George Eliot (1819-1880)

George Eliot (1819-1880)

Ik ben op dit moment “The Mill on the Floss” aan het lezen van George Eliot. Zoals gebruikelijk bij een Victoriaanse roman is het een ‘three-decker’, dus in drie delen. Dat kadert natuurlijk in mijn voornemen om voortaan nog bijna uitsluitend “klassiekers” te lezen, maar voor de rest is het helemaal aan het toeval te wijten.

Ze kwam namelijk ter sprake in de eerste aflevering van de BBC-reeks over “boeken die de wereld veranderden”. Geheel in het kader van de “political correctness” gingen de drie afleveringen achtereenvolgens over literatuur van en voor vrouwen, over racisme en over klassentegenstellingen. George Eliot hoort dus in de eerste reeks thuis, want ik neem aan dat de meesten wel weten dat zij één van die schrijfsters is die een mannelijk pseudoniem gebruikten omdat zij als vrouw niet au sérieux werden genomen. Eliot wilde vooral ontsnappen aan het stereotype van vrouwen die alleen oppervlakkige romans konden schrijven. In een essay in de Westminster Review van oktober 1856, ‘Silly Novels by Lady Novelists’, zette zij zich af tegen dit genre.

Eigenlijk had men het op de BBC vooral over “Middlemarch” (*), een boek dat ik ook in mijn bezit heb (in diverse uitgaven zelfs), maar tot mijn verrassing bleek “Middlemarch” op onze boekenzolder in Dendermonde te staan, terwijl hier in Gent enkel “The Mill on the Floss” stond als boek van haar hand. Dat is eigenlijk ook logisch, want hier in Gent staat normaal gezien van alle schrijvers altijd het eerste boek (chronologisch) dat we nog niet hebben gelezen. Bij George Eliot was dit dus haar derde, tevens het laatste waarbij de eigentijdse lezers nog niet door hadden dat ze eigenlijk een vrouw was.

Ik ben nog niet ver gevorderd en het is nog de vraag hoe ver ik ga geraken, want ik vind het tot nu toe weinig (zeg maar: niet) boeiend. De lange inleiding door A.S.Byatt heeft ook meer kwaad dan goed gedaan. Maar goed, het is toch een aanleiding om wat nader met de schrijfster kennis te maken. Dit is wat Wikipedia erover schrijft… (of beter gezegd: enkele fragmenten eruit, want de eigenlijke bijdrage is veel te lang).

Mary Anne Evans werd geboren op het landgoed Arbury Hall, waar haar vader rentmeester was. Ze verwerkte veel jeugdherinneringen in haar boeken, vooral in The Mill on the Floss (**). Ze ging eerst naar school in Nuneaton en daarna tussen haar dertiende en zestiende naar een kostschool in Coventry. In Nuneaton raakte ze bevriend met haar onderwijzeres Maria Lewis, een evangelische christen, met wie ze nog jaren bleef corresponderen. Naast haar schoolopleiding las ze veel. Ze had toegang tot de bibliotheek van Arbury Hall, waar ze kennismaakte met de klassieke Griekse schrijvers.

In 1836, toen Mary Anne zestien was, overleed haar moeder. Haar vader haalde haar van school om voor het huishouden te zorgen. In 1841 trouwde Mary Anns broer Isaac. Het echtpaar nam het ouderlijk huis over en Mary Ann (***) verhuisde met haar vader naar Foleshill, een voorstad van Coventry. Daar leerde ze de rijke fabrikant en filantroop Charles Bray en zijn echtgenote Cara kennen, die een kring intellectuelen om zich heen hadden verzameld. Onder hen waren Robert OwenHerbert Spencer en Harriet Martineau. Door het contact met deze vrijdenkers verloor zij haar geloof, dat toch al aan het wankelen was. Dit maakte ook een eind aan de vriendschap met Maria Lewis.

Na de dood van haar vader maakte ze met Charles en Cara Bray een reis naar Zwitserland. Aansluitend verbleef ze een tijdlang in haar eentje in Genève. In 1846 vertaalde ze Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet van David Friedrich Strauss in het Engels. Later, in 1854, vertaalde ze ook Das Wesen des Christentums van Ludwig Feuerbach.

