Fanny Heldy (1888-1973)

Fanny Heldy (1888-1973)

Morgen is het weer eens een schrikkeldag. Trouwe lezers weten het al: dan gelden mijn “normale” regels voor verjaardagen niet. Dan durf ik al eens buiten de lijntjes kleuren. Dat is b.v. het geval met de Belgische sopraan Fanny Heldy, die destijds blijkbaar zo beroemd was dat ze kon eisen dat Maria Callas haar loge niet mocht gebruiken. Rivale Renata Tebaldi en Joan Sutherland mochten dat dan weer wel. Op bovenstaande foto uit 1937 bij de première van L’Aiglon, is ze te zien (zittend) samen met o.a. Arthur Honneger (derde van links) en Jacques Ibert (tweede van rechts).

Lees verder “Fanny Heldy (1888-1973)”

Tito Gobbi (1913-1984)

Tito Gobbi (1913-1984)

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Italiaanse bariton Tito Gobbi is overleden. Hij zal vooral de geschiedenis ingang door zijn indrukwekkende vertolking van Baron Scarpia productie van Franco Zeffirelli van Puccini’s Tosca in Covent Garden met Maria Callas in de titelrol (foto). Het tweede bedrijf van deze productie, waarin Scarpia door Tosca wordt vermoord, werd door de Britse televisie uitgezonden en wordt nog voortdurend herhaald. Het is ook verkrijgbaar op dvd. Gobbi en Callas hadden deze rollen eerder gezongen in de klassieke opname van 1953 met Giuseppe di Stefano als Mario Cavaradossi en met Victor de Sabata als dirigent. Dit album is als langspeelplaat en als cd uitgebracht en wordt door velen beschouwd als de beste operaopname ooit gemaakt. Gobbi was een goede vriend en bewonderaar van Callas en heeft diverse malen interviews gegeven over hun samenwerking. Hun beider opvatting (én die van regisseur Zeffirelli) van realistisch acteren heeft voor een omwenteling in het verstarde operagebeuren gezorgd. Zijn operadebuut maakte hij in 1935 als Graaf Rudolfo in Vincenzo Bellini’s La sonnambula. In 1942 debuteerde hij in het Teatro alla Scala in Milaan als Belcore in Donizetti’s L’elisir d’amore en in 1951 speelde hij voor het eerst in Covent Garden in Londen, eveneens als Belcore. Hij speelde ook in 25 films, ook soms in ‘gewone’ gesproken rollen. Hij stopte in 1979 als operazanger en gaf een tweetal autobiografieën uit, getiteld Tito Gobbi: Mijn leven (1979) en Tito Gobbi zijn wereld, de Italiaanse Opera (1984).

Renata Scotto wordt 85…

Renata Scotto wordt 85…

Vandaag wordt de opera-diva Renata Scotto (foto Mario De Biasi via Wikipedia) 85 jaar. Ze is misschien niet zo bekend als Maria Callas of Renata Tebaldi, maar ze heeft (ondertussen natuurlijk “had”) zeker evenveel in haar mars.

