Jean Rhys (1890-1979)

Jean Rhys (1890-1979)

Het is vandaag veertig jaar geleden dat de vroegere cabaretdanseres Vivien Grey (echte naam Ella Rees Williams) is overleden. Als Jean Rhys schreef ze met “Wide Sargasso Sea” het verhaal van de eerste mevrouw Rochester, met andere woorden de krankzinnige vrouw die verborgen gehouden wordt in “Jane Eyre” van Charlotte Brontë. (De componist Peter Maxwell Davies deed min of meer hetzelfde met “Miss Donnithorne’s Maggot”, maar dat was dan wel het waar gebeurde verhaal van een oude dame die model stond voor Miss Havisham in “Great Expectations” van Charles Dickens. Ook hier geeft dus de eenzaamheid van de vrouw die vlak voor haar huwelijk in de steek wordt gelaten de hand aan de waanzin die eruit voortvloeit. En uiteindelijk komt ze ook om in een brand!)
Lees verder “Jean Rhys (1890-1979)”

Sue Townsend (1946-2014)

Sue Townsend (1946-2014)

Vijf jaar geleden hoorde ik op de radio dat Sue Townsend, de geestelijke moeder van Adrian Mole, was overleden (foto YouTube). In de jaren tachtig, toen de Adrian Mole-hype hoge toppen scheerde, ontmoette ik haar in de Gentse FNAC, waar ze naartoe gelokt was door Eva Bal van het Speeltheater, dat in die tijd een toneelversie van het populaire boek bracht.
Lees verder “Sue Townsend (1946-2014)”

Régine Deforges (1935-2014)

Régine Deforges (1935-2014)

Het zal morgen ook al vijf jaar geleden zijn dat de Franse schrijfster Régine Deforges op 78-jarige leeftijd is overleden aan een hartaanval. Zij werd vooral bekend met de romancyclus De blauwe fiets waarvan sinds 1983 zo’n tien miljoen boeken zijn verkocht. Mijn vrouw, die graag boeken van lange adem leest, heeft van deze trilogie genoten (het boek is ook verfilmd met Laetitia Casta in de hoofdrol), maar zelf ben ik er nog niet aan toe gekomen. Wel heb ik enkele erotische werken van Régine Deforges gelezen. De socialistische president François Hollande roemde Deforges in een reactie op haar dood als een rebel die zich met hartstocht voor het feminisme en de strijd tegen taboes heeft ingezet. Behalve erotische literatuur schreef Deforges ook de onvermijdelijke kookboeken.
Lees verder “Régine Deforges (1935-2014)”

Elizabeth George wordt zeventig…

Elizabeth George wordt zeventig…

Vandaag wordt de Amerikaanse thrillerauteur Elizabeth George (foto YouTube) net als de Engelse sopraan Emma Kirkby zeventig jaar…

