25 jaar geleden: wereldcreatie van werk van Boudewijn Buckinx

25 jaar geleden: wereldcreatie van werk van Boudewijn Buckinx

Boudewijn Buckinx (rechts op bovenstaande foto), die zijn thesis schreef over John Cage, schrijft zelf ook geen “ingewikkelde” muziek. Voor het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen schreef hij in het kader van Antwerpen ’93 “negen onvoltooide symfonieën” (wees gerust, ze duren tesamen slechts anderhalf uur, afzonderlijk variëren ze van een halve minuut tot zestien minuten).

Lees verder “25 jaar geleden: wereldcreatie van werk van Boudewijn Buckinx”

Botho Strauss wordt 75…

Botho Strauss wordt 75…

De Duitse auteur Botho Strauss (tekening YouTube) kwam voor het eerst in het nieuws toen hij in “Theater Heute” het naturalistische toneel als pseudo-realistisch afwees in zijn ophefmakend artikel “Versuch ästhetische und politische Ereignisse zusammenzudenken” (1970).
Lees verder “Botho Strauss wordt 75…”

Luc De Vos (1962-2014)

Luc De Vos (1962-2014)

Ik was er niet bij op het Sint-Pietersplein, bij het afscheid van zanger, schrijver en (in ruimere zin) buurman Luc De Vos. Ik zou kunnen zeggen dat dit was omwille van de kerkdienst, waarvan ik vermoed dat Luc daar zelf niet mee akkoord zou zijn gegaan, maar ook als het een herdenkingsdienst in het crematorium van Lochristi was geweest (wat ik, eerlijk gezegd, had verwacht), dan zou ik er nog niet bij geweest zijn. Ik heb het al eerder gezegd: ik kom niet meer buiten en daarmee uit.
Lees verder “Luc De Vos (1962-2014)”

De leestips van Nonkel Fons (22)

De leestips van Nonkel Fons (22)

Fons Mariën las “Kuifje wordt volwassen. Over de dekolonisering van de geest” van Rik Pinxten (foto uitgeverij EPO).

De auteur van dit boek, de intussen gepensioneerde antropoloog-filosoof Rik Pinxten, heeft al talrijke publicaties op zijn naam staan. Dit boek is het eerste dat ik van hem las.

‘Kuifje wordt volwassen’ heeft als ondertitel ‘Over de dekolonisering van de geest’. Kuifje in de titel is zowat het archetype van de blanke westerling in de koloniale tijd, hij die denkt dat hij ‘de superieure waarden’ in pacht heeft. De auteur wil met dit boek de westerling aansporen om deze neokoloniale houding te laten vallen. Hij verwijst daarbij naar het boek ‘Witte onschuld’ van de kleurlinge en feministe Gloria Wekker (het valt me op dat in mijn lectuur van de laatste tijd vaak verwijzingen naar dit boek voorkomen). Gloria Wekker meent dat er nog altijd een neokoloniale mentaliteit heerst en dat bij Nederlanders (zij woont in Nederland) nog altijd een geestelijk residu te vinden is van kolonialisme en slavernij.

Sleutelbegrippen in het discours van Rik Pinxten zijn perspectivisme en interdependentie. Met perspectivisme bedoelt hij dat de blanke (in het bijzonder de onderzoeker, academicus) naar alles vanuit verschillende posities moet kijken, in dialoog met mensen uit andere culturen en dus niet alleen vanuit een westers standpunt. Voor een antropoloog lijkt me dit een aanvaardbaar uitgangspunt, maar of dit voor alle menswetenschappen geldig is lijkt me minder evident. Om nog te zwijgen van exacte wetenschappen (moet er naast de zwaartekrachttheorie van Newton ook een ‘zwarte zwaartekrachttheorie’ bestaan?).

Met interdependentie benadrukt Pinxten dat we in een wereld leven waarin we allemaal op een of andere manier met elkaar betrokken zijn: geen enkel volk, geen enkele cultuur kan nog enkel op zichzelf bestaan. Dat is heel duidelijk bij wereldproblemen zoals de klimaatopwarming waaraan niemand kan ontsnappen. Vanuit een links perspectief betekent interdependentie ook dat het arme Zuiden zijn toestand te wijten heeft aan het rijke Westen (dat in de koloniale tijd grondstoffen e.d. eenzijdig uitbaatte). ‘Onze belangen’ moeten vervangen worden door de belangen van de mensheid en de aarde. Pinxten pleit voor gelijkwaardigheid en solidariteit in denken en handelen.

