Udo Jürgens (1934-2014)

Udo Jürgens (1934-2014)

Het is al vijf jaar geleden dat de Oostenrijkse zanger Udo Jürgen Bockelmann is overleden. Wij kennen hem allemaal als Udo Jürgens…

Ik leerde Udo Jürgens al heel vroeg kennen, met name door zijn hitje “Jenny” uit 1958, wat ik nog steeds zijn beste nummer vind, al wil dit helemaal niet zeggen dat ik vind dat hij daarna niets waardevols meer zou hebben gepresteerd, integendeel zelfs, er zijn zeker een tiental nummers van zijn hand die ik hoog inschat.
Maar de reden dat “Jenny” zo’n indruk op mij heeft gemaakt, heeft ongetwijfeld ook met persoonlijke omstandigheden te maken. Ik had in die tijd namelijk een nichtje, dat ik echter nooit als zodanig heb gekend omdat ze een jaar vóór ik geboren werd op zeer jonge leeftijd is gestorven aan kanker. Het enige wat ik me van haar herinner is een foto met haar kaal hoofdje (van de bestralingen uiteraard). En hoe heette dit nichtje? U raadt het al, nietwaar. Mijn tante (haar moeder dus) kocht dan ook dit singeltje van Udo Jürgens en huilde zich telkens te pletter als ze het speelde. Later zou een andere tante ook een dochtertje krijgen en ook zij kreeg de naam Jenny mee. Deze Jenny is gelukkig nog steeds alive and kicking en verjaart precies op dezelfde dag als ik (al is ze wel drie jaar jonger). Ook Udo Jürgens zelf heeft een dochter die hij Jenny heeft genoemd (en een zoon die John heet, daarnaast heeft hij op z’n minst nog twee buitenechtelijke kinderen, Sonja en Gloria).
Na “Jenny” bleef ik geregeld iets horen van Udo Jürgens, aangezien hij haast jaarlijks deelnam aan het Eurovisie Songfestival. Zijn beste nummer in deze reeks vond ik zijn eerste, “Warum nur warum”, dat als “Walk away” (Matt Monro) een groot internationaal succes werd, maar toch is het pas het derde, waarmee hij eindelijk de overwinning in de wacht sleepte dat ik heb gekocht (“Merci Chérie” in 1966). Tussendoor was er ook nog “Sag’ ihr, ich laß sie grüßen”.
Tal van nummers van de hand van Udo Jürgens werden gecovered door andere artiesten. In ons eigen taalgebied was dat o.m. “Griechischer Wein”, dat in de versie van Joe Harris “Drink rode wijn” werd en “Geef me je angst” van André Hazes, die dit wel – zoals het een groot artiest past – helemaal naar zijn eigen hand heeft gezet. André Van Duin zingt met “Een echte vriend” ook nog een versie van “Ich war nog niemals in New York”, maar deze versie heb ik nog niet gehoord en kan ik dus ook niet op haar merites beoordelen. Het nummer zelf (“Ich war nog niemals in New York”) daarentegen vind ik één van Jürgens’ beste. Het is een beetje de mannelijke tegenhanger van “The ballad of Lucy Jordan” (“At the age of 37 she realized she’d never ride through Paris in a sports car with the warm wind in her hair”). Het is ook een beetje de archetypische song over de man die het huis verlaat om een pakje sigaretten te gaan kopen en die nooit meer weerkeert (“Und nach dem Abendessen sagte er, lass mich noch eben Zigaretten holen geh’n (…) Er zog die Tür zu, ging stumm hinaus (…) und auf der Treppe dachte er, wie wenn das jetzt ein Aufbruch wär, er müsse einfach geh’n für alle Zeit”).
Verder schreef hij o.a. nummers voor Shirley Bassey (“Reach for the Stars”) en zelfs voor Frank Sinatra (“If I never sing another song”) maar bij mijn weten heeft die het nooit gezongen: hij heeft het weggegeven aan zijn kompaan uit de Rat Pack, Sammy Davis jr.
Andere schitterende nummers van Udo’s hand zijn “Aber bitte mit Sahne” en “Mit 66 Jahre (fangt das Leben erst an)”. Beide nummers heb ik hem herhaaldelijk zien zingen op de Duitse televisie toen hij de 66 jaren al lang gepasseerd was, maar hij kon het nog met zoveel vitaliteit brengen dat je hem zou hebben geloofd. Ik kan je echter verzekeren: hij liegt!

