Zestig jaar geleden: première van “North by Northwest”

Zestig jaar geleden: première van “North by Northwest”

North by Northwest is een Amerikaanse film van MGM, geregisseerd door Alfred Hitchcock. Hoofdrollen zijn er voor Cary GrantEva Marie SaintJames Mason en Leo G. Carroll. Het script is geschreven door Ernest Lehman. North by Northwest wordt over het algemeen beschouwd als een van Hitchcocks beste films. De film werd genomineerd voor drie Oscars , waaronder die voor beste scenario, maar won er niet een .

Oorspronkelijk wilde Hitchcock “Our man in Havana” van Graham Greene verfilmen, maar deze had zo’n hekel aan hem dat hij zijn veto stelde. Hij draaide dan maar “North by northwest” en het boek van Greene werd verfilmd door Carol Reed, die vroeger ook al “The third man” had gedraaid.

“North by Northwest” is een geraffineerde spionagethriller, die wordt gekruid met de nodige actie, geheimzinnigheid en zwarte humor. Roger Thornhill (rol van Cary Grant), een charmante New Yorkse publiciteitsagent, wordt door een groepje spionnen verward met de geheime agent George Kaplan. De spionnen, geleid door James Mason en een zeer gluiperige Martin Landau, kidnappen Grant. Zij zetten hem dronken achter het stuur van een wagen, maar hij overleeft de dolle rit en vlucht naar Chicago. Op de trein ontmoet hij de mysterieuze Eva Marie Saint, die hem afwisselend helpt en in de val lokt. De manier waarop ze hem in de trein “binnen doet”, is wel heel erg expliciet, zelfs voor de huidige standaard, laat staan in de jaren vijftig. Maar als het dan op slapen aankomt, moet Grant wel “op de grond” slapen…  

De titel van de film wordt meestal gezien als een verwijzing naar Shakespeares Hamlet. De titel zou een verwijzing zijn naar het citaat “I am but mad north-north-west. When the wind is southerly I know a hawk from a handsaw.”

De bloedstollende slotscène op Mount Rushmore werd niet op locatie gefilmd, omdat de National Park Service geen toestemming gaf voor het filmen van een moordaanslag in het aangezicht van een nationaal monument, en de bosvlakte boven het monument, waar het landhuis van de schurk gelegen is, berust op fantasie. 

De wereldpremière van North by Northwest vond plaats op het Internationaal filmfestival van San Sebastian. Reacties van critici waren positief. Tijdens de twee weken dat de film te zien was in de Radio City Music Hall, bracht de film $404.056 op; een record voor een film die buiten een vakantieperiode werd vertoond.

Tegenwoordig wordt de film beschouwd als een klassieker: de film staat hoog in de Top 250 van de Internet Movie Database (meestal bij de bovenste 25) en in 1994 werd de film opgenomen in de Amerikaanse National Film Registry. In 1998 plaatste het American Film Institute North by Northwest op nummer veertig in een lijst met de honderd beste Amerikaanse films. Op Rotten Tomatoes scoort de film 100% aan goede beoordelingen.

Yul Brynner (1920-1985)

Yul Brynner (1920-1985)

Yul Brynner was een acteur van Russische komaf en met het Franse burgerschap.  Yul Brynner deed zijn toch al exotische leven nog aantrekkelijker klinken door een aantal verhalen over zijn jeugd in de wereld te brengen. Zo zou zijn geboortenaam Taidje Khan zijn, zou hij van Zwitsers-Japanse afkomst zijn en geboren zijn op het Russische eiland Sachalin. Verder deed hij vrij geheimzinnig over zijn echte geboortedatum. In 1989 kwam er een biografie uit, geschreven door zijn zoon, die enkele van deze verhalen ontkrachtte en het mogelijk werkelijke verhaal naar boven bracht. De tekst op Wikipedia die ik hier overneem is dan ook op deze biografie gebaseerd.

Yul Brynner werd in 1920 geboren als Joeli Borisovitsj Briner in Vladivostok, Rusland. Zijn moeder was de dochter van een arts, zijn vader was een uitvinder en technicus. In zijn jeugd verhuisde hij met zijn moeder en zus naar HarbinChina en in de jaren dertig vertrok de familie naar Parijs. Daar verwaarloosde hij zijn school en ging hij gitaar spelen bij Russische vluchtelingen. Later werd hij trapeze-artiest en ging hij bij het theater.

In 1941 verhuisde hij naar de Verenigde Staten om daar deel uit te maken van het theatergezelschap van Michail Tsjechov (1865-1936), de jongste broer van Anton. In 1945 kreeg hij een rol in het Broadway-stuk Lute Song. Voor deze rol kreeg hij een aantal prijzen. In 1949 maakte hij zijn filmdebuut in Port of New York.