Na haar terugkeer uit Genève trok ze in bij de uitgever John Chapman, die haar vertaling van Strauss had uitgegeven. Ze ging zich nu Marian Evans noemen. Toen Chapman in 1851 het kwartaalblad The Westminster Review kocht, werd zij zijn assistent-uitgever. In feite deed zij al het werk: auteurs aanwerven, hun bijdragen redigeren en de productie van het blad begeleiden. Ze schreef ook zelf artikelen voor het blad. Chapman onderhield een ménage à trois met zijn vrouw en een maîtresse. Toen beide vrouwen Marian gingen verdenken van een relatie met Chapman, moest zij verhuizen (****). Daarna werd ze hevig verliefd op Herbert Spencer, die haar liefde echter niet beantwoordde.

In 1851 leerde ze de schrijver en filosoof George Henry Lewes kennen, die ook bi Lewes was getrouwd en had drie zoons. Zijn vrouw, Agnes Jervis, had echter ook vier kinderen van Thornton Leigh Hunt, een collega-publicist van Lewes. Omdat Lewes de eerste twee kinderen van Agnes met Hunt had erkend, was hij volgens de toenmalige wetgeving medeschuldig aan overspel; om die reden kon hij niet scheiden.

In 1854 besloten Evans en Lewes te gaan samenleven. Als ‘huwelijksreis’ fungeerde een reis naar Weimar en Berlijn. Vanaf dat moment beschouwden ze zich als getrouwd. Ze noemde zich Marian Evans Lewes en sprak over Lewes als haar ‘echtgenoot’. In 1856 begon Marian op aanraden van Lewes fictie te schrijven.  De buitenwereld had grote moeite met een paar dat openlijk ongetrouwd samenwoonde. De eerste jaren werden Evans en Lewes gemeden. Marians familie verbrak alle contacten met haar, ook haar broer Isaac. De verwijdering tussen een broer en een zus is een belangrijk thema in The Mill on the Floss uit 1860. Pas geleidelijk bouwde het paar een nieuwe vriendenkring op, waarbij het feit dat Marian onder de naam George Eliot een succesvolle carrière als romanschrijfster opbouwde, natuurlijk wel een rol speelde.

Een aanzwellend gerucht wilde dat een zekere Joseph Liggins (1806-1872), net als Marian afkomstig uit Nuneaton, George Eliot was. Liggins deed niets om dat gerucht te ontzenuwen. Op een gegeven moment zag George Eliot zich gedwongen haar ware identiteit prijs te geven. Het had geen gevolgen voor haar populariteit. 

In 1860 vertrokken Marian en Lewes voor een reis naar RomeVenetië en Florence. In Florence kwam ze op het idee een historische roman te schrijven over Girolamo Savonarola. De volgende twee jaar besteedde ze aan onderzoek naar Savonarola en het Florence van de vijftiende eeuw. Ze onderbrak haar onderzoekswerk alleen voor het schrijven van haar derde roman Silas Marner, tussen november 1860 en maart 1861. Toen dat boek af was, bracht zij met Lewes een tweede bezoek aan Florence. Het resultaat van haar onderzoek was Romola, haar enige historische roman en ook haar enige roman die in afleveringen werd gepubliceerd in een tijdschrift (het Cornhill Magazine) voor hij in 1863 in boekvorm verscheen.

In termen van verkoopcijfers was Romola een mislukking. Het Cornhill Magazine verkocht niet beter dankzij de publicatie van de roman en het boek liep ook niet. Na alle inspanning die ze in het boek had gestoken, was de schrijfster zwaar teleurgesteld. 

Met haar vijfde roman, Felix Holt, the Radical (1866), die net als haar eerste drie romans in de Engelse Midlands speelde, won ze een deel van het lezerspubliek terug dat ze met Romola was kwijtgeraakt.

Haar volgende boek was een episch gedicht in blank versThe Spanish Gypsy (1868). In zijn tijd was het gedicht populair, maar het wordt nu nauwelijks meer gelezen. In 1874 volgde nog een gedichtenbundel The Legend of Jubal and Other Poems.

In de jaren 1871 en 1872 publiceerde John Blackwood het boek dat de meeste critici als haar beste werk beschouwen: Middlemarch. Het boek verscheen eerst in acht afleveringen met tussenpozen van twee maanden en daarna in vier delen (in plaats van de gebruikelijke drie).

