Firmin Timmermans wordt zeventig…

Firmin Timmermans wordt zeventig…

Firmin Timmermans, de drummer van de LSP-band, viert vandaag zijn zeventigste verjaardag. In de jaren tachtig had ik in de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan een gesprek met hem, maar eerst is er nog een recensie van een televisieuitzending uit die tijd, genaamd « Mijn grote liefde heet muziek »…

In de jaren zestig was het een tot vervelens toe gebruikte gimmick in zogeheten « grappige » programma’s : The Beatles als ze oud waren, alle vier met kale hoofden. Anno 1986, is het niet meer nodig om daarvoor clowneske hoofddeksels uit de kast te halen. De helft van de gasten van de LSP-band was immers kaalhoofdig. Gelukkig was de andere helft vrouwelijk én mooi (vooral Erika Melaerts). Maar zingen deden ze allen goed en de LSP-band is wellicht de professioneelste uit ons land. Daarom is het zo moeilijk om via deze eerste uitzending van « Mijn grote liefde heet muziek » (2-6) de hele reeks op z’n merites te beoordelen. De enige overeenkomst van het programma, als we zo even het komende schema bekijken, is dat het live-optredens van muzikanten betreft die allen de Belgische nationaliteit bezitten. Maar dat kan dus zowel pop zijn als folk of jazz. Bovendien zal er niet steeds zoveel variatie inzitten als nu, aangezien de LSP-band zoals gezegd met tal van beroemde (in dit landje is men vlug beroemd) gasten uitpakte. Toch hebben we van déze aflevering genoten. Alleen hadden we spijt dat we er niet lijfelijk bij aanwezig waren, want… pop op televisie, het is toch nog altijd niet dat. De problemen zijn gekend : de klank op de eerste plaats natuurlijk, maar ook het spelen met de belichting, enz. Maar kom, van dat vieze haar zijn we nu toch vanaf… (RDS in De Rode Vaan nr.23 van 1986)
Op donderdag 1 oktober 1987 heeft er een Buylefiet plaats in de Brusselse Ancienne Belgique, een benefiet dus voor Daniël Buyle. Als we mogen aannemen dat deze journalist daar wel even het woord zal voeren, dan zal hij toch de enige zijn, want de organisatoren leggen er de nadruk op dat het vooral « leuk » moet zijn. Links maar toch leuk ? Da moe keunen. Vooral als de LSP-band van de partij is. Zoals gewoonlijk zijn er tal van gasten, maar leider/drummer Firmin Timmermans schrikt toch wel eventjes als we hem mededelen dat ook de naam van Will Tura gevallen is.
Firmin Timmermans : Misschien doet hij iets met een band ? En anders zal ik er wel van horen, zeker ? (lacht een beetje schamper). Dat hebben we nog wel gedaan, hoor, vlak voor het optreden het nummer in handen krijgen, vlug een akkoordenschema maken en hop ! Trouwens de meesten van ons hebben ooit wel al eens met Will gespeeld.
— Het gaat echter niet om Will Tura alleen. Ik bedoel : de LSP-band heeft een aantal « vaste » gasten (Bart Peeters, Walter Grootaers, Bea Van der Maat…) waarvoor er dus uiteraard geen enkel probleem is, maar als er zo iemand uit de lucht komt vallen, dan komt het spreekwoordelijke professionalisme van de LSP-jongens wel van pas ?
F.T. :
Ik vraag aan de organisatoren toch vooraf altijd om alleen maar mensen te vragen met wie wij gewend zijn te spelen. Het zijn er tenslotte genoeg, ik vermoed een vijftiental. Ik vraag dan ook dat ze niet achter Jan en Pierke zouden aanzitten, want het moet doenbaar blijven voor ons.
