Hoe zou het nog zijn met… ? 11.Mieke Felix

Hoe zou het nog zijn met… ? 11.Mieke Felix

Na bijna dertien jaar nam de artistieke leidster van Theater Poëzien, Mieke Felix, afscheid van het theater dat ze samen met Robert Van Yper heeft opgericht. Deze werd nu algemeen directeur. Als zakelijk leider wordt hij opgevolgd door Yvonne Peiren en als nieuwe artistieke leider werd Eddy Vereycken aangezocht. Bij haar afscheid wilde Mieke Felix er eerst en vooral de nadruk op leggen dat haar vertrek bij Theater Poëzien “volledig” was…

Lees verder “Hoe zou het nog zijn met… ? 11.Mieke Felix”

Een stuk tussen twee stoelen

Een stuk tussen twee stoelen

Wat zijn de moeilijkste stukken om te schrijven ? Zeker niet die van Ionesco of Beckett, noch van Genet of Muller als u het mij vraagt, al zien die er op het eerste gezicht erg « moeilijk » uit. Neen, de meeste inspanning, de meeste omzichtigheid, het meeste inzicht is vereist als men een stuk wil schrijven voor kleuters (tussen 2 en 6 jaar). Het zijn dan ook uitzonderingen die er zich aan wagen.

Lees verder “Een stuk tussen twee stoelen”

Het rode gras

Het rode gras

In het programma gewijd aan Boris Vian kwamen al de facetten van deze eeuwig jonge rebel uitstekend naar boven in deze productie van Theater Poëzien, “Het rode gras”. Met deze autobiografische roman als leidraad heeft Jacky Tummers een programma in elkaar gestoken dat de toeschouwers (en dat zullen dan wel bij voorkeur scholieren uit het hoger middelbaar zijn) laat kennismaken met zowel de vitalistische kracht van Vians poëzie als met zijn bijtend antimilitarisme.

Lees verder “Het rode gras”

570 jaar geleden: oprichting van “De Fonteine”, de oudste rederijkerskamer van Gent

570 jaar geleden: oprichting van “De Fonteine”, de oudste rederijkerskamer van Gent

Rob Ehrenstein laat zijn “theatergeschiedenis der Nederlanden” starten in Gent, in de elfde eeuw. Het betreft namelijk het kerstspel “Ordo stellae” dat wordt toegeschreven aan ene Theodoricus uit de Sint-Pietersabdij (later zou hij abt worden in Sint-Truiden). Het is echter pas in de 15de eeuw dat met het ontstaan van de rederijkerskamers er ook eerste gespecialiseerde schouwburgen komen. Zo ook in Gent, waar de Loofblomme, Iverige Jonckheit, Jhesus met der Balsemblomme, Mariën Theeren, De Fonteine en Broedermin en Taelyver (later bekend onder de meer populaire naam De Melomanen) actief zijn. In het Schepenhuis hadden de achtbare heren schepenen toen immers een ontspanningszaal ingericht die ze de naam “Comediante Caemere” meegaven. Na verloop van tijd mochten ook andere burgers (maar dan toch “burgers”) van het spektakel komen genieten.

Lees verder “570 jaar geleden: oprichting van “De Fonteine”, de oudste rederijkerskamer van Gent”

En WIE had er mij aangeraden dit hondse baantje aan te nemen? (*)

00Een « typisch » toneelweekend. Eerst in Malpertuis-Tielt « Zeepbellen blazen » (“The two-character play”) van Tennessee Williams, waarin we met een krankzinnig (geworden ?) broer en zus worden geconfronteerd, dan in Controverse-Gent « Te meiden » (“Les bonnes”) van Jean Genet, waarin twee meiden een moord op hun « madam » beramen, maar er niet toe komen en ze dus onder elkaar maar « spelen », met kwalijke gevolgen. Indien dit op zichzelf nog geen teken van krankzinnigheid zou zijn (krank betekent eigenlijk « ziek »), dan helpt regisseur Bert Van Tichelen alvast een handje door de drie rollen door mannen te laten vertolken. « Genet zou het liever zo gehad hebben », zegt hij. Nogal wiedes, er wordt anaal gecoïteerd, gemasturbeerd en afgezogen (of toch gedaan alsof) dat het een lieve lust is en Jean Genet is van dat soort vertier, vooral bij mannen dan, nooit erg vies geweest.
Lees verder “En WIE had er mij aangeraden dit hondse baantje aan te nemen? (*)”