De vampierboeken van Darren Shan

De vampierboeken van Darren Shan

Darren Shan (foto Wikipedia) is het pseudoniem van de Ierse auteur Darren O’Shaughnessey (°Londen 2 juli 1972). Het gezin verhuisde toen hij zes jaar was naar Ierland, Limerick, waar hij sindsdien woont en doceert. Het is de sfeer van het land met zijn legenden en mythen dat wellicht bepalend is voor de teneur van zijn werk. Shan is vooral bekend geworden met zijn boeken voor de jeugd. Inmiddels is zijn werk verspreid over 39 landen en werden er meer dan 25 miljoen exemplaren verkocht. Meest bekend is de 12-delige reeks ‘The world of Darren Shan’, een vervolg van vier boeken, ‘The Saga of Larton Crepsley’ waar een personage uit de eerste serie de hoofdrol krijgt toebedeeld. Daarnaast is er ook ‘The Demonata’ (10 delen) over zombies, , net als ‘Zom-B’, eveneens uit twaalf delen bestaand. Maar Shan schreef ook succesvol voor volwassenen: ‘The City Trilogy’ en verder nog meer romans en novellen…


Wij lazen ‘De wereld van Darren Shan’ waarin hij ‘zichzelf’ (?) ten tonele voert als tiener. De boeken situeren zich in de wereld van de vampiers. In het eerste ‘Cirque du Freak’ (2000) maken we kennis met Darren, zijn boezemvriend Steve, zijn ouders en zusje Annie. Een aanplakbiljet voert hen naar een bizar circus waar de twee schoolvrienden het optreden meemaken van de meest bizarre figuren, freaks… Dat was reeds een aanleiding om opmerkingen te maken over de uitbuiting vroeger van misvormde mensen die tentoon gesteld werden, en bij uitbreiding de vraag te stellen ‘wat is normaal’. We zullen zien dat de auteur tracht in ieder boek wel relevante thema’s aan te snijden zonder met het vingertje te wijzen. Freaks dus: een wolfman, een baardvrouw, een dikke man die ijzer en glas eet, een geschubde slangenjongen… Daar ontmaskert Steve (met zijn interesse voor vampiers) de eigenaar van een getemde spin madame Octa, Larten Crepsley: een vampier. Hij wil zelf ook vampier worden, wat hem geweigerd wordt, hij is niet goed genoeg. Darren anderzijds is gefascineerd door de spin en steelt haar. Tenslotte zal Steve, dodelijk gebeten door het beestje, slechts gered kunnen worden door een antigif in het bezit van vampier Crepsley. Een ruil: het leven van zijn vriend indien hijzelf in dienst komt van Crepsley als halfvampier, hij voldoet immers wel aan alle voorwaarden… Verscheurende keuze, Darren geeft toe om zijn vriend te redden, en tenslotte zal hij iedereen, zijn oude leven achterlaten om op te trekken met de vampier. Helaas heeft hij wel een vijand achtergelaten: Steve die jaloers is dat hij geen vampier werd, en zijn vriend nu wel.
‘The Vampire Assistent’ speelt twee maanden later. Inmiddels hebben we al heel wat geleerd over de werkelijke aard van de vampieren. Ze doden geen mensen, ze zijn niet bang voor kruizen en knoflook. Veranderen in ratten of vleermuizen? Nee, fabels. Hen doden kan met mes, pistool en ja met iets door hun hart te steken zoals bij ieder mens. Ze drinken weliswaar bloed: dan verdoven ze iemand, een klein sneetje, beetje zuigen, met speeksel het wondje vrijwel helen en dat was het. En inderdaad: zonlicht verdragen ze niet, ze leven ’s nachts in het duister. Darren, als jonge halfvampier, kan het voorlopig nog met dierenbloed stellen – hij weigert mensenbloed ondanks de waarschuwingen dat hij dit niet kan volhouden, om krachtig te blijven zal hij moeten capituleren. Krachtig is hij inmiddels wel: te sterk wat hem belet nog mee te spelen in de mensenwereld, hij zou anderen verwonden. Hij is steeds meer gedoemd tot een eenzaam leven én kan zich ook bij niemand uiten: altijd in leugens leven, nooit zeggen wie of wat hij is. Gelukkig maakt hij kennis met Evra, de slangenjongen van de freakshow. Ze worden vrienden, samen knappen ze allerlei klusjes op voor het gezelschap. En leren een jongen kennen uit het dorp, Sam, die graag bij de show wil komen. Ze ontmoeten een groep milieuactivisten. Ruimte om over deze problematiek en over vegetariërs te discussiëren. Dierenbescherming: dit zal leiden tot een drama, een fanatieke man van de groep, Veggie Willie, zorgt voor chaos die een dodelijk einde kent. En met een magistrale, zelfs ontroerende omweg, wordt Darren overgehaald mensenbloed tot zich te nemen.

