Etienne Vercauteren (1935-2009)

Etienne Vercauteren (1935-2009)

Morgen zal het al tien jaar geleden zijn dat de gewezen beroepsrenner Etienne Vercauteren is overleden.

Tijdens een avondcriterium werd hij door mijn vader (die toen nog politieagent was) ooit eens beboet omdat hij door het rode licht was gereden met zijn fiets. Om de grapjes vóór te zijn: Vercauteren nam geen deel aan de wedstrijd, hij was gewoon toeschouwer. Maar later zou hij bij hoog en bij laag beweren dat hij zich op dat moment in het Sportpaleis van Antwerpen bevond en dat hij dus onmogelijk die verkeersovertreding had kunnen begaan.
Het is ook in het Sportpaleis van Antwerpen dat ik min of meer “contact” heb gehad met hem. Dat moet in 1964 geweest zijn toen hij deelnam aan de zesdaagse samen met Leon Scheirs en Lode Troonbeeckx (ze hebben echter niet het einde gehaald). We zaten toen hoog in een bocht en het was opvallend dat Vercauteren steeds beneden bleef rijden. Mijn moeder riep toen tegen hem (wellicht om mijn vader te pesten omwille van de geschiedenis met dat proces-verbaal): “Durft ge hier niet van boven komen rijden misschien?” En natuurlijk passeerde Vercauteren de volgende ronden vlak voor onze neus.
Toen ik dit jaartal ben gaan opzoeken op de website van “Mémoire du Cyclisme” is mij iets opgevallen. Meer dan met Etienne Vercauteren associeer ik mijn bezoek aan de Antwerpse Zesdaagse met mijn Australische naamgenoot Ron Baensch. Maar die heeft pas in 1965 voor het eerst deelgenomen in Antwerpen (tot en met 1969). Dus moet ik op z’n minst twéémaal naar de Antwerpse Zesdaagse zijn geweest met mijn ouders. Wat een mens nog allemaal leert in zijn ouw’ dagen! (Met Ron Baensch zal ik later vooral kennismaken tijdens de jaarlijkse kermiskoers in Temse, maar dat is weer een ander verhaal.)
Voor het informatieblad van Temse schreef burgemeester Luc De Ryck (zelf een groot wielerliefhebber) een in memoriam. U kunt het hieronder lezen. De rest van de informatie heb ik opgezocht op de Wielersite en daar heb ik aan de hand van een foto kunnen vaststellen dat Etienne Vercauteren als liefhebber bij de Antwerp Bicycle Club heeft gereden. Ik vind dat zo opvallend aan bijna àlle wielersites: de nalatigheid op het vlak van de amateurcarrière van de behandelde beroepsrenner. Je kan daar vanalles vernemen, tot hun bijnaam toe, maar voor welke ploegen ze als amateur hebben gereden dat vindt men blijkbaar geen relevante informatie. Vreemd…