Lees verder “Udo Jürgens (1934-2014)”

Luc De Vos (1962-2014)

Luc De Vos (1962-2014)

Ik was er niet bij op het Sint-Pietersplein, bij het afscheid van zanger, schrijver en (in ruimere zin) buurman Luc De Vos. Ik zou kunnen zeggen dat dit was omwille van de kerkdienst, waarvan ik vermoed dat Luc daar zelf niet mee akkoord zou zijn gegaan, maar ook als het een herdenkingsdienst in het crematorium van Lochristi was geweest (wat ik, eerlijk gezegd, had verwacht), dan zou ik er nog niet bij geweest zijn. Ik heb het al eerder gezegd: ik kom niet meer buiten en daarmee uit.
Lees verder “Luc De Vos (1962-2014)”

Zestig jaar geleden: Nikita Kroetsjev mag Disneyland niet binnen

Zestig jaar geleden: Nikita Kroetsjev mag Disneyland niet binnen

Zoals de oudere jongeren onder ons zich nog wel zullen herinneren maakte de Sovjetrussische partijleider Nikita Kroetsjev zestig jaar geleden een opgemerkte reis door de Verenigde Staten. Vandaag was er een bezoek gepland aan Disneyland. Dat ging echter niet door…

Lees verder “Zestig jaar geleden: Nikita Kroetsjev mag Disneyland niet binnen”

Tachtig jaar geleden: eerste plaat van Frank Sinatra

Tachtig jaar geleden: eerste plaat van Frank Sinatra

Vandaag precies tachtig jaar geleden werd de eerste plaat gezongen door Frank Sinatra uitgebracht. Het betrof “From the bottom of my heart” van Roy Ingraham en Jack Murray. Zoals in die tijd gebruikelijk werd die wel aangekondigd onder de benaming van de orkestleider, in dit geval Harry James. Sinatra had een tweejarig contract bij hem en werd 75 dollar per week betaald. Ray Setterfield van “On this day” vertelt het verhaal…

Though the song may have come from the bottom of Sinatra’s heart, it was a flop, selling just 8,000 copies – small-fry by any standards. Undaunted, Sinatra went on to become one of the biggest-selling recording artists ever, notching up sales of more than 150 million records worldwide. 

He was particularly popular in the United Kingdom where, later in his career, he gave regular concerts at the prestigious Royal Albert Hall in London. So it came as no surprise when, in 2001, BBC Radio announced that Sinatra had been voted the “Voice of the Century”.

“It wasn’t even close,” said DJ Paul Gambaccini, describing the result as “an emphatic victory for fabulous Frank.” About 45,000 votes were cast by the public but the BBC also took into account the views of singers and music experts.

Sinatra would probably have been pleased to note that trailing a long way behind him at Number Two in the poll was rock ’n’ roll king, Elvis Presley. Ol’ Blue Eyes, as he became known, once described rock music as “the most brutal, ugly, degenerate, vicious form of expression it has been my displeasure to hear.” (*) Others in the eclectic top ten included Bing CrosbyJohn LennonElla Fitzgerald and Freddie Mercury.

Sinatra did have one thing in common with rock stars such as Elvis and The Beatles: in the 1940s he, too, was besieged by hordes of screaming, swooning teenage girls. They were known as “Bobbysoxers”, so-called because of their ankle-length white socks, and they caused mayhem at Sinatra’s live performances.

Despite his success as a recording artist and, to a lesser extent, as a movie star, Sinatra’s reputation will be forever tainted by his alleged connections to American gangsters. It is said that John F. Kennedy’s wafer-thin victory in the 1960 presidential election was swung by his father, Joseph, after a talk with Sinatra. 

Under an alleged deal, the singer would ask the mob to encourage their unionised workers to vote for the young Democrat. True or not, it is a matter of record that JFK squeaked to victory against Richard Nixon with the crucial help of votes by union members.

