Veertig jaar geleden: de nacht van de bolle akkers en de holle woorden

Veertig jaar geleden: de nacht van de bolle akkers en de holle woorden

Het succes van Guido Lauwaerts « Nachten van de Poëzie » zat eigenlijk in extra-poëtische elementen. Ik moet mij dus verontschuldigen bij de lezers die op basis van mijn stukje van veertien dagen geleden welgemutst naar de Leopoldlaan togen en er met een slaapmutsje vandaan kwamen (onze fotograaf heeft een viertal van dergelijke « aandachtige luisteraars » voor de eeuwigheid vastgelegd en misschien vind je één of meer daarvan wel terug op deze pagina). Door mijn schuld, dus, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Daniel De Smet zei het reeds in zijn inleiding op het stadhuis dat ik (en mijn collega’s ook een beetje natuurlijk) hem een pad in zijn korf had gezet. Ik dacht eerst dat hij die klasfoto bedoelde, maar het bleek dat wij door onze propaganda te veel belangstellenden hadden gelokt, zodat De Smidse fluks geruild moest worden tegen een « omgetoverde » sporthal.
Omgetoverd was wel het woord. Door het samenbrengen van kaarsenhouders uit één of andere kerk, andere kaarsen deze keer in lege wijnflessen (afkomst onbekend) en een soort van visnetten om de zaak af te ronden (letterlijk), kreeg je een « onbestemd gevoelen ». Vooral dan wanneer de lichten gedoofd werden en onze ogen het enkel met de kaarsen moesten redden. Ik verdenk de organisatoren er sterk van op dit gebied onder één hoedje te hebben gespeeld met de opticiens van Sint-Niklaas! (Als er anderen zijn die beweren dat « Bolle akkers » eigenlijk een protest is tegen de ruilverkaveling, dan mag ik ook wel eens een boude opmerking plaatsen.)
Lees verder “Veertig jaar geleden: de nacht van de bolle akkers en de holle woorden”

Nicholas Hughes (1962-2009)

Nicholas Hughes (1962-2009)

Veel tamtam werd er niet rond gemaakt (ik heb het enkel teruggevonden in een verloren hoekje in de Gazet van Antwerpen), maar op 16 maart 2009 heeft Nicholas Hughes op 47-jarige leeftijd een einde aan zijn leven gemaakt door verhanging. Hughes was een professor oceanografie, niet echt een beroep waarvan je denkt dat dit in aanmerking komt voor zulke drastische uitstapregeling (of zou het met de opwarming van de aarde dan toch zo erg gesteld zijn?). Het heeft er dus allicht veeleer mee te maken dat Hughes de zoon was van het dichtersechtpaar Ted Hughes en Sylvia Plath, waarbij zijn moeder door vergassing uit het leven stapte toen hij pas één jaar was (hij lag in de kamer ernaast te slapen). Zelfmoord kwam trouwens nog wel meer voor in de familie…
Lees verder “Nicholas Hughes (1962-2009)”

Joost van den Vondel (1587-1679)

Joost van den Vondel (1587-1679)

Morgen zal het 340 jaar geleden zijn dat Joost van den Vondel is gestorven.

