55 jaar geleden: Rod Stewart voor het eerst op televisie

55 jaar geleden: Rod Stewart voor het eerst op televisie

Morgen zal het ook al 55 jaar geleden zijn dat het eerste televisieoptreden van Rod Stewart plaatsvond. Dat was in “Beat Room” op BBC2. Met welk nummer staat er niet bij vermeld, maar ik dacht dat het “Good morning little schoolgirl” zou geweest zijn, waarmee hij even later ook in “Ready Steady Go” was te zien. “Schoolgirl” werd echter pas op 10 september opgenomen…

Rod Stewart treedt op dat moment ongeveer een jaar op in het clubcircuit. Hij had toen onderdak gevonden bij Chris Peers, niet de Belgische ex-wielrenner natuurlijk, want die zou pas twee jaar later geboren worden, maar wel iemand die zich als manager opwierp van mensen die eigenlijk uit het “buskers-circuit” kwamen, zoals Peter Sarstedt (“Where do you go to, my lovely”). Peers zegt over Rod Stewart: “Hij is de grootste vrek die ik ooit heb ontmoet, maar ook bezeten met een onwrikbare wil om er te komen.”
Ondertussen was Chris Blackwell, de zoon van een Engelsman die zich in Jamaica had gevestigd als eigenaar van een bananenplantage, tot de constatatie gekomen dat de lokale muziek (ska, later reggae genoemd) evenzeer een exportproduct kon worden als bananen. Hij vormde zijn eigen label “Island” en liet voor de Westindische gemeenschap in Engeland in 1964 Millie Small een cover van de R&B-hit van Barbie Gaye uit 1957 “My boy Lollipop” opnemen. Voor de mondharmonicasolo plukte hij een muzikant van de straat, maar dat was dan niet Rod Stewart zoals de legende wil, maar wel Jimmy Powell (*).
Met Jimmy Powell and the Five Dimensions werden twee singles opgenomen, “That’s alright”/”I’m looking for a woman” en “I’ve been watching you”/”Sugar babe”, maar het is mogelijk dat Rod hier niet eens op meespeelt, want hij mocht enkel mondharmonica spelen. Vocaal kwam hij hoegenaamd niet aan zijn trekken. Op een bepaald moment wou de manager hem wel eens horen zingen, maar Jimmy Powell vloog toen kwaad van het podium: “I am the lead singer and no-one else!” Toch hield Rod er in 1964 nog een single aan over (“Good Morning Little Schoolgirl”, de klassieker van Big Bill Broonzy), die tijdens de studiotijd van Jimmy Powell and the Five Dimensions werd opgenomen, samen met drummer Bobby Graham, gitarist Brian Daly, pianist Reg Guest en bassist John Paul Jones. Op de B-zijde namen ze “I am gonna move to the outskirts of town” van Welden & Jacobs op. Ondanks een optreden in “Ready Steady Go” (**) werd het een flop omdat de tekst veel te gewaagd was (de opwarmer van “Ready Steady Go” was Gary Glitter die later voor pedofilie zou worden vervolgd). The Yardbirds namen ongeveer tegelijk ook het nummer op, met een afgezwakte tekst, en zelfs die versie ging de mist in.
Jimmy Powell and the Five Dimensions waren Beatle-epigonen, terwijl Rod Stewart liever rhythm and blues wou spelen (al heeft hij later wel zowel Lennon- als McCartney-composities opgenomen), daarom trok hij eruit en werd hij buskend in één van de vele Londense stations opgemerkt door de toenmalige blueslegende Long John Baldry (1941-2005).

Lees verder “55 jaar geleden: Rod Stewart voor het eerst op televisie”

Brian Auger wordt tachtig…

Brian Auger wordt tachtig…

De Britse orgelist Brian Auger wordt vandaag tachtig jaar (foto Eric Koch via Wikipedia). Hij is vooral bekend van Brian Auger and the Trinity met als grootste hit “This wheel’s on fire” van Bob Dylan, gezongen door Brians toenmalige vriendin Julie Driscoll. Zelf ken ik hem echter vooral omdat hij daarvóór een tijdlang met Rod Stewart heeft opgetrokken…

