Veertig jaar geleden: optreden van Kazzen in jeugdclub De Spikkel

Veertig jaar geleden: optreden van Kazzen in jeugdclub De Spikkel

Ondertussen heeft de punkbeweging ook in Vlaanderen een nieuwe impuls gegeven aan beginnende rockgroepen. In 1978 verraste ene Kazzen (van Cassiman) het Vlaamse rock-wereldje met een nederlandstalige single die swingde (swong ?). Dat konden tot dan toe alleen Peter Koelewijn en Raymond van het Groenewoud beweren en… Neerlands Hoop, van wie “Wat ik geleerd heb in dit leven” trouwens min of meer was afgepend. RVHG was producer van deze single en Kazzen (foto Jo Clauwaert) heeft zijn be-wondering voor de Meester overigens nooit weggestoken.

Lees verder “Veertig jaar geleden: optreden van Kazzen in jeugdclub De Spikkel”

Brian Auger wordt tachtig…

Brian Auger wordt tachtig…

De Britse orgelist Brian Auger wordt vandaag tachtig jaar (foto Eric Koch via Wikipedia). Hij is vooral bekend van Brian Auger and the Trinity met als grootste hit “This wheel’s on fire” van Bob Dylan, gezongen door Brians toenmalige vriendin Julie Driscoll. Zelf ken ik hem echter vooral omdat hij daarvóór een tijdlang met Rod Stewart heeft opgetrokken…

Samen met drummer Mick Waller, basgitarist Rick Brown en sologitarist Vic Briggs maakte Auger deel uit van Steampacket. Hierbij speelde Rod Stewart toen overigens nog tamelijk veel mondharmonica want leider Long John Baldry zelf beschikte natuurlijk ook over een niet onaardig stemgeluid en bovendien nam ook Julie Driscoll een deel van de vocals voor haar rekening.
In 1965 schnabbelde hij (Auger dus) ook bij als freelancer. Zo werd hij ingehuurd om orgel te spelen bij de opname van For Your Love van The Yardbirds. Toen hij in de studio arriveerde, bleek daar geen orgel te staan. Er stond wel een klavecimbel, dus bij gebrek aan beter nam hij dat maar. Na afloop dacht hij: een popnummer met een klavecimbel, dat kan nooit wat worden. Hij zag het verkeerd. For Your Love haalde de derde plaats in de Britse UK Singles Chart en de zesde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
Even later bracht Rod Stewart bij EMI twee singles uit: “The day will come”/Why does it go on” (allebei geschreven door Barry Mason, een man die later voornamelijk met Englebert Humperdinck en Tom Jones zou werken) in november 1965 en “Shake” (van Sam Cooke)/”I just got some” (van ene Mabon, tenzij het hier een drukfout voor alweer die Mason betreft) in april 1966, telkens geproducet door Brian Auger.
Nochtans kon Auger Stewart niet uitstaan. Zoals later Peter Bardens zou bevestigen, was Rod te lui om de handen uit de mouwen te steken wat het opstellen en/of afbreken van het materiaal betreft en was hij ook een erg “rude” tegenover Julie Driscoll (*), alweer een houding die door Bardens zal worden bevestigd.
Eind ’66 splitte Steampacket: Baldry ging naar Bluesology, Briggs naar de nieuwe Animals, Waller naar John Mayall’s Bluesbreakers, Auger en Driscoll richtten hun eigen Trinity op en Rod Stewart sloot zich aan bij Shotgun Express.
In 1969 maakte Auger’s groep een succesvolle tournee door de Verenigde Staten, maar kort daarna vertrok Julie Driscoll. Het restant van de groep ging in juli 1970 uit elkaar. Na een mislukte poging om in Wassenaar (of all places) een jazz commune op te zetten vormde Auger nog in 1970 een nieuwe groep, Oblivion Express. De naam was min of meer een grapje. Auger verwachtte dat de groep maar kort zou bestaan en daarna in de vergetelheid zou verdwijnen. Net als indertijd bij For Your Love had hij het bij het verkeerde eind. De groep hield het acht jaar uit. De groep speelde niet-commerciële jazzrock, maar toch haalde een aantal lp’s de Amerikaanse Billboard Album Charts. In 1975 verhuisde Auger daarom naar de Verenigde Staten, waar hij zich na enige omzwervingen in de buurt van San Francisco vestigde. In 1978 zette Auger dan toch maar een punt achter Oblivion Express.
Auger werd daarna enkel nog gevraagd voor eenmalige projecten. In 1978 maakte hij zo samen met Julie Driscoll het album Encore. Driscoll was inmiddels getrouwd met de jazzpianist Keith Tippett en noemde zich op dit album Julie Tippetts. Vanaf 1990 toerde hij enkele jaren met de zanger Eric Burdon. In 1995 bracht Brian Auger een nieuwe versie van Oblivion Express bij elkaar. Sinds 2000 maken zijn dochter Savannah als zangeres en zijn zoon Karma als drummer deel uit van de groep.

