Geert Stadeus wordt 55…

Geert Stadeus wordt 55…

Nog niet zo lang geleden was het vijftien jaar geleden dat de eerste Snoecks van de persen rolde die onder de hoede van Geert Stadeus (links op bovenstaande foto van Anna De Swaef) was tot stand gekomen. Voor zover ik weet heeft hij nu nog altijd de touwtjes in handen en bovendien viert hij morgen zijn 55ste verjaardag.

Lees verder “Geert Stadeus wordt 55…”

Veertig jaar geleden: optreden van Kazzen in jeugdclub De Spikkel

Veertig jaar geleden: optreden van Kazzen in jeugdclub De Spikkel

Ondertussen heeft de punkbeweging ook in Vlaanderen een nieuwe impuls gegeven aan beginnende rockgroepen. In 1978 verraste ene Kazzen (van Cassiman) het Vlaamse rock-wereldje met een nederlandstalige single die swingde (swong ?). Dat konden tot dan toe alleen Peter Koelewijn en Raymond van het Groenewoud beweren en… Neerlands Hoop, van wie “Wat ik geleerd heb in dit leven” trouwens min of meer was afgepend. RVHG was producer van deze single en Kazzen (foto Jo Clauwaert) heeft zijn be-wondering voor de Meester overigens nooit weggestoken.

Lees verder “Veertig jaar geleden: optreden van Kazzen in jeugdclub De Spikkel”

Ann Christy (1945-1984)

Ann Christy (1945-1984)

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Vlaamse zangeres Ann Christy is overleden. Indertijd heb ik in De Rode Vaan niet minder dan vier artikeltjes aan haar besteed. Eerst was er een korte bespreking van de single “De roos” onder de titel “Een roos voor Ann en alleman”, gevolgd door een aankondigend artikel voor haar optreden op het Feest van De Rode Vaan in 1981 (“Dansen met Ann Christy”). In het nieuwjaarsnummer van 1984 had ik haar nadien “aan het lijntje” omdat ze toen al zwaar ziek was. In nr.34 van datzelfde jaar had ik dan ook de droeve plicht haar overlijden te melden.

De soundtrack van The Rose (filmbespreking zie r.v. nr. 17) is één van de interessantste binnen dat genre die onlangs op de markt verscheen. De titelsong (gecomponeerd door Amanda McBroom) werd nu door Johan Verminnen vertaald en door Ann Christy gezongen met Jean B!aute (zie ook hier) aan de piano. Met een dergelijk trio kon natuurlijk niets mis gaan. Toch valt vooral de geweldige présence van Anneke Christy op, die wij alvast in ons boekje noteren voor ons feest van volgend jaar !

Lees verder “Ann Christy (1945-1984)”

Burt Blanca wordt 75…

Burt Blanca wordt 75…

Morgen wordt Burt Blanca 75 jaar. Bij zijn zeventigste verjaardag hoorde ik toevallig op de radio nog een opname van hem die ik nog niet kende. Ze klonk nogal eigentijds, dus ik vermoedde toen dat het een recente opname betrof. Good old Burt Blanca was toen dus blijkbaar nog altijd actief. Hoe zou dat nu op zijn 75ste verjaardag zijn? Het moet nu al zo’n veertig jaar geleden zijn dat één van mijn allereerste interviews met hem was…