In ‘Tunnels of Blood’ leren we dat Crepsley ooit deel uitmaakte van de ‘Vampier-generaals’, een soort raad der wijzen; hij gaf daar zijn ontslag maar dat zal in volgende boeken verklaard worden. In dit werk verlaat hij met Darren en Evra het Cirque du Freak: ze trekken naar een stad. Het zal duidelijk worden waarom, wanneer de jongens die een gezellige, normale, tijd beleven, Crepsley op zijn mysterieuze nachtelijke tochten volgen. Hij wil een vampanees uitschakelen: dit zijn vampieren die zich honderden jaren geleden scheidden van de anderen, zij doden mensen voor hun genoegen. Op dit ogenblik bestaan er niet veel meer van, deze – actief in de geboortestad van Crepsley – heeft reeds veel slachtoffers gemaakt. Het wordt een bloedstollende vooral ondergrondse strijd in de riolen die tenslotte beslecht wordt middels een ingenieuze list van Darren en de vampier. Een zeer spannend slot! Dit alles tegen een achtergrond van kerstsfeer, cadeautjes, verliefdheid, en de discrepantie tussen de glitter van het feest en werkelijke gevoelens.
In ‘Vampire Mountain’ vertrekken Darren en Crepsley naar… inderdaad de Vampiersberg waar de Raad der Vampiergeneraals en de drie Prinsen zetelen, waar de oude vampier verantwoording zal afleggen voor het ‘werven’ van een jeugdige assistent. Een zware tocht door onbewoond gebied en sneeuwvlakten, over bergen. Bovendien werd hun het gezelschap opgedrongen van twee Kleine Mensen. Die ontmoetten we reeds in het Cirque: daar verblijven ze in wisselend aantal onder leiding van ene Mr. Des Tiny (destiny: noodlot!). Ze tonen niks van hun lichaam noch van hun gelaat, ze spreken niet; ze voeden zich met zowat alles, kadavers, zelfs mensenvlees. Pas op deze tocht komen we meer te weten over hen wanneer één van de twee in een gevecht met een beer gedood wordt, dan onthult de resterende, Hurkat, die nu plots wil spreken, dat ze geesten zijn, uit de dood tot leven gewekt door Mr.Tiny. Hij gaat naar de Generaals om te waarschuwen dat de Nacht der Vampanezen nabij is. Inderdaad wordt het gezelschap onderweg geconfronteerd met de aanwezigheid van deze soort. Tenslotte bereiken ze de fascinerende Vampiersberg, waar talloze vampieren leven. Dreigt er, na de boodschap van de Kleine Mens, werkelijk een oorlog met de Vampanezen? Of zal er, wat een vampier die binnenkort tot Prins zal gekroond worden (Kurda), beijvert, besloten worden tot een vredesverdrag? En wat over de Bloedsteen, die zorgt voor de geestelijke collectiviteit van de vampieren, net als de mysterieuze raadszaal (opgetrokken uit onbekend materiaal); was hij ooit een geschenk van die raadselachtige Mr.Des Tiny die hierdoor als niet-vampier een ongezonde positie bekleedt? Darren wordt voorgesteld aan de Raad, Crepsley berispt; deze laatste kan niet gestraft worden maar men wil zijn jonge assistent onderwerpen aan vijf proeven, mits zijn goedkeuring. Hij aanvaardt. Het belang van eer en trots komen in dit boek sterk aan de orde. Vervolg in deel 5 ‘Trials of Death’.

Inderdaad begint Darren aan wat de initiatieproeven zijn, maar wat vreselijker is: wie niet slaagt wacht de dood! Ze zijn niet mis: er is het waterlabyrinth waaruit hij ontsnapt, dan het Pad der Naalden, een helse tocht tussen stalagmieten en stalactieten, de Hal van Vuur die hem bijna levend in een toorts verandert. Als vierde test moet hij het opnemen tegen twee everzwijnen. Dit wordt hem fataal: net wanneer hij dreigt verslagen te worden komt de Kleine Mens Hurkat tussenbeide en redt hem. Dit wordt evenwel als een mislukking beschouwd: de wet is onverbiddelijk, Darren dient geëxecuteerd te worden. Evenwel: een vriend van Crepsley wil hem buiten de Vampiersberg smokkelen en de vrijheid geven. Dan komt de pacifist Kurda tussenbeide, hij helpt mee… Niet belangeloos zo blijkt: buiten wachten tientallen vampanezen met wie Kurda een afspraak had om tot vrede te komen. Helaas doodt hij nu de andere vampier en wil hij absoluut Darren die hij sterk en intelligent weet, en eveneens vredelievend, gevangen houden. Maar deze weet te ontsnappen… Een sterk verhaal met spanning in de proeven, en allerlei ‘weetjes’ over het Feest der Ondoden, de galerij van de spinnen, de begrafenisrituelen. En zal Crepsley zijn leven verder in de Berg slijten als kwartiermeester? En wat over zijn vroeger huwelijk met Arra die we in dit vijfde boek ontmoetten…?
Over naar ‘The Vampire Prince’, deel 6! In vorig boek leerden we dat een pacifist ook dapper kan zijn, dat er tegenstrijdigheden bestaan. Des te meer zal dit hier blijken. Darren wist te ontkomen en overleeft de eerste dagen eenzaamheid in een onherbergzaam landschap dankzij een roedel wolven, de vrienden van de vampiers. Maar dan ziet hij een groepje onder leiding van de onbetrouwbare Kurda: Crepsley, Arra en enkele gewapende vampiers, wellicht op zoek naar hem. Hij beseft dat hun doodvonnis getekend is indien hij gevonden wordt. Besluit: hij moet de Vampiersberg bereiken en Kurda ontmaskeren. Hij slaagt in dit alles: net op het ogenblik dat Kurda tot Prins gekroond zal worden weet hij de plechtigheid te verstoren en de waarheid aan het licht te brengen: het verraad én de aanwezigheid van tientallen Vampanezen in een grot in de berg. Ontsteltenis! Maar, een gevecht zou gezien de positie van de tegenstanders in de onderaardse gangen en grot veel slachtoffers kosten. Dan broedt Darren een plan uit: met de hulp van zijn spin Madame Octa die hij nog steeds op zijn reizen meenam, roept hij alle spinnen ter hulp; zij zullen, met duizenden, de vampanezen van twee kanten benaderen, in de war brengen, en de Vampiers de gelegenheid bieden tot een dodelijke aanval over te gaan. Succesvol. Helaas zal de geliefde Arra hierbij, ondanks de dappere tussenkomst van Darren, sneuvelen; Darren die tot zijn ontzetting zelf twee Vampanezen doodt: een gewetensstrijd. Kurda en zijn enkele handlangers zullen geëxecuteerd worden wegens verraad. Hij verklaart eerst nog zijn motieven: via Mr.Des Tiny wist hij dat over enkele jaren de mythische Heer der Vampanezen zou arriveren en de definitieve strijd met de vampieren aanbinden die het einde van de clan zou betekenen. Het was zijn bedoeling de vampanezen in het bezit te stellen van de Bloedsteen, hen de macht over te dragen, en zo de vampiers te dwingen tot een verzoening eer de Heer der Vampanezen op het toneel zou verschijnen, te laat om nog een oorlog te kunnen ontketenen. Een pacifistische bedoeling dus; dat hij daartoe slachtoffers diende te maken, helaas… hij zou ook de drie vigerende Prinsen vergiftigd hebben. Men erkent en respecteert zijn zienswijze, maar de wet is onverbiddelijk: de doodstraf. Rest er nog Darren die ook moest sterven, gezien hij faalde in de proeven… Maar nu, de clan door hem gered, dapperheid en intelligentie bewezen, kan de wet niet omzeild worden? Coup de théâtre: terwijl hij zijn doodvonnis afwacht wordt hij gekroond. Darren Shan is de nieuwe zetelende Vampire Prince!
In vorig boek lieten we Darren achter als gekroonde Prins maar ook als iemand met veel twijfels: kies je voor de traditie, de oude verstarde wetten van de clan, of moet je met open blik de toekomst tegemoet treden, open staan voor veranderingen zoals Kurda predikte? En die krijgshaftigheid? Hij beseft dat hij veeleer pacifist is, het doden van twee vampanezen – hoe noodzakelijk ook – zit hem niet lekker. En tenslotte: hij heeft afscheid genomen van zijn trouwe gezel madame Octa die hij de vrijheid gaf om bij de andere spinnen in de berg te gaan leven…

