Keng-Yuen Tseng wordt vijftig

67 Keng-Yuen TsengDe Taiwanese violist Keng-Yuen Tseng wordt vandaag vijftig jaar. Deze violist was de derde laureaat in de Elisabethwedstrijd 1993. Dat was te verwachten, ook al hield ik zelf niet zo heel veel van hem (ik zou hem 7de hebben geplaatst). Oosterling, “dus” meer techniek dan muzikaliteit, maar toch zou hij “een Chinese zigeuner” zijn, zegt hijzelf, “in de goede zin van het woord” (?). Hij is begonnen onder druk van zijn vader (een jazzpianist) en pas in de VS is hij zijn studie ernstig gaan nemen. Hij speelt op een Gagliano uit 1750. Hij onderscheidt zich alleszins met de keuze van zijn stukken voor de finale: de sonate in Bes, KV.454, van Mozart (met Melissa Lin) is weliswaar ook reeds door Honda-Rosenberg gebracht, maar toch. Dat hij het béter doet, daar ben ik het mee eens, maar erg tevreden ben ik toch niet. Het heeft natuurlijk veel te maken met de grote zaal en de moderne piano die noopt tot “modern” vioolspel. En verder ook met een vlieg in zijn oor! Het concerto nr.1 in a, op.99, van Sjostakovitsj heeft hij gekozen omdat hij vindt dat dit de narigheid die hij een vijftal jaren geleden heeft meegemaakt exact vertaalt. Alhoewel hij zowat de grootste ovatie van het publiek kreeg, was er inderdaad ook wat narigheid, alweer met het orkest of liever gezegd met Zollman. Al vielen ze wel elkaar in de armen. Volgens Jaap Van Zweden lag het echter ook aan Tseng, die zelf soms een loopje neemt met het tempo. Toch is hij de tweede in de Sterneveldprijs en dat terwijl Werthen niet aanwezig kon zijn wegens een concert in Engeland, zodat zijn punten gewoon het gemiddelde waren van de andere juryleden. Volgens Tseng steekt de tweede beweging trouwens de draak met de (Sovjet-)regering, maar dat lijkt me weer zo’n typisch Amerikaanse interpretatie, want sinds 1980 studeert hij in de New York bij Erick Friedman (een leerling van Heifetz) en Glenn Dicterow, de concertmeester van de New York Philharmonic. Daar woont hij in Newark, “a bad neighbourhood”, en zijn eerste Engels was dan ook nogal “slang”. Maar goed, het is iemand die risico’s neemt en die zo in de preselecties het hart van het publiek en de critici heeft gestolen. Dat blijkt ook bij het begin van Swerts, wanneer de partituur te hoog opgesteld staat voor zijn kleine gestalte. Hij begint er dan ook met de nodige hilariteit aan. Daardoor is hij zo ontspannen dat hij toch blijkbaar nogal afstand neemt van het stuk, aan zijn gekke gelaatsuitdrukkingen te zien. Hij vestigt trouwens de tweede snelste tijd (na Milenkovic) met 15’43”. En als Zollman had meegewild, had hij wellicht zelfs gewonnen!

Schiet niet op de bassist!

Schiet niet op de bassist!

Rocker Jerry Lee Lewis viert vandaag zijn 81ste verjaardag. 81? Dat is geen “rond getal”, dus… Nee, maar veertig jaar geleden, toen Jerry Lee dus zijn 41ste verjaardag vierde, liep het feestje een beetje uit de hand en de jarige schoot zijn bassist Norman Owens in de borst. Hij mikte op een flesje bier, gaf hij achteraf als excuus. Maar Owens werd twee keer in de borst geschoten… Hij herstelde gelukkig en gaf wel zijn ontslag. Bovendien spande hij een proces aan tegen zijn vroegere werkgever. Lewis werd (blijkens bovenstaande foto) weliswaar even aangehouden, maar of het ooit echt tot een proces is gekomen en hoe het dan wel afgelopen is, heb ik niet kunnen terugvinden.

