Edna O’Brien

Edna O’Brien

Na de flop van de spookverhalen van Montague Rhodes James ga ik me nu wagen aan “Girl with green eyes” van Edna O’Brien (foto Andrew Lih via Wikipedia). De aanleiding is nochtans precies dezelfde als bij M.R.James: gisteren heb ik een documentaire gezien op de BBC, waardoor ik in het werk van deze Ierse schrijfster ben geïnteresseerd geraakt. Hopelijk loopt deze kennismaking niet op dezelfde manier af…

Het begint trouwens al negatief: ik kan enkel een beroep doen op de Engelse Wikipedia, want een Nederlandstalige bijdrage over haar bestaat nog niet. Enkel De Bezige Bij (wellicht haar uitgeverij in onze regio) geeft een zeer beknopte biografie.

Edna O’Brien was born in 1930 at TuamgraneyCounty Clare, Ireland, a place she would later describe as “fervid” and “enclosed”. According to O’Brien, her mother was a strong, controlling woman who had emigrated temporarily to America, and worked for some time as a maid in Brooklyn, New York, for a well-off Irish-American family before returning to Ireland to raise her family. O’Brien was the youngest child of a strict, religious family. From 1941 to 1946 she was educated by the infamous Sisters of Mercy – a circumstance that contributed to a “suffocating” childhood. “I rebelled against the coercive and stifling religion into which I was born and bred. It was very frightening and all pervasive. I’m glad it has gone.” She was fond of a certain nun as she deeply missed her mum and tried to identify the nun with her mother.

In 1950, O’Brien was awarded a licence as a pharmacist. In Ireland, she was discouraged to read, but still she secretly discovered such writers as TolstoyThackeray, and F. Scott Fitzgerald (*). In 1954, she married, against her parents’ wishes, the divorced Irish communist writer of Czech origin Ernest Gébler and the couple moved to London. They had two sons, Carlo (a writer) and Sasha Gebler, an architect, but the marriage was dissolved in 1964, when O’Brien’s literary career eclipsed Gébler’s.

Although O’Brien left the marital home, she eventually got sole custody of the children. Both O’Brien and Carlo Gébler later wrote about Ernest’s cruelty to the family. Gébler, born in 1914, died in 1998 of a bronchial infection, after several years with Alzheimer’s disease .

In London, O’Brien bought Introducing James Joyce, with an introduction written by T. S. Eliot, and said that when she learned that James Joyce‘s A Portrait of the Artist as a Young Man was autobiographical, it made her realise where she might turn, should she want to write herself. “Unhappy houses are a very good incubation for stories,” she said. In London she started work as a reader for Hutchinson, where on the basis of her reports she was commissioned, for £50, to write a novel. She published her first book, The Country Girls, in 1960.

This was the first part of a trilogy of novels (later collected as The Country Girls Trilogy), which included The Lonely Girl (1962) and Girls in Their Married Bliss (1964). Shortly after their publication, these books were banned and, in some cases burned, in her native country due to their frank portrayals of the sex lives of their characters. In the 1960s, she was part of the swinging sixties scene with friends such as Paul McCartney, Mick Jagger and Marlon Brando. As Bob Geldof put it in the documentary: “She shagged a lot of rock stars.” She was also a patient of R.D. Laing, who prescribed her LSD: “I thought he might be able to help me. He couldn’t do that – he was too mad himself – but he opened doors”, she later said. 

Her novel, A Pagan Place (1970), was about her repressive childhood. Her parents were vehemently against all things related to literature; her mother strongly disapproved of her daughter’s career as a writer. Once when her mother found a Seán O’Casey book in her daughter’s possession, she tried to burn it.

O’Brien was a panel member for the first edition of the BBC’s Question Time in 1979. In 2017, she became the sole surviving member.

In 1980, she wrote a play, Virginia, about Virginia Woolf, and it was staged originally in June 1980 at the Stratford Festival, Ontario, Canada and subsequently in the West End of London at the Theatre Royal Haymarket with Maggie Smith and directed by Robin Phillips. It was staged at The Public Theater in New York in 1985. Other works include a biography of James Joyce, published in 1999, and one of the poet Lord ByronByron in Love (2009). 

House of Splendid Isolation (1994), her novel about a terrorist who goes on the run (part of her research involved visiting Irish republican Dominic McGlinchey, later shot dead, whom she called “a grave and reflective man”), marked a new phase in her writing career. Down by the River (1996) concerned an under-age rape victim who sought an abortion in England, the “Miss X case”. In the Forest (2002) dealt with the real-life case of Brendan O’Donnell, who abducted and murdered a woman, her three-year-old son, and a priest, in rural Ireland.