That was perhaps a case of wily Joe Kennedy doing things his way. Sinatra, of course, became famous for doing things “My Way” – the song that was to become his signature tune. The trouble is, he hated it. In an interview in 2000, Tina, one of Sinatra’s daughters, revealed: “He came to hate the song. He thought it was self-serving and self-indulgent. But it stuck and he just couldn’t get it off his shoe.” To put it in the words of another Sinatra song: That’s Life.

Ray Setterfield

(*) Maar hij was toch niet te beroerd om diezelfde Elvis Presley in zijn show te verwelkomen toen deze een come-back maakte na zijn legerdienst. Op voorstel van “kolonel” Parker zongen ze samen een medley van “Love me tender” en “Witchcraft”, waarbij Sinatra de hit van Elvis vertolkte en omgekeerd. Sinatra had er wel voor gezorgd dat het arrangement meer in zijn stijl lag dan in die van Elvis, zodat hij het best te voorschijn kwam uit deze battle. Anderzijds gilden de meisjes in de zaal veel meer toen Elvis inzette dan dit bij Frankie het geval was…

Vijftig jaar geleden: Frank Sinatra neemt “My way” op

Vijftig jaar geleden: Frank Sinatra neemt “My way” op

“My Way” is de titel van een lied, dat in de loop der jaren door honderden artiesten is gezongen. De Franse zanger Claude François bracht het in 1967 uit als “Comme d’habitude”, maar het was vooral de bewerking van Paul Anka uit 1968, gezongen door Frank Sinatra, die uitgroeide tot een internationale evergreen.

De Franse componist Jacques Revaux schreef het lied, aanvankelijk onder de titel “For Me” en bood het aan verschillende zangers aan, maar niemand leek geïnteresseerd.
Na enig aandringen wilde Claude François het nummer in 1967 wel op de plaat zetten, mits het voorzien werd van een nieuwe tekst. Gilles Thibaut schreef vervolgens samen met François, onder de titel “Comme d’habitude”, een tekst waarin het leven wordt beschreven van een vermoeide forens met een relatie waaruit de vonk allang verdwenen is. De inspiratie hiervoor putte François uit zijn net beëindigde relatie met de zangeres France Gall.
De Canadees Paul Anka maakte tijdens een bezoek aan Parijs kennis met “Comme d’habitude”. Hij schreef een Engelse tekst op Revauxs melodie en dat werd dan “My Way”, over iemand die aan het einde van zijn levensweg is aangekomen en niet ontevreden vaststelt dat hij misschien niet altijd het juiste heeft gedaan, maar in elk geval uniek is geweest.
Paul Anka kreeg van François toestemming het nummer uit te brengen (*). Anka slaagde er vervolgens in de Amerikaanse crooner Frank Sinatra over te halen het lied op te nemen. Met veel succes, al is dat eerder “in the long run” te situeren. Wat de hitnotering betreft was de hoogste plaats in maart 1969 toen de plaat op nummer 27 stond in de Amerikaanse Billboard Hot 100! In de UK Singles Chart behaalde “My Way” in 1969 dan toch de 5e plaats, maar belangrijker is dat het nummer vervolgens met tussenpozen, 142 weeknoteringen in totaal, tot in 1973 terugkeerde in de lijst.
Vanaf 1969 groeide het nummer uit tot een vast bestanddeel van het repertoire van elke nachtclubzanger. Claude François zag er wel scherp op toe wie het nummer op de plaat mocht zetten. Na zijn dood in 1978 was de weg echter vrij voor een aantal opmerkelijke plaatversies: zowel de Sex Pistols (postuum uitgebracht na de dood van Sid Vicious) als Nina Hagen en Herman Brood namen het nummer op.
In Nederland waren er versies van de Zangeres Zonder Naam (“Mijn leven”) en André Hazes (“Waarom”). Bij de uitvaart van beide artiesten werd het lied (door respectievelijk Marianne Weber en René Froger) gezongen. In Vlaanderen was de eerste versie die van Ron Davis (1946-1971), maar de meest bekende is die van Will Tura. Ook Jacques Raymond heeft een versie uitgebracht, die merkwaardig genoeg een ode aan Vlaanderen is (**). Raymond van het Groenewoud is zowat de enige die het origineel van Claude François als uitgangspunt gebruikte, wat tot het fantastische “Zoals gewoonlijk” leidde. (Wikipedia)

Lees verder “Vijftig jaar geleden: Frank Sinatra neemt “My way” op”