Met Lute Song in het achterhoofd werd hij gevraagd voor de rol van de koning van Siam in The King and I, de Broadway-musical van Michael Rodgers en Oscar Hammerstein uit 1951. De rol betekende zijn grote doorbraak en bracht hem in de schijnwerpers. In 1956 herhaalde hij de rol weer voor de filmversie, waarvoor hij de Academy Award voor Beste Acteur binnenhaalde. Hij is één van de negen mensen die zowel een Tony Award als een Oscar wonnen voor dezelfde rol. Brynner schoor zich kaal voor de rol en bleef zich daarna kaal scheren, al zette hij later voor sommige rollen een pruik op. Omdat een kaalgeschoren hoofd in die tijd ongewoon was, werd Brynner een iconisch figuur.

Filmregisseur Cecil B. DeMille castte hem in de rol van de Egyptische farao Ramses II in het miljoenenproject The Ten Commandments (foto) en datzelfde jaar speelde hij ook in Anastasia aan de zijde van Ingrid Bergman. In 1959 was hij de tegenspeler van Gina Lollobrigida in de epische film Solomon and Sheba, waarin hij koning Salomo vertolkte. In 1960 speelde hij de hoofdrol in The Magnificent Seven, de westernversie van Akira Kurosawa‘s The Seven Samurai. It had been Yul Brynner who approached producer Walter Mirisch with the idea of doing a Western adaptation of Akira Kurosawa’s classic. Yul Brynner had also a major say in casting decisions, including the decision to cast Steve McQueen. He specifically requested that McQueen be cast as Vin Tanner. Brynner later regretted the move since he and McQueen developed a disastrous relationship on set. According to Eli Wallach’s autobiography, Yul Brynner had a major problem with what he perceived as Steve McQueen’s trying to upstage him. According to Wallach, McQueen would do things when on screen with Brynner to draw attention to his character. E.g. Steve McQueen tried to draw attention from Yul Brynner by taking off his hat to shade his eyes. Finally Brynner said to him, “If you don’t stop that I’m going to take off my hat, and then no one will look at you for the rest of the film.” Alluding to his bald head of course. Yul Brynner was married on the set; the celebration used many of the same props as the fiesta scene.

In 1962 speelde hij Taras Bulba in de gelijknamige film. In 1966 was hij de enige van de hoofdrolspelers die zijn rol hernam in “The return of the Magnificent Seven”. In de jaren zeventig was hij te zien in Michael Crichtons Westworld als een op hol geslagen cowboy-robot, in ongeveer dezelfde kledij als in The Magnificent Seven.

In 1985 speelde hij voor de laatste keer de koning van Siam in een tweede tournee. Hij werd toen al geplaagd door longkanker. Twee maanden na het einde van de tournee stierf Brynner aan de ziekte in een ziekenhuis in New York (op dezelfde dag als Orson Welles) op 65-jarige leeftijd. Voor zijn dood had hij een reclameboodschap opgenomen, waarin hij verklaarde ziek te zijn geworden door roken. Deze reclameboodschap is op zijn verzoek na zijn dood uitgezonden, als een krachtig statement tegen het roken. Ironisch genoeg werd het thema van The Magnificent Seven jarenlang gebruikt bij een reclame voor Marlboro-sigaretten…

Brynner trouwde vier keer, kreeg drie kinderen en adopteerde er twee.

Vijftig jaar geleden: première van “Easy Rider”

Vijftig jaar geleden: première van “Easy Rider”

Vijftig jaar geleden werd Easy Rider uitgebracht een filmvan Dennis Hopper met in de hoofdrollen Dennis HopperPeter Fonda en Jack Nicholson.

Deze “road movie” vertelt het verhaal van twee hippie motorrijders Billy en Wyatt (Peter Fonda en Dennis Hopper zelf) op weg naar New Orleans. Ze willen er op tijd zijn voor Mardi Gras. Onderweg wordt het tweetal in motels geweigerd om hun uiterlijk, worden ze meegetroond naar een commune door een autostopper en nemen ze deel aan een stoet in Texas. Gearresteerd ontmoeten ze de dronken burgerrechtenadvocaat George Hanson (gespeeld door Jack Nicholson), die besluit verder met hen mee te rijden.

