Lino Ventura (1919-1987)

Lino Ventura (1919-1987)

“La septième cible” was ook de laatste (belangrijke) film van Lino Ventura.

Angiolino Giuseppe Pasquale Ventura werd geboren in Parma. Op zevenjarige leeftijd verlieten hij en zijn moeder Italië om zich bij zijn vader te voegen die sinds enkele jaren als vertegenwoordiger in Parijs werkte. Lino ging al snel van school af en werkte vanaf zijn achtste jaar als o.a. piccolo, monteur, vertegenwoordiger en kantoorbediende. Maar uiteindelijk koos hij voor de sport. Onder de naam Lino Borrini werd hij beroepsworstelaar in het middengewicht (deze naamkeuze zou later tot het hardnekkige misverstand leiden dat Borrini zijn echte achternaam was en Ventura een artiestennaam). Ook werkte hij als ‘showworstelaar’ in geënsceneerde partijen met veel spektakel (een genre dat bekendstaat als catch of pro-wrestling).

In 1942 trouwde hij met zijn jeugdliefde Odette Lecomte. Samen kregen zij vier kinderen. Als worstelaar was hij succesvol; in 1950 werd hij Europees kampioen Grieks-Romeins worstelen in het middengewicht. Een zware beenblessure, opgelopen in een gevecht tegen Henri Cogan (die later ook acteur zou worden) dwong hem echter zijn carrière vroegtijdig te beëindigen. Omdat hij de sport niet vaarwel kon zeggen, legde hij zich vanaf dat moment toe op het organiseren van gevechten.

In 1953 hoorde Ventura bij toeval dat filmmaker Jacques Becker een Italiaan zocht als tegenspeler van Jean Gabin voor de film Touchez pas au grisbi (Blijf van de poen af). Hij sprak met Becker, kreeg na een paar minuten al de rol van Angelo aangeboden. Toen de film uitkwam maakte zijn spel zo’n indruk dat zijn naam als acteur in één klap gevestigd was.

Hij werd onmiddellijk opgenomen in de Franse filmwereld. Met Jean Gabin, wiens carrière dankzij Touchez pas… een blijvende opleving kreeg, ontwikkelde hij een hechte vriendschap. Het publiek viel voor zijn breedgeschouderde postuur, zijn onverzettelijke karakterkop en zijn natuurlijke en overtuigende acteerstijl. Werd hij eerst nog vooral voor ondersteunende rollen gevraagd, al snel kreeg hij ook hoofdrollen aangeboden. Hij werd een van de groten van de Franse cinema en wordt ook nu nog als een van de beste Franse filmacteurs aller tijden beschouwd.

In 1958 kregen Ventura en zijn vrouw een geestelijk gehandicapte dochter Linda. In 1966 richtten zij in hun woonplaats Saint-Cloud de vereniging Perce-neige (Sneeuwklokje) op. Deze vereniging bouwt tehuizen, ondersteunt gezinnen met gehandicapte kinderen en werkt aan de maatschappelijke integratie en acceptatie van geestelijk en meervoudig gehandicapten.

Lino Ventura is vooral bekend geworden door rollen waarin hij een harde, zwijgzame en vaak ook eenzame figuur speelde. Dat kon een politie-inspecteur of commissaris zijn die zich hardnekkig in een zaak vastbeet, maar ook een boef waarmee men zich als toeschouwer kon identificeren omdat hij respect afdwong door zijn morele integriteit. Bovendien was er onder de harde buitenkant vaak een zekere melancholie en menselijk mededogen voelbaar. Op het scherm was hij zeer nadrukkelijk aanwezig: rustig, rotsvast en met een borende blik waarmee hij iedereen het zwijgen kon opleggen. Medeacteurs en regisseurs vertelden dat hij tussen de scènes door meestal ontspannen was en graag lachte, maar zodra de camera liep voor honderd procent in zijn rol van norse krachtpatser stapte – een man waarvan altijd een zekere dreiging scheen uit te gaan.

Ventura heeft gewerkt onder regisseurs als Jacques BeckerLouis MalleJulien DuvivierGilles GrangierClaude SautetHenri VerneuilGeorges LautnerVittorio de SicaJean-Pierre MelvilleClaude PinoteauClaude LelouchÉdouard MolinaroClaude Miller en vele anderen. Bekende films waarin hij speelde zijn o.a. Touchez pas au grisbiAscenseur pour l’échafaud (Lift naar het schavot), Les Tontons flingueurs (De schietgrage ooms), Les BarbouzesL’Armée des ombres (Het schaduwleger), Le Clan des Siciliens (De Siciliaanse clan), Le Silencieux (De zwijgzame), Garde à vue (Inverzekeringstelling), La Bonne Année (Een goed nieuwjaar) en Les Misérables (De ellendigen).

In de misdaadkomedie L’Emmerdeur (De lastpost) wordt zijn karakteristieke personage (ditmaal in de gedaante van een zwijgzame en efficiënte beroepsmoordenaar genaamd Milan) danig op de proef gesteld door de labiele jongeman Pignon (gespeeld door Jacques Brel) die in de hotelkamer naast de zijne een mislukte zelfmoordpoging onderneemt en vervolgens in de kalme en zelfverzekerde Milan een vaderfiguur meent te herkennen. Hiermee doorkruist hij echter de plannen van deze laatste, die rust nodig heeft bij het voorbereiden van een nog die middag te plegen moord maar gaandeweg tot een steeds grotere mate van wanhoop wordt gedreven door de zich meer en meer aan hem vastklampende Pignon.