Op donderdag 22 januari overleed, op 73-jarige leeftijd, ex-wielrenner Etienne Vercauteren. Hij was beroepsrenner van 1961 tot 1966. Geboren in Temse, was hij er woonachtig (Eigenlo) tot zijn 16de. Het jaar daarop (1952) begon hij te koersen.
Etienne Vercauteren werd geboren in Temse op 7 augustus 1935 als jongste van de 2 kinderen van (Vincent) Alfons Vercauteren, aanvankelijk wever en kraanman, later zelfstandig fietsenmaker, en Zulma De Cauwer. Het gezin ruilde in september 1951 Eigenlo voor Nieuwkerken. Etienne was eerst beenhouwersgast, daarna wielrenner. Hij combineerde z’n wielerloopbaan met het runnen van een depannagebedrijf, dat hij na zijn profcarrière met succes verder uitbouwde.
Hij was getrouwd met Marcella Boel en vader van 2 zonen. Zijn zonen zetten de ouderlijke zaak verder. Etienne Vercauteren begon te koersen in 1952 en ontpopte zich meteen als een revelatie. Hij reed dat jaar 33 wedstrijden, won er 6 en eindigde 10 maal 2de. Een vlijmscherpe sprint was zijn visitekaartje. In zijn 2de seizoen als nieuweling zegevierde hij 21 keer. 19 jaar oud (1954), werd hij liefhebber en bevestigde hij zijn reputatie. In 1955 werd hij soldaat en kwam er van koersen niets in huis. In 1956 hernam hij zijn beloftevolle plaats in het peloton, ondanks een sleutelbeenbreuk. Bij de liefhebbers totaliseerde hij 31 overwinningen, met als uitschieter 16 zeges in 1958.
Hij was ook actief op de piste, waar hij ploeg vormde met Gilbert Maes (Sint-Niklaas).
In 1959 reed hij tot half augustus bij de liefhebbers. Hij boekte 7 overwinningen, o.a. 2 ritten in de Ronde van Tunesië. Daarna stapte hij over naar de Onafhankelijken. In 1960 won hij in die tussenreeks tussen liefhebbers en beroepsrenners 4 koersen plus 2 wedstrijden bij de profs. In de eindstand van De Beste Onafhankelijke van het Seizoen werd hij 2de achter Lode Troonbeeckx (die 8 keer won, Etienne dus 6 keer. Troonbeeckx eindigde 31 keer bij de eerste 5, Etienne 32 keer). In 1961 ging hij nog van start bij de Onafhankelijken, maar toen Mercier hem in maart een contract aanbood, aarzelde hij niet om prof te worden. Hij boekte 3 zeges, waaronder het criterium van het Stadspark Antwerpen, waar hij een nieuw record vestigde met 43,5 km/u.
Zijn profzeges:
1960: 2
1961: 3
1962: 1
1963: 4
1964: 4
1965: 5
Totaal: 19.
Etienne Vercauteren was een typische kermiskoerser. Zijn kleurrijkste zeges boekte hij tegen topspurters als Rik Van Looy, Ward Sels en Benoni Beheydt. Z’n grootste triomf was de 1ste rit van Dwars door België in 1964, waarin hij in de spurt Frans Verbeeck klopte. Hij werd 2de in de eindstand (achter Piet Van Est).
Etienne was ook actief op de piste, waar hij ploeg vormde met Gilbert Maes (Sint-Niklaas). In de regionale wegwedstrijden vochten zij tal van duels uit in de sprint.
31 jaar oud, hing hij de fiets aan de haak. Zijn succesrijk depannagebedrijf eiste hem steeds meer op. In z’n laatste seizoen (1966) boekte hij geen zeges, maar eindigde hij nog wel 4 maal binnen de eerste 3.
De profwedstrijd in Temse t.g.v. juli-kermis heeft hij nooit gewonnen. Z’n beste prestatie was een 2de plaats (als Onafhankelijke) op 180 deelnemers in 1960: in de sprint geklopt door Rik Van Looy (zie foto).
Als beroepsrenner reed hij voor Mercier, Libertas en Dr Mann.
Na zijn carrière stapte hij in wielerclub Willen is Kunnen, die in 1967 was opgericht op ’t Ster. Etienne werd er voorzitter. Rond Ster-kermis in de maand mei werd gedurende jaren ook de Grote Prijs Etienne Vercauteren voor juniores gereden. In 1993 werd de club ontbonden.

Lees verder “Etienne Vercauteren (1935-2009)”

Lifetime Achievement Award voor kunstfotografe Lucille Feremans

Lifetime Achievement Award  voor kunstfotografe Lucille Feremans
Lucille Feremans uit Temse bouwde gedurende meer dan vier decennia een indrukwekkende carrière uit als portret- en fine art-fotografe. Op maandag 14 januari 2019 ontving zij daarvoor de Lifetime Achievement Award van vzw Studio, de belangrijkste vereniging van beroepsfotografen. Hiermee wil Studio haar lauweren voor haar ganse oeuvre en haar jarenlange inzet voor het promoten van de Belgische fotografie.

