Lars Norén wordt 75…

Lars Norén wordt 75…

Vandaag wordt de Zweedse toneelauteur Lars Norén 75 jaar (foto Michiel Hendrickx, afkomstig van Wikipedia). Hij wordt beschouwd als de meest prominente hedendaagse Zweedse schrijver. Hij staat wereldwijd zelfs bekend als dé opvolger van Ibsen en Strindberg. Nadat hij debuteerde met gedichten, schreef Norén aan een razend tempo een reeks theaterstukken die ontwrichte familiale relaties blootleggen.
Lees verder “Lars Norén wordt 75…”

Dertig jaar geleden: de musical “Zeldzaam”

Dertig jaar geleden: de musical “Zeldzaam”

Dertig jaar geleden ging ik naar de Belgische première van de musical “Zeldzaam”, die met veel bombarie werd aangekondigd. Het werd helaas “much ado about nothing”…

De afgelopen week heeft men kunnen zien hoe nieuws wordt « gecreëerd », hoe een gewone gebeurtenis tot een « event » wordt. Nee, we hebben het voor één keer eens niet over VTM, maar over de Belgische première van de Nederlandse rockmusical « Zeldzaam » in het Gentse Sportpaleis. « Tout le beau monde » was geïnviteerd, vond het over het algemeen niet goed, maar uit schrik wellicht om er de volgende keer niet meer « bij te horen » kreeg de musical uiteindelijk toch veel aandacht in de diverse media. Daarbij zwaaide men dan maar (bij gebrek aan iets anders) met wierook naar regisseur Jean-Pierre De Decker (foto), terwijl ook de andere Vlaamse medewerker, belichter Jaak Van de Velde, met kransen werd omhangen…
TERECHT, daar niet van. Vooral Jaak Van de Velde die bij het Ballet van Vlaanderen en tal van andere gezelschappen (Eva Bals Speeltheater b.v.) zich al sedert jaren als een virtuoos van de belichting heeft ontpopt, mocht eindelijk inderdaad wel zelf eens in de schijnwerpers worden gezet. Dat dit tot nu toe niet of alleszins toch te weinig is gebeurd, heeft natuurlijk op de eerste plaats te maken met het feit dat de grote massa (voor zover deze uitdrukking in de theaterwereld dan al opgaat) de belichting als een vanzelfsprekend onderdeel van een voorstelling beschouwt. Op de tweede plaats is er ook Jaaks bescheidenheid die hem ertoe aanzet altijd alles te relativeren. Hier zou men dus reeds kunnen zeggen dat het zijn eigen schuld is, maar dat zouden wij zo niet durven formuleren, want bescheidenheid en relativeringsvermogen vinden wij nog altijd twee deugden en geen gebreken. Maar op de derde plaats is hij wel een beetje schuldig aan zijn eigen onderschatting. Dat komt namelijk doordat Jaak zich af en toe geroepen voelt om ook te gaan regisseren. En dat doet hij niet goed, waardoor hij vaak krediet verliest. We willen hier niet de persoonlijke toer opgaan: het is enkel maar onze bedoeling aan te duiden dat te weinig mensen zich willen perfectioneren in hun eigen vak. Liever doen ze een stapje in het onbekende, in een wereld die misschien meer glitter belooft dan de hunne, maar dat blijkt dan vaak klatergoud te zijn…
Precies hetzelfde kan worden gezegd van de rockmusical « Zeldzaam » zelf. Het is trouwens juist omwille van het gegoochel met technische hoogstandjes dat Van de Velde de mogelijkheid heeft gezien zich te onderscheiden. Maar al die video- en computer-toestanden, rookmachines en octafonische klankweergave moeten toch alleen maar verbergen dat we hier met het absolute Niets te maken hebben. Daarom ook dat er zoveel lof gaat naar regisseur Jean-Pierre De Decker omdat hij dit Niets zoveel mogelijk heeft trachten te verbergen. Wij sluiten ons bij die lof aan, maar dan wel enigszins schoorvoetend. En niet zozeer omdat wij meer houden van de intimistische De Decker (van « Zonderlinge Zielen » b.v.), die toelaat « dat er weer gespeeld kan worden » in het theater (« Pas de deux »), maar wel omdat volgens ons er toch nog een aantal dode momenten konden worden vermeden. Sommigen voeren weliswaar aan dat De Decker deze momenten er opzettelijk heeft in gelaten om toch nog een paar kunstmatige climaxen te kunnen creëren, maar die op- en neergaande beweging zat ons inziens reeds in het gegeven zelf ingebakken en Jean-Pierre kon dus gerust ongegeneerd de schaar hebben gebruikt om ons lijden te verkorten. Want lijden is het, vooral als je niet van Michael Jackson of Madonna houdt. Wie dat niet doet, moet maar niet naar deze musical gaan kijken, zullen voorstanders aanvoeren, maar wat doe je dan juist met dat tweede plan, die « neergaande beweging » ? Inderdaad, naar het aloude recept wordt er naast de liefdesperikelen van de jonge hoofdrolspelers, ook een idem dito conflictsituatie bij de oudere generatie ten tonele gevoerd. Nu, beide conflicten mogen dan al niets om het lijf hebben, onlogische sprongen maken en vooral met verschrikkelijk simplistische dialogen verwoord zijn, het conflict tussen de 60-jarige mijnheer Van Raemsdonck (een pathetische Frits Lambrechts) en zijn wellicht toch iets jongere echtgenote (*) zal bij die jeugdige « doelgroep » wel als lachwekkend overkomen.
Wat wij dan weer lachwekkend vonden, dat was de manier waarop die liefdeshistorie in het « verhaal » (nou ja) verweven was. Het gaat namelijk over een stel jongelui die (net zoals de makers, schrijver Tom Oosterhuis en componist Jurre Haanstra, zelf naar verluidt) op een dag besluiten een rockmusical te maken. Ze kraken daarvoor een leegstaande brouwerij, die door Jacob Van Raemsdonk en zijn handlanger Jean-Michel (Bill Van Dijk) is voorbestemd als casino. Margot, mevrouw Van Raemsdonk dus, kiest de zijde van de jongeren en om zijn vrouw terug te winnen (« het huis ziet al helemaal vuil ») besluit Jacob uiteindelijk de jongeren hun zin te geven. Eind goed, al goed, zelfs tussen de twee haantje-de-voorsten, Pop (Alexandra van Marken) en Tobias (Frank Hoelen), al kwam deze laatste altijd te laat op repetities, wat uiteraard tot een crisis in hun verhouding moest leiden, waarbij de problemen van Romeo en Julia slechts als kattekwaad kunnen worden bestempeld (of verwar ik nu met een andere film?).
Het spreekt vanzelf dat dit alles eigenlijk niet zoveel drukte waard is. Dat men in plaats van « leven in de brouwerij » (zoals de slogan luidt) « veel leven om niets » maakt, om bij Shakespeare te blijven. Het stemt ons alleen droef dat deze ultieme Leegheid schijnt te beantwoorden aan een generatie die met de zogenaamde « clipcultuur » werd grootgebracht. Zonder cultuur dus. Wellicht mikt deze musical op hetzelfde publiek dat Jean-Pierre De Decker twee jaar geleden met « Peter Pan » in het NTG bereikte. En dan kan je alleen maar betreuren hoezeer fantasie en speelsheid op korte tijd werden onderdrukt door glitter en stoerheid.

