85 jaar geleden: de geboorte van Humoradio

85 jaar geleden: de geboorte van Humoradio

René Matthews, de Nederlandse schoonzoon van Charles Dupuis laat op 23 februari 1936 Humoradio verschijnen als Vlaamse versie van Moustique. Hoofdredacteur wordt Jan Kuypers, die als “Mevrouw Clara” ook de hartsrubriek “Ons eigen hoekje” volschrijft. Het is een van de zeldzame eigen rubrieken, want voor het overgrote deel bestaat Humoradio uitsluitend uit vertalingen uit Moustique. Tot zelfs het kruiswoordraadsel toe. Als men er de familie Dupuis op wijst dat dit onmogelijk is, reageert Charles met ongeloof: “Comment? Les mots en flamand n’ont pas le même nombre de lettres qu’en français?”

Lees verder “85 jaar geleden: de geboorte van Humoradio”

Zestig jaar geleden: NIR wordt BRT

Zestig jaar geleden: NIR wordt BRT

In 1960 werd Renaat Van Elslande adjunct-minister van Nationale Opvoeding en zo de facto de eerste minister van Nederlandse Cultuur. Als jong (46) minister wou hij iets doen en hij drukte de Omroepwet erdoor, waardoor de BRT en de RTB ontstonden i.p.v. NIR/INR. Dat was vooral het werk van Paul Vandenbussche die werkzaam was op zijn kabinet. Ook oprichting van BRT 3.

Lees verder “Zestig jaar geleden: NIR wordt BRT”

Twintig jaar geleden: laatste aflevering van “The Peanuts”

Twintig jaar geleden: laatste aflevering van “The Peanuts”

Morgen zal het al twintig jaar geleden zijn dat de laatste aflevering van de dagelijkse Peanuts-strip is verschenen. Toen tekenaar Charles M.Schulz eind jaren negentig in het ziekenhuis werd opgenomen vanwege darmkanker, was hij immers wel gedwongen met pensioen te gaan. De wekelijkse (zondagse) afleveringen zullen nog tot 13 februari 2000 verschijnen, een dag na de dood van Schulz.

Lees verder “Twintig jaar geleden: laatste aflevering van “The Peanuts””

Marc Didden wordt zeventig…

Marc Didden wordt zeventig…

Filmregisseur Marc Didden viert vandaag zijn zeventigste verjaardag. Ik heb echter nooit een film van hem gerecenseerd. Dan maar teruggegrepen naar een verzamelbundel met popinterviews die hij destijds voor Humo heeft afgenomen…

Hoe zou ’t toch komen dat popjournalisten als voornaamste betrachting hebben om zo vlug mogelijk van die drie eerste letters van hun beroep af te zijn ? Zo werpt Jacky Huys zich vol enthousiasme op partijen i.p.v. op elpee-recensies en zwoegt Peter Cnop zich net als de andere groten der aarde (*) door een stapel strips heen. Omdat ze het als een té beperkt wereldje ervaren ? (Antwoord : ja).
Maar hoe komt het dan dat dit afscheid met zoveel pijn en smart gepaard gaat ? Dat het steeds weer wordt uitgesteld of dat men er naar teruggrijpt ? Dat noemt men dan een haat/liefdeverhouding, zeker ?
Die ambigue houding vind je ook vaak terug bij (verstandige) popartiesten. Niet zozeer ten opzichte van de muziek zelf, maar eerder voor alles wat bij het vak hoort : het publiek, de studio, het optreden, de promotie, de media… En het best wordt dit geuit in een goed interview, waarbij artiest én journalist bereid zijn tot de kern van de zaak door te dringen, waarbij zij m.a.w. respect opbrengen voor elkaars vak.
In de glitterwereld van het popgebeuren liggen goede interviews dan ook niet voor het grijpen. Vaak (meestal?) is de doorsnee popjournalist een verlengstuk van de promotiedienst van een platenfirma en de onafhankelijkheid van het blad waarvoor hij werkt t.o.v. de publiciteit die deze firma’s leveren is dikwijls nog verder te zoeken.
Als een voorbeeld van een goede poging tot integriteit en een uitmuntende vorm van journalistiek mogen onze confraters van Humo gelden. Onder de bekwame leiding van master blaster Guy Mortier himself heeft zich daar in de loop der tijden (!) een deskundig team verzameld, waarvan Marc Didden zeker niet als de geringste kan worden geciteerd.
Na herhaalde pogingen is M.D. er eindelijk in geslaagd de knoop door te hakken (eerder : de navelstreng) en gaat hij zich gedurende alvast één jaar toeleggen op een andere liefde, de film. Niet toevallig wellicht verschijnt als een soort van eresaluut een grafisch zeer verzorgd uitgegeven Humo-special (jammer dat er nogal wat fouten in voorkomen) met een bundeling van Diddens beste interviews. Natuurlijk allemaal reeds eerder in Humo verschenen, zodat er geen wereldschokkende zaken in staan, maar tezamen bieden ze wel een bevredigend overzicht van wat er de laatste vijf jaar in het popwereldje te koop was.
Een veertigtal gesprekken werden weerhouden en over smaken en kleuren nietwaar, maar zelf hebben we het meeste plezier beleefd aan het herlezen van die met Little Richard, John Lydon (ex-Sex Piscols), Marianne Faithfull, Abba en (natuurlijk) Bruce Springsteen.
Wel jammer dat geen enkel interview met Lokale Vedetten de selectie heeft doorstaan. Tenzij (einde ontbreekt)

Lees verder “Marc Didden wordt zeventig…”

HUMO-covers 1936-2019

HUMO-covers 1936-2019

HUMO is al ruim 80 jaar een vaste waarde in het Vlaamse medialandschap, het eerste nummer verscheen op 23 februari 1936. Het ‘onafhankelijk weekblad voor radio en televisie’ heeft niet alleen inhoudelijk en journalistiek geschiedenis geschreven, ook inzake illustraties was (en is) het baanbrekend. De beeldende kunstenaars die in de loop der tijden voor HUMO hebben gewerkt, vormen een aparte categorie: de top. Dat zal nog eens blijken tijdens de opmerkelijke overzichtstentoonstelling die in juni en juli plaatsvindt in de monumentale Dacca Loft (ooit een textielfabriek) in Temse. Een uiterst grondige selectie (640 van de in totaal plusminus 4.000 HUMO-covers die ooit zijn verschenen) wordt dan tentoongesteld. Voor de jaren 1936 tot 1965 werden de covers geselecteerd door initiatiefnemer Raoul De Graeve (tevens voorzitter van de Culturele Vereniging Spirit), voor de jaren 1966 tot 2019 door HUMO-icoon Guy Mortier.
Lees verder “HUMO-covers 1936-2019”