De vijandigheid die Billy en Wyatt op hun hele reis begeleidt, kent een climax in New Orleans, waar ze met drugs experimenteren op het graf van Marie Lavaux. Uiteindelijk stelt het tweetal vast dat hun reis hen toch niet gebracht heeft wat ze zochten. “Easy Rider” leek ten tijde van zijn release het toppunt van rebellie. Het is de prototypische jongerenfilm waarin getracht wordt een tegencultuur te recupereren voor de filmindustrie.

Bij het uitkomen van Easy Rider werden alle bezoekerrecords gebroken. De film die voor een schijntje was gemaakt (400.000 dollar) bracht in de VS 40 miljoen dollar op en wereldwijd 60 miljoen dollar (januari 1972). Het succes leidde ertoe dat de New Hollywood-fase werd versneld, een fase in de geschiedenis van de Amerikaanse filmindustrie waarbij de studio’s jonge avant-garderegisseurs de kans gaven films te maken waarover ze complete controle hadden.

Het was de eerste film afkomstig uit de protestcultuur van de hippie-beweging, en daarmee de eerste film die inging op deze jeugdcultuur. De soundtrack bestond volledig uit popmuziek met nummers van vooral The Byrds, maar ook The BandJimi Hendrix en Steppenwolf. Centraal in de film staan de tegenstellingen tussen jeugd en de oudere generaties en tussen het platteland en de stad. Maar vooral is Easy Rider een ode aan de vrijheid en het weidse Amerikaanse landschap.


“Paint your wagon” uit 1969 was veel grappiger, al was dat dan eerder aan Lee Marvin en het doldwaze scenario toe te schrijven dan aan Clint Eastwood.
“The man of La Mancha” van Arthur Hiller zat een beetje op de wip tussen ernst en luim met Peter O’Toole als Cervantes/Don Quichote, Sophia Loren als Dulcinea/Aldonza en James Coco als Sancho Panza. Met “Something funny happened on the way to the forum” geeft Richard Lester de musical een nieuwe dimensie.
In 1973 was er “Jesus Christ Superstar” met de Amerikaanse acteur en zanger Carl Anderson als Judas. Hij is op 23 febuari 2004 op 58‑jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles aan leukemie overleden. Ondanks zijn ziekte was Anderson tot voor enkele weken druk in de weer met het plannen van een wereldtournee, te beginnen in het Vaticaan, waarin hij scènes uit de rockopera zou opvoeren. Anderson was overigens niet de eerste keus van componist Andrew Lloyd Webber en tekstschrijver Tim Rice: hij nam in 1971 de Judas‑rol over van de zieke Ben Vereen bij de vertoningen op Broadway. Twee jaar later kon hij zijn rol als slechte apostel nog eens overdoen in de succesvolle Hollywoodverfilming door veteraan Norman Jewison. Daarin praat en zingt hij Ted Neeley als Jezus Christus aan het kruis. Zijn acteerprestatie leverde hem nominaties voor de Golden Globes als beste debutant en beste musicalacteur op. Later manifesteerde Anderson zich vooral als musicalacteur op Broadway, al kennen filmfanaten hem tevens van een bijrol in Steven Spielbergs “The Color Purple”. In de jaren tachtig en negentig ontpopte Anderson zich ook als succesvol zanger, onder meer met hits als “How Deep Does It Go” en “Pieces of a Heart”.
Maar veel baanbrekender was “Cabaret” van Bob Fosse met Liza Minelli (Sally Bowles), Michael York (Brian Roberts), Helmut Griem (Max von Heune), Joel Grey (ceremoniemeester), Marisa Berenson (Elsie) en Fritz Wepper (Fritz Wendel). Sally’s biseksuele minnaar Brian is bedoeld op de schrijver Christopher Isherwood, zoals dit reeds in het toneelstuk “I am a Camera” van John Van Druten was verwerkt. De muziek is van Fred Ebb en John Kander en de fotografie van Geoffrey Unsworth. Men zou kunnen stellen dat het eerder een anti-musical is, in die zin dat de film scherpe kritiek levert op het escapistische van dat genre.
In 1974 volgde “Tommy” (Ken Russel) en “That’s entertainment” , een heerlijke compilatie van Jack Haley jr (1934-2001). De zoon van de Tinnen Man uit “The wizard of Oz” was in die tijd getrouwd met de dochter van Dorothy (Liza Minnelli dus), maar het huwelijk hield slechts tot 1979 stand.