Als dochter van een beroepsfotograaf begon Lucille Feremans al zeer jong met algemene fotografie. Zowel de reclame en industriële fotografie als de portretfotografie hebben al lang geen geheimen meer voor haar. Buiten het commerciële werk gaat haar interesse naar de schoonheid van het menselijk lichaam. Dat thema maakt het belangrijkste deel uit van haar vrij werk. We zien een gevoelige benadering van het menselijk naakt, met krachtige lichtcomposities en intense clair-obscur, die onze grootste Vlaamse meesters alle eer aandoen.
Zij is internationaal gelauwerd als Europees Master Qualified Fotograaf en is de enige Belgische fotograaf wiens werk is gepubliceerd in de Polaroid Collection Book Emerging Bodies (USA). Haar website is één van de meest bezochte sites in de fotowereld (www.feremans.com). Als expert-docente bezocht zij talrijke landen over verschillende continenten. Zij stelde 49 maal individueel tentoon (o.a. op twee wereldtentoonstellingen) en nam deel aan 34 groepsexpo’s. Lucille Feremans is een internationale autoriteit, artistiek actief op een eenzame hoogte.
Watch me biedt een overzicht van meer dan vier decennia fotografisch oeuvre. De collectie toont niet alleen de meest memorabele beelden uit haar rijkgevulde internationale carrière, maar geeft ook een inkijk in het creatieve proces en haar artistieke taal. Intrigerende foto’s van succesvolle tentoonstellingen als Velata, Talking Hats, Polaroid Works en Body Visions worden gebundeld en afgewisseld met nooit eerder vertoonde beelden. Haar momentopnames portretteren de kracht en de schoonheid – in de ruimste zin van het woord – van het menselijk lichaam. En of ze nu fotografeert in zwart-wit of in kleur, telkens slaagt ze erin haar beelden een zweem van mysterie en een verleidelijke onvoorspelbaarheid mee te geven.
Het luxeboek – in groot formaat (330 x 245 mm), met hardcover onder stofwikkel – telt 144 bladzijden. De teksten zijn geschreven door internationale experts uit de fotografiewereld, maar uiteraard vormen de meer dan honderd (schitterende) foto’s het zwaartepunt én de magneet van het boek. ‘Watch me’ is een indrukwekkende publicatie naar vorm en inhoud. Het boek – uitgegeven door de Stichting Kunstboek, Oostkamp – kost 39,90 euro en is verkrijgbaar bij de fotografe, Akkerstraat 75, Temse, 03/771 06 95 – 0475/89 26 06, lucille@feremans.com, http://www.feremansgallery.be.
Lucille heeft het boek opgedragen aan haar echtgenoot (en grote steun) Eddy Stockmans en aan haar vader, Gaston Feremans. Lees verder “Lifetime Achievement Award voor kunstfotografe Lucille Feremans”

Isidoor De Ryck (1926-2009)

Isidoor De Ryck (1926-2009)

Tien jaar geleden, op 11 januari 2009 overleed in de St.-Augustinuskliniek in Wilrijk, op 82-jarige leeftijd, Isidoor De Ryck (foto’s de Wielersite). Eind jaren ’40 – begin jaren ’50 behoorde hij tot de beloften van het Belgische wielrennen. Zijn grootste overwinning was de Ronde van Duitsland in 1952.