Lees verder “Brian Auger wordt tachtig…”

Pete Seeger (1919-2014)

Pete Seeger (1919-2014)

Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat de Amerikaanse folkzanger Pete Seeger werd geboren. Seeger maakte van de traditional “We shall overcome” een populaire protestsong. In de jaren zestig werd het overal gezongen: op straten, op pleinen, op scholen, op fabrieken, aan universiteiten, in kazernes… Seeger was een bezieler van de Amerikaanse folkmuziek en burgerrechtenactivist. Hij schreef ook hits als “If I had a hammer” en “Turn, turn, turn”.

Pete Seeger was de zoon van een “muzikaal archeoloog” wat de volksmuziek aangaat en van de ten onrechte vergeten componiste Ruth Crawford. Zijn halfzus Peggy zou later emigreren naar Engeland en daar huwen met folk- en protestzanger Ewan MacColl.
Seeger begon als lid van de groep van Woody Guthrie (The Almanac Singers). Seeger had eerst nog sociologie gestudeerd in Harvard (hij zat in dezelfde klas als John Kennedy), maar als het vak niet aan zijn verwachtingen beantwoordt, dropt hij out en begint een zwervend bestaan als protestzanger. Zijn eerste echte optreden is op het Grapes of Wrath-festival, een benefiet ten voordele van de migranten waarover John Steinbeck het had in zijn boek. Daar heeft hij ook Woody Guthrie leren kennen. Toen hij later samen met Lee Hays en Millard Lampell The Almanac Singers stichtte, zou Woody pas later aansluiten. Dus het is niet helemaal correct van dit “Woody’s groep” te noemen…
Peter Seeger brak vooral in de jaren vijftig door als lid van The Weavers. Ondertussen was Seeger echter op de zwarte lijst beland door zijn linkse sympathieën, waardoor hij meer dan tien jaar van de commerciële televisie gebannen werd. Pete Seeger zelf moet dan ook zowat de enige veroordeelde zijn (één jaar gevangenisstraf) die dit een zegen vond voor hemzelf. Met The Weavers waren ze immers ontzettend populair geworden (met “Goodnight Irene”, “On top of Old Smokey” en “If I had a hammer”), zodat ze de zogenaamde hootenannies hadden geruild voor chique nightclubs en dat zag Seeger helemaal niet zitten. Hij ging liever verder met het organiseren van hootenannies, ook nadat ze verboden waren door Joe McCarthy, gesteund door een campagne van de “New York Times”. In de periode van het McCarthisme werden er andere “hootenannies” georganiseerd, waarbij men eerst trouw moest zweren aan de Amerikaanse grondwet vooraleer te mogen optreden! Een comedy-duo Allen & Grier bracht hier zelfs een parodie over uit: “It’s better to be rich than ethnic”. Het mocht niet baten: Seeger vond dit “de meest smakeloze folkgroep ooit” (Leo Blokhuis, Het Plaatjesboek, p.118). De mannelijke helft van het duo was Jake Holmes, die later o.a. de componist zou worden van “Dazed and confused” van Led Zeppelin.
In de jaren zestig lag Pete Seeger aan de basis van de folkrevival. Hij speelde vaak op een twaalfsnarige gitaar of een vijfsnarige banjo en promootte folkmuziek als levend Amerikaans erfgoed en als een manier om dingen te veranderen. Op 8 juni 1963 zong hij in Carnegie Hall (New York) “Who killed Norma Jean?”, naar het gedicht van Norman Rosten, een vriend van Marilyn Monroe. Een regelrechte hit werd zijn versie van Guantanamera. Op een live-elpee zingt Pete Seeger daarvóór « Estadio Chile » van de vermoorde Chileense zanger en dichter Victor Jara.
Als songschrijver is hij bekend van klassiekers als “Where have all the flowers gone?” dat hij schreef met Joe Hickerson, “If I had a hammer” dat hij schreef met Lee Hays van The Weavers, “Turn, turn, turn” dat een nummer 1 hit werd voor de Byrds in 1965 en “Which side are you on” over de mijnstaking van 1932 in Kentucky en “The bells of Rhymney”.
Aan dit laatste nummer is een heel verhaal verbonden. A budding poet Idris Davies had vowed to educate himself and leave behind his life of toil as a miner in Rhymney. During the general strike of 1926 he wrote “The bells of Rhymney”. The poem, published by Davies in his first book “Gwalia Deserta” in 1938, had been inspired by the hardship of the mining communities and was written in a style similar to the nursery rhyme “Oranges and Lemons”. The poem was set to music by folk singer Pete Seeger in 1957.
Pete Seeger: “I ran across a book by Dylan Thomas with a chapter called Welsh Poetry in the English language, and there were the words to The Bells of Rhymney.
The song became a folk rock standard and was covered by The Byrds in 1965 and later by many others, including Jimmy Page, Judy Collins, Dick Gaughan, Cher, Robyn Hitchcock, John Denver, the Oysterband, Robin Williamson and The Alarm. It has also been performed by Bob Dylan in live concerts. At a solo concert in London in the early 2000s, Byrds lead guitarist and singer Roger McGuinn confessed that he had been pronouncing the word “Rhymney” incorrectly for over 40 years until his error had been pointed out to him by a lady from South Wales. It should be pronounced ‘Rhumney’, whereas The Byrds had sung about the bells of ‘Rhimney’ following the lead of Pete Seeger.
Zelfs charmezangeres ef=”https://ronnydeschepper.com/2013/03/23/tielrode-en-temse-vieren-marva-oud-inwoonster-van-tielrode/”>Marva vertrouwde mij in een interview toe dat ze “al zijn platen” had (Seeger: “Ha, dat zijde gij die al mijn platen heeft!”).
Hij was een mentor voor jonge folk- en protestzangers in de jaren zestig, met op kop Bob Dylan. Pete Seeger zou later nochtans het protest tegen de elektrische Dylan aanvoeren, maar tegen de tijd dat ook Bruce Springsteen uit zijn repertoire putte op het album “We shall overcome: the Seeger Sessions” had hij zich blijkbaar al met de uitvinding van het stopcontact verzoend, want in 2009 brachten Seeger en Springsteen samen “This land is your land” op de inauguratie van president Obama. Springsteen omschreef Seeger als “het levende archief van de Amerikaanse muziek en het Amerikaanse geweten, een testament van de kracht van liedjes en cultuur om de geschiedenis een duwtje te geven”.
Seeger bleef actief in de protestbeweging, zo stapte hij nog mee in de Occupy Wall Street-betoging in New York in 2011 (foto).

