Van de negenentwintig verhalen die Stefan Zweig schreef vertaalde Ria van Hengel er achttien in de bundel ‘Fantastische nacht en andere verhalen’ (Van Oorschot, 2019). De eerste tekst werd geschreven in 1900, de laatste is het in deze blog reeds apart besproken meesterwerk ‘Schaaknovelle’ dat Zweig in zijn laatste levensjaar voltooide. In alle verhalen toont de auteur zich een echte verteller. Het zijn steevast meeslepende teksten, boeiend, intrigerend. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat hij zo succesrijk en veelgelezen was. De barokke taal, de wat gezwollen beelden, het kan ietwat gedateerd lijken maar het past best bij de couleur locale waar de auteur ons in meesleept: overwegend de mondaine wereld van Wenen, of de randen en ondergrond ervan..

Vaak, opvallend, staat een vrouw centraal in het verhaal. Meestal is dat gekoppeld, net als in het merendeel van de teksten, aan psychologische ontleding. Het innerlijke van zijn personages wordt uitgebeend, Freud is nooit ver weg – het zijn er de tijden voor. Er duiken meteen ook ettelijke bladzijden min of meer verhulde erotiek op, soms toch zeer sensueel en minder onverbloemd neergeschreven. Scheve schaatsen, ze waren een populair onderwerp. Zoals in ‘Angst’ (1927), een beklemmend verhaal waar een aristocratische dame na een korte ‘misstap’ gechanteerd wordt. Zij leeft sindsdien onder een toenemende panische angst voor ontdekking – het traject van de terreur waaronder zij leeft is een prachtig beschreven horrorleven dat tot een zelfmoordplan leidt; met een verrassend slot. Het kan ook met een meisje uit de andere stand gebeuren: in ‘Leporella’ (1929) is het een onaantrekkelijk, niet bepaald intelligent dorpsmeisje dat naar de ondergang gevoerd wordt. Zij gaat in de stad werken als dienstbode omdat het loon daar dubbel is. Twee jaren werkt zij bij een echtpaar zonder verder contact, louter gefixeerd op het vergroten van haar spaarpotje. Tot haar ‘heer’ toevallig een te vriendelijk woord tot haar richt gepaard met een klapje op haar bips. Plots ontwaakt haar emotioneel en erotisch bewustzijn… zij is gefixeerd. Dit leidt tot de meest absurde handelingen die haar tenslotte zelfs voeren tot moord. Al haar misplaatste ‘goede bedoelingen’ leiden tot haar ontslag en haar zelfmoord. Ook hier een sterk staaltje van hoe een dwanggedachte een eigen leven gaat leiden en met een mens aan de haal gaat.

Het verhaal dat mijn voorkeur geniet is ‘Boekenmendel’ (1930). Het is bekend dat Zweig als pacifist reeds snel Oostenrijk tijdelijk ruilde voor Zwitserland, en later uit gruwel voor de nazi’s definitief emigreerde naar Engeland, de USA, Paraguay om tenslotte definitief zijn laatste jaren in Argentinië door te brengen. Enkele verhalen in deze bundel hebben een politieke achtergrond. Dit is er één van. Centrale figuur is een wereldvreemde man, antiquair die boeken verzamelt en verkoopt. Hij heeft geen winkel: zijn zaak is een vaste plaats in een café, daar zit hij iedere dag van de ochtend tot de avond, met zijn catalogi, zijn boeken en zijn onvoorstelbaar geheugen, eruditie en wijsheid. Hij is een monument in het lokaal, in de ganse wijk, deze bizarre Jood die geen belangstelling heeft voor wat in de wereld geschiedt, voor de mensen om hem heen. Zijn gedrag en zijn catalogi zijn er de oorzaak van dat bij een razzia door de SS hij, die zich niet eens bewust was van de bezetting, verdacht wordt van spionage. Hij belandt gedurende twee jaren in een concentratiekamp. Wanneer hij – zonder te beseffen wat er gaande was, wat hem overkwam – tenslotte terugkeert naar het café is er zoveel veranderd, en hijzelf is een gebroken man. Hij verslonst, zal als een verlopen armoezaaier uiteindelijk aan de deur gezet worden, in de goot belanden. Macht en willekeur fnuiken kennis en cultuur nadat de absurditeit van een administratie haar wil heeft opgelegd. Een schrijnende aanklacht. ‘De Mondscheingasse’ (1914) was ook reeds zo’n aanklacht, waar een Duitser, terechtgekomen in een Frans dorpje waar hij s’ avonds door de straten dwaalt (een staaltje van de poëtische zeggingskracht, sfeerschepping en beeldenrijkdom van Zweig!), uit een woning een lied hoort klinken, een Duits lied. Wat hem zal confronteren met twee mensen en hun trieste levensverhaal…