Op naar boek 7 ‘Hunters of the Dusk’! Inmiddels is er heel wat tijd verstreken, Darren heeft zijn taak naast Mika en Paris als derde Prins opgenomen hoewel hij nog steeds slechts halfvampier is: hij kan dus nog in de zon komen en hij veroudert ieder jaar met één vijfde (echte vampiers verouderen veel langzamer). De oorlog met de vampanezen is her en der kleinschalig uitgebroken en kost slachtoffers. Bovendien recruteren hun vijanden nu ook vampets: mensen die ze een weinig bloed injecteren en hen zo tot soldaten en bedienden maken. Dan verschijnt de gevreesde Mr.Des Tiny in de Berg met een boodschap: de Heer der Vampanezen is werkelijk opgestaan, hij heeft deels bloed gekregen en is nog niet op krachten, dit zou over drie jaren gebeuren. Binnen die tijd moet hij gedood worden of het lot van de vampiers is bezegeld. Ze krijgen nog vier kansen dit te doen. Slechts drie vampiers mogen op missie vertrekken, twee zijn in de Berg aanwezig: Darren en Crepsley, de trouwe Kleine Mens Hurkat vergezelt hen. Eerste etappe: naar ene Vrouwe Evanna, een tovenares. Onderweg vechten ze nog met enkele vampanezen, en worden hier bijgestaan door Vancha March, de vierde Prins die steeds over de wereld reist en zich bij hen aansluit op de missie om de Heer der Vampanezen te vinden. Ook Evanna, die Darren voorhoudt dat ‘vechten met de hersenen’ interessanter is dan lichamelijke strijd, voegt zich zonder actieve deelname bij de groep, die op instigatie van Crepsley op pad gaat naar Cirque du Freak. Ontroerend weerzien met figuren uit de eerste boeken, vooral tussen Darren en de inmiddels volwassen Evra, de slangenjongen, gehuwd en vader van drie kinderen! Wat een bestemming, de intuïtie van Crepsley? Prins Darren stuit bij toeval op een groepje van zes vampanezen dat zit te keuvelen met Evanna, heeft zij hen verraden? Het zal blijken van niet: zij beschouwt zich als toeschouwer, kiest geen partij, maar legt haar oor te luisteren bij elk. Hoe dan ook: de vampanezen dienen uitgeschakeld te worden, een bloedige strijd volgt. Tenslotte slaagt slechts één van hen, met een bediende (een vampet?) op zijn rug, te ontkomen: Prins Vancha liet hem lopen, “hij is mijn broer” verklaart hij… Ooit was hijzelf deels een vampanees maar werd opgevangen en ‘gered’ door een andere Prins. Helaas onthult Evanna nu: die zogenaamde bediende die mee ontkwam, dat was in werkelijkheid de vermomde Heer der Vampanezen. Ze lieten hem dus een eerste maal ontsnappen, er resten nog drie kansen…
In vorig boek lag ook even de focus op de Kleine Mens Hurkat die geplaagd wordt door hoofdpijn en nachtmerries over draken. Hij kreeg van Mr.Des Tiny de keuze zijn verleden, zijn vroegere leven te leren kennen, of Darren te vergezellen – we zagen wat hij verkoos. Evanna wist hem tijdelijk van zijn kwellingen te verlossen, maar er blijkt een mysterie schuil te gaan achter deze persoon die blijkbaar eerder bij de tovenares was, in een andere gedaante, in een ander leven… Zal deel 8, ‘Allies of the Night’ ons meer over hem leren?

Het is een half jaar verder en de stad van Crepsley blijkt te zuchten onder de terreur van de vampanezen: er zijn tientallen doden te betreuren. Darren, Crepsley en Hurkat vertrekken om hulp te bieden. Vreemd: Darren blijkt – hij ziet er nog steeds vijftien jaar uit! – ingeschreven te zijn in de plaatselijke school; wie zorgde daarvoor? Hij is genoodzaakt gevolg te geven aan die oproep om geen argwaan te wekken en ontmoet… zijn grote liefde van dertien jaren geleden, Debbie Hemlock, inmiddels lerares. Hun band verstevigt zich (Darren suggereert een ziekte die het verouderingsproces vertraagt om zichzelf te verklaren). Dan bereikt hen het bericht dat prins Paris gestorven is, Crepsley vertrekt naar de begrafenis. Darren wordt aangevallen door een vampier maar gered door, jawel zijn oude vriend Steve Leonard die zichzelf ooit tot zijn doodsvijand verklaard had uit jaloezie: hij is tot andere inzichten gekomen… De vampanezen zijn Darren dus op het spoor, hij vreest voor Debbie die hij – zonder verklaring – sommeert onder te duiken. Net op tijd, haar buren worden gedood – net als een schoolvriendin van Darren. Mogelijk hebben de moordenaars het nu gemunt op een vriend van Darren: deze ziet zich verplicht alles te vertellen aan Debbie, en samen met Hurkat en de teruggekeerde Crepsley en ook Vancha die plots opdaagt spannen ze een hinderlaag. Inderdaad, het komt tot een gevecht met de vampanezen en de vampets, die geleid worden door ene Hooky: dit blijkt Veggie Willie te zijn, de milieuactivist die in het tweede boek een fel tegenstander werd van de Cirque en bij zijn actie zijn handen verloor, wat hij Darren verwijt en hem tot vurig vampet bekeerde. De vrienden dreigen het onderspit te delven, Hooky gijzelt Debbie, zij weten Steve – van wie ze inmiddels ontdekten dat hij een dubbelspel speelde en in feite halfvampanees is – te gijzelen, en met voorsprong uit de riolen te vluchten. Of ze werkelijk ontsnappen?

