Het hoekje van Opa Adhemar (43)

Het hoekje van Opa Adhemar (43)

“Het hele leven is onzeker, afgezien van dat ene noodzakelijke feit dat er vroeg of laat een einde aan komt,” noteert Paul Auster in ‘Winter Journal’. Een torenhoog cliché natuurlijk, maar meteen onverbiddelijk waar. Of zoals Michel Tournier het formuleert in ‘Le Roi des Aulnes’: “De vrouw die het kind draagt moet ook haar rouw dragen”.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (43)”

Het hoekje van Opa Adhemar (42)

Het hoekje van Opa Adhemar (42)

Het ontbijt is al decennia lang een vluchtige herinnering geworden. Tientallen jarenlang beperkte het zich tot het genot van ettelijke koppen koffie (‘het ruikt hier naar D.E.‘) en een gelijkelijk aantal met evenveel culinair genot gesmaakte sigaretten (minder trouw wat het merk betreft, van de heavy stuf als Gitanes en Gauloises over naar lichte brol als Belga tot eindelijk Peter Stuyvesant). Wat ligt het alles ver in het verleden!

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (42)”

Jef Geeraerts (1930-2015)

Jef Geeraerts (1930-2015)

Het is al vijf jaar geleden dat de Antwerps-Gentse schrijver Jef Geeraerts op 85-jarige leeftijd is overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Vier jaar geleden werd dan weer bekend gemaakt dat de drie kinderen uit zijn eerste huwelijk (zie verder) naar de rechtbank stappen om het testament te betwisten, waardoor het grootste deel van zijn nalatenschap naar het bevriende homo-echtpaar Erwin Mortier en Lieven Vandenhaute zou gaan. Wat daar ondertussen van gekomen is, zou ik niet kunnen zeggen…

Lees verder “Jef Geeraerts (1930-2015)”

Het hoekje van Opa Adhemar (41)

Het hoekje van Opa Adhemar (41)

Een grootwarenhuis dat is toch de snoepwinkel voor de volwassene. Ook wel voor kinderen natuurlijk, voor hen is het een wat primitieve versie van Plopsaland: ze kunnen er hollen, roetsbaantje spelen, dingen omver gooien. En natuurlijk met grijpgrage handjes reiken (en uit de rekken slepen) naar wat aan allerlei noodzakelijks ontbeert in de kasten thuis – producten die zich bevinden in de afdelingen snoep, koekjes, chocolade, chips en de god van de Olympus ‘Haribo’.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (41)”

Het hoekje van Opa Adhemar (40)

Het hoekje van Opa Adhemar (40)

In ‘De idioot’ laat Dostojevski een personage poneren: “Ongeloof in de duivel is een Frans idee, een lichtzinnig idee. Weet u wel wie de duivel is? Weet u welke zijn naam is? En hoewel u zijn naam niet eens kent lacht u toch over zijn vorm, in navolging van Voltaire, over zijn hoeven, staart en hoorns, die door uzelf verzonnen zijn; want de onzuivere geest is een grootse en dreigende geest, hij heeft geen hoeven en hoorns, die zijn er door u bij verzonnen.” Zijn naam niet kennen? Hij heeft er zovele… Satan, Beëlzebub, Lucifer, Mefistofeles, Abaddon, de Antichrist, de Demon, Iblis, Shaitan, Belial, Krampus…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (40)”

Jeroen Brouwers wordt tachtig…

Jeroen Brouwers wordt tachtig…

Pas in 2008 heb ik voor het eerst een boek van Jeroen Brouwers gelezen. Waarom dat zo lang heeft geduurd, kunt u hieronder lezen, maar het lezen van het boek zelf, met name “Geheime kamers”, toch een boek van bijna vijfhonderd pagina’s, is verbazend snel gegaan. Vooral in vergelijking met die knoert van een “Salammbô”, waar ik me juist had door geploegd (nu gebruik ikzelf eens een tangconstructie, voor meer uitleg, zie alweer hieronder). Zoals gewoonlijk vertrek ik van Wikipedia, waarin ik dan mijn eigen bedenksels verweef, gevolgd door een recensie van Johan de Belie uit 1987.

Lees verder “Jeroen Brouwers wordt tachtig…”