De zeshonderdvijftig bladzijden die deze bundel tellen delen iets mee over de Weense gemeenschap, het leven in die periode. Al kan Zweig wel enige schrijfideeën kwijt wanneer een 41-jarige schrijver een brief ontvangt van een onbekende vrouw in een verhaal van 1922. Maar we duiken binnen in een woning waar we kennis maken met het typische leven van de high society: ouders die niet naar hun kinderen omkijken, de geliefde gouvernante, een inwonende neef-student – hoe de dienstwillige als een misbaar stuk huisraad op straat zal gezet worden, zonder scrupules. Ook in het artiestenmilieu wordt ons een blik gegund: al geschiedt dit via een echtpaar dat naar Zwitserland gevlucht is opdat de man, een schilder, zou ontkomen aan de oproep dienst te nemen – pacifisten… Een bittere klacht alweer. Zijdelings worden we her en der geconfronteerd met het dagelijkse leven dat zich voorbij het mondaine heen spoedt. Terwijl we ook naar gokpaleizen worden meegenomen, naar vakantieplaatsen waar de begoeden zich vermaken, naar de wedrennen, de prostituées… Enkele teksten, de ene over een diefstal, de andere over gokverslaving laten sterk denken aan Dostojevski qua thematiek en behandeling: hoe de auteur zich ingraaft in het brein en geweten van zijn personage. Soms is hij satirisch zoals in het verhaal over een zakkenroller. Vaak ook poëtisch. Zelfs een soort moraliserend middeleeuws sprookje wordt ons niet onthouden evenwel zonder er een moraal bij aan te bieden.

Stefan Zweig is, hoe poëtisch vele passages ook zijn, hoe barok zijn taal ook is, toch vooral een verhalen verteller. Balzac en Dickens, hun adem heeft hem ongetwijfeld beroerd. Het is niet verwonderlijk dat veel van deze verhalen dan ook verfilmd werden, we tellen minimaal vijftien films op zijn werk gebaseerd. Essentieel blijft in alle teksten het ontleden van de zieleroerselen. En dan betekent dit meestal dat hij toont hoe een leven ontwricht kan geraken. Hij schildert bij voorkeur gekwelde mensen. Die we dan ook ontmoeten op beslissende, cruciale momenten van hun leven, uiteraard. Tenslotte dient er misschien nog op gewezen dat Zweig zijn Joodse roots niet verloochent. Zowel via enkele personages als met bedenkingen en filosofieën schemert zijn achtergrond door, naast zijn interesse voor het katholicisme.

De verhalen van Stefan Zweig zijn nog best leesbare, spannende literatuur. De psychologische ontleding kan dan enigszins gedateerd zijn, de wijze waarop hij zijn personages telkens naar een climax voert blijft een logisch geconstrueerd avontuur, met liefde en mededogen voor de mens verteld.

Apart verscheen, een buitenbeentje, de novelle ‘Reis naar het verleden’ (Atlas, Antwerpen, 1987), vertaald door Liesbeth van Nes, dat naast deze vertaling ook de Duitse tekst aanbiedt. Deze was lang onvindbaar en werd pas in de jaren zestig in de archieven van de Atrium Press in London ontdekt. Zweig had op het oorspronkelijke typoscript de titel ‘Die reise in die Vergangenheit’ doorgestreept. Het verhaal werd uitgegeven als ‘Widerstand der Wirklichkeit’. De novelle begint waar zij ook ongeveer eindigt: met een treinreis van Frankfurt naar Heidelberg. Maar eer de twee personen die het verhaal domineren deze trip maken is er heel wat gebeurd. Ludwig kende een jeugd in bittere armoede maar slaagde er in, o.m. dankzij vernederende baantjes als huisleraar, te studeren en doctor in de scheikunde te worden. Zijn bekwaamheid levert hem uiteindelijk de betrekking van privésecretaris van een professor op. Hij moet, met tegenzin, bij het gezin met één zoon inwonen. Dat zal uiteindelijk meevallen omdat hij geconfronteerd wordt met de jongere echtgenote die hem niet alleen karakterieel bevalt maar die aan iedere van zijn, niet eens uitgesproken, wensen voldoet op een discrete wijze. Wat voelt hij voor haar? “…wat hij voor zichzelf nog verdoezelde met woorden als bewondering, eerbied en genegenheid, beslist al liefde was, een fanatieke, tomeloze en onvoorwaardelijke hartstochtelijke liefde.” Twee jaren brengt hij door in het gezin, dan krijgt hij de eervolle opdracht in Mexico voor de opstart van de ontginning van een mijn en het beheer er over te zullen instaan. Eervol maar rampzalig, twee jaren zal hij gescheiden zijn van zijn geheime liefde. Over tien dagen moet hij vertrekken.

