35 jaar geleden: “Een slagerszoon met een brilletje”

35 jaar geleden: “Een slagerszoon met een brilletje”


Het is vandaag 35 jaar geleden dat in het Gentse Nieuwpoorttheater de première plaatsvond van “Een slagerszoon met een brilletje”, een soloprogramma van Tom Lanoye, gebaseerd op zijn prozadebuut met dezelfde titel dat enkele weken eerder was uitgekomen. Dus hieronder vind je eerst een bespreking van het boek door Johan de Belie en pas daarna van de theatervoorstelling door mezelf.

Lees verder “35 jaar geleden: “Een slagerszoon met een brilletje””

Het hoekje van Opa Adhemar (62)

Het hoekje van Opa Adhemar (62)

De winter moet toch zowat het meest geschikte seizoen zijn om je terug te trekken in je eigen eenzame plekje, knus, warm, afgesloten van de wereld. Het begint al in de herfst, wanneer de dagen donkeren, de avond vroeger start, het buiten al eens durft regenen, hagelen, bliksemen, stormen. Veilig in het nestje kruipen. Geïsoleerd. Ogen en oren dichtstoppen. Al moet ik het, uit eigen prilste ervaring puttend, enigszins weerleggen – of bijsturen. Uit mijn eerste levensjaren weet ik niet meer te putten maar toen we zo rond mijn vijfde levensjaar naar een eigen woning verhuisden (nu ja deze van mijn ouders) kwam ik terecht in een kamertje met roze muren. Eén muur voorzien van Sneeuwwitje en haar mannelijke fans, geschilderd naar het Disneymodel door mijn oudere kunstzinnige broer. Het ideale oord voor een schuilhoekje, weggedoken in mijn kinderbedje. 

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (62)”

De schatkamer van Johan de Belie (7)

De schatkamer van Johan de Belie (7)

Daniel Wallace (°Birmingham, Alabama 1959) schreef een achttal romans en meerdere verhalen. Hij is vooral bekend door zijn semi-autobiografisch werk ‘Big Fish: A Novel of Mythic Proportions’ (1998) (‘Grote vis’, uitg. Van Buuren, 1998). Het autobiografische schuilt niet in details betreffende zijn leven. Het behelst louter de relatie tot zijn vader, de grote vis, die in werkelijkheid zeer stroef verliep en die hij hier verwoordt. Of meer dan dat, die hij wenst te herstellen – over de dood heen. Zijn vader, een zakenman pur sang, was meestal uithuizig (buitenlandse reizen) en de band met Daniel was vaag, vrijwel onbestaand. Zijn zoon inlijven in de zaak bleek een mislukking, deze was niet geïnteresseerd. Hij werkte in een boekhandel, ging aan de slag als illustrator, om tenslotte na dertien jaren en een studie Engels en filosofie, professor literatuur aan de universiteit van North Carolina te worden.

Lees verder “De schatkamer van Johan de Belie (7)”

De schatkamer van Johan de Belie (6)

De schatkamer van Johan de Belie (6)

V.S.Naipaul (°Trinidad 17.8.1932 – +London 11.8.2018), van Indische afkomst, schreef met ‘A house for Mr.Biswas’ (1961), zijn vierde roman in een rij van vijftien – evenveel als hij non-fictie (vooral reisverhalen) publiceerde – zijn wellicht meest prominente boek. En dat om meerdere redenen.

Lees verder “De schatkamer van Johan de Belie (6)”

Mireille Cottenjé (1933-2006)

Mireille Cottenjé (1933-2006)

Vijftien jaar geleden overleed schrijfster Mireille Cottenjé in Brugge. Rond kerst 1984 gingen Johan de Belie en ikzelf haar daar opzoeken in opdracht van Piet Lampaert, toenmalig hoofdredacteur van het weekblad De Rode Vaan. Enkele jaren eerder had die Frank Jacobs met dezelfde bedoeling op haar afgestuurd en het duurde toen een week voor Frank weer boven water kwam. Daarom werden we nu met twee op pad gestuurd. Om elkaar in de gaten te houden.

