaardige Rechters” erin heeft gestopt, waaronder een aantal (bewust) flauwe, maar who cares?
KAPOOT
Aangemoedigd door zoveel geestigheid schreef ik destijds volgende brief naar Paul Jacobs in zijn hoedanigheid als producer van het TV-programma “De Drie Wijzen”:
“Het moet voor de panelleden niet steeds even makkelijk zijn om voor de finale telkens een verhaal te verzinnen dat grappig is en ongeloofwaardig, maar dat tegelijk toch waar zou kunnen zijn. De beste oplossing voor gebeurtenissen die ‘niet waar’ zijn, maar waarvan de kandidaten dat niet van tevoren met hun ellebogen aanvoelen, lijkt me dan ook een ongeloofwaardig verhaal te vertellen dat iemand anders wél echt overkomen is. Ik dacht bijgevolg dat de volgende anekdote uit mijn jeugd uitstekend in de mond van Walter Grootaers zou liggen, ook al omdat het allemaal draait om een kledingstuk dat door mijn vader als politieagent werd gedragen, wat dus best ook voor Walters vader (als beroepsmilitair) zou kunnen gelden. Dat kledingstuk is een kort manteltje zonder mouwen dat slechts met één knoop (bovenaan uiteraard) wordt vastgemaakt. Zo’n manteltje wordt in het dialect van Temse (maar wie weet ook dat van Lier) een ‘kapoot’ genoemd. Je voelt het al aankomen natuurlijk…
Het verhaal gaat als volgt. Toen ik zo’n jaar of twaalf was, kwam een vriendje tijdens de zomer bij mij spelen. Hij woonde toch wel een eindje van mij af en was dus met de fiets gekomen. Helaas werd zijn strategische terugtocht voor het avondeten belemmerd door zo’n typisch zomerse regenbui. Die bleef maar aanhouden en om Erik, zo heette mijn vriend, toch in staat te stellen op tijd thuis te zijn, stelde mijn moeder voor dat hij dat fameuze manteltje (die ‘kapoot’ dus) zou aandoen.
Goed, tot hiertoe, no problem. Alleen, die jongen woonde in een café en ’s anderendaags gaf mijn moeder mij de opdracht dat manteltje terug te gaan halen. Mij van geen kwaad bewust riep ik reeds van in de deuropening naar de moeder van mijn vriend die, zoals het past, achter de tapkast stond:
‘Célestine, ik kom de kapoot van mijn vader halen die hier nog altijd ligt.’
Het café zat tamelijk goed vol, ik hoef je dus niet te beschrijven wat de reactie was…”
Ik vind het nog altijd een geweldige grap, maar van Jacobs kreeg ik taal nog teken.

Lees verder “Paul Jacobs wordt zeventig…”

Van 23 t.e.m.26 augustus: WK voor persmedewerkers in Roeselare

Van 23 t.e.m.26 augustus: WK voor persmedewerkers in Roeselare

Van 23 t.e.m. 26 augustus wordt in Roeselare het WK voor persmedewerkers gereden. Vrijdag is er de individuele tijdrit, zaterdag de ploegentijdrit en zondag de wegrit. Zoals gewoonlijk kijk ik vooral uit naar de wedstrijden van de zestigplussers, waarin mijn aloude jeugdvriend Erik Westerlinck (in het midden op bovenstaande foto) het onder meer opneemt tegen Wim Van Rooy, Noël Truyens en Hans Vandeweghe. Bij de jongerenkategorieën herkennen we ook nog Bart Schols van Canvas.