Pete Seeger (1919-2014)

Pete Seeger (1919-2014)

Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat de Amerikaanse folkzanger Pete Seeger werd geboren. Seeger maakte van de traditional “We shall overcome” een populaire protestsong. In de jaren zestig werd het overal gezongen: op straten, op pleinen, op scholen, op fabrieken, aan universiteiten, in kazernes… Seeger was een bezieler van de Amerikaanse folkmuziek en burgerrechtenactivist. Hij schreef ook hits als “If I had a hammer” en “Turn, turn, turn”.

Pete Seeger was de zoon van een “muzikaal archeoloog” wat de volksmuziek aangaat en van de ten onrechte vergeten componiste Ruth Crawford. Zijn halfzus Peggy zou later emigreren naar Engeland en daar huwen met folk- en protestzanger Ewan MacColl.
Seeger begon als lid van de groep van Woody Guthrie (The Almanac Singers). Seeger had eerst nog sociologie gestudeerd in Harvard (hij zat in dezelfde klas als John Kennedy), maar als het vak niet aan zijn verwachtingen beantwoordt, dropt hij out en begint een zwervend bestaan als protestzanger. Zijn eerste echte optreden is op het Grapes of Wrath-festival, een benefiet ten voordele van de migranten waarover John Steinbeck het had in zijn boek. Daar heeft hij ook Woody Guthrie leren kennen. Toen hij later samen met Lee Hays en Millard Lampell The Almanac Singers stichtte, zou Woody pas later aansluiten. Dus het is niet helemaal correct van dit “Woody’s groep” te noemen…
Peter Seeger brak vooral in de jaren vijftig door als lid van The Weavers. Ondertussen was Seeger echter op de zwarte lijst beland door zijn linkse sympathieën, waardoor hij meer dan tien jaar van de commerciële televisie gebannen werd. Pete Seeger zelf moet dan ook zowat de enige veroordeelde zijn (één jaar gevangenisstraf) die dit een zegen vond voor hemzelf. Met The Weavers waren ze immers ontzettend populair geworden (met “Goodnight Irene”, “On top of Old Smokey” en “If I had a hammer”), zodat ze de zogenaamde hootenannies hadden geruild voor chique nightclubs en dat zag Seeger helemaal niet zitten. Hij ging liever verder met het organiseren van hootenannies, ook nadat ze verboden waren door Joe McCarthy, gesteund door een campagne van de “New York Times”. In de periode van het McCarthisme werden er andere “hootenannies” georganiseerd, waarbij men eerst trouw moest zweren aan de Amerikaanse grondwet vooraleer te mogen optreden! Een comedy-duo Allen & Grier bracht hier zelfs een parodie over uit: “It’s better to be rich than ethnic”. Het mocht niet baten: Seeger vond dit “de meest smakeloze folkgroep ooit” (Leo Blokhuis, Het Plaatjesboek, p.118). De mannelijke helft van het duo was Jake Holmes, die later o.a. de componist zou worden van “Dazed and confused” van Led Zeppelin.
In de jaren zestig lag Pete Seeger aan de basis van de folkrevival. Hij speelde vaak op een twaalfsnarige gitaar of een vijfsnarige banjo en promootte folkmuziek als levend Amerikaans erfgoed en als een manier om dingen te veranderen. Op 8 juni 1963 zong hij in Carnegie Hall (New York) “Who killed Norma Jean?”, naar het gedicht van Norman Rosten, een vriend van Marilyn Monroe. Een regelrechte hit werd zijn versie van Guantanamera. Op een live-elpee zingt Pete Seeger daarvóór « Estadio Chile » van de vermoorde Chileense zanger en dichter Victor Jara.
Als songschrijver is hij bekend van klassiekers als “Where have all the flowers gone?” dat hij schreef met Joe Hickerson, “If I had a hammer” dat hij schreef met Lee Hays van The Weavers, “Turn, turn, turn” dat een nummer 1 hit werd voor de Byrds in 1965 en “Which side are you on” over de mijnstaking van 1932 in Kentucky en “The bells of Rhymney”.
Aan dit laatste nummer is een heel verhaal verbonden. A budding poet Idris Davies had vowed to educate himself and leave behind his life of toil as a miner in Rhymney. During the general strike of 1926 he wrote “The bells of Rhymney”. The poem, published by Davies in his first book “Gwalia Deserta” in 1938, had been inspired by the hardship of the mining communities and was written in a style similar to the nursery rhyme “Oranges and Lemons”. The poem was set to music by folk singer Pete Seeger in 1957.
Pete Seeger: “I ran across a book by Dylan Thomas with a chapter called Welsh Poetry in the English language, and there were the words to The Bells of Rhymney.
The song became a folk rock standard and was covered by The Byrds in 1965 and later by many others, including Jimmy Page, Judy Collins, Dick Gaughan, Cher, Robyn Hitchcock, John Denver, the Oysterband, Robin Williamson and The Alarm. It has also been performed by Bob Dylan in live concerts. At a solo concert in London in the early 2000s, Byrds lead guitarist and singer Roger McGuinn confessed that he had been pronouncing the word “Rhymney” incorrectly for over 40 years until his error had been pointed out to him by a lady from South Wales. It should be pronounced ‘Rhumney’, whereas The Byrds had sung about the bells of ‘Rhimney’ following the lead of Pete Seeger.
Zelfs charmezangeres ef=”https://ronnydeschepper.com/2013/03/23/tielrode-en-temse-vieren-marva-oud-inwoonster-van-tielrode/”>Marva vertrouwde mij in een interview toe dat ze “al zijn platen” had (Seeger: “Ha, dat zijde gij die al mijn platen heeft!”).
Hij was een mentor voor jonge folk- en protestzangers in de jaren zestig, met op kop Bob Dylan. Pete Seeger zou later nochtans het protest tegen de elektrische Dylan aanvoeren, maar tegen de tijd dat ook Bruce Springsteen uit zijn repertoire putte op het album “We shall overcome: the Seeger Sessions” had hij zich blijkbaar al met de uitvinding van het stopcontact verzoend, want in 2009 brachten Seeger en Springsteen samen “This land is your land” op de inauguratie van president Obama. Springsteen omschreef Seeger als “het levende archief van de Amerikaanse muziek en het Amerikaanse geweten, een testament van de kracht van liedjes en cultuur om de geschiedenis een duwtje te geven”.
Seeger bleef actief in de protestbeweging, zo stapte hij nog mee in de Occupy Wall Street-betoging in New York in 2011 (foto).

