Johan de Belie las “De overgave” van Arthur Japin.

Arthur Japin ontving voor zijn roman ‘De overgave’ (De Arbeiderspers, 2007) de ‘NS Publieksprijs 2008’, prijs van het Boek van het Jaar… Een roman die je niet met onverdeeld genoegen kan lezen. Hij verhaalt over te veel pijn, over gruwel, horror, menselijk leed en wreedheid. Al situeert het gebeuren zich ver van ons bed, en een hele poos geleden, in wat we gemeenzaam het Wilde Westen noemen – dit van de cowboys en de indianen – zo graag geromantiseerd in onze jeugd. Maar de realiteit weten we inmiddels wel was minder fraai.

Japin laat het verhaal vertellen door de bijna vijftigjarige Granny (Sallie) Parker. Het begint met de tocht van bijna twee jaren die zij maakt samen met haar tweede echtgenoot John Parker, kinderen en kleinkinderen, van Illinois via Arkansas en Louisiana naar Texas, Mexico. Het is 1835 wanneer ze arriveren in het land, een grondgebied dat toebehoort aan de Comanches. Het doel van de reis: John wil het Woord brengen, de godsdienst verspreiden… Na de zo moeilijke tocht vol gevaren en ongemakken, wordt in het onherbergzame land een onderkomen opgericht: een palissade moet hen beschermen, behuizing komt er, de grond wordt ontgonnen – een titanenwerk voor de enkele koppels en kinderen, een veestapel groeit. Terwijl langzaam meerdere families zich in hun spoor aangesloten hebben en zich in de buurt vestigen. Het wordt een hard maar gelukkig leven waar Granny van geniet, vooral samen met die ene kleindochter, Cynthia-Ann, haar oogappel, kind van haar dochter Lucy die zij had met haar eerste, overleden, echtgenoot, en van Lucy’s echtgenoot, een zoon uit het eerste huwelijk van John Parker. Eer John en Granny/Sallie huwden hadden zich reeds tussen hun kinderen twee echtparen gevormd… Een vrij complexe stamboom is het gevolg, gelukkig ter verduidelijking opgenomen als bijlage bij de roman. Want zal het verhaal van Granny, haar beleving na het drama, deels fictief zijn, de personen en de historische achtergrond, de gebeurtenissen zijn des te reëler en gestoeld op documentatie, verslagen, zelfs op een geschreven document van een betrokkene. 

Even een hard maar vreedzaam bestaan. Dan komt de fatale dag. Voortdurend was er gekissebis, nu ja de ‘Mexicaanse oorlog’, de US en Mexico claimen beide het gebied dat Texas is, het land der Comanche. Een stam die als zeer gewelddadig bekend staat. Maar de Parkers, en al de andere gezinnen, leven inmiddels vredevol en hebben zich een plaats veroverd. 19 mei 1836. “Koel en helder weer. Gods adem staat onze kant op.” Niets is minder waar. Net nu ze er minst op beducht zijn dagen de Comanches op. Wat volgt is een gruwelijk tafereel, een nachtmerrie. Een aantal mannen wordt afgeslacht, wie op het veld aan het werk was slaagt er in te ontkomen, vijf kinderen worden ontvoerd. Granny wordt, haar lichaam op drie plaatsen met speren op de grond vast gespietst, door de groep verkracht. Net in deze laatste scène, waar de verschrikking een hoogtepunt bereikt, slaagt Japin er in om poëzie en symboliek zijn tekst binnen te smokkelen. Granny laat alles als verdoofd gebeuren, naast haar ligt het lijk van haar echtgenoot John, zijn bloed en het hare vermengen zich op de grond en op haar lichaam. Dan bemerkt zij een mier, zo klein, die krampachtig, heldhaftig op haar bebloede arm zich een weg baant. Wegglijdt. Omvalt. Telkens weer. Zij spreekt het diertje toe, spreekt het moed in, hou vol… Poëtische schoonheid, ontroering. De herinnering aan die gedachte, aan de mier zal in haar verdere relaas, op cruciale ogenblikken, nog opduiken in haar levensverhaal. Japin toont hier zijn meesterschap. De gruwel is niet ten einde voor de lezer: Granny zal, gewond als zij is, eens de indianen verdwenen, de lijken op een hoop slepen, hen verdedigen tegen de aanstormende gieren.