Ja, zo vertelt deel 9 ‘Killers of the dawn’, ze komen in een verlaten gebouw terecht met twee gijzelaars, Steve en een vampet. Deze laatste bekent dat het uitsluitend de Heer der Vampanezen toegestaan is zijn drie ‘jagers’ te doden, de vampanezen mogen hen wel aan hem uitleveren maar levend… Helaas, iemand (uiteraard een vampanees) heeft hun positie en identiteit als zogenaamde moordenaars van de tientallen mensen uit de stad bericht aan de politie: belegering. Alleen Vancha ontkomt met ene Alice, hoofdinspecteur als gijzelaar. De anderen belanden in de gevangenis waaruit ze tenslotte dankzij een vampet (!) ontsnappen. En daarna nogmaals een woedende menigte én politiemacht moeten trotseren; spannende scènes. Herenigd met Vancha en na een open gesprek sluit hoofdinspecteur Alice zich bij hen aan en de ondergrondse zoektocht naar de vampanezen wordt verdergezet. Om te resulteren in een nieuwe bikkelharde strijd tegen een overmacht. Gevecht dat zal beslecht worden in een (ongelijke) strijd van Crepsley tegen Steven, Gannen Harst en de Heer der Vampanezen rond een heuse vuurpoel. Crepsley slaagt erin de Heer in het vuur te laten storten, maar ondergaat even later hetzelfde lot. De Heer der Vampanezen gedood… missie volbracht, wel ten koste van het leven van Crepsley, leidsman en vriend van Darren Shan. Nee… vooraleer de overblijvers zich mogen terugtrekken fluistert Steve Darren iets in het oor: de Heer der Vampanezen was de Heer niet, net zoals hij een andere keer opdook vermomd als bediende, was ook hier sprake van bedrog. De echte Heer der Vampanezen is… Darren gruwt. Onvoorstelbaar: Steve, voorlopig nog halfvampanees is de Heer!!! De vroegere vrienden staan dus definitief als vijanden tegenover elkaar. En er resten nu maar twee jagers meer, hijzelf en Vancha, en nog slechts één laatste kans om de Heer te doden. Zal dat gebeuren in boek 10 ‘The Lake of Souls’?
In het 7de boek lazen we hoezeer de Kleine Mens Hurkat leed aan slapeloosheid en vooral nachtmerries waarvan Evanna, de tovenares, hem tijdelijk bevrijdde. ‘The Lake of Souls’, ‘Het dodenmeer’ zal misschien de oplossing herbergen… Nu Crepsley dood is besluit Vancha naar de Vampierberg te reizen, Darren – de strijd tijdelijk moe – wil met Hurkat naar de Cirque du Freak. Debbie en Alice keren naar de stad en hun gewone leven terug, ze zullen een verklaring voor een en ander moeten verzinnen. Darren treurt enkele maanden om Crepsley, ondanks het gezelschap van zijn vrienden van de Cirque. Tot daar Evanna opdaagt; en even later ook Debbie en Alice die niet konden aarden in de stad en bovendien mee de strijd willen verder zetten, met het plan een legertje mensen in te zetten tegen de vampets – ze gaan hun plan voorleggen aan de vampieren in de Berg. Maar dan duikt Mr.Tiny op: hij is de enige die Hurkat van zijn kwellingen kan verlossen, maar dan moet deze ontdekken wie hij ooit was. Een zware zoektocht wordt hem voorspeld; Darren zal hem vergezellen doorheen het Verloren Land. Op zoek naar het Dodenmeer waar zich ook de ziel bevindt van wie Hurkat ooit was. Ze trekken door een woest landschap met fabelachtige fauna en flora. En dienen eerst een panter te doden. Een plan op diens buik getekend wijst hen de verdere route die leidt langs fabeldieren als een reuzenpad die glibberballen bezit, bewaakt door alligators. Daar worden ze gered door een plots opdagende Evanna die hen naar een zee geleidt. Draken… Ontmoeting met een oude zeerover die een kannibaal zal blijken. Gevecht met een als god aanbeden slang in de Tempel van het Groteske die over explosief gif beschikt. De avonturen stapelen zich op, fantastisch. Ze bereiken tenslotte het Dodenmeer waar ze de zielen der overledenen zien rondzwemmen en Hurkat inderdaad ‘zijn’ ziel, zichzelf dus, opvist: wie was/is hij? Niemand minder dan Kurda Smahlt, de vampier die, inmiddels acht jaar geleden de clan verraden heeft aan de vampanezen, weliswaar ter goeder trouw om een vrede te bewerkstelligen, maar die wegens dat verraad geëxecuteerd werd. Hurkat en Kurda staan tegenover elkaar – en Mr.Des Tiny daagt op, hij de alwetende die, zo blijkt, deze ganse waanzinnige queeste ook organiseerde. Hij kan door de tijd reizen, vandaar het spel met het gelijktijdig optreden van Hurkat en Kurda ooit. Maar hen op dit ogenblik, Hurkat was steeds een dode die hij een schijnbestaan had meegegeven, beide op de wereld loslaten is een onmogelijkheid: of Kurda wordt weer levend, of Hurkat… Tenslotte zal Kurda bereid zijn definitief naar het dodenrijk terug te keren…