— Je wil het risico niet lopen af te gaan ?
F.T. :
Nou, iedereen is wel muzikant genoeg om dat aan te kunnen. Ooit hebben we eens 25 gasten gehad b.v. Maar goed, je moet het een beetje kunnen voorbereiden natuurlijk, een soundcheck doen, de partituur eens even doornemen — of anders moet men een « standaard » brengen dat kan ook uiteraard. Maar we kunnen toch geen speciale repetities gaan houden ? Zeker niet voor een benefiet !
— Klopt. Het zou me op zich trouwens reeds verwonderen dat jullie al die benefieten helemaal gratis spelen, want anders zouden jullie al lang zelf aan een benefiet toe zijn…
F.T. :
Natuurlijk ! Wij willen graag een handje toesteken, denk maar aan die reeks benefieten voor « De Morgen » b.v., maar het is en blijft tenslotte ons beroep. Ik vind dat trouwens enerzijds wel sympathiek maar anderzijds toch ook een beetje het bewijs dat ons beroep niet helemaal voor vol wordt aanzien. Aan welke andere professionele sector vraagt men immers uit solidariteit b.v. een dag- of een weekloon af te staan ?
— En ’t strafste is dan nog dat collega’s jaloers op jullie zijn. Jullie pikken teveel benefieten in, vinden die van weer..
F.T. :
Ja, maar waarom vraagt men ons ? Omdat we volk trekken natuurlijk. Als morgen iemand anders succes heeft, zullen ze die vragen, zo simpel is dat. Voor de benefiet van Buyle hebben zich, naar ik heb gehoord, wel twintig groepen aangeboden. Maar dat gaat gewoon niet, dat begrijp je toch, dat is technisch onmogelijk. Anderzijds krijgen wij zoveel aanvragen voor benefieten dat wij echt niet alles kunnen aanvaarden, dus er is nog « werkgelegenheid » genoeg voor anderen !
— Gebeurt dat weigeren van bepaalde benefieten dan enkel om praktische redenen of ook soms op politieke gronden ?
F.T. :
Dat laatste is nog niet voorgekomen. Ik kan me trouwens moeilijk voorstellen dat een krant of een vereniging, die nogal rechts getint is, in financiële moeilijkheden zou verkeren. Allé, stel u voor, een benefiet voor de Lion’s Club of zo ! Nee, zoiets is gewoon vanzelfsprekend. Wie vraagt er om een benefiet ? Mensen die het moeilijk hebben. En wie neemt het voor deze mensen vooral op ? Dat antwoord ken je toch zelf ? Wat niet belet dat we inderdaad wel uitkijken. We geven nu heel wat minder benefietconcerten dan vroeger. Je ondergraaft immers ook je eigen. Denk maar eens na : je hebt een optreden in Brussel en een week daarvoor ga je er een benefiet spelen, dan loopt je eigen optreden de kans een flop te worden natuurlijk.
— Zo’n benefiet houdt ook in dat je populaire nummers, dus bij voorkeur covers, moet spelen. Bevredigt je dat als artiest ? Je hebt tenslotte in de Baccara-beker ook even een solo-uitstap gewaagd als zanger..
F.T. :
Dat was maar een tussendoortje, een slippertje mag je wel zeggen. En voor de rest hangt die minachting tegenover covers mij stilaan wel de keel uit. Veel groepjes zouden beter beginnen met goed te leren covers spelen, dan zal er later misschien wel iets uit voortkomen. Trouwens alle grote artiesten brengen covers : Bruce Springsteen, Robert Palmer, Elkie Brooks… Je moet er alleen iets mee doen. Wij spelen het origineel niet klakkeloos na, vaak zit er een parodiërende knipoog naar het publiek in b.v.
Trouwens, hoe dan ook, beter een groeie cover dan een slechte eigen compositie.