“Luidruchtig, vochtig en volstrekt onvergeeflijk nieste hij de vrouw in het gezicht.”
Ken je die theorie over hoe een openingszin de toon zet voor het hele boek? In dit geval zelfs voor het hele oeuvre, want we spreken over de openingszin van de allereerste roman van Elizabeth George. Die roman heet in het Engels “A great deliverance”, maar in het Nederlands werd het nogal ongeïnspireerd vertaald als “Totdat de dood ons scheidt” (*). Ik weet niet of deze verandering van titel ook op rekening van vertaalster Coby de Groot mag worden geschreven (ik vermoed van niet, dat zal wel een beslissing van de uitgeverij, Bruna, zijn geweest), maar zij is alleszins wél verantwoordelijk voor dat “nieste” dat uiteraard “niesde” moet zijn, want het werkwoord is “niezen” en niet “niesen”, zoals wij in het dialect zeggen. Toch is het niet daarom dat ik deze eerste zin niet “gepast” vind. Dat heeft meer te maken omdat het op een nevenfiguur slaat (**), die verder niet zo heel veel met het verhaal te maken heeft (en de dame tegenover hem al helemààl niet).
Nee, wat de eerste zin had moeten zijn, staat enkele bladzijden verder (p.22): “Op haar dertigste was Barbara Havers beslist een onaantrekkelijke vrouw, die bovendien nog al het mogelijke leek te doen om dat te benadrukken.” De televisiekijkers herkennen hier onmiddellijk actrice Sharon Small, al vind ikzelf dat ze op een bepaalde manier toch wel een zekere charme heeft. Een toegeving aan de kijkers of haar “goede inborst” die af en toe toch eens haar pantser doorbreekt? Alleszins vormt de zin dan de perfecte overgang naar “Was er iemand bij heel Scotland Yard die ze meer haatte dan Lynley? Hij was een wonderbaarlijke combinatie van alles wat zij verachtte: schoolopleiding in Eton, cum laude voor geschiedenis in Oxford, een kostschoolstem en een stamboom die, verdomme, zijn wortels had ergens net aan deze kant van de slag bij Hastings. Van adel. Goed opgevoed. En zo verdomd charmant, dat ze niet begreep waarom elke misdadiger in de stad zich niet gewoon overgaf om de man een plezier te doen.” (p.24) Kortom, Nathaniel Parker ten voeten uit. En de perfecte openingszin.
Elizabeth George is in feite een opmerkelijke “opvolgster” van P.D.James. Alhoewel Amerikaanse (Californië) zijn haar boeken door en door Brits. Dat komt omdat ze oorspronkelijk een cursus Engelse literatuur gaf, gewijd aan het misdaadverhaal. Aan de hand van “The history of the mystery story” van Dorothy L.Sayers analyseerde ze de gekozen romans, die – op uitzondering van Poe – allemaal Engels waren en na vijf, zes jaar vond ze dat ze het eigenlijk net zo goed zelf zou kunnen proberen. Haar hoofdfiguur is de adellijke inspecteur Thomas Lynley, die echter wordt bijgestaan door sergeant Barbara Havers, een typisch “working class” product met een afkeer van de adel, dit is dus wel een uitzondering op de “regel”.
Ondanks haar Amerikaanse afkomst zijn de boeken van Elizabeth George een voorbeeld van het Britse flegma, zoals dat o.m. in een aflevering van “The Inspector Lynley Mysteries” tot uiting komt. Daar krijgt detective Barbara Havers van haar overste (voor één keer eens niet Lynley, die op dat moment een tijdelijke schorsing heeft opgelopen) op een cruciaal moment de raad: “Don’t do anything heroic, Barbara, think of all the paper work.” Met een knipoog naar Lynley trouwens, die zijn schorsing juist te danken had aan de nogal drastische aanpak van een getuige.
Daarna leek het er even op dat Elizabeth George uitgeschreven was. Haar meest recente misdaadromans werden steeds dikker, ingewikkelder en, spijtig genoeg, minder spannend. Terwijl de eerste boeken die ze in de jaren tachtig en negentig schreef rond haar adellijke speurder Thomas Lynley en zijn norse maar doortastende assistente Barbara Havers tot de hoogtepunten van het genre behoren. Maar zie, begin 2016 verscheen “Dag des Oordeels”, een sterke misdaadroman waarin George uitstekend doet wat ze zo goed kan: de rafelige randen van relaties dissecteren, zoals John Vervoort stelt in het Nieuwsblad van 28 januari 2016.
Ook nu weer wordt haar verhaal gesitueerd op het Engelse platteland waar het zo rustig wonen is, tot de misdaad de kop opsteekt. Deze keer is het de dood van een beroemde feministische schrijfster. Maar voor we daar zijn, goed 170 bladzijden, heeft ze al de complexe relaties ontrafeld binnen de familie Goldacre. De moeder werkte als assistente voor de schrijfster maar is een bemoeial die zelfs het leven van haar twee zoons tot een gruwel maakt. Een van hen pleegde zelfdoding. Tijdens een herdenkingsdienst voor hem gaan de poppen aan het dansen. Wanneer de moord op de schrijfster gebeurt, gaan alle poorten van de hel open. Lynley, Havers en de relatief nieuwe speurder Winston Nkata blijven lang uit beeld, maar ook de perikelen in hun levens worden mooi uitgetekend. De titel van het boek mag dan alweer eens flauw zijn, het verhaal toont dat George de spanning nog in de vingers heeft, aldus John Vervoort.