Lees verder “Dertig jaar geleden: de musical “Zeldzaam””

35 jaar geleden: “Oom Wanja” in het NTG

35 jaar geleden: “Oom Wanja” in het NTG

35 jaar geleden was in het NTG “Oom Wanja” te zien, de klassieker van Anton Tsjechov met in de hoofdrollen Nolle Versyp en Chris Thys (zie bovenstaande foto).

Het lijkt wel een drieluik : « Madame Warren » van 1893, « Rondedans » uit 1897 en nu « Oom Wanja » van 1898. Het kan alleszins geen toeval zijn en het NTG heeft in zijn onvolprezen programmaboekje bij Tsjechovs « Oom Wanja » dan ook een passende vergelijkende tijdstabel afgedrukt. Voor de bollebozen onder onze lezers kunnen wij er trouwens nog aan toevoegen dat ook « Starkadd » (Arcatheater) uit 1898 dateert en « Pelléas et Mélisande » (het oorspronkelijke toneelstuk althans waarop de opera is gebaseerd die op dit moment te zien is) uit 1892.
Allemaal fin de siècle dus en met 1984 gaan we daar ook stilaan naartoe.
Is dat soms de link ? Want de andere overeenkomsten kaderen in diezelfde sfeer. Er is de verveling b.v., prominent aanwezig in het landelijke leven van Oom Wanja en de zijnen, maar eigenlijk ook aan het hof van koning Ingel (« Starkadd »), op het buitenverblijf van Madame Warren, ja zelfs bij de personages van « Rondedans ». Telkens wordt daartegen dan gereageerd met het oplaaien van erotische passies (Wanja en dr. Astrov voor Jelina; Sonja voor dr. Astrov; Crofts voor de dochter van Madame Warren) of van oppervlakkig erotisch vertier (« Rondedans », maar ook de jonge Frank in « Mad. Warren » en het slippertje van Helga met Saemund in « Starkadd »).
In dit laatste aspect zit ook reeds een ander kenmerk : het decadentisme.
Tsjechov gaf ooit een regisseur of een auteur de raad: « Als je in het decor een geweer tegen de schoorsteen hangt, zorg dan dat er ook een schot afgaat. » Een raad die hij zelf bijzonder ter harte heeft genomen, want in zijn werk zijn er dan ook een paar stukken waarin omgesprongen wordt met vuurwapens. Zo ook in « Oom Wanja », al is dat net niet het belangrijkste wat er in het stuk te beleven valt.
« Oom Wanja » is een stuk van liefde en verliefdheden, hopeloze liefdes en gemiste kansen, over mensen die hunkeren naar wat anders en wier leven als zand tussen hun vingers glijdt; ook een ode aan de natuur en als u wil zelfs een pleidooi voor milieuzorg.
Ivan Woinitski, met zijn verkleinnaam Wanja genoemd, beheerst samen met zijn nichtje Sonja, de dochter van zijn overleden zuster het familielandgoed. De weduwnaar, de beroemde professor Serebrjakov is hertrouwd met de veel jongere, beeldschone Jelena.
Deze zelfingenomen emeritus heeft met Jelena zijn intrek genomen op het landgoed, dat moet voorzien in de levensbenoeften van de familie; hij laat iedereen als knechts opdraaien voor zijn seniele grillen.
Wanja wordt verliefd op Jelena, zo ook de huisdokter Astrov, Sonja is verliefd op Astrov. Het tergend tiranniek gezeur van de wetenschappelijke charlatan en de amoureuze strubbelingen zorgen voor onoverzienlijke spanningsvelden. Wanneer Serebrjakov kil beslist dat het landgoed moet verkocht worden (hij woont liever in de stad), barst de bom.
« Men verwijt mij vaak dat ik over niemendalletjes schrijf, » verdedigde Tsjechov zich ooit. « Dat er in mijn werk nooit grote helden voorkomen, geen revolutionairen, geen Alexander de Grote, of zelfs niet een eerlijke politieman. Waar moet ik die echter vandaan halen? Ik zou wel willen. Het leven bij ons is provinciaal… Zolang we jong zijn, kwetteren we kwiek als mussen op de mesthoop; later, wanneer we de veertig naderen, zijn we al grijs en beginnen aan de dood te denken. Fraaie helden zijn we! »