Renata Scotto begon op heel jonge leeftijd heel spectaculair als “La Traviata”. Drie jaar later geraakt ze echter in moeilijkheden, ook vocaal, zodat ze haar loopbaan moest onderbreken om opnieuw aan haar techniek te gaan werken. Financieel gaat het haar niet voor de wind en de Scala stelt haar in 1957 voor op tournee te gaan door Schotland met “Sonnambula”, samen met Maria Callas als Amina. “Mij boden ze een kleinere rol aan van Lisa. Ik heb geweigerd, zelfs in die behoeftige omstandigheden, omdat ik enkel de prima donna wil zijn. Ik zei dus: als je echter een doublure moet hebben voor Callas, dan is het o.k.! En ze stemden ermee in. ’t Strafste was echter dat ik de rol eigenlijk niet kende. Daarom beschouwde ik dat als het ‘magische moment’ om terug te keren. Maestro Antonino Votto heeft me daarbij erg goed geholpen, maar vooral mijn determinatie was van doorslaggevend belang. En ik ben geslaagd. Ik heb wel met Callas gezongen in ‘Medea’. Eén van de mooiste momenten uit mijn carrière. Bij mijn debuut in de Scala in 1953 heb ik ook met Renata Tebaldi en met Mario del Monaco gewerkt in ‘La Wally’ bij Giulini, overigens de enige travestierol (Walter) die ik ooit in mijn carrière heb gezongen. Soms luisterde ik met zoveel aandacht naar haar dat ik bijna vergat in te vallen.”
Herbert von Karajan heeft van Scotto gezegd: “Ze verenigt het beste van die twee opera-diva’s: de mooie stem van Tebaldi en de dramatische expressie van Callas.” “Dat doet me uiteraard veel plezier. Misschien komt dat omdat ik altijd eerst rond het verhaal werk, dan de tekst en pas als laatste de muziek. Met Von Karajan heb ik het Requiem van Verdi opgenomen in Venetië en bij het a-capella gezongen ‘Libera me’ heeft hij het dirigeerstokje neergelegd om beter te kunnen luisteren. Dat heeft me toen reeds erg ontroerd. Ik heb met hem overigens ook het Requiem van Mozart gedaan.”
Welke opnames wil ze van zichzelf voor de eeuwigheid behouden: “Mijn favoriete componisten zijn Verdi, Bellini en Puccini. Dus de twee Traviata’s om te beginnen. In de tweede versie, vijftien jaar later, was ik immers veel rijper, maar de eerste versie was dan weer veel spontaner. Dan het ‘Trittico’ van Puccini. Op scène heb ik ze alle drie gezongen, maar op plaat enkel ‘Suor Angelica’ en ‘Il Tabarro’. Het is vooral ‘Angelica’ met maestro Maazel dat ik mijn beste opname vind, omdat ze met zo weinig mogelijk coupures is opgenomen. Dat schaadt anders aan de dramatiek, aan de emotie. ‘Butterfly’ met Barbirolli ook, die ik beter vind dan die met Maazel. En dan van Bellini ‘Norma’. En van andere componisten is er ‘Adriana Lecouvreur’, als voorbeeld van belcanto in verismo. Het komt er dus op aan mooi te zingen, maar toch de tekst te respecteren.”

Lees verder “Renata Scotto wordt 85…”

Zeventig jaar geleden: de grote doorbraak van Maria Callas

Zeventig jaar geleden: de grote doorbraak van Maria Callas

Morgen zal het al zeventig jaar geleden zijn dat Maria Callas moet invallen voor Elvira in “I Puritani” (foto Pinterest) van Vincenzo Bellini in La Fenice in Venetië en ze is meteen een succes.