Dat ik biografische gegevens vaak overneem van Wikipedia is geen geheim. Ik kom daar ook altijd voor uit. Maar meestal bewerk ik die gegevens wel erg. Dat is bij de onderstaande tekst over Joost van den Vondel echter slechts minimaal het geval. Ik wil mij daar vooraf voor verontschuldigen. Ik heb echter enkele teksten over diverse toneelstukken van Vondel en om toch het overzicht een beetje te behouden, had ik deze biografie nodig als kapstok. Met andere woorden, in deze biografie heb ik verwerkt, wanneer een bepaald toneelstuk werd geschreven en daar kan men dan op klikken om mijn eigen tekst te lezen. Maar voor de rest wil ik zeker niet de indruk wekken dat ik ook maar enige verdienste heb aan deze biografie. Dus, dank u Wikipedia!
Joost Van den Vondel werd geboren in Keulen. Zijn ouders waren doopsgezind en waren in 1585 de stad Antwerpen ontvlucht. In 1597 vestigden zij zich in Amsterdam. In 1610 trouwde Joost van den Vondel met Mayke de Wolff, die eveneens in Keulen was geboren (in 1586). Hij verdiende zijn brood met zijn kousenhandel in de Warmoesstraat. Ze hadden vijf kinderen, maar drie ervan overleden jong.
Van den Vondel werd lid van de Brabantse rederijkerskamer “Het Wit Lavendel”. In 1613 begon hij Latijn te leren om Seneca te kunnen lezen, en later leerde hij Grieks om zijn toneelstuk Palamedes oft vermoorde onnooselheit te kunnen schrijven. Met de ‘vermoorde onnozelheid’ werd Johan van Oldenbarnevelt aangeduid, en in de figuur van koning Agamemnon kon prins Maurits worden herkend. Het stuk verscheen in oktober 1625, enkele maanden na het overlijden van Maurits. Palamedes is een scherpe kritiek op de stadhouder, en de auteur moest Amsterdam ontvluchten. Hij verbleef enige tijd in Beverwijk, maar moest toch voor het werk terechtstaan. De forse boete van 300 gulden is mogelijk door schepen Albert Coenraads Burgh betaald, die Van den Vondel het idee van zijn toneelstuk aan de hand had gedaan.
Palamedes was echter een populair toneelstuk, waarvan tot 1800 minstens vijftien drukken zijn verschenen. In de uitgave van 1652 heeft Van den Vondel een aantal woorden (zoals zonde) vervangen, en sommige politieke toespelingen werden verscherpt. Het werd pas in 1663, in Rotterdam, voor het eerst opgevoerd. Twee jaar later, toen de Amsterdamse schouwburg gesloten was vanwege een verbouwing, werd het stuk daar buiten de verantwoordelijkheid van de regenten opgevoerd.
Juist voor de opening van de Amsterdamse schouwburg schreef Vondel in 1637 Gijsbrecht van Aemstel.
In 1641 ging Van den Vondel over van de Remonstranten tot de Rooms-katholieke Kerk, wat hem niet in dank werd afgenomen in de hoofdstad van de Republiek, waar calvinistische predikanten veel invloed hadden. De schouwburg in Amsterdam was daarentegen een katholieke aangelegenheid: de schouwburgbestuurders Jan Vos (dichter) en Claes Cornelisz. Moeyaert (schilder) waren katholiek. In 1654 kwam deze bekering zeker aan bod in het stuk Lucifer.
Omdat zijn zoon Joost (1612-1660) door zorgeloosheid in moeilijkheden was gekomen, reisde Van den Vondel in 1657 naar Denemarken. Na het faillissement van de kousenzaak in de Warmoesstraat werd hij in 1658 suppoost bij de Bank van Lening, een zogenaamde sinecure, waar hij in 1668 gepensioneerd werd. Ondertussen had hij in 1664 Adam in ballingschap geschreven. In 1667 schrijft Joost van den Vondel het eerste westerse treurspel over de val van de Ming-dynastie: “Zungchin of Ondergang der Sineesche Heerschappije”. Dat Vondel hierover zo goed ingelicht was, is te danken aan zijn vriendschap met de drukker Johannes Willemszoon Blaeu (1596-1673), die niet alleen zijn “Gijsbrecht van Aemstel” uitgaf, maar ook (en vooral) allerlei atlassen. Om zijn concurrent Jocondus Hondius te vlug af te zijn, had hij de “exclusiviteitsrechten” gekocht op de missioneringsactiviteiten van de Mechelse jezuïet Philip Couplet. Dat Couplet zijn reis überhaupt kon starten vanuit het calvinistische Amsterdam was sowieso al te danken aan de bemiddeling van de verdraagzame Blaeu.
Van den Vondel woonde op het Singel, niet ver van de Torensluis. Zijn zoon overleed op de heenreis naar Indië, voor Kaap de Goede Hoop. Van den Vondel werd verzorgd door zijn enig overlevende dochter Anna (1613-1675). Hij overleed in Amsterdam op 5 februari 1679 op 91-jarige leeftijd. Als zijn laatste werk dichtte hij spottend zijn grafschrift:
Hier leit Vondel zonder rouw,
Hy is gestorven van de kouw

Lees verder “Joost van den Vondel (1587-1679)”

Ter gelegenheid van Gedichtendag: Miguel Declercq

Ter gelegenheid van Gedichtendag: Miguel Declercq

De bijbel en poëzie, daar is het gewone volk gevoelig voor.” Aldus priester-dichter Anton van Wilderode toen ik hem bij leven en welzijn ging interviewen. Maar met alle respect voor mijn en bijvoorbeeld ook Tom Lanoye’s leermeester, dat vond ik eigenlijk toch echte “kalotenpraat”. Ik sluit mij eerder aan bij Hugo Claus als die beweert: “Iedereen schrijft gedichten als hij zestien is, alleen de naïevelingen gaan gewoon door.”
Lees verder “Ter gelegenheid van Gedichtendag: Miguel Declercq”