Veertig jaar geleden: concert door de Bluebirds Big Band

Veertig jaar geleden: concert door de Bluebirds Big Band

Bijna 43 jaar geleden schreef Ronny De Schepper (27 jaar, Sint-Niklazenaar en medewerker aan verscheidene weekbladen en tijdschriften) een volledige tekst voor een rock-musical: « The Cat ». Samen met een mede-pengenoot Mark De Decker (als schrijver, voordrachtkunstenaar en regisseur geen onbekende bij het Sint-Niklase toneelpubliek) werd reeds een groot gedeelte van de regie uitgedacht. Op dat ogenblik (er is dan op verre na nog geen sprake van de Blue Birds Big Band) komen twee muzikanten op het voorplan als muziekschrijvers voor de musical: Jean-Pierre Goossens en Walter Vercruyssen.

Lees verder “Veertig jaar geleden: concert door de Bluebirds Big Band”

Kris Wauters wordt 55…

Kris Wauters wordt 55…

Morgen wordt Kris Wauters, de oudere broer van Koen en uiterst rechts op bovenstaande foto uit 1991, 55 jaar…

Zelf heb ik de broertjes Wauters slechts één keer gesproken en dat was dan nog op bovenstaande persconferentie. Die had plaats in Oostende en werd georganiseerd ter gelegenheid van het feit dat Clouseau door de toenmalige BRT werd afgevaardigd naar het Eurovisiesongfestival. Dat was ook in de periode dat ze aan het afslanken waren naar een trio (buiten de Wauters Brothers ook nog drummer Bob Savenberg). Gitarist Tjenne Berghmans was reeds buiten gebonjoerd en nu was het de beurt aan bassist Karel Theys. De vraag die op mijn lippen brandde, toen ik Oostende binnenreed, was dan ook: “Zou Karel Theys er nog bij zijn?” En wie rijdt me daar bijna van mijn sokken? Jawel, Sjarel himself, overigens te herkennen aan zijn nummerplaat met daarop BAS. Bas spelen bij Clouseau mag hij voortaan nog wel maar echt lid van de groep is hij niet meer. Lang zou deze merkwaardige regeling niet blijven duren…
Bij mijn weten heeft Karel daar echter nooit zijn beklag over gemaakt. Karel klaagt trouwens NOOIT. “Karel heeft weer geen mening,” spotte men als de groep moest kiezen tussen twee opties. Dat was dan het verschil met Tjenne. Die had wél een mening. De verkeerde blijkbaar. (Kort daarna werd Theys opnieuw ingehuurd door The Employees, de groep waar hij tot 1982 deel van uitmaakte. Volgens Paul De Meyere in “Het Nieuwsblad” was hij trouwens niet eens zo ongelukkig over de gang van zaken omdat hij voor Clouseau een afgang verwachtte in Rome. En die kwam er ook.)
Hield ik meer van Tjenne en Karel dan van de drie anderen? Zeker niet. Clouseau is op de eerste plaats de ogen en de stem (in die volgorde) van Koentje Wauters. En dan de muziek van zijn oudere broer Kris en van Jan Savenberg, de broer van drummer Bob, de stichter van de groep. Toch hield ik van de scheurende gitaarsolo’s van Tjen en van Karel die een bassist is zoals alle goede bassisten: stil en teruggetrokken (hoe zou het trouwens met Mich Verbelen zijn?). Enfin, kort samengevat: in het begin van de jaren negentig hield ik van Clouseau en als prille veertiger kwam dat soms nogal gek over. Het merkwaardigste was nog dat mijn vroegere confraters poprecensenten daar meer moeite mee hadden dan de operaliefhebbers waarmee ik in die tijd toch méér contact had.
Na de ezelsstamp aan Tjenne en de vreemde kronkel t.o.v. Karel was mijn enthousiasme wel wat geluwd. De tweede elpee heb ik b.v. al niet meer in huis. Maar “Domino”, “Heel alleen” en “Ik wil vannacht met je slapen” staan toch op cassette. Eigenlijk hadden de heren Wauters, Wauters & Savenberg dus geen reden om boos op mij te zijn. ’t Mocht mijn arme zieltje echter niet baten.
Dan maar vlug naar september 1984. Ene Bob Savenberg krijgt het onzalige idee zich voortaan Bieb Clouseau te laten noemen wanneer hij als d.j. met een mobiele discobar het Pajottenland afschuimt. Geïnspireerd door Peter Sellers uiteraard. Enfin, de familienaam toch. Het onnozele prefix laat hij vallen als hij met een aantal vrienden een gelegenheidsgroepje opricht (de broertjes Koen en Kris Wauters zijn daar reeds bij) dat in augustus 1986 zowaar verloren loopt op een internationaal festival in Luzern. Tenminste, aldus wil het de legende. Zelf hou ik het eerder bij een optreden voor de vakantiegangertjes van de Christelijke Mutualiteiten.
Maar die parochiesfeer verdwijnt, wanneer Clouseau indruk maakt op een echt prestigieus festival zoals Marktrock in Leuven 1987. Ondertussen is Koen Wauters de onbetwiste leadzanger geworden en zingt men nog bijna uitsluitend Nederlandstalig werk van eigen makelij.
Marktrock wordt ook door de BRT gecapteerd en dat maakt dat een eerste single kan worden gelanceerd. “Brandweer” zou echter pas later echt bekend worden. Het helpt hen wel aan een plaatsje op het (alweer door de televisie gecoverde) Diamond Awards Festival met “Ze zit”. De derde single “Alleen met jou” is zelfs al een hit naar de Vlaamse normen gemeten die toen gangbaar waren.
Een derde televisieoptreden is doorslaggevend: Raymond van het Groenewoud (*), het grote idool van Bob, neemt hen op in het West-Vlaamse (!) team voor de Baccarabeker en meteen winnen ze ook. Een zekere Ingeborg is hen echter nog te vlug af wat de persprijs betreft, maar dan wel met een nummer waaraan ook Koen vocaal zijn medewerking verleent (“Verlangen”). Enkele maanden later zou diezelfde Ingeborg hen met “Door de wind” van een eerste Eurovisiedeelname houden, maar “Anne” wordt uiteindelijk toch een groter succes. Wat zeg ik? De normen voor een Vlaamse hit worden verlegd. Er is b.v. veel te doen geweest over het feit dat Vlaamse hits niet in de BRT-top dertig voorkwamen (cfr. de actie van Adriaan Van Landschoot tijdens het BRT-journaal), maar dat was oorspronkelijk juist bedoeld om de wankele Vlaamse platenindustrie een handje toe te steken. Als er geen afzonderlijke lijst was dan zou een Vlaamse plaat zelfs nooit de top dertig gehaald hebben!
Na Clouseau wordt dat dus wel even anders. In een mum van tijd ligt daarenboven ook nog Nederland aan hun voeten. Gedurende zes weken houdt enkel het onwaarschijnlijk mooie “Nothing compares 2 U” van Sinead O’Connor “Daar gaat ze” van de eerste plaats weg.

