Vijftig jaar geleden: laatste concert van The Beatles

Vijftig jaar geleden: laatste concert van The Beatles

Het is al vijftig jaar geleden dat The Beatles optraden bovenop het dak van het Apple-gebouw in Londen. Het zal hun laatste optreden in het openbaar zijn…

Het zogenaamde Get Back-project had de bedoeling om weer terug te keren naar de eenvoud van vroeger. De bedoeling was om weer lekker op te nemen en weer te toeren zonder allerlei toestanden eromheen en dat alles zou dan worden gefilmd, er zou een tournee komen, een single en een album. Dat project faalde deerlijk. Er werd niet getoerd, in de plaats deden ze enkel onaangekondigd op 30 januari 1969 een optreden op het dak van het Apple-gebouw in Londen. De lp kwam er ook niet, alleen een single (“Get Back”) en de film “Let it be” die laat zien hoe de groep uit elkaar valt, o.a. geïllustreerd door de ruzie tussen George Harrison en Paul McCartney. After McCartney criticising a guitar riff played by Harrison on “I’ve Got a Feeling.” Harrison cynically responds: “I’ll play whatever you want me to play, or I won’t play at all if you don’t want to me to play. Whatever it is that will please you, I’ll do it.”
Ook bij de opnames van “Get back” was er ruimte voor menige interpretatie. Zo bestaat er een studio-take waarop Paul McCartney een nogal racistisch getinte tekst zingt, die helemaal past in het kader van de extreem-rechtse predikant Enoch Powell. Later verklaarde Paul (uiteraard) dat het maar een grapje betrof. John daarentegen vond het alvast géén grapje dat Paul tijdens het zingen van “Get back to where you once belonged” naar Yoko Ono zou hebben gekeken.
Ook met de Beatles hun eigen platenlabel Apple liep het slecht af. “Het basisidee achter Apple was in die dagen dat we het jammer vonden dat veel geweldige muzikanten om aan de kost te geraken op hun knieën moesten kruipen voor de grote platenfirma’s. Dat hadden wij als Beatles ook moeten doen voor EMI, en dus beloofden we elkaar dat, als we ooit een beetje geld zouden hebben, dat we dan zouden trachten althans dit onderdeel van het Systeem te kraken.” (George Harrison) Onnodig te zeggen dat niet het Systeem maar zijzelf door deze ondoordachte filantropie werden gekraakt.

Lees verder “Vijftig jaar geleden: laatste concert van The Beatles”

Harry Nilsson (1941-1994)

Harry Nilsson (1941-1994)

Het is vandaag al 25 jaar geleden dat Harry Nilsson (foto YouTube), de drinkebroer van John Lennon (cfr. “the lost weekend”), is overleden aan een hartaanval. Hij is vooral bekend van de hit “Everybody’s Talkin'” (uit de film “Midnight Cowboy”) en het album “Nilsson Schmilsson”.

Nilsson werd geboren in New York als Harry Edward Nilsson III. Kort na de Tweede Wereldoorlog liet zijn vader het gezin in de steek en verhuisde de jonge Nilsson met zijn moeder naar Californië, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. In de avonduren werkte hij bij een bank en overdag schreef Nilsson liedjes voor muziekuitgevers. Enkele hiervan werden in 1964 door Mercury Records als singles uitgegeven, waarvoor Nilsson gebruikmaakte van de artiestennamen Johnny Niles, Foto-Fi Four en Bo Pete. Hij zong kortstondig bij de New Salvation Singers. Het lukte hem aanvankelijk niet om als artiest bekend te raken. Zijn composities werden echter wel opgenomen door bekende muziekgroepen en artiesten, onder wie The Monkees, The Yardbirds, Lulu, Blood, Sweat & Tears (“Without her”) en The Turtles (“The story of rock’n’roll”). Hij schreef tevens drie liedjes voor Phil Spector, die gezongen werden door The Ronettes en het Modern Folk Quartet. In 1966 gaf Tower Records een compilatie van zijn eerste werk uit met als titel “Spotlight on Nilsson”.
Nadat hij in 1967 een contract tekende bij RCA Records werd zijn eerste studioalbum uitgegeven, getiteld “Pandemonium Shadow Show”, dat bij het publiek nauwelijks aansloeg. Het ontving wel positieve recensies en toenmalig Beatleslid John Lennon toonde zich een groot liefhebber van zijn muziek. Bij een persconferentie ter gelegenheid van de oprichting van Apple Records noemden Paul McCartney en hij Nilsson als hun favoriete artiest. Op Nilssons volgende album, “Aerial Ballet”, stond een vertolking van het door Fred Neil geschreven “Everybody’s Talkin'”. De singleversie hiervan werd een grote hit; hij bereikte de top tien in de Verenigde Staten en werd als themalied gebruikt in de door John Schlesinger geregisseerde film “Midnight Cowboy” (1969).
In november 1971 brak hij door met het album “Nilsson Schmilsson”, waarvan in de Verenigde Staten meer dan een miljoen exemplaren verkocht werden. De van dit album afkomstige single “Without You” (oorspronkelijk van Badfinger) werd een nummer één-hit in de Billboard Hot 100 en bezorgde Nilsson in 1972 een Grammy Award. Ook voor de film “The Point”, waarvoor Nilsson de muziek schreef en uitvoerde en die ook als LP werd uitgebracht met het verhaal verteld door Harry Nilsson zelf. In dat jaar oogstte Nilsson ook succes met de singles “Coconut”, “Jump Into the Fire” en “Space Man”. Nilsson werkte vervolgens samen met Ringo Starr aan de film “Son of Dracula” (1974). Hij was bevriend met John Lennon tijdens diens verlaten van Yoko Ono (het zogenaamde “lost weekend”). Lennon produceerde zijn volgende album, “Pussy Cats”. Tijdens de opnamen scheurde Nilsson een van zijn stembanden, waardoor hij niet meer in staat was om te zingen. “Pussy Cats” was het laatste album van Nilsson dat de Amerikaanse top honderd bereikte. Intussen verloor zijn label, RCA Records, interesse en het album “Knnillssonn” werd niet uitgegeven.
In de jaren tachtig trok Nilsson, wiens stemband permanent beschadigd was, zich terug uit de muziekindustrie. In 1988 werd nog wel het album “A Little Touch of Schmilsson in the Night” uitgegeven. Begin jaren negentig bleek zijn manager ervandoor met zijn geld en een faillissement dreigde. Nadat hij in 1993 een hartaanval kreeg, begon hij weer nieuwe liedjes te schrijven en op te nemen. Enkele dagen na de laatste opnamen van het nimmer uitgegeven album “Papa’s Got a Brown New Robe” overleed Nilsson aan een tweede hartaanval. [Wikipedia]