Enkele bedenkingen. Het perspectivisme van Pinxten dreigt makkelijk te vervallen in een vorm van cultuurrelativisme. Voor tal van culturele uitingen kunnen we de ene attitude naast de andere plaatsen en denken “het kan evengoed zo”. Maar zoals ik eerder in artikels op de blog Kwintessens van het Humanistisch Verbond uitlegde, zijn er wel degelijk verschillen in kwaliteit voor sommige attitudes, toetsteen voor mij zijn de Universele Mensenrechten. Met het perspectivisme van Pinxten dreigt ook die universaliteit in een postmodern discours in vraag gesteld te worden.
Andere bedenking : Pinxten gelooft Gloria Wekker e.a. wanneer die over een neokoloniale houding van de westerling anno 2019 spreken. Maar de vraag is: bestaat die neokoloniale attitude nog? Hoe sterk is die nog in het westerse denken aanwezig? Ik denk dat er sinds de effectieve dekolonisering van landen (voornamelijk in de jaren ’50 en ’60) al een hele weg is afgelegd en dat het zgn. eurocentrische denken al veel langer in vraag is gesteld. Pinxten laat na om de evolutie in de geesten sindsdien te onderzoeken en volgt iemand als Gloria Wekker, terwijl haar boek volgens mij helemaal niet zo sterk beargumenteerd is. Is Kuifje niet al een beetje volwassen geworden?

Kortom: dit is een boeiend onderwerp, maar met dit boek van Pinxten is het laatste woord er nog niet over geschreven. 

Fons Mariën

25 jaar geleden: November Music

25 jaar geleden: November Music

Het November Music Festival is eigenlijk een Nederlands initiatief dat zijn oorsprong vindt in ’s Hertogenbosch in 1992, maar in 1993 week men reeds uit naar Gent om in samenwerking met Vlaamse culturele centra en concertorganisatoren een soort internationaal circuit voor uitvoerders van hedendaagse muziek poogt op te zetten. Deze kampen immers vaak met het probleem dat zij een programma instuderen dat zij amper één keer kunnen brengen. In 1994 werd het festival daarom nog uitgebreid met Maastricht, Middelburg, Tilburg en Antwerpen.