Isidoor De Ryck werd geboren in Temse op 5 september 1926 als jongste van de twee kinderen van Rik (eig. Eligius) De Ryck, havenarbeider, en Carmen De Wilde, herbergierster. Vader Rik, die deelnam aan de Spaanse burgeroorlog (1936), overleefde de concentratiekampen van Bergen-Belsen en Auschwitz. Het gezin baatte na de oorlog de herberg O.K. uit (in 1954 reed Isidoor voor een ploeg met die naam) in de August Wautersstraat (de latere Bonanza Bar).
Door, zoals hij werd aangesproken, huwde op 4/3/1953 in Sint-Niklaas met Amandine Weemaes. Zij betrokken café De Tramstatie (huidig ’t Schrijverke). Het echtpaar verliet Temse in de herfst van 1954 en verhuisde naar Borgerhout, waarna zij op meerdere plaatsen woonachtig waren, uiteindelijk in Melsele. Zijn echtgenote overleed in 2004. Zij kregen twee dochters, van wie één overleed op 5-jarige leeftijd.
Door De Ryck genoot een opleiding tot elektricien en groeide uit tot een specialist-scheepselektricien. Als dusdanig startte hij na zijn wielercarrière een eigen zaak in Antwerpen. 64 jaar oud, ging hij met pensioen.
Isidoor De Ryck was als wielrenner eigenlijk een late roeping. Na zijn legerdienst – al bijna 22 jaar oud – debuteerde hij in juni 1948 bij de liefhebbers. Hij nam aan 30 koersen deel, boekte 3 overwinningen en eindigde 20 maal binnen de eerste 5. In 1949 ging hij over naar de categorie van de Onafhankelijken, waar hij zich bevestigde als een belofte. Prof geworden in mei 1950, ontpopte hij zich als een uitstekend ronderenner, klimmer en temporenner, maar helaas beschikte hij niet over een goede sprint. Al in zijn eerste profmaand won hij de Ronde van Luxemburg (inclusief de laatste rit), na een bitsig duel met de plaatselijke favorieten Bim Diederich en Jean Kirchen. Die zege werd in Temse bekroond met een ontvangst op het gemeentehuis.
Door beschikte intussen over een enthousiaste supportersclub, aangevoerd door voorzitter (en overbuur) Remy Hauman. Dat jaar mocht ons land aan de Ronde van Frankrijk deelnemen met een 6-koppige B-ploeg – de Arendjes (beloften) – en Door werd in de ploeg opgenomen, samen met o.a. Marcel De Mulder en Armand Baeyens. In de 6de rit, een tijdrit over 78 km gewonnen door Ferdi Kübler, moest hij 60 km op een kapot achterwiel rijden. Zijn volgwagen had geen vervangwiel bij, zodat hij buiten de tijdsgrens aankwam en werd uitgeschakeld. Op 21 juli won hij Brussel-Mondorf. Na het wielerseizoen hield hij de conditie op peil op de piste en ook daar bleek hij een revelatie.
Het jaar daarop won hij een rit en werd hij 4de in de Dauphiné Libéré. Hij werd opnieuw geselecteerd voor de Tour, dit keer voor de A-ploeg (sportbestuurder: Sylveer Maes), met kleppers als Stan Ockers, Germaine De Rycke, Hilaire Couvreur, Marcel De Mulder, Roger De Cock, Armand Baeyens… In het gebergte werd hij echter ziek, met opgave als gevolg. Het bleef bij twee Tourdeelnames.
1952 bracht zijn grootste triomf. In augustus won hij op overtuigende wijze de Ronde van Duitsland, een wedstrijd die toen heel wat gewicht had en gold als een uitstekende voorbereiding op het wereldkampioenschap. Naar aanleiding daarvan werd hij nogmaals op het gemeentehuis ontvangen. In de Ronde van Catalonië won hij een rit en eindigde hij 4de.
De seizoenen 1953 en 1954 waren minder succesrijk – in 1954 won hij de beroepsrennerskoers in Temse – en in 1955 ging Door van start zonder merk. Idem in 1956. Hij werd toen 4de in de Omloop Het Volk, kwam ten val in de Ronde van Vlaanderen, kreeg er de griep bovenop en hing meteen de fiets aan de haak. Hij was 29. De ronderenner werd opnieuw (scheeps)elektricien en startte een eigen zaak.
Isidoor De Ryck woonde jarenlang in Melsele. De jongste jaren betrok hij een serviceflat in Kallo. Toen zijn gezondheid taande, werd hij opgenomen in het rusthuis van Melsele. Isidoor De Ryck is overleden op 11 januari 2009, hij was van 1926, woonde in Kallo en is gestorven aan Parkinson. Ik heb nog sporadisch contact met hem gehad.
Een artikel over Isidoor, met foto, staat te lezen in het boek ‘Temse in de goeie ouwe tijd’ uit 1999.

Lees verder “Isidoor De Ryck (1926-2009)”

Dave Dee (1941-2009)

Dave Dee (1941-2009)

Het is vandaag ook al tien jaar geleden dat David Harman, beter bekend als Dave Dee van de groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich (foto Ben Merk via Wikipedia, Dave Dee staat uiterst rechts), aan prostaatkanker is overleden.