– Jullie leggen er de nadruk op dat jullie een elpee-groep zijn, een ‘serieuze’ groep zo u wil, maar het valt mij op dat de leeftijd van jullie fans nog altijd verlaagt (**). Houden jullie daarmee rekening bij het concept van jullie muziek?
Koen Wauters
: Dat heeft met het concept van onze muziek absoluut niks te maken.
– En het frustreert ook niet?
Alle drie in koor
: Zeker niet.
Kris Wauters: Die kinderen vallen op omdat ze lawaai maken, maar voor hetzelfde geld kun je stellen dat er grootmoeders van 75 zijn die van Clouseau houden, ga je dan ook vragen of onze muziek dan daarop is gericht?
– Maar die grootmoeders komen niet naar de concerten…
Koen Wauters
: Ben jij al eens naar een concert van ons geweest?
– Jazeker. In Lokeren.
Kris Wauters: Je ziet het hé, dat er ook oudere mensen komen! (Succes bij de anderen natuurlijk, daarom vergoelijkend:) Grapje, grapje.
Bob Savenberg: Het jongste lid van onze fanclub moet zowat drie jaar oud zijn en het oudste 79. Blijkbaar bereiken wij dus een heel breed publiek. Natùùrlijk zijn het de jongeren die naar de concerten komen, maar het zijn zeker niet alleen jongeren die onze platen kopen.
Koen Wauters: Ik heb daar trouwens echt geen problemen mee. Onlangs ben ik naar Vorst-Nationaal naar Patrick Bruel gaan kijken en die heeft in het Franstalige landsgedeelte ook een erg jeugdige aanhang. Ik moet toegeven: hij doet daar inderdaad zijn beklag over, maar ik wil dat absoluut niet doen. Trouwens, ik vond de sfeer in de zaal ongelooflijk. Of het nu twaalfjarigen zijn die daar staan of dertigjarigen, als je op het podium staat is het tof van respons te krijgen.
– Tjenne Berghmans is dus niet aan de deur gezet omdat hij te heavy speelde voor dat jonge grut?
Kris Wauters
: Maar nee potverdomme, dat had er niets mee te maken. Integendeel, wij spelen allemaal graag redelijk heavy. In onze single “Ik wil vannacht bij je slapen” zit toch een zware gitaarsolo?
Dat is waar, denk ik, maar is dat juist nog niet Tjenne? Ik weet het niet zeker en gezien de gespannen sfeer durf ik de gok niet wagen. Ik vraag dan maar: waar willen jullie eigenlijk naartoe? Willen jullie ooit op Torhout-Werchter staan b.v.?
Kris Wauters: Wij willen vooral onze muziek maken. Vinden jonge mensen die muziek goed, tof. Vinden ouderen ze goed, ook tof. Hopen dat iedereen ze goed zal vinden, zal wel overdreven zijn. Maar voor wie maken wij muziek? Eigenlijk voor onszelf. Als we achter de piano gaan zitten, zijn we gewoon met muziek bezig en met niks anders. En als een meisje van acht dat goed vindt, dan ben ik vereerd. En met iemand van dertig ook of iemand van zeventig ook. Daarbij, wat is dat, een ‘ernstige’ groep? Ik vind dat een begrip om te lachen. Wij zijn blij met onze fans, we zullen ze morgen trouwens nog eens zien (in de Grenslandhallen in Hasselt, bedoelt hij).
Bob Savenberg (toch met enig cynisme in zijn stem): We zullen blij zijn van ze allemaal nog eens een polleke te kunnen geven.
Koen Wauters: Maar wij zouden inderdààd b.v. op Torhout-Werchter willen spelen. In Nederland hebben wij ook op Parkpop gespeeld toen wij daar nog geen enkel concert hadden gedaan. We hebben daar eerst nog over gediscussieerd of we niet beter eerst een paar kleinere zalen zouden bespelen, maar er kan toch niets zo plezant zijn als voor zo’n massa volk op te treden? Dat optreden is dan wel een beetje tegengevallen, maar dat kwam gewoon omdat de elektriciteit drie keer is uitgevallen. De ervaring zelf gaf wél een kick. Vorig jaar hebben ze ons de vraag ook gesteld om op Torhout-Werchter op te treden. Ik denk dat ze bang waren dat ze hun wei niet vol zouden krijgen en met ons daar te zetten, hebben ze weeral een paar duizend mensen méér. En dan inderdaad, misschien die bepaalde leeftijdsklasse die anders niet naar Torhout-Werchter zou gaan. Maar dat was dan om te openen en dat zagen we eigenlijk niet zitten om zo vroeg te moeten opstaan (de anderen lachen). Anders doe je zo’n dingen gewoon, zonder je af te vragen wat de negatieve gevolgen daarvan nu zouden kunnen zijn.
Bob Savenberg: Ik vind het trouwens persoonlijk heel jammer dat er dit jaar uit het Belgische aanbod niemand is gekozen voor Torhout-Werchter. Ik ga niets zeggen van The Scene, want ik vind die zelf heel goed, ik ga het ook niet speciaal over onszelf hebben, maar er zijn zeker een paar andere Belgische groepen die het waard zijn van op Torhout-Werchter te staan. Men gaat daar zo maar over met het excuus dat ze in heel het land optreden, ik vind dat jammer.
Op het Eurovisiesongfestival in Rome wenkte de hele wereld. Dat bleek o.a. reeds uit de keuze van het nummer dat “Geef het op” heet, maar iedereen heeft wel door dat men eigenlijk van de Engelstalige versie (“Give it up”) is vertrokken. Dat geeft ook Bob Savenberg toe.
Kris Wauters: Om het nummer op punt te zetten zijn we bij Jan Leyers van Soul Sister terecht gekomen. Die heeft het zodanig van achteren naar voren omgegooid dat we Jan hebben gevraagd om ook mee als auteur te tekenen. Eigenlijk hebben we het nummer niet echt met het songfestival in het achterhoofd geschreven, buiten dan het feit dat we, toen het klaar was, gecheckt hebben of het niet langer dan drie minuten duurde, want dat mag niet volgens de reglementen. Toen dat wel het geval bleek te zijn, zijn we beginnen schrappen.
Koen Wauters: Van eind maart tot eind april trekken we overigens met Jan Leyers in de studio om een Engelstalige elpee op te nemen met daarop nummers van de twee CD’s en natuurlijk ook met nieuwe nummers zoals dit en “Hilda”, dat we ook in “Euro-Clouseau” hebben gebracht. Dat gebeurt allemaal in overleg met de platenfirma. Volgens mij is het immers zo dat de meeste winnaars van het Eurovisiesongfestival in het niets verdwijnen omdat ze alleen maar dàt nummer hebben om mee uit te pakken. Wij zijn duidelijk geen “one hit group” en daarom willen we voorbereid zijn op een eventuele internationale doorbraak.
Bob Savenberg: Er liggen nog geen optredens in het buitenland vast, maar we hebben een schema uitgewerkt, dat zoiets wel toelaat. Maar zelfs mocht in Rome alles fantastisch verlopen, dan duurt het nog wel enige tijd vooraleer je werkelijk mag gaan concerteren in een bepaald land.
Niet dus. Al was er naar het schijnt voor de Engelse versie van “Daar gaat ze”, die merkwaardig genoeg “Close encounters of another kind” zou gaan heten, reeds belangstelling vanwege Demis Roussos en Eduardo Benato. Maar Clouseau hield de boot af: ze wilden liever zélf die versie uitbrengen. Of die Engelstalige elpee bij hun huidige platenfirma zou verschijnen, daarover wilde de groep op dat moment nog niets kwijt, omdat de onderhandelingen nog volop bezig waren. Op 18 maart zou het contract met de productiemaatschappij van Hans Kusters, en dus ook met de Nederlandse platenfirma CRN waarmee deze samenwerkt, aflopen en Clouseau zal vrijwel zeker voor een andere, grotere firma kiezen. (Dat klopt achteraf ook: het wordt uiteindelijk EMI, maar BMG-Ariola viste dan een contract uit 1989 op, waarin de Clouseau-boys zich reeds aan deze firma zouden hebben verbonden. Vervolg in het gerechtshof, een materie die ik meestal niet volg en waarvan ik dan ook de afloop niet ken. De verzamel-CD “Het beste van Clouseau” die veel later door Het Laatste Nieuws werd uitgegeven, draagt wel de stempel van EMI.)
Kris Wauters: Het is overigens de bedoeling om vooral in Vlaanderen en in Nederland te blijven optreden. Tenslotte is dat onze enige werkzekerheid. Het mag dan wel tof zijn om over die internationale carrière te speculeren, maar daar ligt nog absoluut niets van vast, dat moet nog allemaal worden bewezen.
Bob Savenberg: En in België en Nederland blijven we ook in het Nederlands zingen en in geen enkele andere taal.
– Kunnen de filmplannen van Koen een internationale promotiecampagne niet dwarsbomen?
Koen Wauters
: Mijn tweede film ‘Intensive care’ is af. Het enige wat nog moet gebeuren is nasynchroniseren en monteren, maar daar ben ik niet meer bij nodig. Ik heb alleen een paar dagen in september genomen voor de release. Gezien de agenda van Clouseau zal ik voor ’92 zeker niet meer aan een nieuwe film beginnen.
Zelfs in 1993 was dat nog niet het geval, ongetwijfeld mede door het feit dat beide films met Koen Wauters een enorme flop waren. “Intensive care” werd in België zelfs niet uitgebracht (nochtans werd zijn moeder in de film gespeeld door Nora Tilley).
Daarom vroeg Koen Raymond Van het Groenewoud maar om een nummer, wat uiteindelijk in 1992 op de derde elpee is terechtgekomen (“Vanavond ga ik uit”). Daarnaast staat er op die elpee trouwens nog een RVHG-nummer, dat hij oorspronkelijk voor zichzelf had bedoeld (“Verlangen”). Live spelen de Clouseau-jongens anderzijds ook een versie van “Meisjes” en op hun CD “Oker” staat een cover van “Zij houdt van vrijen”.
Daarna concentreerde Clouseau zich voor een tweede maal op een internationale carrière, deze keer door een in Los Angeles opgenomen tweede Engelstalige CD. “In every small town” bevatte in tegenstelling tot “Close encounters” geen vertalingen van oorspronkelijk Nederlandstalige nummers, maar alhoewel in Vlaanderen er een sterke anti-Clouseau stroming was ontstaan (in de “polls” scoorden zij als “slechtste groep” hoger als in de kategorie “beste groep”), toch deed deze CD het hier nog behoorlijk goed, in vergelijking met Nederland waar hij afging als een gieter. Als je dan echter een nitwit als Marcel Lee van de Hitkrant als voorbeeld neemt dan krijg je daar toch de kriebels van. Dat hij vindt dat het Engels van Koen niet om aan te horen is, daar kan ik eventueel nog inkomen, maar als hij dan verder gaat met: “Wij vinden de Vlamingen een koddig volkje, we houden van dat Vlaamse accent,” dan heb ik toch de neiging om deze mijnheer een koddige oplawaai te verkopen!
In 2009 werd Koen Wauters dan aangezocht om “Op zoek naar Maria” te presenteren op VTM, een programma waarin men op zoek ging naar een hoofdrolvertolkster in “The sound of music”. Voorzitster van de jury was Linda Lepomme, die in Humo van 17/3/2009 wordt geïnterviewd door Annemie Bulté. Op een bepaald ogenblik vraagt deze aan Linda Lepomme of Koen Wauters soms niet geschikt zou zijn om in een musical mee te doen. Hier is het antwoord van Linda: “Grappig dat u dat vraagt. Ik heb Koen Wauters jaren geleden aangesproken om een hoofdrol te spelen in de musical ‘Chess’. Hij heeft het niet gedaan: hij had nog te veel andere plannen en zei eerlijk dat hij niet de discipline kon opbrengen om acht keer per week zo’n zware show op te voeren.” Slimme jongen, die Wauters. Als hij dat toen had gedaan, dan mocht hij nu in de vestiaire van het Sportpaleis staan als Natalia optrad. (***)

Referentie

Ronny De Schepper, “Eigenlijk maken we muziek voor onszelf”, De Rode Vaan nr.16 van 19 april 1991

(*) Toch wel een opvallend afwezige op de “Braveau Clouseau”-CD die op 19/9/2007 als tribute werd uitgebracht. Zoals gewoonlijk zingen een rits bekende namen een nummer van Clouseau. Sommigen spelen het nummer gewoon na, maar kunnen door hun interpretatie toch ontroeren (zoals Udo met “Heb ik ooit gezegd” en vooral Tom Helsen met “Altijd heb ik je lief”, al dient gezegd dat deze laatste wel een strijkkwartet heeft toegevoegd dat bijdraagt tot de kwaliteitsverhoging), anderen proberen er iets mee te doen, zoals Bart Peeters die voor “Domino” de steun krijgt van R&B-zanger Nelson (het is even wennen, maar het lukt wel) of Helmut Lotti die “Daar gaat ze” zogezegd in een jazzy jasje heeft gestoken (maar het past niet helemaal, zou ik met een flauwe woordspeling kunnen zeggen).
(**) Op het moment van de persconferentie lag de documentaire van Paul Jambers over de jeugdige Clouseau-fans nog vers in het geheugen. Dat was ook de tijd dat een populaire grap de ronde deed: het is vijftien meter lang en het heeft geen schaamhaar, wat is het? De eerste rijen bij een optreden van Clouseau!
(***) Toespeling op een anekdote die in die periode erg vaak werd aangehaald. De werkloze actrice Antje De Boeck was toen namelijk door de RVA een job aangeboden als vestiairemadam bij de optredens van Natalia in het Sportpaleis.

Bart Peeters wordt zestig…

Bart Peeters wordt zestig…

Toen Bart Peeters vijftig werd, was dat in “Peter (Van De Veire) Live” en natuurlijk mocht daarbij Raymond van het Groenewoud niet ontbreken met een huldelied. Bartje begon zowaar te wenen van ontroering. Ik ook, eerlijk gezegd, maar ik zou in deze donkere dagen al huilen als een hert wordt doodgeschoten…

Grappiger was de toevoeging “net zoals ik nu” van Raymond in de uitvoering van “Meisjes”. Die opmerking maakte hij tussen neus en lippen na de fameuze zinsnede “ze komen zelden klaar meneer”. Waaruit nogmaals blijkt dat de bijbel gelijk heeft, als daar staat: wie met het zwaard omgaat, zal door het zwaard vergaan!
Bart Peeters’ verafgoding van Raymond van het Groenewoud is genoegzaam bekend, destijds kleedde hij zich zelfs als Raymond (de befaamde witrode slobbertrui), toen hij nog een groep vormde met Jos Verbist. In het NTG trof ik deze laatste dan ook herhaaldelijk bij de muzikale begeleiding aan en dan zowel op sax als op gitaar… “Ja, ik heb wel wat muzikale paden bewandeld, ja. In de tijd van de skifflegroepen b.v. En toen Bart Peeters als veertienjarig knaapje begon te drummen, hebben wij nog samen in een rockgroep gezeten. Maar dat was louter op amateuristisch niveau. Later ben ik dan saxofoon en piano beginnen spelen. Dat doe ik nu nog steeds, maar binnenskamers”.
Maar wat minder bekend is, is het feit dat “God save the queen” van The Sex Pistols voor Bart Peeters de jaren zeventig samenvat. “Auditief was er reeds ‘Lust for life’ geweest van Iggy Pop, maar het visuele aspect is voor mij erg belangrijk. Punk zelf is voor mij trouwens het belangrijkste verschijnsel van de jaren zeventig. Die teruggang naar de eenvoud, na al die verschrikkelijke symfonische groepen! Ik was toen veertien, vijftien jaar en ik had echt het gevoel dat rock dood was. Maar toen kwam dus dat live-optreden op televisie van The Sex Pistols en daar was ik compleet van ondersteboven. En verder voorspel ik – en dat meen ik écht – een heropleving van de glitterpop. Want hoe onfris het ook mag klinken, maar als je het imago van b.v. The Sweet of Slade wegdenkt, dan hebben die echt goede nummers gemaakt. Zelfs ‘Soley Soley’ van Middle of the Road vind ik heel mooi, al was hun imago afschuwelijk. Hoewel die korte broek van die mevrouw er wel mocht zijn.”
Bart Peeters debuteerde op televisie met de “BVBA Elektron”, maar bij het begin van het nieuwe schooljaar (1984-85) was het niet meer dan passend dat de stof van de vorige jaren nog eens werd doorgenomen. Giechelende retorica-leerling Bart Peeters ging dan ook zijn ouwe muziekleraar Roland Van Campenhout opzoeken, die helaas een beetje aan lager wal was geraakt en nu met blues spelen de kost moest verdienen. Maar dat paste juist goed want « Roots & Rock’n’Roll », dààrover zou het programma gaan (14/9/84) en blues moest dus zeker aan bod komen. En blues betekent afzien, ook dat paste dus erg goed. De ouwe meester had op zijn zolder nog wat vergeelde (maar zeer interessante) filmkes gevonden, terwijl de frisse knaap ook nog wat hedendaagse « vedetten » was gaan interviewen en het geheel werd gemixt door juffrouw Rita Goossens die ook in het kleuterklasje heel handig met schaar en lijm omspringt. Een « aardige » uitzending dus, omdat ze niet pretendeerde de wetenschappelijke documentaire te zijn die ze ook niet was. (De Rode Vaan nr.39 van 1984)
Later werd “Elektron” opgevolgd door “Villa Tempo”. Natuurlijk moest ook Groot Idool Raymond van het Groenewoud daarin eens zijn opwachting maken. In De Rode Vaan nr.3 van 1985 schrijf ik er het volgende over: “Heruitzendingen, we hebben er ons al dikwijls over geërgerd, maar dat ze soms hun nut hebben, werd bewezen door de speciale Villa Tempo-uitzending van 4-1, gewijd aan het « fenomeen » Van het Groenewoud, die we pas op 14-1 hebben kunnen meepikken. Speelt Bartje Peeters soms te veel solo-slim in de andere uitzendingen, dan moesten we nu vaststellen dat met een waardige tegenspeler er vele grappige effecten te bereiken vallen (de priester-dichter, de rondvaart op de reien…). Het speciale soort rock-humor (de punk-persiflage en de inbreng van Roland) zal wel nooit helemaal kunnen verdwijnen, maar zelfs dààrmee kan een intelligent iemand als RvhG ons verzoenen. En dan hebben we het nog niet eens over zijn capaciteiten als muzikant, componist en tekstschrijver gehad…”
En een beetje later in nr.16 van datzelfde jaar: “De vriendelijke oude heer die Stéphane Grapelli geworden is, blijft nog altijd een fenomeen in de vioolspeelkunst. Wij hebben dan ook met veel genoegen gekeken maar vooral geluisterd naar de beeldbandopname van zijn optreden in het Paleis voor Schone Kunsten die uitgezonden werd in het kader van de ontspanningsreeks « Nostalgia » (13-4). Het is hier niet de plaats om een discussie op te zetten over wat er al dan niet waardevol en blijvend is in het genre van « de lichte muziek ». Enkel weten wij dat aan « de hedendaagse goden » van « Villa Tempo » nooit met nostalgie zal teruggedacht worden. Zeker niet aan de « Killing Joke »-troep die tussen twee uitzendingen van Parijs-Roubaix het scherm onveilig mocht komen maken van Bartje Peeters (14-4). De grens tussen scherpe sociale kritiek en uitzichtloos nihilisme is door deze kerels wel ver overschreden. Ergst daarbij is dat een gedeelte van de jonge kijkers zich door deze mentaliteit laat aansteken. Hebben wij « Villa Tempo » een tijdje voor vorm en presentatie geprezen dan gaan wij steeds wantrouwiger staan tegenover zijn inhoud. « Love like blood » zegt ons niets. Vooral niet wanneer men ons « In the middle of nowhere » plaatst. Wij weten waar wij willen staan.
Ondertussen (1984) had men Bart Peeters ook al in Nederland ontdekt waar hij werd gevraagd voor “De Baanbrekers”, een programma waarin Peeters trachtte duidelijk te maken hoe je ook een zinvol bestaan kon leiden zonder te werken. In 1986 presenteerde Bart Peeters de loterijshow “Villa Valuta” op Veronica en een jaar later op de BRT “Bingo”, terwijl hij dan bij Veronica zowaar zijn eigen show krijgt.
In 1988 breekt Bart Peeters zelf ook muzikaal door met de Radio’s en “I’m into folk”. Eigenlijk is het op dat moment nog Bart Peeters, begeleid door Soul Sister, die dat jaar echter zelf internationaal doorbreken met “The way to your heart”, zodat Bart moet uitkijken naar eigen begeleiders. Dat worden dan in de eerste plaats de broertjes Mosuse, maar ook b.v. gitarist Danny Lademacher van Herman Brood’s Wild Romance.
Op de Kattekwaad-CD schrijft hij met “Karel” een loflied op Karel Theys, de aan de kant geschoven bassist bij Clouseau. Het lied wordt gezongen door zo’n typisch Clouseau-meisje (naar verluidt de dochter van zangeres Dani Caen) en zet je geruime tijd op het verkeerde been. Het lijkt wel de zoveelste liefdesverklaring aan het adres van Koentje, maar oeioei het blijkt uiteindelijk Karel te zijn. Dat moet ten huize Wauters zwaar aankomen!
Op “Turalura” zetten Bart Peeters en de Radio’s ook een fantastische versie van “Linda” neer, wat ikzelf overigens in een Tsjechische versie heb, gezongen door Tura zelf in een vertaling van Mirek Czerny!
Daarna schreef hij samen met Jan Leyers voor het NTG de rockmusical “Dokter De Vuyst” (première op 16/11/1991). Het NTG heeft een nieuwe directeur en aangezien nieuwe bezems goed keren, wordt er met deze creatie (een popversie van “Faust”, maar géén rock-opera!), gedaan alsof het hier een unicum betreft, maar in feite hebben beide reeds een aantal producties voor het KJT gemaakt. Bart heeft daar namelijk zijn burgerdienst gedaan en zo heeft hij (nog vóór Dirk Tanghe) “Romeo en Julia” b.v. bewerkt voor jongeren, samen met het orkest van Jan Leyers, dat toen nog niet Soulsister heette, maar The Crosswaters. En ook toen al verleende Hugo Matthijsen zijn medewerking, b.v. aan “Frankenstein” (al is die dat zelf blijkbaar vergeten, want hij weigerde om liedjesteksten te schrijven voor Dokter De Vuyst, met als