In 1876 publiceerde Blackwood Eliots zevende en laatste roman Daniel Deronda op dezelfde manier, alleen werden de afleveringen nu met tussenpozen van één maand gepubliceerd. Het boek is deels het product van Eliots toenemende belangstelling voor het jodendom. De hoofdpersoon wordt op het eind van het boek gegrepen door het ideaal van een eigen staat voor het Joodse volk. Dit deel van het boek sprak maar weinigen aan.

Marian en Lewes waren inmiddels geheel geaccepteerd en hadden een uitgebreide vriendenkring opgebouwd. In 1877 werden ze ontvangen door prinses Louise, een dochter van koningin Victoria. Victoria was zelf een groot bewonderaarster van de romans van George Eliot.

Marian en Lewes kampten echter allebei met een slechte gezondheid. In 1877 verhuisden ze naar The Heights, een landhuis in het dorpje Witley in Surrey in de hoop dat hun gezondheid daardoor zou verbeteren.

Op 30 november 1878 overleed George Henry Lewes aan maagkanker. Kort na zijn dood publiceerde Blackwood George Eliots laatste boek, de essaybundel Impressions of Theophrastus Such. Daarna wijdde ze zich aan Lewes’ filosofische hoofdwerk The Problems of Life and Mind, dat onvoltooid was toen hij overleed. George Eliot maakte het deel af waar hij aan bezig was.

Op 6 mei 1880 trouwde ze met de Amerikaanse bankier John Cross, die twintig jaar jonger was dan zij. Op 16 juni 1880, tijdens hun huwelijksreis in Venetië, sprong of viel hij van het balkon van hun hotelkamer in het Canal Grande en moest hij gered worden door gondeliers. Na haar huwelijk verzoende Marians broer Isaac zich met haar. Ze gingen weer corresponderen.

Het graf van George Eliot op Highgate Cemetery

Eliot overleed nog in hetzelfde jaar in Londen aan nierfalen. Ze ligt begraven op Highgate Cemetery in Londen, naast Lewes. Isaac kwam naar haar begrafenis. Na haar dood schreef haar weduwnaar Cross haar eerste biografie, die in 1885 verscheen.

(*) “Middlemarch”staat op 1 in de lijst van de honderd beste Britse romans op de website van de BBC.

(**) Zelfs zodanig dat het boek, zeker in de eerste hoofdstukken, iets weg heeft van een jeugdboek. Dat maakt overigens ook heel goed het contrast duidelijk: in haar beschrijvingen is Eliot zeer wijdlopig en oubollig, terwijl de dialogen zo rechtstreeks in een hedendaagse verfilming zouden passen!

(***) De twee schrijfwijzen worden door elkaar gebruikt.

(****) Ze was nochtans zeker geen femme fatale of een oogverblindende schoonheid. Ik moet eerlijk bekennen dat bovenstaande illustratie (komende van de BBC-website) zeer geflatteerd is t.o.v. de andere die op het internet zijn te vinden (wellicht is ze hierop nog erg jong).

Doris Lessing (1919-2013)

Doris Lessing (1919-2013)

Het zal morgen precies honderd jaar geleden zijn dat schrijfster Doris Lessing (foto Elya via Wikipedia) in Perzië werd geboren. Zij bracht de eerste jaren van haar leven door in Rhodesië (van 1924 tot 1949, tot de echtscheiding uit haar tweede huwelijk met Gottfried Lessing) wat zich zou weerspiegelen in tal van haar autobiografische werken. Daarnaast schreef zij hoofdzakelijk talloze romans, novellen, verhalen (ook voor kinderen, en enkele specifiek over katten), maar ook non-fictie werken, toneelstukken en zelfs operalibretto’s. Zij overleed te Londen op 17 november 2013.

Lees verder “Doris Lessing (1919-2013)”

Bernice Rubens (1928-2004)

Bernice Rubens (1928-2004)

Het is vandaag vijftien jaar geleden dat de Welshe schrijfster Bernice Rubens is overleden. Alhoewel ze in 1970 de prestigieuze Booker Prize had gewonnen met “The Elected Member”, besprak ik destijds in De Rode Vaan haar boek “Huwelijk niet uitgesloten” toch onder de veelzeggende titel “Verveling niet uitgesloten”…