Zo vinden we Darren en Hurkat twee jaren later terug, nog steeds bij de Cirque: boek 11 ‘Lord of the Shadows’ vertelt ons er meer over. De Oorlog der Littekens zal zo langzaamaan in een beslissende fase komen. Het is duidelijk: of de Heer der Vampieren, of Darren Shaw zal ‘de heer van het duister’ worden en regeren over de wereld. Wie zal winnen? De Cirque slaat haar tenten op in de stad waar Darren ooit, inmiddels achttien jaren geleden, woonde – hij weet zich geconfronteerd met zijn verleden, de omgeving, vroegere vrienden, buren – maar hij ziet er nog steeds zeer jong uit terwijl iedereen inmiddels zoveel ouder is. Al snel moet hij vaststellen dat zijn ouders verhuisd zijn naar een andere stad, zijn zus(je) Annie is inmiddels alleenstaande moeder van een zoontje. Het beangstigt hem dat de vampanezen een bedreiging zouden kunnen vormen voor zijn familie mochten ze de band ontdekken. Bij de Cirque zwerft een jongetje, Darius, rond, dat zich merkwaardig gedraagt, te geïnteresseerd blijkt; een jeugdige spion? Darren ontmoet een jeugdvriend Tommy, nu een beroemd voetballer die hem uitnodigt zijn volgende wedstrijd bij te wonen. Waar hij op ingaat: en waar de vampanezen toeslaan, er vallen doden onder wie deze Tommy! Het komt tot een confrontatie tussen Darren en Steven, geflankeerd door zijn trawanten, Veggie Willie, Morgan James (de vampet-agent die Darren uit de gevangenis liet ontsnappen om hem daarna in een hinderlaag te lokken, boek 8), Gannen Harst, en jawel de kleine Darius die de zoon van Steve blijkt te zijn en net hij slaagt er in Darren te verwonden. Steve zou onze held kunnen doden maar wil hem eerst nog kwellen, de tijd is niet rijp. Zo vinden we Darren terug tussen vampirieten, mensen gerekruteerd door Debbie en Alice die uiteraard ook aanwezig zijn bij dit nieuw gevormd legertje. Terwijl hij herstelt voelt hij hoe het proces start om van halfvampier tot vampier uit te groeien, een proces van enkele weken – hij zal soms zwak zijn, net in deze cruciale fase! Gelukkig arriveert Vancha terug vanuit de Berg. In de Cirque onthult directeur Tall iets van de toekomst, later bevestigd door Evanna: indien Darren wint zal hij dan als heer der duisternis dé machtswellusteling worden en de wereld naar de ondergang voeren? Zodat het er voor de wereld weinig toe doet wie zal winnen, het einde zal hoe dan ook gruwelijk zijn. Er volgt een aanval in het Cirque, Tall wordt gedood en een kleine jongen als gijzelaar meegenomen; maar ook Darren heeft een gijzelaar: Darius, zoon van Steve. De vampanezen trekken zich terug in de vervallen bioscoop waar de avonturen een aanvang namen, waar Darren en Steve als boezemvrienden de show van het Cirque bijwoonden lang geleden. Zullen ze de gijzelaars ruilen… dat is de bedoeling maar Steve doodt de zijne en Darren aarzelt: een kind doden, zo slecht kan hij nooit zijn. Dan speelt Steve zijn troef uit: wie is de moeder van de gegijzelde Darius: Annie, Darrens zus, hij is zijn neefje… wat de aandachtige lezer wel vermoedde.
‘Sons of Destiny’ is boek 12 en meteen het laatste deel van ‘The World of Darren Shan’. Darren, Vancha, Alice en Evanna zullen ontkomen en de finale jacht op de Heer verderzetten. De kleine Darius, tot het inzicht gekomen dat zijn vader Steve een moordenaar is die hem steeds voorgelogen heeft over de aard van de vampiers, sluit zich bij hen aan. Daarom gaan ze eerst langs bij zijn moeder, tevens Darrens zuster, Annie, aan wie de waarheid onthuld wordt. Tevens geeft Darren aan Darius bloed opdat hij geen vampanees – een doder – zou worden, maar vampier! Ze vernemen dat hun vijanden zich in het voetbalstadion bevinden waar de Cirque zijn tenten had opgeslagen: daarheen dus. Blijkt dat de politie die het stadion omsingelt omgekocht is door Steve en de vampanezen beschermt. Wat treffen ze binnen aan: een verwoest Cirque, enkele doden en de anderen gevangen. Uiteindelijk resulteert dit alles in een hallucinant gevecht waaraan talloze vampirieten, in allerijl opgeroepen door Alice, deelnemen. Terwijl deze slag nog woedt ontsnappen Steve en Gannan, achtervolgd door Darren en Vancha: het ultieme gevecht om de heerschappij wordt beslecht in aanwezigheid van Mr.Tiny en Evanna. En zal eindigen, eens Darren het opzet van Tiny doorziet, met de dood van alle hoofdrolspelers… Immers, Tiny verklaarde dat Steve én Darren in feite zijn genetische zonen zijn, hij beïnvloedt alles: hij wil louter chaos creëren, oorlog, wreedheid, de ondergang, ongeacht wie uiteindelijk aan de macht zou komen. In een tussenhoofdstuk ontmoeten we Darren in het Dodenmeer tussen de zielen der doden. Waar hij twee eeuwen later (het Tijdperk der Draken) opgevist wordt door Evanna die het niet eens is met de filosofie van Tiny, maar vrede wil tussen vampiers, vampanezen en mensen. Eerst moet zij met Darren naar Tiny om hem transformeren, een nieuw ‘leven’ te geven als Kleine Mens, net als Hurkat. In die hoedanigheid zendt de verslagen Tiny – zijn oorspronkelijk opzet faalde immers – hem onder druk van Evanna terug naar het verleden. Waar komt hij terecht… Hij bevindt zich als Kleine Mens midden de voorstelling van de Cirque du Freak die hij ooit als jongen bijwoonde, en daar ziet hij zichzelf naast Steve zitten, beleeft de voorstelling mee. Ziet hoe zijn ‘ik’ na afloop wegsluipt, en dan grijpt hij, als Kleine Mens, in: deze keer wordt Darren ontdekt en buiten gegooid. Gevolg: hij zal de spin van Crepsley niet stelen, Steve zal geen reden zien hem de ware identiteit van Crepsley te onthullen, er ontstaat geen jaloezie en de twee vrienden zullen een gewoon leven leiden. Terwijl de Kleine Mens… als voorspeld is hij gedoemd langzaam te verdwijnen maar niet vooraleer hij de dagboeken van Darren overhandigd heeft aan Tall, directeur van de Cirque. Deze zal hen ooit aan de volwassen Darren Shan bezorgen, wie weet groeit uit deze een schrijver en maakt hij er een heus boek van, of meerdere (twaalf b.v.!) boeken, ‘The World of Darren Shan’.
Dit alles is in feite niet veel meer dan het stramien van de talloze avonturen die verteld worden. Er gebeurt zoveel meer, de gevechten die telkens weer volgens een ander patroon verlopen, steeds spannend opgebouwd. De bizarre landschappen, de vreemde wezens. Al die te gekke informatie over vampieren, vampanezen… hun wezen, leefwijze, verleden. Ook de filosofie en levenslessen die met mondjesmaat aanwezig zijn. En vooral de gedachten over vriendschap en trouw tegenover eerloosheid en jaloezie. Dit is een reeks om uren in te vermeien. Niet verwonderlijk dat J.K. Rowling er over noteerde: “Wie dit leest, snakt naar meer.” De Nederlandse vertaling van de reeks verscheen bij De Fontein, Baarn.   