Stan Ockers (1920-1956)

Stan Ockers (1920-1956)

Op 29 september 1956 vindt er tijdens een baanwedstrijd in een afgeladen Antwerps Sportpaleis een valpartij plaats. Een ietwat onhandig manoeuvre is het, waarbij Voorting, Van Looy, Sterckx en Ockers ten val komen. De eerste drie staan op en vervolgen hun weg, Stanneke blijft liggen. Hij is op zijn hoofd gevallen. Twee dagen later zal hij aan zijn verwondingen sterven…
Lees verder “Stan Ockers (1920-1956)”

Miles Davis (1926-1991)

Miles Davis (1926-1991)

Vandaag is het 25 jaar geleden dat jazzlegende Miles Davis is gestorven. Toen Miles Davis dertig jaar geleden optrad in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, heb ik een artikel geschreven voor De Rode Vaan dat ik echter heb ondertekend met Jan Segers, het pseudoniem dat ik vroeger voor het regionale blad “De Voorpost” heb gebruikt. Dat wijst erop dat ik me helemaal niet zeker voelde over wat ik allemaal heb geschreven, maar ik heb het toch maar gedaan. So here it is…

Reeds in 1960 schreef de bekende jazzcriticus Alun Morgan : « Na de dood van Charlie Parker in 1955, lijkt het dat Miles Davis de spilfiguur van de moderne jazz op zoek naar een leider die alles kan aanpakken, kan worden. Ik ken geen enkele andere muzikant die in staat is zo’n rol te vervullen ». En inderdaad, alhoewel kenners beweren dat het eigenlijke talent van Miles Davis gelimiteerd is, toch kan niet worden ontkend dat hij de aanzet is geweest voor die heel nieuwe vorm van jazz, die men jazzrock is gaan noemen of rockjazz of ook nog fusion of crossover, omdat het muziek is die zich niet binnen etiketten laat vangen. John Coltrane, Cannonball Adderley, Chick Corea, John McLaughlin, Herbie Hancock, Billy Cobham, Keith Jarrett… allemaal grote namen die via Miles Davis tot ons zijn gekomen. Een grote mijnheer dus, die Miles, en hij komt — na vele jaren — voor het eerst terug naar ons land en dat op zaterdag 8 mei in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Zouden we dit koncert durven vergelijken met de komst van Bruce Springsteen voor rockliefhebbers ?
BIRTH OF THE COOL
Lang voor zijn verbazende ommezwaai naar de jazz-rock, heeft Miles enkele heel belangrijke platen voor de jazz-geschiedenis opgenomen : « Milestones », « Kind of blue », « The Modern Jazz Giants » (met Monk, Milt Jackson, Percy Heath en Kenny Clarke), « Miles Davis at Carnegie Hall », « Someday my prince will come » en vooral « Birth of the cool » (1949-50), beschouwd als een even belangrijke etappe als de Hot Five van Louis Armstrong, de Ellington sessies van 40-42 en de meesterstukken van Charlie Parker. En hoe kunnen we de platen, opgenomen met Gil Evans, zoals « Porgy and Bess » en « Sketches of Spain », vergeten ?
Geboren in 1926 in Alton (Illinois), debuteert hij terzelfdertijd als Sonny Stitt en Clark Terry (41-43) en gaat hij in 1945 naar New York om er zijn studies te vervolledigen aan de Julliard Academy. Zo krijgt hij de gelegenheid om met Coleman Hawkins, Charlie Parker en Benny Carter, met wie hij naar Californië vertrekt, te spelen. In 1946, een heel belangrijke periode, treedt hij toe tot het orkest van Billy Eckstine die hem naar New York terugbrengt en waar hij door Charlie Parker opgenomen wordt in zijn kwintet. Hij komt voor de eerste maal naar Europa in 1949 tijdens het « Festival de Paris » (met Tadd Dameron).
Miles Davis heeft « grote oren ». Of dat letterlijk zo is heb ik nog niet kunnen vaststellen, maar dan toch figuurlijk. Daarmee bedoel ik dat hij naast jazz ook oren heeft voor blues, rock, klassieke muziek, Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse ritmes. Dat alles verwerkt hij op een zodanige manier in zijn muziek dat elke plaat, elk optreden weer anders is. Vaak vragen fans hem : Miles, speel dat nummer nog eens op de manier zoals je het vroeger deed. Maar dan antwoordt hij naar waarheid : hoe deed ik het vroeger eigenlijk ?