Het thema was dat jaar tweeledig. In “heroverwegingen” werden acht componisten uitgenodigd om een bestaande compositie in een nieuw daglicht te plaatsen. Luc Van Hove koos iets van Chopin, Gijsbrecht Royer de Grosse Fuge van Bach en Joop Voren een strijkkwartet van Verdi en verder is natuurlijk ook Boudewijn Buckinx van de partij want dit is toch een typisch postmodernistische opvatting (citaten!). Een tweede thema is “muzikale vrijheden”, waarbij de nadruk op de improvisatie ligt, niet noodzakelijk uitsluitend in het heden (Palestrina!) en in de westerse cultuur (Chinese traditionele muziek).
Eén maal per jaar staat de hedendaagse muziek dus in het zonnetje. Een waterig zonnetje weliswaar, want deze periode valt in november, de maand die voor mens en natuur in het teken staat van de dood. Misschien zien de organisatoren van November Music hierin wel het symbool van de feniks die uit zijn as herrijst ?Aan de organisatoren zal het alvast niet gelegen zijn, want zij doen een uiterste inspanning om de drempel voor dit, soms moeilijk toegankelijke, muziekgenre zo laag mogelijk te houden.
Het Gentse luik loopt nog tot en met 26 november. Die dag sluit men de grote manifestatie af met een happening voor de jeugd.
In samenwerking met de v.z.w. Mallemuze worden, van 12 tot 18 uur, op diverse plaatsen in het « Kunstencentrum Vooruit», kinderen in contact gebracht met muzikanten « die op een hedendaagse manier met muziek bezig zijn », zoals de perstekst het omschrijft.
Dit kan gebeuren door het brengen van hedendaagse composities, door het creëren van een eigen muzikale taal of door oudere muziek te confronteren met nieuwe composities. In elk geval is dit een hele opgave voor kinderen die meestal meer vertrouwd zijn met Samson en Gert of (in het beste geval) voeling hebben met de bekendste stukken van Mozart.
De Gentse cellist Arne Deforce fungeert een beetje als gastvrouw. maar ook voor het overige vinden we op het programma een aantal namen terug, waarvoor alleszins de volwassenen (die ook meer dan welkom zijn) graag een ommetje langs de Vooruit zullen willen maken.
Zo zijn Champ d’Action, Guido De Neve, Wim Henderickx, Greetje Bijma en vooral de Tsjechische violiste/vocaliste Iva Bittova te gast.
Verder willen we ook nog het Requiem van Johan De Smet (foto) in de kijker plaatsen. Dit wordt op vrijdag 24 november om 20 uur, eveneens in de Vooruit, gecreëerd. De Smet kennen we vooral van zijn samenwerking met Kamagurka en daar is ook het ontstaan van dit Requiem te situeren. Het begon namelijk als toneelmuziek bij « Tante Euthanasie gaat achteruit » in het NTG. Maar nu is het door De Smet uitgewerkt tot een volwaardig en, naar zijn eigen zeggen, ook ernstig muziekstuk.
Het postmodernistische pianokwintet van Schnittke heeft vijf delen en is eveneens doordrongen van de doodsgedachte. De oor­sprong van het stuk moet men immers zoeken bij de dood van zijn moeder, Maria Vogel, in september 1972. Toch werkte hij de compositie pas af in 1976.
Aan de dood van zijn moeder wijdde hij ook een “In Memoriam” voor symfonisch orkest). Dat is niet zo evident als het lijkt. Zoals Arie Van Lysebeth als directeur van het Brusselse conservatorium in zijn eigen tijdschrift (december 1997) opmerkt: “Het is wel zo, dat een bepaalde compositorische stroming uit de vijftiger, zestiger jaren van deze eeuw, als reactie tegen een ietwat ‘gemakkelijk’ romantisme, het groot symfonieorkest systematisch ging vermijden. Allerlei heterogene instrumentencombinaties staken de kop op en er werd druk geëxperimenteerd. Men constateert echter vandaag reeds dat sommige van deze tendenzen (b.v. de seriële muziek), die zich onder meer van allerlei ongestructureerde instrumentengroepen bedienden, helemaal niet de meest boeiende passages uit de muziekgeschiedenis zijn geworden.”
Bij zijn dood in 1998 was Schnittke misschien wel een van de populairste nog levende (allé, tot op dat moment toch nog) componisten, maar niet iedereen dacht er zo over. Zo schreef Stephen Bayley in The Independent van 26/9/1998: “For all its manipulative, saccharine cheek-sucking whimsy, Eleanor Rigby exceeds in artistic value anything irritatingly cacophonous by Arthur Schnittke or Pierre Boulez.”
Alhoewel de Hongaar György Kurtag slechts één jaartje jonger is dan Boulez die dat jaar z’n zeventigste verjaardag vierde, is er toch een wereld van verschil tussen beiden. Boulez wordt nu door de jonge Turken immers reeds als een gevestigde waarde beschouwd en “dus” ook in vraag gesteld, terwijl Kurtag juist volop “in” is.