Lees verder “Elizabeth George wordt zeventig…”

Dertig jaar geleden: “vrouwelijke auteurs van erotische literatuur”

Dertig jaar geleden:  “vrouwelijke auteurs van erotische literatuur”

Dertig jaar geleden hadden wij een boekenclub. En “wij” dat waren dan o.a. Anton Stevens, Walter Schelfhout en Hilde Proot. We vergaderden in het Volkshuis in de Sleepstraat, dat toen nog het lokaal van de KP was en zo kwam het IMAVO (de studiedienst van de KP) vragen of zij soms de vergaderingen mochten “organiseren” (omdat ze dan hun subsidieverplichtingen konden nakomen). Dat mochten ze, als ze zich maar niet met ons bemoeiden. Dat hebben ze ook niet gedaan, maar toch zijn we na verloop van tijd vertrokken uit het Volkshuis en vergaderden we voortaan in De Groote Avond, meer bepaald in het zaaltje waar Multatuli nog ooit de Gentenaars had toegesproken. Ondertussen had wel bijna ieder lid van de club eens een boek of een schrijver belicht, behalve ondergetekende. Ik zat toen blijkbaar al in een periode dat ik wel graag naar zulke bijeenkomsten ging, maar dat ik geen zin had om het woord te voeren. Bovendien had ik geen idee welke schrijver of boek ik zou willen belichten. “Wat interesseert je het meest?” vroeg er iemand. “Vrouwelijke auteurs van erotische literatuur” was (toen nog) mijn antwoord. Dus, zo gezegd, zo gedaan…
Lees verder “Dertig jaar geleden: “vrouwelijke auteurs van erotische literatuur””

Iris Murdoch (1919-1999)

Iris Murdoch (1919-1999)

Gisteren was het al twintig jaar geleden dat de Britse schrijfster Iris Murdoch is gestorven.

Iris Murdoch werd geboren in Dublin. Op jonge leeftijd verhuisde ze met haar ouders naar Londen, waar haar vader als ambtenaar werkte. Haar moeder volgde een zangopleiding, maar brak die af toen ze zwanger was van Iris en ze pakte het zingen daarna nooit meer op.
Iris Murdoch bezocht scholen die voor die tijd vooruitstrevend waren. Ze studeerde klassieke talen, geschiedenis en wijsbegeerte aan het Somerville College in Oxford.
In de tijd dat ze lid was van de Britse KP, voelde ze zich verplicht om het zowat met alle kameraden te doen (waardoor ze zich later expliciet tégen promiscuïteit kantte). Toen ze een beurs won voor de VS en naïef haar vroeger lidmaatschap “verklapte”, kon ze die beurs voor the land of the free natuurlijk in haar gat steken. Ze ging dan maar naar… België, waar ze prompt een verhouding begon met Raymond Queneau en via hem met Jean-Paul Sartre, op dat moment de vrijer van Simone de Beauvoir.
Murdoch had een voor die tijd dus erg vrije moraal. Ze had relaties met verscheidene mannen en vaak ook met meerdere tegelijk. Dat waren zonder uitzondering invloedrijke mannen, vaak afkomstig uit de wereld van wetenschap en cultuur.
Er gingen geruchten dat Murdoch ook relaties met vrouwen zou hebben, maar dat ontkende ze altijd. Zo was collega Brigid Brophy verliefd was op haar. Ze bleef echter immuun voor haar verleidingspogingen, omdat ze op dat moment haar wildste jaren reeds achter de rug had. Nadat ze een postuniversitaire opleiding had gevolgd aan het Newnham College in Cambridge, waar Ludwig Wittgenstein haar leraar was, kreeg ze in 1948 immers een baan als onderzoeksassistent (fellow) en mentor aan het St.Anne’s College in Oxford. Daar ontmoette ze in 1954 op een feestje John Bayley, die een soortgelijke functie bekleedde op het naburige St. Anthony’s College. Later werd hij hoogleraar Engels en literatuurcriticus. In 1956 traden ze in het huwelijk en ze leidde voortaan een saai, maar comfortabel huwelijksleven dat haar wel in staat stelde om een reeks succesvolle boeken te schrijven, waarvan het succes echter ook wordt toegeschreven aan haar uitgeefster Norah Smallwood. Vanaf het ogenblik dat Carmen Callil deze job immers overnam en er prat op ging dat ze “geen letter veranderde”, schamperden de critici: ’t is eraan te merken! Trouwens ook Murdoch vond zichzelf inderdaad slechts een middelmatige schrijfster, al kan de terugval ook wel op rekening van haar opdoemende ziekte (Alzheimer) worden geschreven.

Lees verder “Iris Murdoch (1919-1999)”