55 jaar geleden: première van “A hard day’s night”

55 jaar geleden: première van “A hard day’s night”

Vandaag is het precies 55 jaar geleden dat de eerste film met The Beatles in de hoofdrol, “A hard day’s night”, in Londen in première ging. Geregisseerd door avant-garde regisseur Richard Lester (“The Knack”) betekende de film een revolutie in de geschiedenis van de muzikale film. Natuurlijk bestonden er al filmvehikels voor popvedetten als Elvis Presley of Cliff Richard, maar meer dan een amoureus verhaaltje dat het kader moest scheppen om enkele songs te vertolken waren deze films niet. Lester gooide het roer helemaal om en was een voorloper van de videoclip, die pas een kleine kwarteeuw later ingang zou vinden.

1964 was een zwak jaar in Cannes. De winnaar is “Les parapluies de Cherbourg” van Jacques Demy met Catherine Deneuve (Delphine), Françoise Dorléac (Solange), Danielle Darrieux (Yvonne), Michel Piccoli (Simon Dame), Jacques Perrin (Maxence) en Gene Kelly. Met deze film maakt Jacques Demy een Europese interpretatie van de Amerikaanse musical. De tweelingzussen Delphine en Solange (gespeeld door de zussen Catherine Deneuve en Françoise Dorléac) dromen elk van hun ideale liefde en van een zang‑ en danscarrière in Parijs. Elders dromen twee mannen van hun ideale vrouw. Ze ontmoeten elkaar. De vonk slaat over. En dan duurt het nog een hele film eer het onvermijdelijke gebeurt: de geliefden worden herenigd. De boodschap is overduidelijk: het geluk woont vlak achter de hoek maar we missen het ‑ ongeweten ‑ telkens op een haar.
Voor “My fair lady” (George Cukor, 1964) werd Audrey Hepburn verkozen boven Julie Andrews, die de rol in het theater had gecreëerd. Dit maakte zoveel ophef dat de producers “voor alle zekerheid” nadien de stem van Audrey voor de liedjes vervingen door die van Marni Nixon. Met alle sympathie voor mooie Audrey (zéker tegenover Andrews), maar haar muzikale exploten in “Breakfast at Tiffany’s”, waarin ze “Moon river” kweelde, waren toch niet echt om over naar huis te schrijven. Ondertussen bestaat er trouwens ook een kopie van “My fair lady”, waarin men wél haar stem kan horen. Julie Andrews werd bovendien getroost met “Mary Poppins” (Robert Stevenson, 1964).
In 1965 het jaar dat iedereen tenminste tien keer naar “The sound of music” van Robert Wise ging kijken, keek ik liever naar “Help” van Richard Lester. Tegen de gangbare opinie in vind ik deze tweede film van The Beatles ook beter dan “A hard day’s night” (1964).
Mark Lester is daarna te zien in “Oliver!” van Carol Reed, een Engelse musical naar het boek van Charles Dickens over de weesjongen Oliver Twist. Met verder: Ron Moody, Oliver Reed, Harry Secombe e.a. In 1966 was er “Sweet Charity” van Bob Fosse (naar “Le Notti di Cabiria” van Fellini) met Shirley MacLaine en een jaar later was er “Les demoiselles de Rochefort” van Jacques Demy met in de titelrollen opnieuw de zusjes Catherine Deneuve en de helaas veel te vroeg overleden (auto-ongeval) Françoise Dorléac.

Lees verder “55 jaar geleden: première van “A hard day’s night””

180 jaar geleden: de opstand op de Amistad

180 jaar geleden: de opstand op de Amistad

Vandaag 180 jaar geleden kwamen tijdens een slaventransport van Havana naar Puerto Principe de slaven die op het schip vervoerd werden in opstand. De revolte werd beëindigd doordat de Amerikaanse marine het schip enterde voor de kust van Long Island. In 1997 werd deze opstand verfilmd als “Amistad” door Steven Spielberg.
Lees verder “180 jaar geleden: de opstand op de Amistad”

Meryl Streep wordt zeventig…

Meryl Streep wordt zeventig…

De eerste keer dat ik Meryl Streep (New Jersey, 22/6/1949) aan het werk zag, was ik werkelijk ondersteboven van haar. Het betrof immers de film “Sophie’s choice” van Alan J.Pakula uit 1982 (naar het boek van William Styron). Enfin, dat is een beetje gelogen, want ik had ze ook reeds aan het werk gezien in “Julia” (Fred Zinneman, 1977) en in “The deer hunter” (Michael Cimino, 1978), maar daarin speelde ze slechts een bijrol zodat ik ze niet eens had opgemerkt. In de televisiereeks “Holocaust” had ze in diezelfde periode al een belangrijker rol, die bovendien haar rol in “Sophie’s choice” bij wijze van spreken al aankondigde, maar ook dan was haar naam mij niet bijgebleven.
Lees verder “Meryl Streep wordt zeventig…”