Lees verder “Firmin Timmermans wordt zeventig…”

Robert Stack (1919-2003)

Robert Stack (1919-2003)

Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat de Amerikaanse acteur Robert Stack werd geboren. Mensen van mijn leeftijd zullen hem vooral kennen als Eliot Ness in de televisiereeks The Untouchables in de jaren zestig.

Charles Langford Modini Stack, zoals hij echt heette, werd geboren in Los Angeles als de kleinzoon van Marina Perrini, een operazangeres aan het Scala theater in Milaan. Zijn vader was een beroepsmilitair. Toen de kleine Robert vijf was, werd zijn vader overgeplaatst naar de Amerikaanse ambassade in Frankrijk.
Robert ging in Parijs naar school en leerde eerder Frans dan zijn moedertaal. Op zijn elfde keerden hij terug naar de Amerika en op zijn dertiende werd hij kampioen motorbootvaren. Hij werd lid van het Amerikaanse schuttersteam en speelde aan de Southern California University polo, maar ook saxofoon en klarinet. Een gebroken pols maakte een einde aan beide carrières.
Hij volgde dan maar toneellessen en maakte zijn toneeldebuut op zijn twintigste. Kort daarna stond hij als de jonge minnaar van Deanne Durbin in First love (1939) van Henry Koster voor de camera. Zijn loopbaan werd onderbroken door de dienstplicht, maar na de Tweede Wereldoorlog zette Robert Stack zijn carrière voort, maar dan wel vooral op televisie. (Wikipedia)

Lees verder “Robert Stack (1919-2003)”

Vijftien jaar geleden: eerste aflevering van “Witse”

Vijftien jaar geleden: eerste aflevering van “Witse”

Morgen zal het al vijftien jaar geleden zijn dat de eerste aflevering van de VRT-reeks “Witse” op het scherm kwam.

“Witse” was een Vlaamse politiereeks over een eigenzinnige politiecommissaris in Halle, gespeeld door Hubert Damen. De reeks kende in 2012 haar negende en laatste seizoen. Het is een van de best bekeken televisieprogramma’s ooit in Vlaanderen met een gemiddelde kijkdichtheid van meer dan 1.600.000 kijkers. Witse kreeg van de BVN-kijkers in 2005 de hoogste score onder de favoriete BVN-programma’s. Alle seizoenen van de reeks zijn inmiddels ook op dvd verschenen. In het najaar van 2009 maakte Hubert Damen bekend dat hij na seizoen negen definitief met Witse zou stoppen. De laatste draaidag was 30 juli 2011 en de laatste aflevering verscheen op 1 april 2012 op het scherm. In 2014 kwam er nog wel een film van uit. In 2013 t/m 2017 werden enkele seizoenen van het programma in Nederland uitgezonden door de AVROTROS.
Ongeveer halverwege de serie, in 2007 om precies te zijn, was me iets opgevallen en ik stuurde hierover een mail naar de Gazet van Antwerpen, waarin toen volgend stukje verscheen.
Een wel heel opmerkzame kijker uit Gent vraagt zich af wat de rol is van ene Fons Onnockx, die in de aftiteling van ‘Witse’ als ‘lijkdrager’ wordt vermeld. “Het zal toch niet zijn dat men bij Witse met échte lijken werkt?” spot hij. “Want, let op: Fons Onnockx vind je niet terug bij de rolverdeling, maar wel bij de technische crew”, schrijft Ronny De Schepper uit Gent in zijn e-mail. “Wat is de verklaring?”
“Meneer De Schepper is wel héél goed bij de zaak en dat kunnen we alleen maar toejuichen”, zegt VRT-fictiewoordvoerster Ann Stroobants. “Fons Onnockx is een gepensioneerde uit Halle die voor een uitvaartdienst heeft gewerkt. Hij is in feite een figurant in de serie en uiteraard draagt hij géén echte lijken. Nu worden figuranten normaal niet vermeld op de aftiteling, maar hier maken we een uitzondering. Wij beschouwen Fons als iemand die ons een technische dienst verleent. Vandaar dat zijn naam bij de techniek staat. We doen voor onze fictiereeksen, zoals bijvoorbeeld ook Thuis, wel meer een beroep op vakmensen. Ook hun naam of die van hun uitvaartfirma tref je dan in de aftiteling aan.”
Tom Willems (Gazet van Antwerpen)

John Malkovich overtuigt als nieuwe, duistere Poirot

John Malkovich overtuigt als nieuwe, duistere Poirot

Gisteren naar “The ABC murders” gekeken, waarin John Malkovich gestalte geeft aan een ouder wordende Hercule Poirot (foto Charlie Gray). De recensent van de NRC (Paul Steenhuis) titelt (terecht): “John Malkovich overtuigt als nieuwe, duistere Poirot”. Zelf had ik nog geen bijdrage gewijd aan Malkovich, dus dat wordt nu wel eens tijd.
Lees verder “John Malkovich overtuigt als nieuwe, duistere Poirot”