Wanneer hij dit aan de jonge vrouw meedeelt is overduidelijk hoe ook zij plots overstuur is: wat zij tot nu verborgen hield komt aan het licht, ook zij houdt hartstochtelijk van hem. De hen nog resterende dagen zijn er van gestolen momenten met hartstochtelijke kussen, verborgen aanrakingen – minnaars worden ze niet: zij zegt “Niet hier. Niet nu. Maar als je terug bent, wanneer je maar wilt… wann immer du willst.” Twee jaren lang schrijven ze dagelijks brieven vol passie en hunkering aan elkaar, haar beeld blijft constant in hem leven. Hij telt af naar zijn terugkeer, nog zeven weken – het onheil: het is oorlog, en even later de melding dat Engeland de oceaan afgesloten heeft. Hij is gedoemd in Mexico te blijven. Jarenlang is ook de post onmogelijk. Haar beeld vervaagt, de liefde kwijnt, Ludwig settelt zich meer en in het derde oorlogsjaar huwt hij de dochter van een Duits zakenman. Het gezin zal twee kinderen tellen. Wel zal hij, wanneer de oorlog eindigt, en hij opnieuw aan zijn geliefde denkt (leeft zij nog, haar echtgenoot, hun zoon?) haar schrijven, zijn levensloop verklaren. Zij antwoordt, de professor is overleden – hun briefwisseling wordt, nu vriendschappelijk, hervat.

Twee jaar later moet hij voor de firma, inmiddels in Amerikaanse handen, naar Berlijn. Daar telefoneert hij naar zijn vroegere liefde in Frankfurt. Is hij nog welkom deze reiziger, na zoveel jaren. Het lijkt alsof Odysseus naar Ithaka terugkeert… Een dag samen in haar huis, als vrienden. Maar ’s avonds komt hij tot het besef dat ze allebei een toneelspel opvoerden, onder die oppervlakkige woorden sluimerde de hartstocht van de vroegere jaren. Dat is wat ze dan ook allebei de volgende dag uitspreken maar zij vraagt hem het verleden te laten rusten, zij is inmiddels ‘een oude vrouw’. Die avond bezorgt hij haar een brief: hij wil nog één afspraak, een reisje naar Heidelberg waar ze ooit een vakantie doorbrachten toen ze nog relatief vreemd voor elkaar waren. Zo belanden ze waar de novelle begon, in de trein en tenslotte in Heidelberg. Waar ze jammer genoeg meteen geconfronteerd worden met een optocht van Hitler-adepten. Het blijkt de dag van de vaandelwijding… Een nieuwe oorlogsdreiging, het fascisme. Ze belanden, alles is wegens de festiviteiten volgeboekt, in een lelijke hotelkamer. De sfeer is onbehaaglijk. Tot ze zich uit dit alles weten los te rukken tijdens een wandeling en een innerlijke rust hen terugvoert naar de verliefdheid ‘des temps jadis’. In een prachtig poëtisch beeld schetst Zweig hoe Ludwig hun relatie nu ziet, hoe zijzelf naast en bij elkaar lopen terwijl hun onder de straatlantaarns telkens feller dan weer schimmiger wordende schaduw elkaar nadert of wijkt. Ze houden halt. En zij citeert twee regels uit een Frans gedicht, net zoals zij dat ooit reeds deed voor hem jaren geleden: “Dans le vieux parc solitaire et glacé/Deux spectres cherchent le passé” – “In een oud park verstild en onbetreden/Zoeken twee schaduwen naar het verleden”. Op dat ogenblik ziet hij in: zij beiden zijn in feite op dit ogenblik veeleer die schaduwen die vruchteloos op zoek zijn naar wat uit het verleden rest…

Deze novelle werd in 2013 door de Franse regisseur Patrice Leconte in het Engels verfilmd onder de titel ‘A Promise’.                    

Johan de Belie  

Een gedachte over “De schatkamer van Johan de Belie (68)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.