Het huis van Stan Evans en zijn zuster Amy staat in een klein dorpje aan de kust van Wales, een dorpje waar hoegenaamd niets te beleven valt. Stan is een mooie, dromerige, aan zijn rolstoel gekluisterde man. Amy, midden vijftig, is lelijk genoeg om zich een uitgestotene te voelen. Haar levensdoel is al sinds jaren de verzorging van de invalide Stan.
Op een dag wordt Amy zich haar uitzichtloze, kalm voortkabbelende bestaantje bewust en zoekt een uitweg. Al haar emotionele kracht verzamelend doet ze iets ongehoords : ze plaatst onder valse naam een contactadvertentie in een streekblad. Na de benauwende wachttijd komt er tot Amy’s ontsteltenis één enkele brief, ondertekend door… Stan Evans.
Dapper legt ze zich bij de feiten neer, haar wereld zal even klein blijven als hij was. Maar niet meer zo eentonig. Al vlug ontstaat er tussen Amy-onder-pseudoniem en Stan een emotionele en erotische briefwisseling. Alles gaat goed, tot Stan zijn correspondentievriendin wil ontmoeten…
Wie het boek in handen krijgt, zal merken dat wat voorafgaat de flaptekst is. Alweer een recensent die te lui was om het boek te lezen en er zich op die manier vanaf maakt ? Helaas niet. Indien ik vooraf geweten had dat ik daarmee kon volstaan, had ik mij niet doorheen de honderd vijftig pagina’s geworsteld, waarvan bovenstaande tekst de samenvatting is. Maar geef toe, in het merkwaardige genre dat “flapteksten schrijven” toch is, is het een erg geslaagd specimen. Het zet immers aan tot lezen.
Over het boek zelf ben ik minder tevreden. Om een goed boek te hebben zou de samenvatting hooguit vijftig pagina’s mogen overspannen. In werkelijkheid resten er amper veertig bladzijden waarvan de inhoud ons nog niet vooraf wordt meegegeven. In plaats van het (tamelijk originele) gegeven dus in kracht te laten winnen door het beknopt weer te geven wordt het ellenlang uitgesponnen met voor de hand liggende psychologische “verklaringen”. Eén ding staat immers vast : de schrijfster van dit boek is dringend aan een psychiater toe (ofwel is het boek juist op aandringen van een psychiater, tot stand gekomen; therapeutisch schrijven, weet je wel). Waarmee ik overigens niet bedoel dat Bernice Rubens met Amy Evans kan worden gelijkgesteld.
De oorspronkelijke titel van dit boek is “I sent a letter to my love” en het verscheen in 1975, de Nederlandse vertaling van Willem Witteveen dateert uit 1980. Rubens was twintig jaar daarvóór (in 1960 dus) gedebuteerd met “Set on edge” en haar tweede boek (uit 1962), “Madame Sousatzka” werd vele jaren later (in 1988) verfilmd door John Schlesinger met Shirley MacLaine in de titelrol. “I sent a letter” werd eveneens in 1980 in Frankrijk verfilmd door Moshe Mizrahi met Simone Signoret in de hoofdrol en Jean Rochefort als haar broer.

Lees verder “Bernice Rubens (1928-2004)”

Susanna Clarke wordt zestig…

Susanna Clarke wordt zestig…

Het is mij nog niet vaak overkomen: een boek kopen omwille van het “uiterlijk”. Dit was een tijdje geleden wel het geval met “Jonathan Strange & Mr.Norrell” van Susanna Clarke uit 2004 omdat de kaft mij zozeer herinnerde aan “The Quincunx” van Charles Palliser, waaraan ik zoveel plezier heb beleefd. Bovendien was dit boek nog bijna dubbel zo dik! Thuis gekomen was ik niet verbaasd dat de kaft binnenin was voorzien van wervende boodschappen, want dat is ondertussen schering en inslag, maar het was natuurlijk wél opmerkelijk dat bovenaan een aanbeveling prijkte van Palliser (“I could not stop reading until I had finished it”). Tegelijk vernam ik echter van ene Neil Gaiman (mij voor de rest totaal onbekend) dat het ook “the finest English novel of the fantastic was “written in the last seventy years”. Ook niet mis als compliment natuurlijk (want “in the last seventy years” wil wellicht zeggen: “sinds The Lord of the Rings”), maar daar was ik allerminst naar op zoek. Vandaar dat ik op het internet op zoek ging naar meer informatie. En uiteraard kwam ik weer bij Wikipedia terecht…
Lees verder “Susanna Clarke wordt zestig…”