argument: “I hate musicals, so fuck off!”). En verder was er ook nog “De reis naar Pitsjepatsj”, een bewerking van een stuk van het Gripsteater, in november 1982 voor het KJT. Bart zorgde toen ook voor decor en kostuums. En tot slot citeren we nog “Saterday night” (geen tikfout), een eigen verhaal van Bart Peeters en Jan Leyers (toen al) over een orkestje uit Kruibeke (of all places). Ook nu weer is het verhaal trouwens in het Waasland gesitueerd, meer bepaald in het Waasmunster, waar Tom Lanoye niet zoveel eerder reeds zijn “Jules & Alice” liet plaatsvinden in hetzelfde theater.
In 1992 vijzelt Bart Peeters zijn populariteit opnieuw op met “De Droomfabriek” en “Dag Sinterklaas” (alweer op tekst van Hugo Matthijssen).
Uit de film “Boys” houden we van The Radios “Dreamin’ wild”, terwijl ze voor “She goes nana” een beroep doen op het kamerorkest “Prima La Musica”. Op dat moment is de groep echter de facto reeds uit elkaar. Ook op televisie doet Bart een “faux pas”: hij stapt over naar VTM.
Bij het begin van het seizoen 1999-2000 is Bart Peeters echter terug bij wat ondertussen tot VRT is omgedoopt. Samen met boezemvriend Hugo Matthijssen brengt hij op Canvas een televisieversie van het populaire “Leugenpaleis” op Studio Brussel. De titel werd zonder veel inspiratie omgebogen naar “Peulengaleis”. Alhoewel de regie werd gevoerd door Stijn Coninx, die mij de nuchterheid zelve lijkt, was het gehalte absurditeit in mijn ogen net iets te groot om van een succes te spreken. Alleen de pornoscènes (“ik komt! ik komt!”) zullen de geschiedenis ingaan. De rubriek “Koken met Jezus” is als idee wel uitstekend, maar wordt nogal ongeïnspireerd uitgewerkt. Gegarandeerd volgde er natuurlijk wel een relletje (echter van geen kanten te vergelijken met de Urbanusrel van twintig jaar geleden – tijden veranderen), maar dat werd aan kant geschoven. Toch kan ik er niet aan doen, maar ik vrees dat bij een rubriek als “Koken met Mohammed” het land op zijn kop zou staan. De slogan “Eigen volk eerst” mag dan verwerpelijk zijn, het equivalent “Eigen volk, kust mijn kloten” is ook niet zo fraai…
Bart zelf is echter verzot op “Het Peulengaleis” en dat is hem volledig gegund, want daarnaast verwaarloost hij toch niet het klootjesvolk op één. Integendeel, met “Eurosong”, “Hoe?Zo!” en tal van andere programma’s begint hij soms wat tegenwind te krijgen wegens “overexposure”.
Zelf schrijf ik hem in die tijd een mailtje en dat ging als volgt:
Dag Bart,
Ik zal maar meteen toegeven ben dat ik geen trouwe kijker ben van “Hoe?Zo!”, dus het zou best kunnen dat het probleem dat ik wil aankaarten reeds behandeld is (maar dan kan je me misschien meteen een antwoord geven, dat is ook leuk meegenomen).
Na de uitzending van gisteren, zette ik immers een videoband aan met daarop (o.a.) een live-uitvoering van “Manuela” door de onsterfelijke Jacques Herb (jaja, ’t moet niet altijd Arte zijn). Er werd door de zaal flink meegezongen, zodat het niet altijd “juist” klonk, om het met een understatement te zeggen. Daarom hielden de meisjes van de backing vocals hun ene oor dicht. En dat is nou wat mij intrigeert: waarom hoor je met één oor “beter” of “juister”? En ik bedoel uiteraard niet dat als er links van je iemand erg vals zingt of gewoonweg luid te keer gaat, dat je dan je linkeroor beter toestopt, want dat lijkt me nogal wiedes. Nee, het gaat om het “principe”. Gilbert Bécaud b.v. die deed het bijna systematisch
…”
Ik dacht dat dit wel een leuk item in “Hoe?Zo!” zou kunnen opleveren, maar niet dus. Ik kreeg echter wél een antwoordje van Bart:
Beste Ronny
De beste monitoring gaat via het binnenoor, maar een niet reëel geluidsbeeld kan een Doppler-effect geven(dit wil zeggen weer vals, in-ears zijn een kunstje)
Vandaar één oor wel,één niet, goeie oplossing. Groet! Bart