Johan de Belie

Het hoekje van Opa Adhemar (26)

Het hoekje van Opa Adhemar (26)

Zou het waar zijn dat ‘verzamelen’ zijn oorsprong vindt in het jachtinstinct van onze voorvaderen? Dat de verzameling 472 theekopjes, gerangschikt op planken langs de muur, het gevolg is van de oerkreet waarmee ooit een man met woeste sprongen, een speer in de hand, een mammoet achtervolgde… Het zou best kunnen natuurlijk. Feit is dat het fenomeen verzamelen, net als ooit de jacht, blijkbaar hoofdzakelijk een aangelegenheid van mannen is. Het vrouwelijke deel van de mensheid lijkt beduidend minder interesse aan de dag te leggen voor het opstapelen van goederen; tenzij om zich van een comfortabel huis en bijhorende ingewanden te voorzien, en de haar ten dienste staande accessoires als handtassen, schoenen e.d. maar dat valt niet onder de noemer ‘verzamelen’, dat is veeleer hebben en showen. Een geldverslindende hobby met ijdelheid en pronkzucht aan de basis. Daarmee heeft onze voorvaderlijke mammoetjager niets te maken.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (26)”

Françoise Sagan (1935-2004)

Françoise Sagan (1935-2004)

Vandaag is het al vijftien jaar geleden dat de Franse schrijfster Françoise Sagan is overleden…