The Golden Years waren op 4 december 2005 in het Antwerpse Sportpaleis aan hun zesde editie toe. De tempel daverde op zijn grondvesten met de muziek, de sfeer, de sound van de gouden jaren ’60-’70. Dé revelatie was een groep die zich pas de jongste jaren opnieuw heeft herenigd en aantreedt in de originele bezetting: Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich. Dat zij de revelatie waren, vond ook Temses burgemeester Luc De Ryck. Onmiddellijk na het optreden zocht hij hen op in de VIP-loges en legde hij de basis van hun optreden in Temse. Op zaterdag 18 juni waren zij inderdaad top of the bill op de 19de editie van de Kaaifeesten. Het voorprogramma werd verzorgd door ’s lands beste sixtiesgroep: No Joke, met ronkende namen als Luc Smets, Marcel De Cauwer, Chris Peeters en Jan Hulsens.
De groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich werd in 1961 in het Engelse Salisbury gevormd als Dave Dee and The Bostons. Als semi-professionals deden zij heel wat ervaring op in tal van danszalen in het Verenigd Koninkrijk én in Hamburg. Hun repertoire was rock‘n’roll gekruid met komische elementen en de eigenstijlse taal van leadzanger Dave Dee, oorspronkelijk ’n politieagent (*). Toen zij in 1964 doorheen Groot-Brittannië toerden als ondersteunende groep van The Honeycombs, werden zij opgemerkt door de managers-songwriters van deze laatsten: Ken Howard en Alan Blaikley, met als resultaat: een platencontract bij Fontana. Onder de naam Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich begonnen zij een tweede leven (Dozy, Beaky en Tich waren bestaande bijnamen van drie groepsleden; Dave Dee was de artiestennaam van leadzanger Dave Harman; alleen Mick is een echte naam: van drummer Mick Wilson). Nadat hun eerste twee singles flopten, haalden ze begin 1966 de Britse Top 30 met You make it move, de eerste van een ononderbroken succesreeks van dertien. Tussen december 1965 en mei 1969 stonden zij met die dertien hits niet minder dan 141 weken in de Britse hitparade!!!
Al hun nummers werden gecomponeerd door hun managers Howard en Blaikley (die ook The Herd onder hun vleugels koesterden). Steve Rowland produceerde hun singles, die in de regel sterk ritmisch waren, met originele instrumentale vondsten en pakkende geluidsuitschieters. Hun hits hadden een stevige beat, klonken eenvoudig en waren vaak van het meezingerige type, kortom: licht verteerbaar voor het brede – vooral jonge! – publiek (**).
Hun populariteit nam enorme vormen aan (vooral bij de dames), mede dankzij hun eigen(zinnige) stijl: flamboyante, kleurrijke theatrale costumes, grappige in- en uitvallen en de typisch weelderige haardos van die tijd.
Hun succes sloeg over op Europa, Australië, Nieuw Zeeland en Japan. Maar Amerika werd niet veroverd: slechts éénmaal haalden zij er de Top 100 (met Zabadak).
Met de volgende dertien hits uit de periode 1966-1969 verwierven Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich een heel eigen plaats in de popgeschiedenis: You make it move, Hold tight, Hideaway, Bend it, Save me, Touch me touch me, Okay, Zabadak, Legend of Xanadu, Last night in Soho, Wreck of the Antoinette, Don Juan en Snake in the grass.
In 1969 ging leadsinger Dave Dee zijn eigen weg. De andere vier werkten nog enkele jaren verder als Dozy, Beaky, Mick & Tich, maar zetten er een punt achter in 1972. Kort daarop ruilde Dave Dee zijn solocarrière voor een baan in de platenindustrie. Allen zijn naderhand muzikaal actief gebleven, maar de tijd van de hitparades en het wereldwijde succes lag achter de rug.
Toen vanaf de jaren ’80 de revival-shows de kop opstaken, kregen ook Dave Dee & Co weer de kriebels. Geruime tijd traden zij apart op. Maar sinds een paar jaar vormen zij opnieuw één groep en zijn zij dé sensatie van elke sixties-show.
En nu zijn ze dus op zaterdag 18 juni 2005 te zien op de Wilfordkaai in Temse om 22 u., voorafgegaan om 20 u. door No Joke. De toegang is – als altijd – gratis!

Lees verder “Dave Dee (1941-2009)”

“Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens

“Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens

In zijn halfmaandelijkse bijdrage in “De Nieuwe Omroeper” heeft Luc De Ryck, de nieuwe én de oude burgemeester van Temse, het over het boek “Een jongen uit ’t Foort” van Frans Buyens, dat op 9 juni 2000 werd voorgesteld in de schouwburg van Temse (Roxy), waar toen ook bovenstaande foto werd genomen. Men herkent v.l.n.r. museumfunctionaris Annick Rooms, auteur Frans Buyens, zijn partner Lydia Chagoll en Luc De Ryck himself.