Een helse tocht met de dodelijk gewonde Granny, op hun hoede voor de Comanches die hun werk wellicht willen afmaken, zal de overlevenden toch naar de redding voeren. Dan start het echte verhaal van Granny Parker pas werkelijk: de zoektocht naar haar ontvoerde kinderen en kleinkinderen, een verhaal van gemis, een verhaal van wraakgedachten. Zoeken naar vooral Cynthia-Ann, van wie zij in een blikken doosje samen met wat spaargeld een tekening bewaarde: enkele lijnen slechts, het kind en de oma stoeiend in de rivier, zoals ze vaak deden – gelukkige momenten. Ook dit is een poëtisch intermezzo, een steeds opduikend motief dat een climax zal kennen op het einde van de roman. Nu Granny’s monoloog begint weten we waarom zij hem ons toevertrouwt: zij wacht op de komst van het huidige opperhoofd van de Comanches die haar wil ontmoeten. Wie is hij? Hier schuift de realiteit over de fictie heen: hij is de zoon van Cynthia-Ann of Na-udah zoals haar Indiaanse naam geworden was. Deze was na haar ontvoering tenslotte gehuwd met Peta Nocona en was moeder geworden van deze nu nieuwe leider Quanah en van een meisje Topsannah. Het zal een moeilijke confrontatie worden, die de twee tenslotte dicht bij elkaar brengt.

Terwijl Granny tussendoor haar levensloop verder verhaalt. Hoe zij blijft zoeken. Soms worden er ontvoerde meisjes gevonden (want de overvallen waarvan deze op de Parkers de eerste was, bleven toenemen in al hun gruwel), bevrijd of met losgeld teruggekocht, maar nooit blijkt het iemand van haar familie te zijn. Zij wordt een tijdlang geholpen door een handelaar, een charismatische figuur, die overal navraag doet – gaat met hem zelfs maandenlang op pad naar de plaats van de oude nederzetting. Dat alles speelt tegen een achtergrond van politiek geruzie. Een gouverneur die geen bewapening wil, pleit voor dialoog met de inheemse bevolking. Een voortdurende strijd om het grondgebied, Mexico, US, een onafhankelijk Texas… Dan daagt een vroegere buur op, ook hij gaat op zoek, brengt tenslotte nieuws… een jonge vrouw met twee kinderen… zou het? Ongeloof. Maar toch! Cynthia-Ann, alias Na-udah met de tienjarige Quanah en zijn jongere zusje Topsannah. Het wordt moeilijk. Te moeilijk voor de Indiaanse jongen die door de soldaten die hem bij een gevecht bij de Comanches hebben weggehaald, laten gaan, de wildernis in… hij redt zich wel. Maar moeilijk ook voor Granny die kleindochter en achterkleindochter onder haar hoede neemt. Ervaart hoe de blanken iedereen die iets met de Indianen te maken heeft verafschuwen, bedreigen, het racisme ten top; zoals ook zij ‘besmet’ was gezien haar verkrachting door het andere ras! Het drietal trekt naar de oude Parkerboerderij. Granny is van plan Cynthia-Ann haar Engelse taal opnieuw aan te leren, haar terug te brengen naar haar jeugd. Er zijn mooie momenten wanneer zij muzikanten inhuurt, grootmoeder en kleindochter samen dansen. Zal de herinnering aan dergelijke gebeurtenissen Cynthia-Ann helpen? Zij vraagt een lerares om steun. Gestaag groeit opnieuw de band, de communicatie verbetert; en ook de kleine Topsannah geniet en past zich aan. Helaas, dan is er de oorlog. Texas wordt geblokkeerd door de US, o.m. medicijnen worden niet geleverd. Het kind wordt ziek en overlijdt. Granny zelf takelt ook af, en beseft dat – hoewel Cynthia-Ann zich deels aanpaste – deze toch haar indiaanse jaren niet kan vergeten en uiteraard ook haar zoon Quanah. En zo moet zij zien hoe haar kleindochter tenslotte naar de Comanches terugkeert.