Samen met drummer Mick Waller, basgitarist Rick Brown en sologitarist Vic Briggs maakte Auger deel uit van Steampacket. Hierbij speelde Rod Stewart toen overigens nog tamelijk veel mondharmonica want leider Long John Baldry zelf beschikte natuurlijk ook over een niet onaardig stemgeluid en bovendien nam ook Julie Driscoll een deel van de vocals voor haar rekening.
In 1965 schnabbelde hij (Auger dus) ook bij als freelancer. Zo werd hij ingehuurd om orgel te spelen bij de opname van For Your Love van The Yardbirds. Toen hij in de studio arriveerde, bleek daar geen orgel te staan. Er stond wel een klavecimbel, dus bij gebrek aan beter nam hij dat maar. Na afloop dacht hij: een popnummer met een klavecimbel, dat kan nooit wat worden. Hij zag het verkeerd. For Your Love haalde de derde plaats in de Britse UK Singles Chart en de zesde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
Even later bracht Rod Stewart bij EMI twee singles uit: “The day will come”/Why does it go on” (allebei geschreven door Barry Mason, een man die later voornamelijk met Englebert Humperdinck en Tom Jones zou werken) in november 1965 en “Shake” (van Sam Cooke)/”I just got some” (van ene Mabon, tenzij het hier een drukfout voor alweer die Mason betreft) in april 1966, telkens geproducet door Brian Auger.
Nochtans kon Auger Stewart niet uitstaan. Zoals later Peter Bardens zou bevestigen, was Rod te lui om de handen uit de mouwen te steken wat het opstellen en/of afbreken van het materiaal betreft en was hij ook een erg “rude” tegenover Julie Driscoll (*), alweer een houding die door Bardens zal worden bevestigd.
Eind ’66 splitte Steampacket: Baldry ging naar Bluesology, Briggs naar de nieuwe Animals, Waller naar John Mayall’s Bluesbreakers, Auger en Driscoll richtten hun eigen Trinity op en Rod Stewart sloot zich aan bij Shotgun Express.
In 1969 maakte Auger’s groep een succesvolle tournee door de Verenigde Staten, maar kort daarna vertrok Julie Driscoll. Het restant van de groep ging in juli 1970 uit elkaar. Na een mislukte poging om in Wassenaar (of all places) een jazz commune op te zetten vormde Auger nog in 1970 een nieuwe groep, Oblivion Express. De naam was min of meer een grapje. Auger verwachtte dat de groep maar kort zou bestaan en daarna in de vergetelheid zou verdwijnen. Net als indertijd bij For Your Love had hij het bij het verkeerde eind. De groep hield het acht jaar uit. De groep speelde niet-commerciële jazzrock, maar toch haalde een aantal lp’s de Amerikaanse Billboard Album Charts. In 1975 verhuisde Auger daarom naar de Verenigde Staten, waar hij zich na enige omzwervingen in de buurt van San Francisco vestigde. In 1978 zette Auger dan toch maar een punt achter Oblivion Express.
Auger werd daarna enkel nog gevraagd voor eenmalige projecten. In 1978 maakte hij zo samen met Julie Driscoll het album Encore. Driscoll was inmiddels getrouwd met de jazzpianist Keith Tippett en noemde zich op dit album Julie Tippetts. Vanaf 1990 toerde hij enkele jaren met de zanger Eric Burdon. In 1995 bracht Brian Auger een nieuwe versie van Oblivion Express bij elkaar. Sinds 2000 maken zijn dochter Savannah als zangeres en zijn zoon Karma als drummer deel uit van de groep.

Lees verder “Brian Auger wordt tachtig…”

Vijftig jaar geleden: release van “Honky tonk women”

Vijftig jaar geleden: release van “Honky tonk women”

Morgen zal het al vijftig jaar geleden zijn (wel heel erg kort na de dood van Brian Jones overigens) dat The Rolling Stones de single “Honky tonk women” uitbrachten (al zingen ze wel degelijk over een “honky tonk woman”, enkelvoud) met de al even schitterende B-kant “You can’t always get what you want”.
Lees verder “Vijftig jaar geleden: release van “Honky tonk women””

Gerry Goffin (1939-2014)

Gerry Goffin (1939-2014)

Morgen zal het ook al vijf jaar geleden zijn dat de Amerikaanse songschrijver Gerry Goffin is overleden. We kennen hem vooral als de echtgenoot van singer-songwriter Carole King, waarmee hij in 1959 in het huwelijk was getreden. Ondertussen zijn ze al lang uit elkaar, want Goffin was een womanizer die haar voortdurend bedroog. Al is dat misschien niet het juiste woord, want soms kondigde hij zelfs op voorhand aan met wie hij naar bed zou gaan. Toch kwamen ze later blijkbaar nog altijd goed overeen tot aan zijn dood. En vooral… hun songs hebben eeuwigheidswaarde gekregen. (*)
Lees verder “Gerry Goffin (1939-2014)”

Dertig jaar geleden: release van “Born in the USA”

Dertig jaar geleden: release van “Born in the USA”

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat “Born in the USA” van Bruce Springsteen werd gereleased. In de jaren tachtig maakte ik samen met mijn kinderen een hitparade telkens ze op bezoek kwamen (om de veertien dagen dus) en deze elpee was zeker één van de sterkhouders van die lijst.
Lees verder “Dertig jaar geleden: release van “Born in the USA””