Vijftig jaar geleden: Frank Sinatra neemt “My way” op

Vijftig jaar geleden: Frank Sinatra neemt “My way” op

“My Way” is de titel van een lied, dat in de loop der jaren door honderden artiesten is gezongen. De Franse zanger Claude François bracht het in 1967 uit als “Comme d’habitude”, maar het was vooral de bewerking van Paul Anka uit 1968, gezongen door Frank Sinatra, die uitgroeide tot een internationale evergreen.

De Franse componist Jacques Revaux schreef het lied, aanvankelijk onder de titel “For Me” en bood het aan verschillende zangers aan, maar niemand leek geïnteresseerd.
Na enig aandringen wilde Claude François het nummer in 1967 wel op de plaat zetten, mits het voorzien werd van een nieuwe tekst. Gilles Thibaut schreef vervolgens samen met François, onder de titel “Comme d’habitude”, een tekst waarin het leven wordt beschreven van een vermoeide forens met een relatie waaruit de vonk allang verdwenen is. De inspiratie hiervoor putte François uit zijn net beëindigde relatie met de zangeres France Gall.
De Canadees Paul Anka maakte tijdens een bezoek aan Parijs kennis met “Comme d’habitude”. Hij schreef een Engelse tekst op Revauxs melodie en dat werd dan “My Way”, over iemand die aan het einde van zijn levensweg is aangekomen en niet ontevreden vaststelt dat hij misschien niet altijd het juiste heeft gedaan, maar in elk geval uniek is geweest.
Paul Anka kreeg van François toestemming het nummer uit te brengen (*). Anka slaagde er vervolgens in de Amerikaanse crooner Frank Sinatra over te halen het lied op te nemen. Met veel succes, al is dat eerder “in the long run” te situeren. Wat de hitnotering betreft was de hoogste plaats in maart 1969 toen de plaat op nummer 27 stond in de Amerikaanse Billboard Hot 100! In de UK Singles Chart behaalde “My Way” in 1969 dan toch de 5e plaats, maar belangrijker is dat het nummer vervolgens met tussenpozen, 142 weeknoteringen in totaal, tot in 1973 terugkeerde in de lijst.
Vanaf 1969 groeide het nummer uit tot een vast bestanddeel van het repertoire van elke nachtclubzanger. Claude François zag er wel scherp op toe wie het nummer op de plaat mocht zetten. Na zijn dood in 1978 was de weg echter vrij voor een aantal opmerkelijke plaatversies: zowel de Sex Pistols (postuum uitgebracht na de dood van Sid Vicious) als Nina Hagen en Herman Brood namen het nummer op.
In Nederland waren er versies van de Zangeres Zonder Naam (“Mijn leven”) en André Hazes (“Waarom”). Bij de uitvaart van beide artiesten werd het lied (door respectievelijk Marianne Weber en René Froger) gezongen. In Vlaanderen was de eerste versie die van Ron Davis (1946-1971), maar de meest bekende is die van Will Tura. Ook Jacques Raymond heeft een versie uitgebracht, die merkwaardig genoeg een ode aan Vlaanderen is (**). Raymond van het Groenewoud is zowat de enige die het origineel van Claude François als uitgangspunt gebruikte, wat tot het fantastische “Zoals gewoonlijk” leidde. (Wikipedia)

Lees verder “Vijftig jaar geleden: Frank Sinatra neemt “My way” op”

Montserrat Caballé (1933-2018)

Montserrat Caballé (1933-2018)

De Spaanse stersopraan Montserrat Caballé is op 85-jarige leeftijd gestorven. Dat heeft het ziekenhuis van Santa Creu i Sant Pau in Barcelona zaterdag gemeld. Caballé kampte al jaren met gezondheidsproblemen en kon zich na een val zes jaar geleden bijna uitsluitend nog in een rolstoel verplaatsen. Twee weken geleden werd ze naar het ziekenhuis overgebracht met een blaasprobleem. Ze wordt beschouwd als de opvolgster van Maria Callas als de meest gevierde sopraan ter wereld, maar ze was ook niet te beroerd om samen met Freddie Mercury te zingen (zie bovenstaande foto).
Lees verder “Montserrat Caballé (1933-2018)”

Harry James (1916-1983)

