Zestig jaar geleden: drama in Temse

Zestig jaar geleden: drama in Temse

Het collectieve geheugen van Temse bergt een drama, dat zich in 1960 afspeelde tijdens een carnavalbal. Vier feestgangers vatten vuur, met dodelijke afloop voor Armand Buyens, jongere broer van filmmaker-schrijver Frans Buyens. Die tragedie, in het bijzonder de wijze van overlijden, én de omstandigheden waarin later Frans’ vader en moeder sterven, vormen de centrale gegevens van Buyens’ meesterwerk ‘Minder dood dan de anderen’, in wezen een pleidooi voor euthanasie. Net als ‘Een jongen uit ‘t Foort’ is het tegelijk plaatselijke geschiedschrijving en literatuur, gebaseerd op ware gebeurtenissen in Temse, maar te veralgemenen tot een algemeen menselijke problematiek.

Lees verder “Zestig jaar geleden: drama in Temse”

Veertig jaar geleden: première van "De Witte"

Veertig jaar geleden: première van "De Witte"

Ik dacht dat ik geen enkele bijdrage van Jan Verheyen in “De Voorpost” meer in huis had, maar – verrassing! – ik vind hier in mijn paperassen nog een tamelijk groot overzichtstuk over de Belgische filmsituatie in 1980, getoetst aan de release van Robbe de Herts “De Witte”. Ik hoop dat Jan er geen bezwaar tegen heeft dat ik het hier afdruk, want ik heb heel wat tijd gestoken in het corrigeren van de scan die allesbehalve eenvoudig was…

Lees verder “Veertig jaar geleden: première van "De Witte"”

Johny Voners (1945-2020)

Johny Voners (1945-2020)

Johny Voners is gisteren op 74-jarige leeftijd bezweken aan huidkanker vlak voor opnames nieuw seizoen ‘F.C. De Kampioenen’. Hij was immers vooral bekend als Xavier Waterslaeghers uit deze sitcom, een rol die hij bijna 30 jaar vertolkte. Zelf zal ik hem vooral herinneren als Thierry Devucht uit een andere VRT-productie, ‘De Collega’s’ (zie bovenstaande foto).

Lees verder “Johny Voners (1945-2020)”

Nicole van Goethem (1941-2000)

Nicole van Goethem (1941-2000)

Morgen zal het al twintig jaar geleden zijn dat Nicole van Goethem, nog altijd onze enige oscarwinnares tot nu toe, is overleden. Ik heb haar zelf in 1988 geïnterviewd voor de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan, maar dat was dan voor één keer eens gelogen, want ik heb haar wel degelijk “in levende lijve” gesproken op de uitreiking van de Geuzenprijs, die de aanleiding vormde voor het gesprekje…

Lees verder “Nicole van Goethem (1941-2000)”

52 jaar geleden: première van “De vijanden” van Hugo Claus

52 jaar geleden: première van “De vijanden” van Hugo Claus

Na reeds meerder scenario’s te hebben geschreven, voornamelijk voor de Nederlandse cineast Fons Rademakers (met als meest bekende uiteraard “Mira”, dat echter nog moet gerealiseerd worden; eveneens later zal hij ook scenario’s schrijven voor de vrouw van Fons, Lili, met name voor “Menuet” en voor “Dagboek van een oude dwaas”), regisseert Hugo Claus in 1966 (release 29 februari 1968) een eerste speelfilm “De vijanden”, waarvoor hij ook zelf het scenario schrijft. De hoofdrollen worden gespeeld door Robbe De Hert, Fons Rademakers, Del Negro, Ward Bogaert, Jan Matterne, Frans Redant en Elly Claus.

Lees verder “52 jaar geleden: première van “De vijanden” van Hugo Claus”

Veertig jaar geleden: rondetafel over kinderfilms

Veertig jaar geleden: rondetafel over kinderfilms

Op woensdag 12 december 1979 organiseerde J.Films vzw in het Kasteel van Ham een rondetafelconferentie over kinderfilmpolitiek in ons land. Tijdens deze informatie- en discussiedag werden vanuit een aantal sectoren de problemen, noden en perspectieven in verband met waardevolle kinder- en jeugdfilm toegelicht.