De Brusselse rocker Burt Blanca voorstellen zal wel overbodig zijn voor de lezers van 30+ (*). Daarom was het voor mij eerst en vooral een verrassing vast te stellen dat Norbert Blancke (zoals z’n echte naam luidt) er nog erg jong uitzag (°6/8/1944) en er in het gesprek steeds de nadruk op legde dat hij aan het begin van een totaal nieuwe carrière stond. De gouden plaat die hij op 30 maart 1978 ontving, was dan ook eerder een bekroning voor wat voorafging dan een aanloop voor wat komen gaat. Een merkwaardig gesprek met een ouwe rat in het vak, die tegelijk als een ambitieuze tiener zijn eigen waar aan de man tracht te brengen. Maar ja, zoals de dichter zegt: een nieuwe lente, een nieuwe geluid…
Burt Blanca: Ik debuteerde nu zo’n vijftien jaar geleden in Brussel, waar ik ook geboren ben (en niet in Brugge, zoals in de persmap staat; zijn ouders waren wél Bruggelingen, RDS). Toen ik acht was, speelde ik reeds accordeon, maar de echte belangstelling kwam er pas toen ik op mijn vijftiende Elvis, Cliff e.d. ontdekte. Ik specialiseerde me dan op gitaar en ben hiervoor conservatorium gaan volgen (alweer volgens de persmap zou hij dat reeds van z’n zevende gedaan hebben en op z’n twaalfde reeds eerste prijzen behaald, ook in het buitenland, RDS).
– Hoe was de muzikale situatie toen in België?
Burt Blanca
: Het rockfenomeen werd vooral komisch benaderd. Men vond het eigenaardig dat wij op het podium zo te keer gingen. Een orkest dat moest toch stijf blijven staan, nietwaar?
– Je bent dan drie jaar later naar Frankrijk gegaan. Bij gebrek aan succes?
Burt Blanca
: Ik heb wel een hitje gehad met een Vlaamstalige rockplaat en optredens had (en heb) ik ook wel bij de vleet, maar de echte erkenning bleef toch uit. Het contract bij Pathé betekende voor mij echter de grote doorbraak. Ik heb toen een paar wereldsuccessen gehad zoals “Guitar Boogie Twist” en “Twist senorina twist”.
– Daarna ben je studiomuzikant geworden…
Burt Blanca
: Net helemaal: de optredens die bléven maar doorgaan. De platenverkoop liep evenwel een beetje terug. Dat was trouwens een globaal verschijnsel waarmee elke rocker te kampen had. Ik heb toen studiowerk geleverd voor Charles Aznavour, Caravelli, Adamo, Juliette Greco, ook Will Tura en noem maar op.
– Vind je bevrediging in dat soort werk?
Burt Blanca
: Het is een goeie job, maar uiteraard laat het weinig ruimte voor eigen creativiteit. Dat belet niet dat ik wel een zekere inbreng had op die platen: men herkent mijn gitaarstijl natuurlijk.
– Nadien moet er dan een minder voorspoedige periode gevolgd zijn, want ik vernam van Bert Verhoye dat, toen hij zo’n vijf jaar geleden, audities afnam voor een Elvis Presley-imitator (wat dus uiteindelijk Frankie March is geworden), dat jij daar ook tussen zat?
Burt Blanca
: Ja, dat is een duistere periode uit mijn loopbaan. Ik werd toen erg slecht “gemanaged”. Vandaar trouwens ook al die elpees op “low-budget” labels. Nu hoop ik eindelijk eens een goede elpee te maken met eigen composities.
– In welke taal?
Burt Blanca
: Engels en Frans. Later kan dat misschien ook wel in het Nederlands.
– Wat vind je van de jongere generatie Vlaamse rockers? Denk je dat je daar enige invloed op gehad hebt? Jouw oordeel over een Raymond van het Groenewoud b.v.?
Burt Blanca
: Wié zeg je? (**) Ik vind het over het algemeen goed dat de jeugd weer begint te rocken. Er is immers te veel slechte muziek.
– Disco?
Burt Blanca
: Disco is niet slecht als het maar originele nummers zijn. Maar bewerkingen van oude nummers, zoals Sheila doet b.v., dat hoeft voor mij niet. Punk zou ook goede muziek kunnen zijn, als de muzikanten konden spelen en de jongeren niet onnozel werden.
– Wat vind je van agressiviteit in de muziek? Kwam dit in jouw tijd ook voor?
Burt Blanca
: Zeker, ik heb nog de voorprogramma’s verzorgd van Jerry Lee Lewis, Chuck Berry, Bill Haley en in de Olympia van The Animals en The Kinks. Man, het Palais des Sports dat werd geregeld aan diggelen geslagen!
– Is je eigen muziek nu nog agressief?
Burt Blanca
: Ja, de muziek zélf, ja. Maar het is de bedoeling dat men erop zou dansen, niet dat men de boel stuk slaat. En ik ben ook tegen het lawaai! Het moet “hoorbaar” blijven.
LAY THE BLANCA ON THE GROUND
Voor zijn nieuwe single heeft Burt Blanca (na vier bijdragen wellicht wel bekend bij onze lezers) het procédé van zijn vorige omgekeerd : de cover komt nu op de B-kant en zijn eigen compositie wordt de A-kant. En dat is maar goed ook want “She used to wanna be a ballerina” van Buffy Sainte-Marie klinkt te zeer « tegen het plafond aan » (al bewijst Blanca nog eventjes welk een schitterende gitarist hij is). Toch zal voor « Make a sign » (de A-kant) ook geen succes weggelegd zijn omdat het nummer aarzelt tussen pure rock en discorock.

Lees verder “Burt Blanca wordt 75…”

Roland Van Campenhout wordt 75…

Roland Van Campenhout wordt 75…

De Gentse peetvader Roland Van Campenhout viert vandaag zijn 75ste verjaardag.