Zij werd geboren op 21 juni 1935 als dochter van een schatrijke Parijse industrieel. Ze liet dan ook toen ze debuteerde op zijn vraag haar achternaam Quoirez omdopen in Sagan naar “La Princesse de Sagan”, uit een boek van Marcel Proust. Nadat ze immers voor haar examens aan de Sorbonne was gezakt, had ze met “Bonjour tristesse” een typische roman in de Franse existentialistische traditie geschreven (zoals veel van haar boeken in het Nederlands vertaald door Hubert Lampo, een andere vertaler was Remco Campert). De titel is ontleend aan een gedicht van Paul Eluard.
De ik-persoon, een jong meisje, gaat met haar vader, weduwnaar, en zijn minnares, Elza, naar de zee. Het meisje wordt daar verliefd op een jongeman en beleeft voor de eerste keer de liefde. Een vroegere vriendin van haar vader, de Zweedse Anne Larsen, komt zich bij het stel voegen. Met haar vrouwelijke charmes neemt zij al gauw de overhand op de nog jeugdige en onbeholpen Elza. Daar zij ten zeerste bekommerd is om de studies van de schrijfster neemt deze het op voor Elza, want ze voelt dat het bohémien-bestaan van haar vader in het gedrang komt. Daarom ze ze haar geliefde aan net te doen alsof hij Elza het hof maakt. Haar list slaagt, haar vader wordt jaloers en wil “zijn” minnares weer afhandig maken van die bengel. Anne betrapt hen beiden terwijl ze de liefde bedrijven en vlucht weg. ’s Avonds wordt hen gemeld dat zij een “auto-ongeluk” heeft gehad… Naar verluidt baseerde Paul Simon zijn “Sounds of Silence” op dit boek, of op zijn minst toch op de verfilming door Otto Preminger in 1957 met Jean Seberg in de rol van Cecile en David Niven als haar vader Raymond. Deborah Kerr is Anne en Mylène Demongeot Elza.
Daarop volgde eerst « Un certain sourire » en daarna “Aimez-vous Brahms…”, un livre, qui est representatif pour toute l’oeuvre de cet écrivain, zoals ik destijds in mijn boekbespreking voor de heer Plaquet van het college schreef. En ik ging verder: « Je pense qu’il y a trois raisons qui illustrent cette constatation. Primo: si on ne considère que la forme, Françoise Sagan écrit presque toujours des histoires d’amour. Quand je vous raconterai le contenu, vous verrez que cela vaut aussi dans ce cas-ci. Secundo: ce ne sont pas des amoureux, comme il y en a tant dans le monde, mais les personnages sont presque toujours des cas pathologiques. Ainsi, nous verrons ici que c’est l’amour d’un jeune homme pour une femme, qui a quinze ans de plus que lui et qui, après d’être divorcée de son mari, a une liaison avec un célibataire; tandis que celui-ci connaît encore beaucoup d’autres filles. Enfin tertio: la valeur des livres de Françoise Sagan consiste dans le fait, que dans tous ses livres elle met ses opinions au sujet de certaines modes de vie; sous forme d’une histoire d’amour elle dessine le vide, l’ennui et la solitude des jeunes gens d’un milieu bourgeois, qui essaient en vain de trouver le bonheur. Dans quelque sorte, ses livres témoignent donc d’une philosophie plus ou moins existentialiste.
Cet aspect philosophique est le plus important du livre et c’est à cause de cela que le titre est toujours choisi en rapport avec ses idées et non pas avec l’histoire. Comme nous voyons ici: Aimez-vous Brahms… est dans le livre une phrase sans valeur, car Simon, le jeune homme, le demande à Paula, la femme, pour qu’il puisse sortir avec elle. Mais la phrase est très importante à la lumière de l’idée majeure qui coule à travers tout le livre, c’est à dire: à cause des années, on va accepter la vie comme elle est, sans poser des questions, une mode de vie tout à fait passive. Ainsi Paula, le personnage principal, n’est pas capable à répondre à une question comme Aimez-vous Brahms… car elle n’y a encore jamais pensé. Tandis que Simon, qui est encore jeune, est plein de questions, qui varient entre des questions absurdes comme celle-ci jusqu’à des questions capitales comme La vie a-t-elle une signification? L’amour, qu’est-ce que c’est? etc.
L’histoire d’Aimez-vous Brahms… est en soi très simple. Paula est une femme de trente-neuf ans, qui est divorcée de son mari Marc. Depuis cinq ans elle a une liaison avec Roger, qui a quarante-cinq ans environ. Quandmême ils ne vont pas se marier, parce que Roger dit qu’on doit respecter la liberté de l’un et de l’autre. Mais en réalité c’est seulement lui qui profite de cette liberté, car elle l’aime trop. Cependant, quand Paula, qui est ensemblière, doit travailler chez la riche veuve Van der Besh et y rencontre le fils Simon, qui a vingt-cinq ans, elle se réalise que Roger joue un jeu injuste et elle veut lui rendre la pareille. Donc au début on ne peut pas dire qu’elle aimait Simon, mais ce jeune homme est si amoureux d’elle, qu’à la fin elle prend pitié de lui, en s’imaginant que c’est de l’amour qu’elle ressent.
Simon vient habiter chez elle et ne va même plus travailler à son bureau, où il est avocat. La seule chose qu’il fait c’est d’attendre Paula et, quand elle est là, de l’aimer de tout son coeur. Un soir ils sortent ensemble et dans la salle de bal ils rencontrent Roger. Celui-ci a compris qu’il n’aime que Paula et elle aussi remarque que son amour pour Roger est plus grand que pour Simon. Ainsi quelques jours après elle décide d’en parler avec Roger. Celui-ci promet de la marier. Simon, désespéré, doit quitter la maison. Il a compris qu’au fond elle ne l’a jamais vraiment aimé. Pourtant, Roger a vite oublié sa promesse, car le livre finit comme il a commencé: Roger téléphone à Paula pour dire qu’il ne viendra pas ce soir…
Je ne vais pas dire que j’estime que ce livre est le meilleur de Françoise Sagan. Je l’ai seulement choisi parce que j’avais vu le filme qui me plaisait beaucoup. Il faut même que je dise que ce livre m’ennuyait un peu. Je ne veux pas dire qu’il n’est pas beau, mais j’avais déjà lu quelques oeuvres de Françoise Sagan et à la longue la répétition de toujours la même situation et la même problématique fatiguaient mon esprit. »
In 1960 schreef Sagan haar eerste toneelstuk: “Château en Suède”, een paar jaar later verfilmd door Roger Vadim met Monica Vitti, Jean-Claude Brialy, Curd Jurgens, Suzanne Flon, Jean-Louis Trintignant en Françoise Hardy. Zoals de titel al laat vermoeden, speelt het stuk zich af in een van de wereld afgezonderd kasteel, waar – onder druk van Agathe (Suzanne Flon) – iedereen in 18de eeuwse kledij rondhuppelt. Hugo (Curd Jurgens) is gehuwd met Eléonore (Monica Vitti), maar meteen ook met haar eigenaardige broer (incest?) Sébastien (Jean-Claude Brialy). Deze loopt echter Ophélie (Françoise Hardy) tegen het lijf, de eerste vrouw van Hugo, die haar evenwel heeft laten “begraven”. Het kind is er een beetje tipsy van geworden en dat vergemakkelijkt de betrekkingen met Sébastien, met als gevolg dat een écht kind de gelederen zal komen opvrolijken. Nou ja, dat is veel gezegd. Hugo is zó kwaad dat het tweetal zich dag en nacht moet verstoppen. Gelukkig daagt er een neef op, Eric (Jean-Louis Trintignant), die het hoofd op hol wordt gebracht door Eléonore en daardoor de wraak van de stoere Hugo over zich krijgt. Er wordt een moord op de knecht Gunther (Daniel Emilfork) gefingeerd, ook Sébastien en Ophélie moeten het nog eens ontgelden, het kan dus niet lang meer uitblijven of Eric zal er ook zijn hachje bij verliezen. Hij rent hals over kop weg, maar de sukkel is de sneeuw vergeten die hen isoleert van de “normale” wereld en komt om. Op het einde wordt er echter een nieuwe “neef” aangekondigd…
In juni 1974 werd dit stuk ook opgevoerd door mijn leerlingen van de Vrije Handelsschool Sint-Isidorus in Sint-Niklaas in een regie van Marcel Zaman. Met Paul van Garsse als Sébastien, Sieg Wuyts als Eléonore (dat krijg je natuurlijk op een jongensschool!), Dirk De Lille als Agathe, Walter Cantens als Hugo, Jempi Daelemans als Ophélie, John Munghen als Frédéric, Rony Martens als Gunther en Dirk Gezels als de grootmoeder.
Tegen mei ’68 was Sagan zelf al een symbool geworden van de bourgeoisie. Zo dienden de opvoeringen van “Château en Suède” te worden gestopt. “Le cheval évanoui” kwam toen wellicht zelfs niet eens meer in aanmerking om te worden gespeeld. Dit stuk (in het Nederlands vertaald als “Het gekroonde paard”) gaat, net als “Château” over… verveling (what else). Een rijke vrouw is met een arme edelman getrouwd en ze vervelen zich alle vier te pletter (ze hebben twee vervelende kinderen). Tot de minnaar van de dochter zijn opwachting maakt, samen met zijn zogezegde halfzus. Want eigenlijk zijn de twee op het geld uit van milady. Alle overeenkomsten met “Mama, kijk zonder handen” van Hugo Claus zijn louter toevallig (neem ik aan).
Françoise Sagan had op een bepaald moment ook een relatie met Juliette Gréco, die zelf een biseksuele moeder had, dus die was dat eigenlijk wel gewend. Later had Sagan ook een verhouding met François Mitterand. Het is me niet helemaal duidelijk of dit voor, tijdens of na haar aanwezigheid in het alombekende programma voor literaire masturbators, “Apostrophes”, was, waarin overigens ook “jeugdvriend” Hugo Claus te gast was, maar Françoise Sagan was blijkbaar zo stoned of zo seniel dat ze mooie Hugo niet eens meer herkende.
Ze stierf op 24 september 2004 in een Frans ziekenhuis waarin ze was opgenomen met een longaandoening. In 2008 was er een tweedelige biografische film “Sagan” (met als ondertitel “Un charmant petit monstre”, zoals François Mauriac haar noemde) van Diane Kurys. Ik heb een tijdje naar het eerste deel gekeken, maar uiteindelijk heb ik toch afgehaakt. Dat had enerzijds met een praktische reden te maken. Alhoewel mijn Frans voldoende moet zijn om een dergelijke film te kunnen volgen, had ik toch problemen om de dialogen volledig te begrijpen. Volgens mijn vrouw had dit te maken met hoofdvertolkster Sylvie Testud die volgens haar mompelde en onvoldoende articuleerde. Indien dit al zo was, dan deed ze het toch blijkbaar omdat Françoise Sagan dat zelf ook deed, want ze heeft voor haar vertolking alleszins een César in de wacht gesleept. Nee, persoonlijk dacht ik eerder dat de klankman in de fout was gegaan, zodat de bruitage de dialogen gedeeltelijk overstemde.
De voornaamste reden waarom ik heb afgehaakt was echter dat de leegheid van haar leven me stuitend leek. Het is nog altijd onbegrijpelijk hoe haar naam in de jaren vijftig hier bij ons ooit in één adem met die van Hugo Claus is uitgesproken. Nu ja, ik moet zeker niet uit de hoogte doen want ik heb daar tien jaar later nog goed aan meegedaan. Ik ben nog altijd diep beschaamd over het feit dat ik een boekbespreking (van Toergenjev geloof ik) voor Anton van Wilderode destijds begon met een inleiding over hoe een vriend (in mijn geval Johan de Belie) weliswaar je literaire smaak kan proberen richting te geven, maar dat dit niet altijd lukt: “Dezelfde vriend die me van Françoise Sagan heeft leren houden, kreeg ‘The Picture of Dorian Gray’ van Oscar Wilde met een beleefd bedankje terug…”
Sagan beter dan Wilde! En dat in een verhandeling voor Anton van Wilderode! Akkoord, ik wilde hem wellicht shockeren (ik kende Wilde duidelijk nog niet goed genoeg om te weten dat hij veel méér shockeerde dan Sagan) en reeds een jaar later zou ik aan de universiteit wel verplicht zijn “Dorian Gray” te lezen (en deze keer werd ik er wél verliefd op), maar het affront zal ik mijn hele leven meedragen…