Harry James (1916-1983)

Gisteren was er Barry White die op zijn huwelijksverjaardag stierf, wel vandaag is het trompettist Harry James, die op zijn huwelijksverjaardag is gestorven. Inderdaad, het is vandaag ook de verjaardag van zijn huwelijk en wel met actrice Betty Grable (4 juli 1943). Bij Barry White wist ik het niet of hij nog bij zijn vrouw was, bij Harry James daarentegen weet ik dat dit wel degelijk niet meer het geval was.
Lees verder “Harry James (1916-1983)”

Bing Crosby (1903-1977)

Bing Crosby (1903-1977)

Het is vandaag al veertig jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Bing Crosby is gestorven. Op bovenstaande foto staat hij rechts naast zijn grote rivaal Frank Sinatra. Ik heb deze foto uit de film “High Society” (1956) opzettelijk gekozen omdat hierin als het ware de “machtsoverdracht” plaatsvindt. In de Cole Porter-song “What a swell party this is” zingen ze samen immers o.a. “Oh we sing so rare, like old camembert, like baba au rhum!”, waarna Bing Crosby nog een paar bababa’s laat volgen. Daarop zegt Sinatra: “Don’t dig that kind of crooning chum!”, waarop Crosby dan weer repliceert: “You must be one of the newer fellows”.