Zoals geschetst kan dat decadentisme worden gesitueerd op moreel vlak, maar ook esthetisch. Zo is het aandeel van de decorbouwers in alle hoger geciteerde stukken enorm. De wisselwerking met de regie was telkenmale optimaal (zoals het natuurlijk hoort. maar bij een esthetiserend decor valt het uiteraard meer op). Op die manier zouden we kunnen stellen dat er in « Starkadd » in profiel werd gespeeld, in « Mad. Warren » diagonaal en in « Oom Wanja » lateraal (binnenkort moeten we een voetbalverslaggever als toneelrecensent inhuren). In de eerste twee gevallen kwamen door die opstelling de conflicten weliswaar beter tot uiting, maar werd toch ook een zeker afstand gesuggereerd, wat een trager tempo met zich meebracht. In « Oom Wanja » staat het scènebeeld (van Luk Goedertier samen met regisseur Jean-Pierre De Decker) helemaal in functie van de contactarmoede en wordt de verveling erdoor nog beklemtoond. Alleen de wervelende regie van « Rondedans » doorbrak dus dit systeem, ook al waren er ook hier te trage momenten.
Toneel wordt dus anno 1984 te vaak een puur esthetische ervaring, waarin de verveling van de toeschouwer een haast niet weg te denken component wordt. Wie positief staat tegenover die esthetische benadering schrijft dan b.v. « toch werkt de voorstelling niet helemaal » (Daan Bauwens in « De Morgen »), maar je kan natuurlijk ook andersom stellen dat verveling op de scène, hoe mooi ook ingekleed, nooit mag leiden tot verveling in de zaal. En dat was bij « Oom Wanja » alleszins toch onze ervaring…
En in dat geval wordt de rest allemaal detailkritiek. Zowel positief als negatief. De glansprestatie van Nolle Versyp b.v. als dr. Astrov kan dan een voorstelling niet redden. En anderzijds heeft het ook geen zin om zich vast te bijten in de regie-opvatting van De Decker die b.v. Chris Thys voortdurend over het toneel laat hollen en lelijk laat zijn (wat voor haar een moeilijke opgave was, maar waarin ze door een perfecte uitbeelding van Wiske uit het bekende beeldverhaal uitstekend slaagt).
Nu nog « Dantons dood » en dan zijn we eindelijk « Thuis »…

Lees verder “35 jaar geleden: “Oom Wanja” in het NTG”

Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje

Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje

Op zondag 25 december 1988 werd in de reeks « Made in Vlaanderen » « Zonderlinge zielen » uitgezonden. Op het inhoudelijke aspect (zowel artistiek als sociaal) werd in De Rode Vaan uitgebreid ingegaan (maar helaas bezit ik deze tekst niet meer). Het leek ons echter gepast om ook even de technische kant van de zaak te belichten. Dit werkwoord is wel goedgekozen, want we willen als allerlaatste lijntje in de geschiedenis van de Rode Vaan, cameraman Michel Van Laer aan het woord laten, een man die voor de prachtige fotografie instaat, niet alleen van deze « Zonderlinge zielen », maar ook nog van tal van andere bekroonde Vlaamse films. Dat hij het laatste woord krijgt, is meteen een beetje als een « Wiedergutmachung » bedoeld, want het is waar dat journalisten al te veel aandacht hebben voor het woord (scenaristen, schrijvers, ja zelfs acteurs en regisseurs vertrekken van een tekst) en te weinig voor de vormgeving, ongetwijfeld omdat ze met het eerste veel beter vertrouwd zijn dan met het tweede.
Lees verder “Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje”