De honderd beste elpees van de seventies

De honderd beste elpees van de seventies

Veertig jaar geleden gaf ik in De Voorpost bij het begin van het nieuwe decennium (“tachtig wordt prachtig”) net als zowat iedereen een overzicht van de popmuziek in de jaren zeventig. Ik deed dit onder andere door voor elk jaar mijn persoonlijke top tien van elpees te publiceren. Ik geef ze hier graag opnieuw, zij het – moet ik toegeven – hier en daar een beetje aangepast.

Lees verder “De honderd beste elpees van de seventies”

Marc Didden wordt zeventig…

Marc Didden wordt zeventig…

Filmregisseur Marc Didden viert vandaag zijn zeventigste verjaardag. Ik heb echter nooit een film van hem gerecenseerd. Dan maar teruggegrepen naar een verzamelbundel met popinterviews die hij destijds voor Humo heeft afgenomen…

Hoe zou ’t toch komen dat popjournalisten als voornaamste betrachting hebben om zo vlug mogelijk van die drie eerste letters van hun beroep af te zijn ? Zo werpt Jacky Huys zich vol enthousiasme op partijen i.p.v. op elpee-recensies en zwoegt Peter Cnop zich net als de andere groten der aarde (*) door een stapel strips heen. Omdat ze het als een té beperkt wereldje ervaren ? (Antwoord : ja).
Maar hoe komt het dan dat dit afscheid met zoveel pijn en smart gepaard gaat ? Dat het steeds weer wordt uitgesteld of dat men er naar teruggrijpt ? Dat noemt men dan een haat/liefdeverhouding, zeker ?
Die ambigue houding vind je ook vaak terug bij (verstandige) popartiesten. Niet zozeer ten opzichte van de muziek zelf, maar eerder voor alles wat bij het vak hoort : het publiek, de studio, het optreden, de promotie, de media… En het best wordt dit geuit in een goed interview, waarbij artiest én journalist bereid zijn tot de kern van de zaak door te dringen, waarbij zij m.a.w. respect opbrengen voor elkaars vak.
In de glitterwereld van het popgebeuren liggen goede interviews dan ook niet voor het grijpen. Vaak (meestal?) is de doorsnee popjournalist een verlengstuk van de promotiedienst van een platenfirma en de onafhankelijkheid van het blad waarvoor hij werkt t.o.v. de publiciteit die deze firma’s leveren is dikwijls nog verder te zoeken.
Als een voorbeeld van een goede poging tot integriteit en een uitmuntende vorm van journalistiek mogen onze confraters van Humo gelden. Onder de bekwame leiding van master blaster Guy Mortier himself heeft zich daar in de loop der tijden (!) een deskundig team verzameld, waarvan Marc Didden zeker niet als de geringste kan worden geciteerd.
Na herhaalde pogingen is M.D. er eindelijk in geslaagd de knoop door te hakken (eerder : de navelstreng) en gaat hij zich gedurende alvast één jaar toeleggen op een andere liefde, de film. Niet toevallig wellicht verschijnt als een soort van eresaluut een grafisch zeer verzorgd uitgegeven Humo-special (jammer dat er nogal wat fouten in voorkomen) met een bundeling van Diddens beste interviews. Natuurlijk allemaal reeds eerder in Humo verschenen, zodat er geen wereldschokkende zaken in staan, maar tezamen bieden ze wel een bevredigend overzicht van wat er de laatste vijf jaar in het popwereldje te koop was.
Een veertigtal gesprekken werden weerhouden en over smaken en kleuren nietwaar, maar zelf hebben we het meeste plezier beleefd aan het herlezen van die met Little Richard, John Lydon (ex-Sex Piscols), Marianne Faithfull, Abba en (natuurlijk) Bruce Springsteen.
Wel jammer dat geen enkel interview met Lokale Vedetten de selectie heeft doorstaan. Tenzij (einde ontbreekt)

Lees verder “Marc Didden wordt zeventig…”

Jacky Huys (1951-1998)

Jacky Huys (1951-1998)

Ik mag “in mijn tijd” dan al tal van mensen geïnterviewd hebben, zelf ben ik slechts één keer geïnterviewd. En dat was door rockjournalist Jacky Huys, die vandaag precies twintig jaar geleden is overleden. Voor De Morgen uiteraard, maar helaas ben ik het interview zelf kwijtgespeeld (mijn fifteen minutes of fame verkwanseld!). Ik weet nog wel dat het over mijn voordrachtencyclus “Muziek en maatschappij” ging, waaraan hij in de Gentse editie (in Elcker-Ik dus) zelfs nog heeft meegewerkt, met name aan het onderdeel “punk“.
Lees verder “Jacky Huys (1951-1998)”

Doc Pomus (1925-1991)

Doc Pomus (1925-1991)

Vandaag is het precies vijfentwintig jaar geleden dat Jerome Solon Felder, beter bekend als Doc Pomus, is overleden. De blanke Jerome Felder begon onder de naam Doc Pomus als blues singer: “his stage name wasn’t inspired by anyone in particular, he just thought it sounded better for a blues singer than the name Jerry Felder did.” (Wikipedia). Hij trad op in verscheidene clubs in en rond New York City, zoals op onderstaande foto in The Pied Piper met Uffe Bode, Sol Yaged, John Levy and Rex William Stuart in 1947. Als je goed kijkt, zie je dat Pomus op krukken optreedt, want als kind had hij polio gehad. Hij zou uiteindelijk zelfs in een rolstoel belanden, nadat hij bovenop zijn ziekte ook nog in een ongeval was betrokken geraakt (some guys have all the “luck”). De tragiek van zijn handicap zou de aanleiding vormen voor zijn grootste succes, “Save the last dance for me”. Deze cynische tekst slaat namelijk op zijn huwelijksfeest, waarbij hij noodgedwongen de gasten met zijn kersverse vrouw moest zien dansen.
Lees verder “Doc Pomus (1925-1991)”

Moderne menhir

06Zoals de Megalietenbouwers reusachtige menhirs achterlieten om hun heilige plaatsen te markeren, zo heeft de Amerikaanse antropoloog David Givens (foto) in 1981 de opdracht gekregen een stenen monument te ontwerpen waarin een waarschuwing gebeiteld staat die binnen tienduizend jaar nog begrijpelijk zal zijn voor de mensen die dan onze planeet bevolken. Inderdaad zolang zal het duren dat opslagplaatsen van radioactieve afval schadelijke stralingen blijven verspreiden !
Om de Homo Futuristicus te waarschuwen dat hij daar beter met z’n fikken kan afblijven is geen eenvoudige taak. Schrift is uitgesloten want zelfs uit de relatief jonge taalgeschiedenis die we tot nu toe hebben doorgemaakt, kan men reeds afleiden dat de huidige talen zeker niet meer zullen bestaan in het jaar 12000. Ook op het voortbestaan van bibliotheken of archieven mag niet worden gerekend (allicht niet met die kerndreiging!) vandaar dat Givens teruggrijpt naar de… prehistorie. Inderdaad, de holentekeningen zijn nu nog steeds perfect begrijpelijk en zullen dat wellicht binnen tien duizend jaar nog zijn.
Een bewijs te meer dat ons na een atoom-holocaust ten hoogste weer een oertijd te wachten staat. Als we zelfs dàt nog mogen verwachten…
Lees verder “Moderne menhir”

Jef Elbers

In “Kick” nr.131 (september ’83) antwoordt Jef Elbers op de vraag van interviewer Jos Geerts of het wel eens voorkomt dat een organisator Jef Elbers heeft geboekt zonder te weten welke liedjes hij zingt: “Ik heb het nog maar één keer voorgehad. Dat was voor de Kommunistische Partij, georganiseerd door een theaterbureau… Ik kwam daar aan en ik wist niet waarvoor ik moest zingen. En de mensen dààr wisten ook niet wie IK was… We hebben dan als goede vrienden een pint gedronken, ik heb hen uitgelegd dat mijn repertoire waarschijnlijk niet geschikt was voor hen, zij gingen ermee akkoord en ik ben dus niet opgetreden…”
Lees verder “Jef Elbers”

Kandahar (bis)

Kandahar bestaat dus weer. Een derde plaat, Pictures from the Past (*), en nieuwe concerten moeten dat hard maken. Ter curriculum : na twee elpees had Karel Bogard het laten afweten en was de rest van de groep in de coulissen van het Arena Theater verdwenen, waar ze muziekhappenings als Preservation Act van de Kinks op kromme poten hielpen zetten, tot eind 1977. Dit jaar was er dan de plaat, de met veel poeha aangekondigde première van de “Europe Band Kandahar” in Liedekerke, en vorige week speelden ze voor het eerst in zes jaar weer eens op het thuisfront, het Faecalisch Front, Gent dus. Sluit de haakjes.
Kandahar steunt vooral op Jeff de Visscher (warme gitaar) en Jacky Eddyn (blaastoestellen), die de klankkleur van hun jazzrock bepalen. Een muzieksoort, die nauwer aansluit bij klassieke muziek dan bij rock, zo bleek : ingewikkelde composities met veel tempowisselingen en breaks, op het randje af virtuoze solopartijen (vooral de Visscher deed leuke dingen), luistermuziek en geen dansbare zweetsongs en vijf warm-en-koude kikkers, die vermoedelijk opgaan in wat ze spelen, maar die geen podiumact hebben. Je moet je beste symfonische oor constant geweld aandoen om te blijven luisteren. Alles situeert zich op een acceptabel, egaal niveau, zonder climaxen, afwisselingen of verrassingen. Jazzrock zal de jaren ’80 niet warm maken en Kandahar is niet de toekomst van de Belgische rock (daarvoor spelen ze te risicoloos en te verdedigend voor één punt), maar binnen het genre zijn ze vermoedelijk het beste wat wij u kunnen aanbieden.

Jacky Huys in Humo

(*) De illustratie heeft uiteraard niets te maken met deze elpee. Het is gewoon een uiting van mijn frustratie omdat ik na lang zoeken op het internet niets beter kon vinden, terwijl ikzelf de elpee in mijn bezit heb. Maar ze ligt helaas in Dendermonde, dus inscannen zat er niet echt in…