Lees verder “Pete Seeger (1919-2014)”

55 jaar geleden: Bob Dylan trapt het af bij Ed Sullivan

55 jaar geleden: Bob Dylan trapt het af bij Ed Sullivan

Op 12 mei 1963 weigerde Bob Dylan op te treden in het zeer populaire Amerikaanse televisieprogramma The Ed Sullivan Show omdat hij de song “Talking John Birch Society Blues” niet mocht brengen. Time Magazine besteedde er in de persoon van Jennifer Latson ook aandacht aan op 12 mei 2015.
Lees verder “55 jaar geleden: Bob Dylan trapt het af bij Ed Sullivan”

Top 100 aller tijden

Top 100 aller tijden

Eigenlijk kadert het ook in die herstructurering van mijn blog, maar met het eindejaar in zich is het misschien toch wel leuk om ze nog eens te hernemen: die vermaledijde top 100 aller tijden van de rv-lezers. Ze is ondertussen wel gewijzigd, onder invloed van een aantal lezers van mijn blog, maar zoals gezegd is ze oorspronkelijk tot stand gekomen met bitter weinig inzendingen zodat we bij de winnaars, die door de fameuze “onschuldige hand” uit de mand werden gehaald, uiteraard enkele bekende namen aantreffen, zoals die van Marc De Decker (Sint-Niklaas), René De Greef (Berchem), Johan Ghyselen (Gent), Marc Van der Haegen (Ninove) en Patrick Van de Vijver (Mariakerke). Tegelijk dient ze nu dus als uitgangspunt om verder aangevuld te worden door lezers die daar zin in hebben.
Lees verder “Top 100 aller tijden”