Françoise Sagan (1935-2004)

Françoise Sagan (1935-2004)

Vandaag is het al vijftien jaar geleden dat de Franse schrijfster Françoise Sagan is overleden…

Zij werd geboren op 21 juni 1935 als dochter van een schatrijke Parijse industrieel. Ze liet dan ook toen ze debuteerde op zijn vraag haar achternaam Quoirez omdopen in Sagan naar “La Princesse de Sagan”, uit een boek van Marcel Proust. Nadat ze immers voor haar examens aan de Sorbonne was gezakt, had ze met “Bonjour tristesse” een typische roman in de Franse existentialistische traditie geschreven (zoals veel van haar boeken in het Nederlands vertaald door Hubert Lampo, een andere vertaler was Remco Campert). De titel is ontleend aan een gedicht van Paul Eluard.
De ik-persoon, een jong meisje, gaat met haar vader, weduwnaar, en zijn minnares, Elza, naar de zee. Het meisje wordt daar verliefd op een jongeman en beleeft voor de eerste keer de liefde. Een vroegere vriendin van haar vader, de Zweedse Anne Larsen, komt zich bij het stel voegen. Met haar vrouwelijke charmes neemt zij al gauw de overhand op de nog jeugdige en onbeholpen Elza. Daar zij ten zeerste bekommerd is om de studies van de schrijfster neemt deze het op voor Elza, want ze voelt dat het bohémien-bestaan van haar vader in het gedrang komt. Daarom ze ze haar geliefde aan net te doen alsof hij Elza het hof maakt. Haar list slaagt, haar vader wordt jaloers en wil “zijn” minnares weer afhandig maken van die bengel. Anne betrapt hen beiden terwijl ze de liefde bedrijven en vlucht weg. ’s Avonds wordt hen gemeld dat zij een “auto-ongeluk” heeft gehad… Naar verluidt baseerde Paul Simon zijn “Sounds of Silence” op dit boek, of op zijn minst toch op de verfilming door Otto Preminger in 1957 met Jean Seberg in de rol van Cecile en David Niven als haar vader Raymond. Deborah Kerr is Anne en Mylène Demongeot Elza.
Daarop volgde eerst « Un certain sourire » en daarna “Aimez-vous Brahms…”, un livre, qui est representatif pour toute l’oeuvre de cet écrivain, zoals ik destijds in mijn boekbespreking voor de heer Plaquet van het college schreef. En ik ging verder: « Je pense qu’il y a trois raisons qui illustrent cette constatation. Primo: si on ne considère que la forme, Françoise Sagan écrit presque toujours des histoires d’amour. Quand je vous raconterai le contenu, vous verrez que cela vaut aussi dans ce cas-ci. Secundo: ce ne sont pas des amoureux, comme il y en a tant dans le monde, mais les personnages sont presque toujours des cas pathologiques. Ainsi, nous verrons ici que c’est l’amour d’un jeune homme pour une femme, qui a quinze ans de plus que lui et qui, après d’être divorcée de son mari, a une liaison avec un célibataire; tandis que celui-ci connaît encore beaucoup d’autres filles. Enfin tertio: la valeur des livres de Françoise Sagan consiste dans le fait, que dans tous ses livres elle met ses opinions au sujet de certaines modes de vie; sous forme d’une histoire d’amour elle dessine le vide, l’ennui et la solitude des jeunes gens d’un milieu bourgeois, qui essaient en vain de trouver le bonheur. Dans quelque sorte, ses livres témoignent donc d’une philosophie plus ou moins existentialiste.
Cet aspect philosophique est le plus important du livre et c’est à cause de cela que le titre est toujours choisi en rapport avec ses idées et non pas avec l’histoire. Comme nous voyons ici: Aimez-vous Brahms… est dans le livre une phrase sans valeur, car Simon, le jeune homme, le demande à Paula, la femme, pour qu’il puisse sortir avec elle. Mais la phrase est très importante à la lumière de l’idée majeure qui coule à travers tout le livre, c’est à dire: à cause des années, on va accepter la vie comme elle est, sans poser des questions, une mode de vie tout à fait passive. Ainsi Paula, le personnage principal, n’est pas capable à répondre à une question comme Aimez-vous Brahms… car elle n’y a encore jamais pensé. Tandis que Simon, qui est encore jeune, est plein de questions, qui varient entre des questions absurdes comme celle-ci jusqu’à des questions capitales comme La vie a-t-elle une signification? L’amour, qu’est-ce que c’est? etc.
