Veertig jaar geleden: ‘De eerbied en de angst van Uri en Ima Bosch’ van Loekie Zvonik

Veertig jaar geleden: ‘De eerbied en de angst van Uri en Ima Bosch’ van Loekie Zvonik

Het was vrij laat dat ik het debuut van Loekie Zvonik (°17.1.1935) ‘Hoe heette de hoedenmaker’ (1975), over haar relatie met de auteur Dirk De Witte, ontdekte en enthousiast (in januari 1988) recenseerde. Deze roman kende terecht een herdruk en een hernieuwd positief onthaal in 2018. Daarna publiceerde zij nog naast enkele verhalen ‘Duizend jaar Thomas’ en de roman die nu voor mij ligt: ‘De eerbied en de angst van Uri en Ima Bosch’ (1983). Zvonik zou gaan lijden aan jongdementie en overleed op 10.8.2000. 

Lees verder “Veertig jaar geleden: ‘De eerbied en de angst van Uri en Ima Bosch’ van Loekie Zvonik”

De schatkamer van Johan de Belie (68)

De schatkamer van Johan de Belie (68)

Van de negenentwintig verhalen die Stefan Zweig schreef vertaalde Ria van Hengel er achttien in de bundel ‘Fantastische nacht en andere verhalen’ (Van Oorschot, 2019). De eerste tekst werd geschreven in 1900, de laatste is het in deze blog reeds apart besproken meesterwerk ‘Schaaknovelle’ dat Zweig in zijn laatste levensjaar voltooide. In alle verhalen toont de auteur zich een echte verteller. Het zijn steevast meeslepende teksten, boeiend, intrigerend. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat hij zo succesrijk en veelgelezen was. De barokke taal, de wat gezwollen beelden, het kan ietwat gedateerd lijken maar het past best bij de couleur locale waar de auteur ons in meesleept: overwegend de mondaine wereld van Wenen, of de randen en ondergrond ervan..

Lees verder “De schatkamer van Johan de Belie (68)”