Anne Brontë (1820-1849)

Anne Brontë (1820-1849)

Vandaag is het 200 jaar geleden dat Anne Brontë, het jongste en minst bekende zusje van de Brontë-familie, werd geboren. Ik ken haar ook niet zo goed, maar ik wil haar toch dezelfde plaats geven als Emily of Charlotte. Het (niet zo heel geslaagde) schilderij van haar is overigens van de hand van Charlotte.

Lees verder “Anne Brontë (1820-1849)”

George Eliot (1819-1880)

George Eliot (1819-1880)

Ik ben op dit moment “The Mill on the Floss” aan het lezen van George Eliot. Zoals gebruikelijk bij een Victoriaanse roman is het een ‘three-decker’, dus in drie delen. Dat kadert natuurlijk in mijn voornemen om voortaan nog bijna uitsluitend “klassiekers” te lezen, maar voor de rest is het helemaal aan het toeval te wijten.

Lees verder “George Eliot (1819-1880)”

Doris Lessing (1919-2013)

Doris Lessing (1919-2013)

Het zal morgen precies honderd jaar geleden zijn dat schrijfster Doris Lessing (foto Elya via Wikipedia) in Perzië werd geboren. Zij bracht de eerste jaren van haar leven door in Rhodesië (van 1924 tot 1949, tot de echtscheiding uit haar tweede huwelijk met Gottfried Lessing) wat zich zou weerspiegelen in tal van haar autobiografische werken. Daarnaast schreef zij hoofdzakelijk talloze romans, novellen, verhalen (ook voor kinderen, en enkele specifiek over katten), maar ook non-fictie werken, toneelstukken en zelfs operalibretto’s. Zij overleed te Londen op 17 november 2013.

Lees verder “Doris Lessing (1919-2013)”

Bernice Rubens (1928-2004)

Bernice Rubens (1928-2004)

Het is vandaag vijftien jaar geleden dat de Welshe schrijfster Bernice Rubens is overleden. Alhoewel ze in 1970 de prestigieuze Booker Prize had gewonnen met “The Elected Member”, besprak ik destijds in De Rode Vaan haar boek “Huwelijk niet uitgesloten” toch onder de veelzeggende titel “Verveling niet uitgesloten”…

Het huis van Stan Evans en zijn zuster Amy staat in een klein dorpje aan de kust van Wales, een dorpje waar hoegenaamd niets te beleven valt. Stan is een mooie, dromerige, aan zijn rolstoel gekluisterde man. Amy, midden vijftig, is lelijk genoeg om zich een uitgestotene te voelen. Haar levensdoel is al sinds jaren de verzorging van de invalide Stan.
Op een dag wordt Amy zich haar uitzichtloze, kalm voortkabbelende bestaantje bewust en zoekt een uitweg. Al haar emotionele kracht verzamelend doet ze iets ongehoords : ze plaatst onder valse naam een contactadvertentie in een streekblad. Na de benauwende wachttijd komt er tot Amy’s ontsteltenis één enkele brief, ondertekend door… Stan Evans.
Dapper legt ze zich bij de feiten neer, haar wereld zal even klein blijven als hij was. Maar niet meer zo eentonig. Al vlug ontstaat er tussen Amy-onder-pseudoniem en Stan een emotionele en erotische briefwisseling. Alles gaat goed, tot Stan zijn correspondentievriendin wil ontmoeten…
Wie het boek in handen krijgt, zal merken dat wat voorafgaat de flaptekst is. Alweer een recensent die te lui was om het boek te lezen en er zich op die manier vanaf maakt ? Helaas niet. Indien ik vooraf geweten had dat ik daarmee kon volstaan, had ik mij niet doorheen de honderd vijftig pagina’s geworsteld, waarvan bovenstaande tekst de samenvatting is. Maar geef toe, in het merkwaardige genre dat “flapteksten schrijven” toch is, is het een erg geslaagd specimen. Het zet immers aan tot lezen.
Over het boek zelf ben ik minder tevreden. Om een goed boek te hebben zou de samenvatting hooguit vijftig pagina’s mogen overspannen. In werkelijkheid resten er amper veertig bladzijden waarvan de inhoud ons nog niet vooraf wordt meegegeven. In plaats van het (tamelijk originele) gegeven dus in kracht te laten winnen door het beknopt weer te geven wordt het ellenlang uitgesponnen met voor de hand liggende psychologische “verklaringen”. Eén ding staat immers vast : de schrijfster van dit boek is dringend aan een psychiater toe (ofwel is het boek juist op aandringen van een psychiater, tot stand gekomen; therapeutisch schrijven, weet je wel). Waarmee ik overigens niet bedoel dat Bernice Rubens met Amy Evans kan worden gelijkgesteld.
De oorspronkelijke titel van dit boek is “I sent a letter to my love” en het verscheen in 1975, de Nederlandse vertaling van Willem Witteveen dateert uit 1980. Rubens was twintig jaar daarvóór (in 1960 dus) gedebuteerd met “Set on edge” en haar tweede boek (uit 1962), “Madame Sousatzka” werd vele jaren later (in 1988) verfilmd door John Schlesinger met Shirley MacLaine in de titelrol. “I sent a letter” werd eveneens in 1980 in Frankrijk verfilmd door Moshe Mizrahi met Simone Signoret in de hoofdrol en Jean Rochefort als haar broer.

Lees verder “Bernice Rubens (1928-2004)”

Susanna Clarke wordt zestig…

Susanna Clarke wordt zestig…

Het is mij nog niet vaak overkomen: een boek kopen omwille van het “uiterlijk”. Dit was een tijdje geleden wel het geval met “Jonathan Strange & Mr.Norrell” van Susanna Clarke uit 2004 omdat de kaft mij zozeer herinnerde aan “The Quincunx” van Charles Palliser, waaraan ik zoveel plezier heb beleefd. Bovendien was dit boek nog bijna dubbel zo dik! Thuis gekomen was ik niet verbaasd dat de kaft binnenin was voorzien van wervende boodschappen, want dat is ondertussen schering en inslag, maar het was natuurlijk wél opmerkelijk dat bovenaan een aanbeveling prijkte van Palliser (“I could not stop reading until I had finished it”). Tegelijk vernam ik echter van ene Neil Gaiman (mij voor de rest totaal onbekend) dat het ook “the finest English novel of the fantastic was “written in the last seventy years”. Ook niet mis als compliment natuurlijk (want “in the last seventy years” wil wellicht zeggen: “sinds The Lord of the Rings”), maar daar was ik allerminst naar op zoek. Vandaar dat ik op het internet op zoek ging naar meer informatie. En uiteraard kwam ik weer bij Wikipedia terecht…
Lees verder “Susanna Clarke wordt zestig…”