Lees verder “Harry Nilsson (1941-1994)”

Paul Despiegelaere (1954-2013)

Paul Despiegelaere (1954-2013)

Het is al vijf jaar geleden dat Gentenaar Paul Despiegelaere, vooral bekend van The Machines, is overleden. Alhoewel hij in zijn glorieperiode niet zo ver van mijn deur woonde (boven het verdwenen restaurant Roma op het Frankrijkplein), was het toch Peter Van den Eede (nu één van de mannen die het voor het zeggen hebben in het Kunstencentrum Vooruit) die hem ooit eens is gaan interviewen voor De Rode Vaan. Het moet zijn dat ik andere zaken te doen had, want het was zeker niet omdat ik geen fan was. Integendeel! Ik deelde met Paul een grote liefde voor The Beatles en het feit dat ik hun bekendste elpee “A world of Machines” die in de Abbey Road studio’s werd opgenomen heb besproken als was het een postume bootleg-elpee van de Fab Four, vind ik nog altijd één van mijn stilistische hoogstandjes.
Lees verder “Paul Despiegelaere (1954-2013)”

55 jaar geleden: The Beatles brengen een E.P. uit

55 jaar geleden: The Beatles brengen een E.P. uit

Voor de jongsten onder ons (en dan bedoel ik: zij die minder dan vijftig jaar oud zijn): een E.P. of Extended Play is een 45-toerenplaatje dat eruit ziet als een single, maar dat aan elke kant twee nummers bevatte. “In mijn tijd” kostte zo’n plaatje 99 fr. tegenover 66 fr. voor een single. Je deed dus “profijt”, maar tegelijk was het ook duurder dan een single. Vandaar misschien dat het fenomeen in de meeste landen niet is doorgebroken. Alleen in Frankrijk was een E.P. populairder dan een single. En het dient gezegd: al die E.P.’tjes staken altijd in een piekfijn gekartonneerd hoesje. In Engeland was het fenomeen even weinig populair dan bij ons. Maar toch bestond er een aparte hitparade van en The Beatles, die 55 jaar geleden zowat overal op nummer één stonden, besloten dat zij dan ook maar eens een E.P. zouden uitbrengen (*). En werd het een nummer één? Wat had je gedacht?
Lees verder “55 jaar geleden: The Beatles brengen een E.P. uit”

55 jaar geleden: The Beatles als trio

55 jaar geleden: The Beatles als trio

55 jaar geleden verzorgden The Beatles het voorprogramma van de Amerikaanse zangers Chris Montez (links vooraan) en Tommy Roe (rechts vooraan), die op dat moment grote hits hadden met respectievelijk “Let’s dance” en “Sheila”. Toen de tour begon hadden The Beatles enkel een kleine hit gehad met “Love me do”, maar ondertussen was “Please please me” uitgekomen en Beatlemania begon een aanvang te nemen, zodat na amper één dag al de volgorde van optredens werd gewijzigd en The Beatles als laatsten aan bod kwamen. Maar belangrijker nog is dat John Lennon gedurende drie concerten te ziek was om op te treden, zodat The Beatles uitzonderlijk een trio vormden!
Lees verder “55 jaar geleden: The Beatles als trio”