Lees verder “Pete Seeger (1919-2014)”

55 jaar geleden: Bob Dylan trapt het af bij Ed Sullivan

55 jaar geleden: Bob Dylan trapt het af bij Ed Sullivan

Op 12 mei 1963 weigerde Bob Dylan op te treden in het zeer populaire Amerikaanse televisieprogramma The Ed Sullivan Show omdat hij de song “Talking John Birch Society Blues” niet mocht brengen. Time Magazine besteedde er in de persoon van Jennifer Latson ook aandacht aan op 12 mei 2015.
Lees verder “55 jaar geleden: Bob Dylan trapt het af bij Ed Sullivan”

Top 100 aller tijden

Top 100 aller tijden

Eigenlijk kadert het ook in die herstructurering van mijn blog, maar met het eindejaar in zich is het misschien toch wel leuk om ze nog eens te hernemen: die vermaledijde top 100 aller tijden van de rv-lezers. Ze is ondertussen wel gewijzigd, onder invloed van een aantal lezers van mijn blog, maar zoals gezegd is ze oorspronkelijk tot stand gekomen met bitter weinig inzendingen zodat we bij de winnaars, die door de fameuze “onschuldige hand” uit de mand werden gehaald, uiteraard enkele bekende namen aantreffen, zoals die van Marc De Decker (Sint-Niklaas), René De Greef (Berchem), Johan Ghyselen (Gent), Marc Van der Haegen (Ninove) en Patrick Van de Vijver (Mariakerke). Tegelijk dient ze nu dus als uitgangspunt om verder aangevuld te worden door lezers die daar zin in hebben.
Lees verder “Top 100 aller tijden”

Vijftien jaar geleden: the concert for George (Harrison)

Vijftien jaar geleden: the concert for George (Harrison)

The Concert for George was held at the Royal Albert Hall in London on 29 November 2002 as a memorial to George Harrison on the first anniversary of his death. The event was organised by Harrison’s widow, Olivia, and son, Dhani, and arranged under the musical direction of Eric Clapton and Jeff Lynne. The profits from the event went to the Material World Charitable Foundation, an organisation set up by Harrison.
Lees verder “Vijftien jaar geleden: the concert for George (Harrison)”

Emile Swillens (1943-2017)

Emile Swillens (1943-2017)

“Oh lamentable day!” Ik haal er heel toepasselijk Shakespeare bij (Romeo and Juliette) om mijn gemoedstoestand op dit moment te beschrijven. Deze morgen haal ik uit mijn brievenbus een doodsbrief die daar dus ipso facto reeds van gisteren moet hebben gezeten. Dat is sowieso altijd schrikken, maar toen ik hem opende was ik helemaal van de kaart. Miel Swillens – op zijn doodsbrief “Emile”, zoals hij zich in zijn latere leven inderdaad graag liet noemen – één van de mentors in mijn jonge leven, is “onverwachts (zeg dat wel!) van ons heengegaan te Zevergem op 14 augustus 2017″. Zo meldt ons zijn echtgenote Rhoda Sivewright. Wat hij in Zevergem zat te doen, weet ik niet, maar het was blijkbaar niet toevallig, want de kerkelijke uitvaart vindt eveneens plaats in Zevergem, meer bepaald in de parochiekerk op donderdag 24 augustus om 10.30 uur. Ik vermoed dus dat hij vrij recent naar daar is verhuisd en dat hij niet meer op het appartement in mijn buurt woonde. Ik ben hem dan ook al een tijdje niet meer tegengekomen, maar de laatste keer dat ik hem heb gezien liet alleszins niets vermoeden dat er iets met zijn gezondheid aan de hand was. Onderstaande tekst staat al sinds jaar en dag op mijn blog. Ik heb hem ongewijzigd gelaten. Hij gaat immers over de levende Miel Swillens en dat zal hij voor mij altijd zijn: alive and (softly) kicking
Lees verder “Emile Swillens (1943-2017)”