Die zelfs voor hemzelf ondefinieerbare stijl werd voor het eerst richtinggevend in 1949 toen hij als leider van een negenkoppige groep een aantal elpees opnam met o.a. Gerry Mulligan, Lee Konitz, John Lewis en Max Roach. Door talloze jonge jazzmusici werden deze opnames als een soort muzikaal manifest beschouwd, wat men later « the cool school of jazz » is gaan noemen.
DEATH OF THE COOL
Maar stilaan begon de cool zijn pluimen te verliezen (Ralph Gleason formuleert het anders : « It lost its balls ») en weer was het Miles Davis die de jazz uit de impasse haalde. Op dat gedenkwaardige Newport Jazz Festival van 1955 komt hij op en speelt een… blues. Maar zo funky, zo echt, zo ontroerend en swingend dat de hele coolbeweging in minder dan een jaar van de kaart werd geveegd. « Walkin’ » heette deze blues en de opname ervan (op Prestige) is een klassieker, een van de meest invloedrijke opnames uit de jaren vijftig.
Ondertussen onderneemt Miles meer en meer tournees buiten de VS en bezoekt dikwijls Europa. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk in 1957, maakt hij de muziek voor de film « Ascenseur pour l’Echafaud » (Louis Malle). Datzelfde jaar neemt hij de fameuze platen met Gil Evans op.
Zelfs in zijn beginperiode is Miles Davis nooit onderhevig geweest aan invloeden van buitenuit, al was hij de eerste belangrijke jazz-artiest die aandacht kon opbrengen voor rockgitarist Jimi Hendrix of soulzanger Sly Stone. Zelfs Bob Dylan kende hij reeds voor deze doorbraak met « The times they are a-changing ».
Zijn wonderbare klank, zijn communicatieve gevoeligheid, zijn ondoorgrondelijke wereld hebben van hem de meest geapprecieerde trompettist van de moderne jazz gemaakt. Zijn spel, verrijkt door onuitgegeven harmonische opzoekingen, geeft, wat ook het tempo mag zijn, een indruk van een ritmisch aangehouden evenwicht die gecompenseerd en onderlijnd wordt door tempo-variaties en de onregelmatige accenten van de drummers gekozen door Miles.
DE DERDE OMWENTELING
Op 18 februari 1969 nam Miles Davis een elpee op die de titel « In a silent way » meekreeg. Zijn medemuzikanten : Herbie Hancock, Joe Zawinul en Wayne Shorter die later « Weather Report » zouden vormen, pianist Chick Corea; gitarist John McLaughlin en drummer Tony Williams. In de later opgenomen « Bitches Brew » zou de nieuwe wending die Davis’ muziek had genomen nog duidelijker worden: de fusion was geboren.
Tot 1975 zou Miles doorgaan met het opnemen van platen in deze stijl, maar — het dient gezegd — de kwaliteit verminderde, de muziek werd voorspelbaar. En dan, plotseling, niets meer. De man die sedert 1949 meer dan 45 elpees had opgenomen verdween van de podia en uit de studio’s. Kwatongen brachten de stilte in verband met de ongunstige kritiek. Miles zou artistiek « dood » zijn. Niets was echter minder waar. Wel waar was dat Miles bijna echt dood was, een zware ziekte met andere woorden. Toen hij in 1981 voldoende hersteld was, was het precies opnieuw op het Newport Jazz Festival dat hij weer aan de oppervlakte kwam. En opnieuw greep hij terug naar de « funky » stijl waarmee hij in 1955 zo’n ophef had gemaakt, zij het dat het nu een ander soort « funk » was, sterk aanleunend bij het genre dat in de rockmuziek erg populair was geworden. Dat resulteerde in de studio-elpee « The man with the horn » en de kortelings te verschijnen dubbele live-elpee « We want Miles ».
In het Paleis voor Schone Kunsten zal hij begeleid worden door Mike Stern (gitaar), Marcus Miller (basgitaar), Al Foster (drums), Bill Evans (sopraansax) en Mino Cinely (percussie).

Referentie
Jan Segers, Miles Davis: steeds toonaangevend, De Rode Vaan nr.19 van 1982

Freddy Quinn wordt 85…

Freddy Quinn wordt 85…

Zanger Freddy Quinn viert vandaag zijn 85ste verjaardag. Alhoewel er van “vieren” niet veel sprake zal zijn, als ik mag verder gaan op het laatste zinnetje van Wikipedia. Want helaas ja, alhoewel de zanger een twintigtal malen ter sprake komt op mijn blog, zal ik mij wegens tijdsgebrek toch grotendeels moeten beperken tot de Wikipedia-bijdrage…
Lees verder “Freddy Quinn wordt 85…”