Roland Van Campenhout ken ik al van in de jaren zestig. Eerst nog vanop afstand, b.v. als derde lid van Miek & Roel (mijn ex-leraar Miel Swillens heeft mij dan nog een gehandtekende foto van het trio bezorgd) of door het feit dat op mijn kot een ex-lid van zijn Bluesworkshop zat (toetsenist Jef Lefève alias de Zwozze). Later omdat we hem zeker tweemaal hebben uitgenodigd om in jeugdclub Broebelke te komen spelen en later ook op een poëziefestival dat wij als Masereelfonds op een weide in Temse hebben georganiseerd.
Als we de platen van Miek & Roel niet meetellen, dan maakte Roland zijn eerste “eigen” plaatje bij Rocco Granata op diens Cardinal-label: “Your trip is not like mine”/”Harmonica Joke”, zo rond 1969. Daarna volgde een live-elpee met zijn Bluesworkshop op MFP (Music For Pleasure), een elpee waaraan hij wellicht niet graag wordt herinnerd, maar ik koester ze toch als een rariteit omdat o.a. Roel Van Bambost hier gastvocalist is.
Bovendien is Roland ook één van de beste vrienden van Jo Clauwaert, die mijn vaste fotograaf was toen wij beiden op De Rode Vaan werkten. Alhoewel ik het me niet meer kan herinneren, zal Roland trouwens ook wel eens te gast geweest zijn op het jaarlijkse Feest van de Rode Vaan.
En toch heb ik Roland nooit echt geïnterviewd, zelfs niet telefonisch. Raar. Ik weet eigenlijk niet hoe dat komt. Ik weet nog wel – en Roland zal me dat zeker niet kwalijk nemen, aangezien hij wel zal weten dat het wààr was – dat ik er in het begin niet erg happig op was, gewoon omdat Roland “unreliable” was (*). Dat was zo de gewoonte in die tijd. Dat is b.v. ook de reden waarom ik Walter De Buck nooit echt heb geïnterviewd. Al heb ik het bij deze laatste wél geprobeerd. Samen met Jo kwamen we dan van een kale reis terug, net zoals bij sportdirecteur De Baerdemaker, die ons ging meenemen in zijn wagen, maar ons aan het Sint-Pieters-Station liet staan schilderen, of wijlen Herman De Coninck, die tweemaal te zat was om ons te horen aanbellen. (De tweede keer zijn we dan via buren toch binnengeraakt, vandaar dat er hier op deze blog dan toch een interview met hem is te vinden.)
De vader van Roland van Campenhout was saxofonist in een jazzorkest in Boom, waarvan ook Bobbejaan Schoepen en Kees Brug deel uitmaakten. Boom was overigens een socialistisch nest, zodat Roland anti-clericaal werd grootgebracht.
Roland: “Van mijn ouders mocht ik nooit spelen met kinderen die op een katholieke school zaten, terwijl – je zult het altijd zien – uitgerekend mijn beste vrienden tsjeven waren. Mijn moeder is in 1914 geboren en ze is niet gedoopt. In die tijd!” (Humo 7/3/2008)
Zijn vader overleed echter jong, zodat hij vooral met een stiefvader te maken kreeg, die hem “zaad van een ander” noemde en dronk en de boel aan stukken sloeg, zoals in de eerste de beste roman van Cyriel Buysse. De kleine Roland vluchtte in zwaarmoedige muziek van Beethoven en Wagner, al liet de jazz hem toch niet los. Hij voelde zich ook aangetrokken tot de beat generation en, aangezien hij geen (klassieke!) piano mocht studeren van zijn stiefvader, wilde hij dan maar een schrijver à la Allen Ginsberg of Jack Kerouac worden, de schrijver van “On the Road”, “The Dharma Bums” en “The Subterraneans”.
Roland: “Toen ik ze voor het eerst las, was ik al een rare vogel die een zwarte rolkraag droeg en jeans van zwart ribfluweel – ik had duidelijk al over het Parijse existentialisme gehoord. Ik herinner me dat ik ‘On the Road’ op de tram zat te lezen en dat andere tramgebruikers daar spottende opmerkingen over maakten: ‘Hij doet alsof hij Engels begrijpt’.” (Humo 7/3/2008)
Op z’n veertiende ging hij van school af en kwam hij bij Bell Telephone aan de lopende band terecht. Geen wonder dat hij op z’n zestiende van huis wegliep naar Antwerpen, waar hij Ferre Grignard aan het werk zag in de Muze en toen wist hij wat hij wilde: niet schrijven maar spelen. En alsof hij het zo maar te beslissen had, bleek hij inderdaad in de wieg gelegd voor de gitaar, want hij heeft nooit lessen gehad. Drinken was toen z’n regel al en zo geraakte hij ook in het leger in de moeilijkheden, zodat hij deserteerde en voor twee maanden in de Nieuwe Wandeling terechtkwam.
Roland: Overdag moest ik werken, ik kreeg zelfs mijn boterhammen mee. Ik botste op Walter de Buck, omdat ik in zijn toenmalig atelier aan de Bocht in Gent een muur moest voegen. Mijn voorbeelden, de beatniks, keken in de jaren vijftig al naar het Oosten, naar Buddha, naar Zen. En ja, Walter De Buck deed dat toen ook al. Ik heb met hem nog een tempel gebouwd, want er kwam een goeroe op bezoek (lacht). Dan kwam er zo’n dik mannetje met een oranje kleed aan.
Ondanks het feit dat hij via Jan Emiel Daele de drugs ontdekte, is Roland Van Campenhout géén typische sixties-figuur en niet omdat hij bang was van spuiten, maar omdat het grote verschil met de huidige popscene is dat in die tijd de “groep” toch belangrijker was. Nu is het in het beste geval een zanger met een begeleidingsgroep en in het slechtste zelfs een producer die dan gewoon “gezichten” zoekt voor zijn “groep”. Roland van zijn kant is een integer muzikant, die echter geen groep bij elkaar kon houden, zelfs niet zijn “Bluesworkshop”, waarvan o.a. als zangeres ook heel eventjes Iris Van Kerkhoven, de latere Wendy Van Wanten deel uitmaakte.
Toen Karel Bogard van Kandahar in 1984 in Singapore ging wonen (met zijn baggerfirma zou hij later de grond voor de luchthaven van Hong-Kong opspuiten), liet hij Roland met André “Early Bird” Brasseur overkomen om daar in nightclubs te komen spelen. Sindsdien heeft Roland daar nu een vaste stek.
En waarom ook niet? Roland is een wereldburger die zelfs nog eens met Charlie Watts heeft gespeeld, toen hij (d.i. Roland) in een Londense club met Jo Ann Kelly aan het spelen was.
Roland: “In mijn begintijd ben ik nog lid geweest van The City Ramblers, een Engelse groep: allemaal bums, onder wie Billy Connolly, de banjospeler, een Schot die later een wereldberoemd stand-up-comedian is geworden. Die gasten streken op een dag in Gent neer en ze hadden een wasbordspeler vandoen: zo heb ik me bij hen aangesloten. En Russell, de leider van de band, was getrouwd met Ottilie Patterson, een blueszangeres die de ex-vrouw van Chris Barber was.” (Humo 7/3/2008)
Maar zijn échte vaste stek is Gent, of beter gezegd een kasteel in Mariakerke.
Roland: Zeg, dat is mijn kasteel niet, hé! Ik huur daar enkele slordige kamers waar de rommel tot tegen het plafond reikt. Door de studenten heb je een sfeer in Gent die andere steden niet hebben. Gent is net klein genoeg om geen dorp te zijn, maar het is geen verziekte grote stad. Ik ken hier veel mensen en kom iedereen op straat tegen. Mijn eerste washboardspeler, Frank Liefooghe, oude vrienden, zoals Dré Posman, die mij ooit eens tot een jamsession met Miloesj, alias Maria Slavkovska, de violiste van het opera-orkest, kon verleiden.
En dat was ongetwijfeld een verre voorzet die uiteindelijk uitmondde op 18 november 2007 toen Roland ter gelegenheid van het jaarlijkse feest van de vrienden van De Rode Pomp (het concertzaaltje van Posman) het werk “Symphonic cloud” van George De Decker creëerde, waaraan hij zelf ook heeft meegeschreven. Het is immers een werk voor gitaar en groot orkest. Begin 2008 volgde daarop zijn volgende CD “Never enough” (EMI), die hij op 30 mei dus in Vooruit aan “zijn” publiek zal voorstellen.

