Reggae Peggy

Moet Taptoe het met heel wat minder geld stellen, dan was hun musical « Reggae Peggy » toch ook heel ambitieus van opzet. Er kwam immers film bij te pas, poppenfilm uiteraard maar ook tekenfilm. De kinderen werden aangespoord om op scène met videomateriaal te werken en een heuse reggae-groep, The Skyblasters, moest de muziek van Herman Elegant kleur geven. Alles bij mekaar misschien té veel hooi op de vork. En toch is de ontgoocheling die wij achteraf voelden, niet te wijten aan de risico’s die men heeft genomen, maar wel aan het aller-essentieelste van dergelijke productie : het gebrekkige scenario en meer bepaald de uitermate flauwe dialogen. Grappen als een producer die een « kont-rakt » heeft met een sponsor, dat kan toch niet ! Om dan nog van de vreselijke vermenging van Nederlands met een soort van film-Amerikaans te zwijgen. (De Rode Vaan nr.15 van 1987)

Vina Bovy, de pêle-mêle van een operadiva

Zowel de operaliefhebbers van Antwerpen als die van Gent kunnen we de voorstelling van “Die Fledermaus” aanraden, want ze loopt alternerend in de twee zalen van de Opera voor Vlaanderen. Wat “Die Fledermaus” betreft, uitstekend waren vooral de kleinere partijen, met name de potsierlijke cipier van Kamiel Lampaert, de dik in de verf gestopte gravin van Christiane Lemaitre en het niet te snuggere quatuor militairen van Boudewijn van Averbeke, Frans van Eetvelt, Jean Segani en Barbara Krabbe. Koen Crucke als Janicki daarentegen moet beslist opnieuw wat bijgeschaafd worden. Silveer van den Broeck dirigeerde het geheel met bijzonder veel Schwung. Dat men dit nog altijd kan gaan bekijken mag in Gent misschien verwondering wekken omdat daar ook de speciale Vina Bovy-herdenking loopt die Theater Taptoe in samenwerking met O.V.V. heeft opgezet. Deze dubbele programmatie is echter mogelijk omdat de evocatie van de Gentse operadiva (1900-1983) in de salons plaatsvindt.
Lees verder “Vina Bovy, de pêle-mêle van een operadiva”

Brokkelige Blokken

30 peer van der kreeftOndanks de rode kaart voor theater Poëzien (die met het puur visuele « De feen van Niks » nochtans heeft geprobeerd de kritiek « onvoldoende dramatisering van de gebrachte teksten » in extremis nog te ondervangen) en de ongunstige beoordeling van de KJT-mastodont heeft de Raad van Advies voor Toneelkunst (RAT) zich, zoals enkele weken geleden reeds aangestipt, onverwacht positief uitgelaten over het kinder- en jeugdtheater in Vlaanderen. Dit duidelijk als illustratie van de zegswijze « beter laat dan nooit » want alhoewel het Speeltheater en Stekelbees (beide uit Gent) zeker deze late erkenning verdienen, is het toch de vraag waaraan ze die eer precies nu te danken hebben, nu beide theaters zich juist zijn gaan bezinnen over hun taak en functie, omdat ze zelf inzagen dat ze aan dringend vernieuwing toe waren.
Lees verder “Brokkelige Blokken”

Twintig jaar geleden: Jacqueline Van Quaille in de Munt

Twintig jaar geleden: Jacqueline Van Quaille in de Munt

Eind jaren zeventig zong Jacqueline Van Quaille (foto YouTube: Tristan-duet met Claude Heater) een “La Traviata” met een “sublieme mezza-voce” (althans volgens Willy Maijeur) in een KVO-productie van Luigi Martelli. Ook de enscenering van Guido Maeremans was “een lust voor het oog” (W.M.).
Lees verder “Twintig jaar geleden: Jacqueline Van Quaille in de Munt”

De Waaslandwolf

Deze namiddag (vrijdag 29 december 2000) kan u voor het laatst in het Minnemeerstheater terecht voor “Oink”, de bewerking door Danilo Conti, Antonella Piroli en Freek Neirynck van het uiterst bekende sprookje over de wolf en de drie biggetjes. In zijn stukken voor volwassenen heeft Theater Taptoe de gewoonte om op de politieke actualiteit in te spelen, in dat geval zou dit dan “de wolf en de drie schaapjes” geworden zijn, maar omdat dit een stuk is voor de allerkleinsten heeft men zich toch maar aan de versie met de varkentjes gehouden. Het stuk wordt heel toepasselijk gespeeld door Wennie De Ruyck en Dirk De Strooper.
De Ruyck moet vanavond in de Tinnen Pot ook nog voor de voorlaatste keer de handschoen opnemen tegen Walter De Groote in “Boks” van Marthinus Basson.