45 jaar geleden: eerste aflevering van “Magister Maesius”

45 jaar geleden: eerste aflevering van “Magister Maesius”

“Magister Maesius” is een 13-delige jeugdreeks van de toenmalige BRT. De reeks was een, voor die tijd, ongewone combinatie van sciencefiction en Middeleeuwse avonturenserie. Ze werd uitgezonden vanaf 2 januari 1974.



In Zarren, een bestaand landelijk dorp centraal in West-Vlaanderen en een deelgemeente van Kortemark met op de dag van vandaag ongeveer 2000 inwoners, zijn het moeilijke tijden want er woedt oorlog en het dorp wordt belegerd door ridder Hugo Van Craendonck (Jan Verbist). Deze werd door graaf Reinier Van Nevele (Jef Demedts) van hoogverraad beschuldigd en uit Zarren verbannen.

De situatie wordt bestudeerd door de bewoners van de planeet Balmodor. Deze kristalwezens besluiten een afgevaardigde naar de aarde te sturen in de gedaante van een vrouw, de jonge Irena (Nora Tilley, zie onderstaande foto). Zij moet uitzoeken waarom mensen oorlog voeren. Ze wordt opgevangen door magister Maesius (willy Van Heesvelde, zie bovenstaande foto) en zijn inwonende huishoudster Katrijn (Ann Petersen) en zijn leerling Geeraert (Ivo Pauwels).

Irena heeft een poeder bij zich dat ervoor zorgt dat mensen alles vergeten. Dit poeder wekt belangstelling bij verschillende personen. Om Irena bij te staan, sturen de kristalwezens een helper in de vorm van Morubazol, een sprekende ezel.

Maesius is ondertussen tot de ontdekking gekomen dat Van Craendonck vals werd beschuldigd. Dit vormt een probleem want de echte schuldige is zijn baas: Graaf Reinier van Nevele…

Zelf was is in 1974 al te oud om nog naar kinderseries te kijken en anderzijds had ik zelf nog geen kinderen en schreef ik ook nog geen televisierecensies, dus heb ik geen enkele aflevering van dit feuilleton gezien. Anders was ik nog wat vlugger verliefd geworden op Nora Tilley, zullen mijn vrienden zeggen, maar dat is zeer twijfelachtig, want ik viel lange tijd enkel voor donkerharigen en die blonde pruik slaat werkelijk als een tang op een varken bij Nora. “Magister Maesius” was een idee van het schrijversduo Karel Jeuninckx en Lo Vermeulen. (Wikipedia)


Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje

Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje

Op zondag 25 december 1988 werd in de reeks « Made in Vlaanderen » « Zonderlinge zielen » uitgezonden. Op het inhoudelijke aspect (zowel artistiek als sociaal) werd in De Rode Vaan uitgebreid ingegaan (maar helaas bezit ik deze tekst niet meer). Het leek ons echter gepast om ook even de technische kant van de zaak te belichten. Dit werkwoord is wel goedgekozen, want we willen als allerlaatste lijntje in de geschiedenis van de Rode Vaan, cameraman Michel Van Laer aan het woord laten, een man die voor de prachtige fotografie instaat, niet alleen van deze « Zonderlinge zielen », maar ook nog van tal van andere bekroonde Vlaamse films. Dat hij het laatste woord krijgt, is meteen een beetje als een « Wiedergutmachung » bedoeld, want het is waar dat journalisten al te veel aandacht hebben voor het woord (scenaristen, schrijvers, ja zelfs acteurs en regisseurs vertrekken van een tekst) en te weinig voor de vormgeving, ongetwijfeld omdat ze met het eerste veel beter vertrouwd zijn dan met het tweede.
Lees verder “Dertig jaar geleden: Michel Van Laer aan het (laatste) lijntje”