De stijl van Crosby werd “crooning” genoemd wat “half neuriënd” betekent en, alhoewel er duidelijk een etymologisch verband is met ons “kreunen”, werd de naam juist gegeven omdat ze zo emotieloos zongen. Dit was een overblijfsel uit de tijd dat zangers door een megafoon moesten zingen en dat was uiteraard niet gemakkelijk om een zeker gevoel in je vertolking te leggen. Hugo Claus geeft er in Humo van 8/9/1998 een leuke definitie van:“Doordat we jarenlang niets dan montere Duitse wijsjes hadden gehoord, dachten we dat die platen van Crosby op een verkeerd toerental werden afgespeeld, maar dat bleek nu net croonen te zijn.”
Later zou Frank Sinatra verandering brengen in die stijl (mede dankzij de uitvinding van de elektronische mikrofoon). Zijn stijl wordt dan ook “hard crooning” genoemd, tegenover die van Bing Crosby en de zijnen “soft crooning”. Bij een hard crooner wil de emotie het dan ook wel eens winnen op de regel­maat:he skipped the beat. Hij slaat al eens een maat of een woord over, verlegt een accent, verlengt, verkort, versnelt, vertraagt, al naar gelang hij het aanvoelt.
In “High Society” speelde Bing Crosby ook aan de zijde van zijn vriend Louis Armstrong. Zij kenden elkaar al langer, maar oorspronkelijk konden blanken en zwarten “natuurlijk” niet tesamen op een podium staan. Maar wel aan de bar en in de zaal. Crosby en Armstrong trokken dan ook vaak samen op naar diverse optredens, waarbij overigens – ongelooflijk maar waar – Bing Crosby de grootste wildebras was (cfr. het antwoord van Paul Whiteman op de vraag of het “hard to work” was met Crosby: “No, but sometimes he was hard to find“). Zo leerde Crosby het skat-singing van Armstrong en introduceerde het ook bij de blanken.
Harry Lillis Crosby groeide op in Tacoma, een stad in de Amerikaanse staat Washington, samen met Al Rinker, de jongere broer van de zangeres Mildred Bailey. Crosby en Rinker hebben gebruikgemaakt van Baileys connecties in de muziekwereld om na afloop van hun schooltijd lid te worden van Paul Whitemans Rhythm Boys. Bing Crosby debuteerde er als lid van het vocale trio The Rhythm Kings. Zijn twee collega’s speelden ook nog piano en Crosby zelf deed alsof hij gitaar speelde, want “niets anders” dan een zanger werd in die tijd als een ongelooflijke geldverkwisting beschouwd.
Ondertussen beëindigde Crosby zijn studies aan een jezuïetencollege en begon rechten te studeren. Terwijl hij met collega’s op zakenreis was, zong hij in bars en verklaarde dat hij hiermee veel meer verdiende dan in zijn baan als advocaat. Hierop besloot hij zijn carrière als advocaat voor altijd op te geven en zich uitsluitend op zijn zangcarrière te storten.
In 1945 werd een Duitse bandrecorder van AEG in onderdelen naar de VS gebracht en door Ampex verder ontwikkeld. Bing Crosby financierde dit project, omdat hij in de bandrecorder grote voordelen zag voor geluidsregistratie.
Crosby was twee keer getrouwd. In 1930 trouwde hij met actrice en danseres Dixie Lee, met wie hij vier zonen kreeg: Dennis, Gary, Lindsay en Philip. Lee overleed aan eierstokkanker in 1952. Aangezien zijn tweede vrouw, de actrice Kathryn Grant, aanzienlijk jonger was dan Crosby, had hij ook nog op latere leeftijd kinderen. Zijn kinderen uit beide huwelijken behoorden daarom tot verschillende generaties.
Zijn grootste hit was zijn versie van Irving Berlins song “White Christmas”, een van de grootste verkoopsuccessen aller tijden (na “Candle in the Wind” van Elton John op nummer 2 in de eeuwige bestsellerlijst). Crosby scoorden daarnaast nog twintig gouden platen, bijvoorbeeld voor “I’ll Be Home for Christmas”, “Too-Ra-Lo-Ra-Loo-Ral”, “Swinging on a Star” en het met Dick Haymes gezongen ‘There’s No Business Like Show Business’.
Hij speelde ook in tal van films in de jaren 1930 tot 1960. Bekend is de hilarische anekdote met regisseur Leo McCarey bij diens verschijnen voor de zogenaamde McCarthy-commissie. Hij ging er prat op dat zijn films, “Going my way” en “The Bells of St.Mary’s”, in de Sovjet-Unie totaal geen succes kenden. “En dat omdat er iemand in voorkomt waar ze niet van houden,” zei McCarey. “Bedoelt u Bing Crosby?” vroeg Robert Stripling, de advocaat van de commissie, belangstellend. “Nee, God,” antwoordde McCarey met een uitgestreken gezicht. De zaal ging plat en een journalist schreef: “Dat de Godheid een contract had bij een filmmaatschappij, was iets dat men misschien al lang had verwacht, maar toen ik het hoorde, schrok ik toch nog een beetje.” 
In 1956 kreeg het door Cole Porter gecomponeerde, samen met Grace Kelly gezongen liefdesduet “True Love”, eveneens uit de film “High Society”, een Oscarnominatie en werd een evergreen. De twee hadden een jaar eerder al samen gespeeld in “The Country Girl” van George Seaton. Tijdens de opnames van deze film hadden ze ook een korte affaire, die echter werd geheimgehouden “om de reputaties van beide acteurs te beschermen“. Op dat moment waren zowel Crosby als Sinatra al uitgerangeerd door Elvis Presley en de andere rockers. Rancuneus verklaarde Crosby over Elvis: “Deze man heeft geen enkel talent en niets opvallends, tenzij zijn heupbewegingen en die zijn obsceen, dus tegen de wet.”
In 1966 draaide hij zijn laatste film. Hij speelde namelijk de dronken dokter in een remake van “Stagecoach” door Gordon Douglas, die daarin een kind helpt ter wereld komen. Het grappige is dat als er twintig jaar later nog een derde remake komt (met de country-zangers Waylon Jennings, Kris Kristoffersen, Johnny Cash en Willie Nelson, die nadien samen de supergroep The Highwaymen zouden vormen) zijn dochter het bevallende meisje in kwestie speelt.
Bing Crosby – een fanatieke golfer – stierf in 1977 na een rondje golf in Spanje – hij was ingestort vanwege een zware hartkwaal. Hij werd op de begraafplaats Holy Cross in Culver City, Californië begraven. In erkenning voor zijn inzet voor de golfsport werd Crosby 1978 postuum in de World Golf Hall of Fame opgenomen. Na het overlijden van Bing Crosby schreef zijn oudste zoon uit het eerste huwelijk een omstreden biografie, waarin hij zijn vader als een despoot beschrijft. Hij legt ook een verband met het feit dat twee van Crosby’s kinderen, Lindsay en Dennis, zelfmoord pleegden. (Wikipedia)

Lees verder “Bing Crosby (1903-1977)”