L’histoire d’Aimez-vous Brahms… est en soi très simple. Paula est une femme de trente-neuf ans, qui est divorcée de son mari Marc. Depuis cinq ans elle a une liaison avec Roger, qui a quarante-cinq ans environ. Quandmême ils ne vont pas se marier, parce que Roger dit qu’on doit respecter la liberté de l’un et de l’autre. Mais en réalité c’est seulement lui qui profite de cette liberté, car elle l’aime trop. Cependant, quand Paula, qui est ensemblière, doit travailler chez la riche veuve Van der Besh et y rencontre le fils Simon, qui a vingt-cinq ans, elle se réalise que Roger joue un jeu injuste et elle veut lui rendre la pareille. Donc au début on ne peut pas dire qu’elle aimait Simon, mais ce jeune homme est si amoureux d’elle, qu’à la fin elle prend pitié de lui, en s’imaginant que c’est de l’amour qu’elle ressent.
Simon vient habiter chez elle et ne va même plus travailler à son bureau, où il est avocat. La seule chose qu’il fait c’est d’attendre Paula et, quand elle est là, de l’aimer de tout son coeur. Un soir ils sortent ensemble et dans la salle de bal ils rencontrent Roger. Celui-ci a compris qu’il n’aime que Paula et elle aussi remarque que son amour pour Roger est plus grand que pour Simon. Ainsi quelques jours après elle décide d’en parler avec Roger. Celui-ci promet de la marier. Simon, désespéré, doit quitter la maison. Il a compris qu’au fond elle ne l’a jamais vraiment aimé. Pourtant, Roger a vite oublié sa promesse, car le livre finit comme il a commencé: Roger téléphone à Paula pour dire qu’il ne viendra pas ce soir…
Je ne vais pas dire que j’estime que ce livre est le meilleur de Françoise Sagan. Je l’ai seulement choisi parce que j’avais vu le filme qui me plaisait beaucoup. Il faut même que je dise que ce livre m’ennuyait un peu. Je ne veux pas dire qu’il n’est pas beau, mais j’avais déjà lu quelques oeuvres de Françoise Sagan et à la longue la répétition de toujours la même situation et la même problématique fatiguaient mon esprit. »
In 1960 schreef Sagan haar eerste toneelstuk: “Château en Suède”, een paar jaar later verfilmd door Roger Vadim met Monica Vitti, Jean-Claude Brialy, Curd Jurgens, Suzanne Flon, Jean-Louis Trintignant en Françoise Hardy. Zoals de titel al laat vermoeden, speelt het stuk zich af in een van de wereld afgezonderd kasteel, waar – onder druk van Agathe (Suzanne Flon) – iedereen in 18de eeuwse kledij rondhuppelt. Hugo (Curd Jurgens) is gehuwd met Eléonore (Monica Vitti), maar meteen ook met haar eigenaardige broer (incest?) Sébastien (Jean-Claude Brialy). Deze loopt echter Ophélie (Françoise Hardy) tegen het lijf, de eerste vrouw van Hugo, die haar evenwel heeft laten “begraven”. Het kind is er een beetje tipsy van geworden en dat vergemakkelijkt de betrekkingen met Sébastien, met als gevolg dat een écht kind de gelederen zal komen opvrolijken. Nou ja, dat is veel gezegd. Hugo is zó kwaad dat het tweetal zich dag en nacht moet verstoppen. Gelukkig daagt er een neef op, Eric (Jean-Louis Trintignant), die het hoofd op hol wordt gebracht door Eléonore en daardoor de wraak van de stoere Hugo over zich krijgt. Er wordt een moord op de knecht Gunther (Daniel Emilfork) gefingeerd, ook Sébastien en Ophélie moeten het nog eens ontgelden, het kan dus niet lang meer uitblijven of Eric zal er ook zijn hachje bij verliezen. Hij rent hals over kop weg, maar de sukkel is de sneeuw vergeten die hen isoleert van de “normale” wereld en komt om. Op het einde wordt er echter een nieuwe “neef” aangekondigd…