‘k Versta er niets van, maar ’t is wel aardig van zijnentwege.

10 bart peeters

Frans Van Ackere (1947-2014)

Frans Van Ackere (1947-2014)

Vijf jaar geleden kreeg ik van Jean-Pierre Verstraete het volgend bericht: “Vandaag vernam ik via de krant het overlijden van een ex-collega uit de muziekwereld, namelijk Frans Van Ackere uit Waregem, de bassist waarmee ik altijd goed overeen kwam. Wij speelden te samen in een paar bandjes maar vooral het langst bij Ricky and The Lords (op de foto staat Frans tweede van rechts en Jean-Pierre tweede van links). Frans is me altijd als een zeer bekwaam muzikant en toffe gast bijgebleven en ik voelde dat het wederzijds was.”
Lees verder “Frans Van Ackere (1947-2014)”

Veertig jaar geleden: “Het begon met Roza”

Veertig jaar geleden: “Het begon met Roza”

Het begon met Eva is de titel van een Amerikaanse film waarin beschreven wordt hoe een meisje-uit-de-massa erin slaagt in de gunst te komen staan van haar idool en hoe ze langzamerhand de Vedette naar de achtergrond dringt en zelf in de spotlights treedt. Wat sympathiek begon, eindigt nogal navrant.
Volgens ongeveer hetzelfde scenario verloopt de geschiedenis van de beste rockgroep die het Waasland ooit heeft gehad, nl. Papadock’s BRC, maar die paradoxaal genoeg nooit verder is geraakt — als groep — dan de Gentse Feesten. Behalve de drummer dan. Die is nu een internationale attractie. Als drummer? Neen: Als zanger misschien? Nauwelijks. Als « attractie »? Juist! Wat sympathiek begon, eindigt ook hier dus nogal navrant.
Twee afleveringen van “Ken je ze nog, de mannen van Papadock’s?” of wat een succes-story had kunnen zijn…
Lees verder “Veertig jaar geleden: “Het begon met Roza””