Lees verder “Veertig jaar geleden: rondetafel over kinderfilms”

Vijftig jaar geleden: “Actie Tomaat” (deel twee)

Vijftig jaar geleden: “Actie Tomaat” (deel twee)

In 1968 had Hugo Claus nog samen met Alex van Royen en Carlos Tindemans “T 68 of de toekomst van het theater in Zuid-Nederland” geschreven, waarin hij experimentele theaterstandpunten verdedigde. Later zal dat veranderen. Zo lokt hij reeds in 1969, middenin de Actie Tomaat, een incident uit. Toen ging in de Amsterdamse schouwburg zijn stuk “Vrijdag” door de Nederlandse Comedie in première.

Aangezien Claus hier op het eerste gezicht teruggrijpt naar het naturalistische toneel (vgl. met “Driekoningenavond” van Cyriel Buysse b.v.) en in interviews vooraf nog wat olie op het vuur had gegoten door te stellen dat al die discussianten leuteraars zijn die niet weten waar ze over praten, dat met name het toneel niet dood is, maar dat er een tekort is aan echte persoonlijkheden, dreigde men in de pers reeds “die ouwe zak” (sic, Claus was toen 40) eens de les te spellen. Daarom posteerde Claus zijn boksende broers in de zaal om eventuele tomatengooiers tot andere inzichten te brengen. Maar het was niet nodig. Het werd een succes. Claus: “Theater bestaat voornamelijk uit een communicatie die tot nader order nog altijd verbaal moet zijn. (…) Wat men dan een beetje smalend ‘dichterlijk’ noemt, is de essentie van het theater: Haal je van Shakespeare de taal weg, dan krijg je alleen maar ridicule, nonsensicale verhalen die nergens op slaan, waarvan de psychologie niet klopt, enfin, alles is één ratjetoe. Is er iets belachelijker dan de plot van ‘Hamlet’? Is er iets idioter dan ‘Twelfth Night’, dan ‘A Midsummernight’s Dream’? Dat is pure kolder, niet eens goed voor een comic-strip. Het bestaat in functie van wat er daar met woorden gedaan wordt. (…) De laatste jaren krijgt de toneelschrijverij hier te lande echter een heel koddige dimensie: men neemt vier pagina’s Heidegger en een stuk of wat krantenknipsels en gaat die vervolgens, met z’n allen improviserend, op de planken brengen. We hebben momenteel een theaterlandschap van diepe treurnis. Men schijnt hier te vergeten dat toneel een onzuivere kunst is, die eist dat er rekening gehouden wordt met de tweehonderd mensen die zitten te kijken en van wie een aantal nauwelijks kan lezen of schrijven. (…) Ik geloof in elk geval niet in wat men met een gekke term aanduidt als het rituele theater, ’t schuimbekkend over de grond rollen en het gepiep en gekwijl en het collectief hysterische: wij hebben namelijk geen goden, dus waarom zouden we een rite opvoeren alsof we wel goden hadden? Da’s allemaal hocuspocus waar ik niet in geloof en in de zogenaamde diepverborgen persoonlijkheidslagen die je met zo’n toneel aanboort, geloof ik evenmin.”
Dat wil anderzijds niet zeggen dat met name “Vrijdag” vol verwijzingen zit, zowel naar de heidense (Germaanse), de Griekse en de christelijke mythologie. Claus zal zijn eigen stuk in 1981 verfilmen.
Alhoewel Hugo Claus soms (niet altijd, zie hier ) net als Louis Paul Boon mei ’68 eerder als een kleinburgerlijke revolte beschouwt (hij zat echter ironisch genoeg in de vermaarde brasserie Lipp te eten toen daar een traangasgranaat werd binnengegooid), schrijft hij rond die tijd toch “Reconstructie”, een operatekst samen met Harry Mulisch die een eerbetoon wil zijn aan Che Guevara. Ook in 1993 blijven beiden trouwens vasthouden aan hun geloof in Cuba. Als men het “ondemocratische” karakter van het regime aanhaalt, repliceert Claus in Humo: “Democratie is niet een pleistertje dat je overal kunt opplakken, op sommige plekken schiet zij te kort: in de kunst b.v.”
In 1970 volgt “De Spaanse hoer”, naar het 15e eeuwse “La Celestina” van F. de Rojas.
Van 1970 tot 1974 zetelt hij in de redactie van De Gids. Samen met Johan Daisne dus blijkbaar…
In het najaar van 1970 publiceert Claus twee omvangrijke poëziebundels : “Heer Everzwijn” (waarvoor hij de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie krijgt) en “Van horen zeggen”.