Hoe schuift de realiteit over de fictie van Japin? Cynthia-Ann werd inderdaad als blanke herkend toen soldaten een kamp der Comanches overvielen en zo bracht zij enkele jaren door bij diverse familieleden zonder ergens te aarden om tenslotte te sterven. Haar zoon Quanah was leider van de Comanches geworden en hij was het die de moeilijke beslissing nam om wat restte van de stam onder te brengen in het reservaat. De andere optie betekende de totale uitsterving vermits er voor de nog resterende kleine populatie geen overlevingskansen meer bestonden: er was, vooral door de tactiek van de blanken (uitroeiing van de buffels, hun voedselbron), geen eten meer voorhanden. Quanah zou later een belangrijk man worden, rijk o.m. dankzij investering in de spoorwegen, wonend in een grote ranch met zijn zeven vrouwen. Hij werd een gezien politicus, vriend van president Roosevelt. In december 1910 zou hij zijn moeder Cynthia-Ann/Na-udah een waardige herbegrafenis geven. Drie maanden later overleed hij zelf en werd hij naast haar begraven. Uiteindelijk zouden hun lichamen een definitieve rustplaats vinden, samen met dit van het meisje Topsannah, in Fort Sill bij Lawton, Oklahoma. Nog steeds komen nazaten van Quanah en van de Parkers op de graven samen om eer te bewijzen, en de adelaarsveren die hun leider ooit droeg bij de overgave worden nog gebruikt door de Comanches bij bepaalde ceremoniën. En Granny Parker? Over haar lot is niets definitief bekend, er zijn louter geruchten, én het verhaal van Arthur Japin…

‘De overgave’ is geen westernmovie… Een verhaal over de bikkelharde strijd om te overleven, een strijd van de kolonisten tegen en met de natuur, helaas ook tegen de inheemse bevolking. Het biedt ook een blik op levenswijze van de indianen, ook hun gevecht. En de diversiteit. Er waren de vredelievende groepen, er waren de ‘oorlogszuchtige’, deze die zich verbeten bleven verzetten, met alle woede die ze bezaten, tegen de blanke indringers. Het verhaal is het ook van de politiek, het gevecht om die lap grond die Mexico en de US elkaar betwistten, en later de burgeroorlog. Japin diende uit veel bronnen te putten, vaak tegenstrijdig – ieder had zijn visie, die soms loodrecht tegenover elkaar stonden. En weinig uit de tijd zelf. Al was er wel het verslag van Rachel, kleindochter van Granny, ook ontvoerd die fatale dag, en vrijgekocht. Zij schreef negen bladzijden die gedrukt werden op 150 exemplaren, een neerslag van haar gedwongen verblijf bij de Comanches. 

Geschiedenis en een meeslepend verhaal, maar toch de tekening van Granny maakt de kracht van deze roman uit. Haar woede, haar hoop, haar vertwijfeling. En de stijl. Japin is een verteller. Die er in slaagt telkens pauzes in het verhaal in te lassen; en hoe: beschrijvingen – en poëzie. Een vondst ook: af en toe onderbreekt hij de vertelling met enkele bladzijden die uit de wereld van de Comanches geplukt lijken: wondermooie teksten vol symboliek. ‘De overgave’ beklijft om vele redenen.

Johan de Belie                         

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.