Philippe Boesmans: “Decennia lang heeft de seriële muziek ons denken beheerst, maar uiteindelijk bleek het systeem toch een aantal wezenlijke eigenschappen van onze westerse muziek over het hoofd gezien te hebben. Het principe van spanning en ontspanning, bijvoorbeeld, werd opgegeven – zodat er nog slechts spanning overbleef. Het systeem was gewoon te beperkt. Natuurlijk heeft het heel mooie dingen voortgebracht: als een genie zoals Boulez zo’n systeem hanteert, dan komen daar echte kunstwerken van. Maar het is zeker geen exclusief systeem, al heb ik zelf ook lang in die overtuiging geleefd. Ondertussen ben ik tot het besef gekomen dat ik vooral moet proberen om muziek te schrijven die tot de mensen spreekt. Het is trouwens merkwaardig welke reacties je daarop krijgt. ‘Maar het heeft toch geen zin om nu weer veristische opera’s te gaan schrijven?’ bijvoorbeeld. Het is inderdaad niet nodig om weer iets te gaan doen wat al gedaan is. Maar muziek, en zeker opera, moet wel gevoelens en emoties uitdrukken.” (tegen Stephan Moens in De Morgen van 26/2/93)
Als voorbeelden van de “oude” avantgarde zijn er nog de Zwitser Klaus Huber en de Amerikaan Morton Feldman, die net als zijn leermeester John Cage nog niet zo heel lang geleden is overleden. Ook zal Chris Mann in de Logos Tetraeder (Bomastraat) niet zijn kennis van het Chinees ten toon spreiden, maar ons wel confronteren met zijn “klankpoëzie”. En dat gebeurt dan in het Engels, of liever het Australisch, want deze 48-jarige dichter is afkomstig uit Melbourne. Dat zijn poëzie (net zoals bij ons die van Paul van Ostayen b.v.) niet los te denken is van (experimentele) muziek, wordt o.m. bewezen door het feit dat John Cage reeds meerdere malen teksten van hem in zijn composities heeft gebruikt. Zo b.v. in “Eight whiskus”, niet te verwarren met “Eight whisky’s”, want dat zou eerder een werk van “onze eigen” Luc Brewaeys zijn. Deze heeft immers de gewoonte om zijn composities, of het nu symfonieën of strijkkwartetten betreft, telkens de naam van een whisky-merk mee te geven. Cheers!
Veel aandacht gaat in de twintigste eeuw naar composities voor slagwerk, zo is er o.a. het grappige “Tafelmuziek” van Thierry De Mey (drie slagwerkers bespelen, jawel, een tafel) en “Smiles” van Philippe Boesmans. Voor het seizoen 1997-98 mag deze in de Munt een jazz-, rock- en wereldmuziek-concert organiseren. Op de persconferentie verdedigde Boesmans op een aandoenlijke manier de popmuziek. “Voor de jazz is dit niet meer nodig,” zei hij (terecht, aangezien het een optreden van Chick Corea betreft) en ook wereldmuziek wordt niet bestreden vanwege “politically correct”. Maar rock?!? Alhoewel men nog niet bekend kon maken wie er zou komen (“bij pop is men blijkbaar niet gewoon een jaar op voorhand te programmeren”), liet Boesmans toch een beetje in zijn kaarten kijken door vooral de lof te zingen van de rhythm’n’blues “die wat zangtechniek betreft veel typischer is voor de 20ste eeuw dan het Sprechgesang, waarvan men dat meestal beweert.” Toch is het de vraag wie Boesmans uitgerekend nu, nu de popmuziek in een diepe crisis verkeert, zal uitnodigen. Iemand van zijn (en dus ook mijn) generatie? Dat lijkt me heel goed mogelijk. Maar staat die dan nog wel symbool voor de huidige popmuziek? Vooral daar het toch een uitnodigend gebaar betreft naar de jongeren toe?
Iets heel bijzonders is de “Prometheus”-cyclus, waarbij deze mythe op drie verschillende wijzen gestalte wordt gegeven. Er is een choreografie van José Besprosvany op muziek van Peter Swinnen, er is een “scenisch concert” van Heiner Goebbels op tekst van Heiner Müller en, last but not least, is er ook een uitvoering van de symfonie van Alexander Skriabine met inbegrip van een pianist die dankzij geavanceerde computertechnieken eindelijk een “lichtklavier” zal kunnen bespelen zoals de componist het wenste.
Tijdens elk concert kunnen de aanwezigen ook een bijdrage storten voor de creatie van een werk volgend jaar. Een steunfonds heeft zich voorgenomen dit bedrag te verdubbelen.

Referentie
Ronny De Schepper, November Music in Gent, Het Laatste Nieuws 16 november 1994
Ronny De Schepper, Pierre Boulez dirigeert zijn werk op de Heizel, Het Laatste Nieuws 28 januari 1995
Ronny De Schepper, November Music smeert je oortjes met muziek, Het Laatste Nieuws 24 november 1995