Over Temses geschiedenis is de jongste jaren veel gepubliceerd. Een curiosum is ‘Een jongen uit ‘t Foort’, de herinneringen van Frans Buyens aan zijn eerste 13 levensjaren (1924-1937) in zijn geboorteplaats. Het boek hangt een precies beeld op van het Temse van toen, gezien vanuit de invalshoek van een kind uit het eenvoudigste arbeidersmilieu (woonachtig in ‘t Foort, d.i. de huidige Philemon Haumanstraat). Tegelijk zijn vele omstandigheden, gebruiken, gebeurtenissen… en bovenal de tijdsgeest representatief voor het toenmalige Vlaanderen. Het boek leest als een trein en is toegankelijk voor het breedste publiek.
Frans Buyens (Temse, 1924 – Overijse, 2004) groeide op in het minderbegoede, socialistische arbeidersmilieu van Temse, de voedingsbodem van zijn later kritisch-maatschappelijk, vrijdenkend, marxistisch ideeëngoed, zonder partijpolitieke binding. Als natuurtalent en veelzijdig autodidact ontplooide hij zich tot een internationaal gelauwerd cineast. Naast documentaires realiseerde hij fictie- en artistieke films, waarvoor hij meermaals werd onderscheiden. Daarnaast trad hij op het voorplan als schrijver van essays, sprookjes en romans. Met z’n levensgezellin Lydia Chagoll (°1931) realiseerde hij ophefmakende films tégen de dictaturen van de jaren ‘30-‘40.
Via een toevallige ontmoeting op het kabinet van staatssecretaris Miet Smet leerde ik Frans Buyens en Lydia Chagoll kennen. Dra groeide een diepe vriendschap, die alle ideologische en filosofische tegenstellingen oversteeg. Jarenlang ben ik geregeld bij Frans en Lydia op bezoek geweest in Overijse. Ik heb er vele interessante, leerrijke en ontspannende uren doorgebracht, waarbij we praatten en discussieerden over kleine en grote problematieken, van lokaal tot mondiaal.
Nauwelijks te geloven: Temse was Frans’ uitverkoren gespreksonderwerp. Daarbij etaleerde hij zijn onwaarschijnlijk geheugen m.b.t. de 22 jaar die hij in onze gemeente had gewoond (1924-1946).
Toen hij met het idee speelde om zijn memoires te schrijven, was ik – mét Lydia – zijn grootste supporter. Bij het schrijven deed hij ontelbare malen een beroep op het gemeentearchief, kwestie van zo juist en precies mogelijk te zijn in zijn relaas. Ik heb het manuscript in de zomer van 1999 meegenomen op vakantie naar de Provence en was méér dan aangenaam verrast. Het boek is in juni 2000 in Temse voorgesteld.
In “Een jongen uit ‘t Foort” komt het Temse van de jaren ‘20 en ‘30 opnieuw tot leven. De auteur schetst de dampkring van de tijdsgeest, de mentaliteit van de mensen, hun grote en kleine kanten, het politieke klimaat, de tegenstellingen tussen gelovigen en ongelovigen, tussen katholieken en socialisten, hij schrijft over arbeid en werkloosheid, maatschappelijke gebeurtenissen (moord, zelfmoord, brand, ongevallen…), gezinsleven, verenigingsleven, bekende figuren en volkstypes, locaties… dat alles gezien door de bril van een leergierige opgroeier, die net als het gras in de lente op zijn tippen gaat staan om het leven te zien en te proeven, en dat alles registreert met de subtiele ontvankelijkheid van een seismograaf.
In zijn Buyensiaanse stijl tilt hij het lokale niveau op en verheft het tot een tijdsbeeld van Vlaanderen tussen de twee wereldoorlogen, geschreven op literair niveau en toegankelijk voor het breedste publiek. Geschiedschrijving en literatuur gaan hier hand in hand, met Temse in de hoofdrol.

Lees verder ““Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens”