Leon De Winter wordt 65…

Leon De Winter wordt 65…

De Nederlandse schrijver Leon De Winter (foto Lesekreis, via Wikipedia) viert vandaag zijn 65ste verjaardag.

Ik heb een heleboel boeken van hem in mijn bibliotheek staan, maar ik heb er nog geen enkel gelezen. Dat komt om de volgende reden. Ik heb die boeken gekocht op aanraden van Vuile Mong (Rosseel). Of beter gezegd: Mong vertelt me op een bepaald moment dat hij een boek van Leon De Winter aan het lezen was en dat hij het zeer interessant vond. Kort daarna krijg ik de kans om voor een prikje een heleboel boeken van die auteur op de kop te tikken, dus doe ik dat uiteraard. Maar als ik daarna Mong nog eens ontmoet en hem dit vertel, kan hij zich niet eens meer herinneren dat hij ooit een boek van De Winter heeft gelezen, laat staan dat hij het mij zou hebben aangeraden. En zo staan die boeken hier nog altijd ongelezen bij (ook omdat ik nog vele andere boeken moet lezen natuurlijk), maar het zal er ooit wel eens van komen. Ik zou zeggen: zo’n verjaardag is dan een aangelegenheid om er één ter hand te nemen, maar ik ben nog altijd aan “Vanity Fair” bezig (moeilijk!) en dan staan er hier nog een paar turven te wachten (“Oorlog en vrede” o.a. en “The golden bough”) zodat het er dit jaar alweer niet zal van komen.
De Winter is de zoon van een handelaar in lompen en oude metalen. Zijn orthodox-joodse ouders hadden als enigen van hun families de Tweede Wereldoorlog overleefd (op een zus van zijn moeder na) en zij kregen na de oorlog op latere leeftijd vier kinderen van wie Leon de tweede zoon was. De Winter senior ging het financieel voor de wind; het gezin bewoonde een vrijstaande villa.
Toen De Winter elf jaar oud was stierf zijn vader op 52-jarige leeftijd aan een hartaanval. De Winter ging op zijn 20ste naar de Filmacademie, waar hij bevriend raakte met de latere producent René Seegers en de latere regisseur Jean van de Velde. Het drietal verliet in 1978 zonder diploma de Filmacademie waarna zij de Eerste Amsterdamse Filmassociatie (EAFA) oprichtten, die de televisiefilms “Junkieverdriet” en “De (ver)wording van Herman Dürer” maakte. De Winter was al tijdens zijn periode aan de Filmacademie gaan schrijven. Hij debuteerde in 1976 met de verhalenbundel “Over de leegte in de wereld”. Zijn boeken “Zoeken naar Eileen W”, “Hoffman’s honger”, “Supertex”, “La place de la Bastille” en “De hemel van Hollywood” werden verfilmd.
Halverwege de jaren tachtig ging de EAFA uit elkaar. De Winter veranderde tezelfdertijd van imago, uitgeverij en vriendin. Bij De Bezige Bij verscheen zijn roman “Kaplan”. Naar aanleiding hiervan werd hij geïnterviewd door Jessica Durlacher, die later zijn echtgenote zou worden. Ze hebben twee kinderen (Moos en Moon) en wonen sinds nazomer 2008 in de Verenigde Staten.
In 1994 begon hij samen met de Amerikaan Eric Pleskow het filmbedrijf Pleswin Entertainment Group. De Winter verhuisde naar Hollywood. Na ruzie met Delta Lloyd over de financiering werd het bedrijf opgedoekt waarna hij terugkeerde naar Nederland. Vooral na de aanslagen van 11 september 2001 ontwikkelde hij zich als publicist en talkshowgast. Hij publiceert sindsdien geregeld opinieartikelen in de dagbladen De Telegraaf en Die Welt en in de tijdschriften Elsevier en Der Spiegel.
Hoewel de recensies van De Winters boeken niet zelden zeer kritisch zijn, worden ze over het algemeen goed verkocht. Volgens sommige critici zou De Winter niet literair genoeg schrijven en te veel uit zijn op effect; steeds meer is De Winter in een ‘hardboiled’ stijl gaan schrijven, een schrijfstijl met zo weinig mogelijk opsmuk, weinig metaforen of bloemrijk taalgebruik. In haar opstellenbundel “Verschuivingen en ontgrenzingen” rekent Anne Marie Musschoot hem tot het postmodernisme.
De Winter en zijn echtgenote Jessica Durlacher waren in het najaar van 2005 gastdocenten aan de Universiteit van Berkeley voor het vak “Anne Frank and After: Dutch Literature and Film of the Holocaust in English Translation”. Hierover schreven beide auteurs columns in De Volkskrant. (Wikipedia)

Lees verder “Leon De Winter wordt 65…”

Joost van den Vondel (1587-1679)

Joost van den Vondel (1587-1679)

Morgen zal het 340 jaar geleden zijn dat Joost van den Vondel is gestorven.

Dat ik biografische gegevens vaak overneem van Wikipedia is geen geheim. Ik kom daar ook altijd voor uit. Maar meestal bewerk ik die gegevens wel erg. Dat is bij de onderstaande tekst over Joost van den Vondel echter slechts minimaal het geval. Ik wil mij daar vooraf voor verontschuldigen. Ik heb echter enkele teksten over diverse toneelstukken van Vondel en om toch het overzicht een beetje te behouden, had ik deze biografie nodig als kapstok. Met andere woorden, in deze biografie heb ik verwerkt, wanneer een bepaald toneelstuk werd geschreven en daar kan men dan op klikken om mijn eigen tekst te lezen. Maar voor de rest wil ik zeker niet de indruk wekken dat ik ook maar enige verdienste heb aan deze biografie. Dus, dank u Wikipedia!
Joost Van den Vondel werd geboren in Keulen. Zijn ouders waren doopsgezind en waren in 1585 de stad Antwerpen ontvlucht. In 1597 vestigden zij zich in Amsterdam. In 1610 trouwde Joost van den Vondel met Mayke de Wolff, die eveneens in Keulen was geboren (in 1586). Hij verdiende zijn brood met zijn kousenhandel in de Warmoesstraat. Ze hadden vijf kinderen, maar drie ervan overleden jong.
Van den Vondel werd lid van de Brabantse rederijkerskamer “Het Wit Lavendel”. In 1613 begon hij Latijn te leren om Seneca te kunnen lezen, en later leerde hij Grieks om zijn toneelstuk Palamedes oft vermoorde onnooselheit te kunnen schrijven. Met de ‘vermoorde onnozelheid’ werd Johan van Oldenbarnevelt aangeduid, en in de figuur van koning Agamemnon kon prins Maurits worden herkend. Het stuk verscheen in oktober 1625, enkele maanden na het overlijden van Maurits. Palamedes is een scherpe kritiek op de stadhouder, en de auteur moest Amsterdam ontvluchten. Hij verbleef enige tijd in Beverwijk, maar moest toch voor het werk terechtstaan. De forse boete van 300 gulden is mogelijk door schepen Albert Coenraads Burgh betaald, die Van den Vondel het idee van zijn toneelstuk aan de hand had gedaan.
Palamedes was echter een populair toneelstuk, waarvan tot 1800 minstens vijftien drukken zijn verschenen. In de uitgave van 1652 heeft Van den Vondel een aantal woorden (zoals zonde) vervangen, en sommige politieke toespelingen werden verscherpt. Het werd pas in 1663, in Rotterdam, voor het eerst opgevoerd. Twee jaar later, toen de Amsterdamse schouwburg gesloten was vanwege een verbouwing, werd het stuk daar buiten de verantwoordelijkheid van de regenten opgevoerd.
Juist voor de opening van de Amsterdamse schouwburg schreef Vondel in 1637 Gijsbrecht van Aemstel.
In 1641 ging Van den Vondel over van de Remonstranten tot de Rooms-katholieke Kerk, wat hem niet in dank werd afgenomen in de hoofdstad van de Republiek, waar calvinistische predikanten veel invloed hadden. De schouwburg in Amsterdam was daarentegen een katholieke aangelegenheid: de schouwburgbestuurders Jan Vos (dichter) en Claes Cornelisz. Moeyaert (schilder) waren katholiek. In 1654 kwam deze bekering zeker aan bod in het stuk Lucifer.
Omdat zijn zoon Joost (1612-1660) door zorgeloosheid in moeilijkheden was gekomen, reisde Van den Vondel in 1657 naar Denemarken. Na het faillissement van de kousenzaak in de Warmoesstraat werd hij in 1658 suppoost bij de Bank van Lening, een zogenaamde sinecure, waar hij in 1668 gepensioneerd werd. Ondertussen had hij in 1664 Adam in ballingschap geschreven. In 1667 schrijft Joost van den Vondel het eerste westerse treurspel over de val van de Ming-dynastie: “Zungchin of Ondergang der Sineesche Heerschappije”. Dat Vondel hierover zo goed ingelicht was, is te danken aan zijn vriendschap met de drukker Johannes Willemszoon Blaeu (1596-1673), die niet alleen zijn “Gijsbrecht van Aemstel” uitgaf, maar ook (en vooral) allerlei atlassen. Om zijn concurrent Jocondus Hondius te vlug af te zijn, had hij de “exclusiviteitsrechten” gekocht op de missioneringsactiviteiten van de Mechelse jezuïet Philip Couplet. Dat Couplet zijn reis überhaupt kon starten vanuit het calvinistische Amsterdam was sowieso al te danken aan de bemiddeling van de verdraagzame Blaeu.
Van den Vondel woonde op het Singel, niet ver van de Torensluis. Zijn zoon overleed op de heenreis naar Indië, voor Kaap de Goede Hoop. Van den Vondel werd verzorgd door zijn enig overlevende dochter Anna (1613-1675). Hij overleed in Amsterdam op 5 februari 1679 op 91-jarige leeftijd. Als zijn laatste werk dichtte hij spottend zijn grafschrift:
Hier leit Vondel zonder rouw,
Hy is gestorven van de kouw

Lees verder “Joost van den Vondel (1587-1679)”

Dertig jaar geleden: ontmoeting met Martin Ros

Dertig jaar geleden: ontmoeting met Martin Ros

Morgen zal het al dertig jaar geleden zijn dat ik, op de voorstelling van de bundeling van de “Boontjes”, Martin Ros heb ontmoet, historicus, co-directeur van de Arbeiderspers, geestelijke vader van de prestigieuze reeks Privé-domein, kortom maniakaal boekenwurm, maar ook erotica-verzamelaar en wielerfreak.
Lees verder “Dertig jaar geleden: ontmoeting met Martin Ros”