Zelf kon Ventura ook best een lastpost zijn tijdens de aanloopfase van een filmproject. Hij vlooide alle scripts na en belde regisseurs gek met vragen als waarom een bepaald personage op pagina 32 dit-en-dat zei of verklaarde dat hij dat “met zijn kleine Parmezaanse kop” niet snapte en dat het volgens hem echt anders moest. Was het draaien echter eenmaal begonnen, dan werd er ook niet meer gesteggeld en speelde hij zijn rol met overtuiging en zonder verdere op- en aanmerkingen.

Lino Ventura had er een hekel aan om geheel of gedeeltelijk ontkleed te spelen, en meestal weigerde hij dit dan ook eenvoudigweg. Bedscènes speelde hij als het even kon in een badjas. Ook met gezoen op het scherm had hij niet veel op. Een scène met Brigitte Bardot moest op het laatste moment worden omgegooid omdat Ventura haar bij nader inzien toch liever niet wilde kussen: “Wat moeten mijn vrouw en kinderen daar wel niet van denken?”

Ventura, die nooit acteerlessen heeft gehad, beschouwde zichzelf niet als een acteur, omdat hij alleen rollen aannam die hem van nature lagen. Een aanbod om Nero te spelen sloeg hij af, naar eigen zeggen omdat alleen al de gedachte aan zichzelf in een toga en met een lauwerkrans in zijn haar genoeg was om zich dood te lachen. Maar een echte acteur, aldus Ventura, zou hier geen moeite mee gehad hebben: die zou zich gewoon in de rol inleven en er iets van maken. In Amerika verbaasde hij zich erover dat beroemde acteurs als Jack Nicholson en Marlon Brando niet alleen van hem gehoord hadden, maar hem zelfs hogelijk bewonderden en hem graag wilden ontmoeten.

Ventura stierf op 22 oktober 1987 aan een hartaanval, 68 jaar oud. Duizenden mensen volgden zijn baar naar de laatste rustplaats op de begraafplaats van Le Val-Saint-Germain. (Wikipedia)

Elizabeth Bourgine

Elizabeth Bourgine

Gisteravond naar “La septième cible” gekeken, een film van Claude Pinoteau uit 1984. Eén van de redenen was de aanwezigheid van Elizabeth Bourgine, die ik ooit eens betoverend mooi heb gevonden in een bepaalde film, al zal ik wel even moeten opzoeken over welke film het nu precies ging. In deze film was ze wel mooi, maar ze sprong er zeker niet uit en dat had zo z’n reden…

Gaumont souhaitait rassembler à nouveau les protagonistes du succès de La Boum : Pinoteau et Sophie Marceau. Après avoir donné son accord dans un premier temps, puis finalement soucieuse de sortir de cette image (nl. van opstandige dochter, RDS), cette dernière préféra se lancer dans l’aventure de L’Amour braque d’Andrzej Zulawski (qu’elle devait épouser par la suite), libre adaptation de L’Idiot de Dostoïevski. Le rôle échut à Elizabeth Bourgine et fut mis légèrement en retrait dans la version finale du scénario.

Passionnée par la comédie dès son plus jeune âge, Elizabeth Bourgine part étudier au Conservatoire d’Art Dramatique de Rennes où elle fait la connaissance de Jacques Weber et de Francis Huster. Ce dernier devient d’ailleurs son partenaire sur les planches. De pièces de théâtre en téléfilms, la jeune actrice chemine peu à peu vers le grand écran et participe notamment au film policier Nestor Burma, détective de choc (1982) et à la comédie dramatique Vive la sociale ! (1983). Son premier rôle marquant, aux côtés de Lino Ventura dont elle joue la fille adoptive dans La Septième Cible (1984), lui vaut une nomination pour le César de la meilleure actrice dans un second rôle. Elle obtient d’ailleurs en 1985 le Prix Romy-Schneider, qui récompense le meilleur espoir du cinéma français. Sa carrière au cinéma se poursuit par trois collaborations successives avec le réalisateur Pierre Granier-Deferre, à savoir Cours privé (1986), Noyade interdite (1987) et La Couleur du vent (1988). Trois ans plus tard, elle fait partie du prestigieux casting de la comédie dramatique Un cœur en hiver, signée Claude Sautet, après quoi elle disparait pendant un temps du grand écran pour ne plus apparaitre qu’au théâtre ou à la télévision.

C’est en 2006 qu’Elizabeth Bourgine fait son retour au cinéma. Elle retrouve ainsi pour la deuxième fois Daniel Auteuil à l’occasion de la comédie Mon meilleur ami. Elle est mariée avec Jean-Luc Miesch dont elle a un fils, prénommé Jules. (Wikipedia)

En wat was nu die film waarmee ze me zo had bekoord? Wel, dat was “Cours privé” (zie beide foto’s).

Brigitte Bardot wordt 85…

Brigitte Bardot wordt 85…

Brigitte Bardot werd geboren in Parijs op 28 september 1934 als dochter van de industrieel Louis Bardot. Ze werd op het conservatorium van Parijs tot klassiek balletdanseres geschoold en begon met modellenwerk toen ze 15 jaar oud was. In 1952 was ze voor het eerst te zien op het witte doek in “Manina, la fille sans voile”. De titel zegt alles.

Lees verder “Brigitte Bardot wordt 85…”