Lees verder “Mireille Cottenjé (1933-2006)”

Het hoekje van Opa Adhemar (61)

Het hoekje van Opa Adhemar (61)

Het kan een triest gebeuren zijn. Soms een feestje. Vaak iets van beide, zo’n beetje tussenin, weifelend, of in twee delen zich splitsend. Het hangt van de omstandigheden af. En vooral van de hoofdrolspeler. Van het lijdend voorwerp. Over een meewerkend voorwerp kan men nog bezwaarlijk spreken in dit geval. Gezien de toestand waarin hij of zij zich bevindt. Die is behoorlijk roerloos. Veel beweging zit er niet meer in. Bovendien is betrokkene meestal op dit hoogtepunt reeds aan ons oog onttrokken. Werd hij ingekapseld zodat zijn of haar, weliswaar bleke maar toch mooi aangeklede verschijning, ons niet meer aan het schrikken kan brengen. Of erger: hij is inmiddels reeds herleid tot een minimaal volume, gereduceerd tot een verwaarloosbare hoeveelheid poeder die je met één forse ademstoot wegblaast met achterlating van enkele hardnekkige stukjes die hopen de eeuwigheid in te gaan, tegen beter weten in.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (61)”

Andrei Platonov (1899-1951)

Andrei Platonov (1899-1951)

Morgen zal het al zeventig jaar geleden zijn dat de Zuid-Russische auteur Andrei Platonov is gestorven. Hij bleef door allerhande tribulaties vrij onbekend voor het eigen publiek en bereikte ons pas laat via vertalingen. Zo wordt hij, ongetwijfeld toch een belangrijk schrijver, niet eens vermeld in die klassieker onder de Russische literatuurgeschiedenissen hier te lande, « Van nitsjevo tot chorosjo » van Johan Daisne. Het in 1987 in vertaling verschenen werkje « Dzjan » (= ziel, leventje) van 1935 mocht pas in 1964 gepubliceerd worden. Te laat voor Daisnes anthologie, die in 1948 het licht zag, en te laat voor de auteur die dit meesterwerkje niet in druk heeft gezien.

Lees verder “Andrei Platonov (1899-1951)”

Het hoekje van Opa Adhemar (60)

Het hoekje van Opa Adhemar (60)

Een spiegel. Moet ik de persoon die ik daar gereflecteerd zie werkelijk herkennen? Dien ik de confrontatie aan te gaan? Die gelaatstrekken. Die rimpels en groeven. Het verhaal dat verteld wordt. Mijn blik tast de poriën af van een gezicht dat ik niet tenzij uit een verre herinnering weet te identificeren. Ogen ontmoeten elkaar, overbruggen een afstand, stoten elkaar af. Ze wensen elkaar niet te zien. Wat hebben ze gemeen? Wat hebben ze elkaar te zeggen. Afkeer. Haat. Afgrijzen. Ze willen een ruimte tussen hen creëren, lichtjaren moeten hen verwijderen van elkaar. Onverbiddelijk word ik naar dat creatuur toegezogen. Het slorpt me op, dreigt me tot zich te nemen. Dwingt me één te worden. Mezelf te zien. Te confronteren.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (60)”

De schatkamer van Johan de Belie (5)

De schatkamer van Johan de Belie (5)

“Ik moet de stilte beschrijven. Mijn paradoxale opdracht is een dagboek bij te houden over een periode waarin alle dagen eender zijn.” Zo noteerde Ilja Leonard Pfeijffer op maandag 20 april 2020 te Genua in zijn dagboek dat nu gepubliceerd is als ‘Dagboek in tijden van besmetting’ (Privé-Domein 313, Arbeiderspers, 2020*). Daarin volgen we van 9 maart tot 26 juni 2020 het dagelijks wel maar vooral wee dat covid 19 en corona hem, zijn partner Stella, hun vrienden, hun kring van geliefden en bekenden, de Genuese bevolking en de ganse wereld berokkent. Telkens vastgelegd in 300 woorden.

Lees verder “De schatkamer van Johan de Belie (5)”

Het hoekje van Opa Adhemar (59)

Het hoekje van Opa Adhemar (59)

Bij het ontwaken uit mijn middagdutje, gisteren om 14u07, concludeerde ik plots dat het allemaal heel vreemd was. ‘Het’ dat kan zowat alles betekenen, in filosofische en semantische wijze geïnterpreteerd. Hier bleek het te gaan over dat weinig fortuinlijke jaar 2020. Toegegeven, het is al bijna ten einde – de eindejaarsfestiviteiten rollen er al aan – ik ben dus vrij laat om tot inzicht te komen. Maar ik ben dan wel in het bezit van een voortreffelijk excuus.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (59)”