Lees verder “Françoise Sagan (1935-2004)”

Het hoekje van Opa Adhemar (25)

Het hoekje van Opa Adhemar (25)

Naar een soap als ‘Thuis’ kijken is al sedert lang niet meer betiteld als guilty pleasure. Wie ‘Familie’ dagelijks volgt daarentegen, die moet opletten, dat is toch een klasse lager. Hoewel de overacting grimassen van Jan Van den Bossche wel altijd garant staan voor een minuutje onvervalst amusement. Daarentegen, dan toch nog liever de opzettelijke humor van ‘F.C. De Kampioenen’; dat is dan weliswaar geen soap. Edoch, het heruitzenden jaar na jaar tot in der eeuwigheid amen, dat an sich heeft de allure van een zeepopera aangenomen! En daar verschijn ik dan plots. Met het schaamrood op mijn bebaarde wangen: iedere weekdag gedurende twintig minuten aan het scherm gekluisterd voor een zeepproduct getiteld ‘Home and away’. Jaja, thuis en wegwezen, inderdaad. Schande over mij. Mocht ik dan nog bijvoorbeeld zoals mijn echtgenote de vier afleveringen per week van Eastenders op BBC1 volgen, maar nee, daartoe wist zij mij niet te verleiden. Maar ‘Home and away’… ooit, enkele jaren geleden – zij en mijn zoon volgden het onding reeds een hele tijd – schaarde ik mij aan hun zijde. En haakte in bij de ongetwijfeld moeiteloos te volgen intriges. Die zich afspelen in Summer Bay, niet ver van Sydney, New South Wales; een fictief plaatsje. Zodat alles opgenomen wordt in studio’s te Redfern en men zich voor de talrijke buitenopnamen verplaatst naar Palm Beach. Het kon slechter voor de crew me dunkt.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (25)”

Frans Deschoemaeker wordt 65…

Frans Deschoemaeker wordt 65…

Met het manuscript van wat onder de titel « De onderhuidse Lach van de Landjonker » in de reeks « De golfbreker » werd uitgegeven door Lannoo als zijnde de derde dichtbundel van Frans Deschoemaeker (Kortrijk 8/9/54) verwierf de auteur de provinciale poëzieprijs West-Vlaanderen 1983. In het eerste deel van dit 40 blz. tellende bundeltje, « Een klompendans in craquelé » valt de opbouw van de sfeer op, van een tijdsbeeld, via uiteraard inhoud, specifieke woordkeuze en cadans. De tekening wordt aangevuld met vaak humoristische beelden. Het 16e eeuwse plattelandsleven wordt contrastrijk getekend, opgehangen aan het beeld dat de schilder Pieter Corneliszoon Broodbuydel (1554-1589) ons heeft overgeleverd : terreur naast bucolische landschappen, minnespel en oogsttaferelen. De auteur ontkracht de eigen romantiek met cynisch masochisme om zich in het tweede deel (Zelfportret met Windhond & aanverwante rekwisieten) vanuit hetzelfde Vlietbeekse landschap als heus fin-de-siècle-dichter te bevestigen (J.d.B. in De Rode Vaan nr.3 van 1986).