In juni 1974 werd dit stuk ook opgevoerd door mijn leerlingen van de Vrije Handelsschool Sint-Isidorus in Sint-Niklaas in een regie van Marcel Zaman. Met Paul van Garsse als Sébastien, Sieg Wuyts als Eléonore (dat krijg je natuurlijk op een jongensschool!), Dirk De Lille als Agathe, Walter Cantens als Hugo, Jempi Daelemans als Ophélie, John Munghen als Frédéric, Rony Martens als Gunther en Dirk Gezels als de grootmoeder.
Tegen mei ’68 was Sagan zelf al een symbool geworden van de bourgeoisie. Zo dienden de opvoeringen van “Château en Suède” te worden gestopt. “Le cheval évanoui” kwam toen wellicht zelfs niet eens meer in aanmerking om te worden gespeeld. Dit stuk (in het Nederlands vertaald als “Het gekroonde paard”) gaat, net als “Château” over… verveling (what else). Een rijke vrouw is met een arme edelman getrouwd en ze vervelen zich alle vier te pletter (ze hebben twee vervelende kinderen). Tot de minnaar van de dochter zijn opwachting maakt, samen met zijn zogezegde halfzus. Want eigenlijk zijn de twee op het geld uit van milady. Alle overeenkomsten met “Mama, kijk zonder handen” van Hugo Claus zijn louter toevallig (neem ik aan).
Françoise Sagan had op een bepaald moment ook een relatie met Juliette Gréco, die zelf een biseksuele moeder had, dus die was dat eigenlijk wel gewend. Later had Sagan ook een verhouding met François Mitterand. Het is me niet helemaal duidelijk of dit voor, tijdens of na haar aanwezigheid in het alombekende programma voor literaire masturbators, “Apostrophes”, was, waarin overigens ook “jeugdvriend” Hugo Claus te gast was, maar Françoise Sagan was blijkbaar zo stoned of zo seniel dat ze mooie Hugo niet eens meer herkende.
Ze stierf op 24 september 2004 in een Frans ziekenhuis waarin ze was opgenomen met een longaandoening. In 2008 was er een tweedelige biografische film “Sagan” (met als ondertitel “Un charmant petit monstre”, zoals François Mauriac haar noemde) van Diane Kurys. Ik heb een tijdje naar het eerste deel gekeken, maar uiteindelijk heb ik toch afgehaakt. Dat had enerzijds met een praktische reden te maken. Alhoewel mijn Frans voldoende moet zijn om een dergelijke film te kunnen volgen, had ik toch problemen om de dialogen volledig te begrijpen. Volgens mijn vrouw had dit te maken met hoofdvertolkster Sylvie Testud die volgens haar mompelde en onvoldoende articuleerde. Indien dit al zo was, dan deed ze het toch blijkbaar omdat Françoise Sagan dat zelf ook deed, want ze heeft voor haar vertolking alleszins een César in de wacht gesleept. Nee, persoonlijk dacht ik eerder dat de klankman in de fout was gegaan, zodat de bruitage de dialogen gedeeltelijk overstemde.
De voornaamste reden waarom ik heb afgehaakt was echter dat de leegheid van haar leven me stuitend leek. Het is nog altijd onbegrijpelijk hoe haar naam in de jaren vijftig hier bij ons ooit in één adem met die van Hugo Claus is uitgesproken. Nu ja, ik moet zeker niet uit de hoogte doen want ik heb daar tien jaar later nog goed aan meegedaan. Ik ben nog altijd diep beschaamd over het feit dat ik een boekbespreking (van Toergenjev geloof ik) voor Anton van Wilderode destijds begon met een inleiding over hoe een vriend (in mijn geval Johan de Belie) weliswaar je literaire smaak kan proberen richting te geven, maar dat dit niet altijd lukt: “Dezelfde vriend die me van Françoise Sagan heeft leren houden, kreeg ‘The Picture of Dorian Gray’ van Oscar Wilde met een beleefd bedankje terug…”
Sagan beter dan Wilde! En dat in een verhandeling voor Anton van Wilderode! Akkoord, ik wilde hem wellicht shockeren (ik kende Wilde duidelijk nog niet goed genoeg om te weten dat hij veel méér shockeerde dan Sagan) en reeds een jaar later zou ik aan de universiteit wel verplicht zijn “Dorian Gray” te lezen (en deze keer werd ik er wél verliefd op), maar het affront zal ik mijn hele leven meedragen…

Lees verder “Françoise Sagan (1935-2004)”