Dat succes was volkomen verdiend en kwam nog meer uit de verf als men weet wat eraan voorafging. Ik laat het vertellen door de Engelse Wikipedia (de Nederlandse slaat deze episode gewoon over: onbegrijpelijk!).
In 1946, Callas was engaged to re-open the opera house in Chicago as Turandot, but the company folded before opening. Basso Nicola Rossi-Lemeni, who also was to star in this opera, was aware that Tullio Serafin was looking for a dramatic soprano to cast as La Gioconda at the Arena di Verona. Subsequently he recommended Callas to retired tenor and impresario Giovanni Zenatello. During her audition, Zenatello became so excited that he jumped up and joined Callas in the act 4 duet.
It was in this role that Callas made her Italian debut. Upon her arrival in Verona, Callas met Giovanni Battista Meneghini, an older, wealthy industrialist, who began courting her. They married in 1949 and he assumed control of her career until 1959, when the marriage dissolved. It was Meneghini’s love and support that gave Callas the time needed to establish herself in Italy and throughout the prime of her career, she went by the name of Maria Meneghini Callas.
After “La Gioconda”, Callas had no further offers and when Serafin, looking for someone to sing Isolde, called on her, she told him that she already knew the score, even though she had looked at only the first act out of curiosity while at the conservatory. She sight-read the opera’s second act for Serafin, who praised her for knowing the role so well, whereupon she admitted to having bluffed and having sight-read the music. Even more impressed, Serafin immediately cast her in the role.
Serafin thereafter served as Callas’s mentor and supporter. In 1968, Callas recalled that working with Serafin was the “really lucky opportunity of my career, because he taught me that there must be an expression; that there must be a justification. He taught me the depth of music, the justification of music. That’s where I really really drank all I could from this man”.
Zoals gezegd, the great turning point in Callas’s career occurred in Venice in 1949. She was engaged to sing the role of Brünnhilde in “Die Walküre” at the Teatro la Fenice, when Margherita Carosio, who was engaged to sing Elvira in “I puritani” in the same theatre, fell ill. Unable to find a replacement for Carosio, Serafin told Callas that she would be singing Elvira in six days; when Callas protested that she not only did not know the role, but also had three more Brünnhildes to sing, he told her “I guarantee that you can.”
In Michael Scott’s words: “The notion of any one singer embracing music as divergent in its vocal demands as Wagner’s Brünnhilde and Bellini’s Elvira in the same career would have been cause enough for surprise; but to attempt to essay them both in the same season seemed like folie de grandeur.”
Before the performance actually took place, one incredulous critic snorted, “We hear that Serafin has agreed to conduct I puritani with a dramatic soprano … When can we expect a new edition of La traviata with [baritone] Gino Bechi’s Violetta?”
But after the performance, one critic wrote: “Even the most sceptical had to acknowledge the miracle that Maria Callas accomplished… the flexibility of her limpid, beautifully poised voice, and her splendid high notes. Her interpretation also has a humanity, warmth and expressiveness that one would search for in vain in the fragile, pellucid coldness of other Elviras.”
Franco Zeffirelli recalled: “What she did in Venice was really incredible. You need to be familiar with opera to realize the size of her achievement. It was as if someone asked Birgit Nilsson, who is famous for her great Wagnerian voice, to substitute overnight for Beverly Sills, who is one of the great coloratura sopranos of our time.”
Scott asserts that “of all the many roles Callas undertook, it is doubtful if any had a more far-reaching effect.” This initial foray into the bel canto repertoire changed the course of Callas’s career and set her on a path leading to Lucia di Lammermoor, La traviata, Armida, La sonnambula, Il pirata, Il turco in Italia, Medea and Anna Bolena, and reawakened interest in the long-neglected operas of Cherubini, Bellini, Donizetti and Rossini.
In the words of soprano Montserrat Caballé: “She opened a new door for us, for all the singers in the world, a door that had been closed. Behind it was sleeping not only great music but great idea of interpretation. She has given us the chance, those who follow her, to do things that were hardly possible before her. That I am compared with Callas is something I never dared to dream. It is not right. I am much smaller than Callas.” [Wikipedia]

Lees verder “Zeventig jaar geleden: de grote doorbraak van Maria Callas”

Vijftig jaar geleden: huwelijk Jackie Kennedy met Aristoteles Onassis

Vijftig jaar geleden: huwelijk Jackie Kennedy met Aristoteles Onassis

Het is vandaag precies vijftig jaar geleden dat de Griekse reder Aristoteles Onassis in het huwelijk trad met Jacqueline Bouvier, de weduwe van de neergeschoten president John Kennedy. Het was de doodsteek voor opera-diva Maria Callas, die tot over haar oren verliefd was op haar steenrijke landgenoot.
Lees verder “Vijftig jaar geleden: huwelijk Jackie Kennedy met Aristoteles Onassis”

25 jaar geleden: Michie Nakamaru in “Otello”

25 jaar geleden: Michie Nakamaru in “Otello”

Als Desdemona in de Otello van Jos Van Immerseel in de Vlaamse Opera hoorden we de Japanse sopraan Michie Nakamaru (foto YouTube), in 1990 winnares zowel van de Pavarotti-wedstrijd als van het Maria Callas Concours. Ze had reeds Rossini gezongen, zonder zich erin te specialiseren, want haar rollen gaan van Mozart tot Poulenc. In augustus ’94 verving ze trouwens Cecilia Bartoli, toen die moest afzeggen voor het recital met ons Joske. De organisatoren kondigden dat aan zonder dat het helemaal zeker was. Jos: “Die zetten daar zo maar wat op, die durven nogal, zeg. Michie Nakamaru is gewoon één van mijn suggesties. Al zou het wel leuk zijn, mocht het deze keer waar zijn, want ook zij is erg goed.” Het wàs ook waar en het concert heeft wel degelijk plaatsgevonden.