Lees verder “Roland Van Campenhout wordt 75…”

Frederik Sioen wordt veertig…

Frederik Sioen wordt veertig…

De Gentse zanger-componist-pianist Frederik Sioen (foto Sander Spek via Wikipedia) viert vandaag zijn veertigste verjaardag. In 2001 schreef ik over hem onderstaand stukje n.a.v. zijn optreden in De Grote Avond.

Rock in De Grote Avond? Wees gerust, de ballads die Frederik Sioen, zoals hij voluit heet, op 3 april brengt zijn – ondanks het feit dat hij wel eens “An Pierlé met twéé ballen” wordt genoemd – rustig genoeg om in dit praatcafé te worden gebracht.
Sioen is een 21-jarige jongeman uit Gent, een KSA-leider die marketing heeft gestudeerd. Hij brengt eigen werk in het Engels waarbij hij solo zingt en zichzelf begeleidt op piano.
Sioen is pas vier maand bezig, maar het loopt al lekker. Naast Debuutrock is hij ook geselecteerd voor het derde Oost Vlaams Rockconcours van Jeugdhuis Lodejo op 10 maart in Oostakker en Emerganza Rock (grootste Europese Rock Rally). Hij was al eerder “demo van de week” op Studio Brussel.
Op 11 april is hij in FNAC als muzikale gast van de prijsuitreiking van een video wedstrijd voor jongeren. Tenslotte is er op 14 april de finale van Debuutrock 2001 in Vooruit.