Over het enige boek dat ikzelf in mijn bezit heb en dus ook datgene dat ik als eerste (en hopelijk niet laatste) zal lezen, Girl with green eyes, staat er dus niks op Wikipedia. Volgens de kaft (waarop een naakt, zwanger meisje) is het “the comic and poignant sequel to The Country Girls, in which Caithleen Brady finds romance in Dublin – classy romance with the second Mr Gentleman.” Het dateert van 1962 (**) en is nog opgedragen aan Ernest Gébler.

Haar laatste boek (Girl) wordt ook (nog) niet vermeld op Wikipedia, maar gelukkig kon ik daarmee kennismaken via de documentaire. Het gaat over de meisjes die in Nigeria werden ontvoerd door de Islamitische terreurgroep van Boko Haram. Ondanks haar hoge leeftijd is zij tweemaal afgereisd naar Nigeria met een grote som geld op haar lichaam verborgen. Dat geld was nodig om via omkoping aan getuigenissen te geraken.

Alhoewel ze nog in goede gezondheid verkeert, zowel fysiek als geestelijk, heeft ze toch aangekondigd dat dit boek haar laatste zal zijn.

(*) Haar alterego uit “The lonely girl” leest “Tender is the night”.

(**) De oorspronkelijke titel blijkt “The lonely girl” te zijn en dus wordt het boek wél vermeld op Wikipedia.

Shirley MacLaine wordt 85…

Shirley MacLaine wordt 85…

Je bent maar zo oud als je je voelt is een veel gehoorde “volkswijsheid”. Niets van! Ik kan je verzekeren als de meisjes die destijds je eerste erotische gevoelens deden oprijzen ondertussen 85 jaar worden, dan ben je écht oud. Shirley MacLaine is b.v. in dat geval. In 1965 zag ik haar in diverse prikkelende harempakjes in de komedie “John Goldfarb, please come home” van John Lee Thompson, een komedie geschreven door William Peter Blatty, de latere auteur van “The exorcist”, en ik ben er zeker van dat dit op mij zo’n indruk heeft nagelaten dat ik bij mijn reis naar Turkije bijna dertig jaar later zo goed als dagelijks naar een of andere buikdansshow ging kijken…
Lees verder “Shirley MacLaine wordt 85…”

Willeke van Ammelrooy wordt 75…

Willeke van Ammelrooy wordt 75…

De Nederlandse actrice Willeke van Ammelrooy viert morgen haar 75ste verjaardag. Zij was (en is) voor mijn generatie het eerste voorbeeld van wat ik zou willen noemen “het tastbare naakt”. Uiteraard was Willeke even ongenaakbaar als de Franse, Engelse of Amerikaanse meisjes die we naakt op het witte doek konden aanschouwen, maar aangezien het om Vlaamse films ging, voelde het aan alsof ze meer bereikbaar was dan Brigitte Bardot of Jane Fonda, om maar die te noemen. De scène waarover ik het heb, is uiteraard die uit “Mira” (1971) van Fons Rademakers, waarin Jan Decleir haar leert zwemmen. Toch heb ik als foto voor haar volgende Vlaamse film gekozen, namelijk “Louisa of een woord van liefde” van Paul Collet en Pierre Drouot uit 1972. Uiteraard omdat het hier een emblematisch beeld betreft, geënt op het beroemde schilderij “Le déjeuner sur l’herbe” van Edouard Manet.
Lees verder “Willeke van Ammelrooy wordt 75…”

Régine Deforges (1935-2014)

Régine Deforges (1935-2014)

Het zal morgen ook al vijf jaar geleden zijn dat de Franse schrijfster Régine Deforges op 78-jarige leeftijd is overleden aan een hartaanval. Zij werd vooral bekend met de romancyclus De blauwe fiets waarvan sinds 1983 zo’n tien miljoen boeken zijn verkocht. Mijn vrouw, die graag boeken van lange adem leest, heeft van deze trilogie genoten (het boek is ook verfilmd met Laetitia Casta in de hoofdrol), maar zelf ben ik er nog niet aan toe gekomen. Wel heb ik enkele erotische werken van Régine Deforges gelezen. De socialistische president François Hollande roemde Deforges in een reactie op haar dood als een rebel die zich met hartstocht voor het feminisme en de strijd tegen taboes heeft ingezet. Behalve erotische literatuur schreef Deforges ook de onvermijdelijke kookboeken.
Lees verder “Régine Deforges (1935-2014)”

Dertig jaar geleden: “vrouwelijke auteurs van erotische literatuur”

Dertig jaar geleden:  “vrouwelijke auteurs van erotische literatuur”

Dertig jaar geleden hadden wij een boekenclub. En “wij” dat waren dan o.a. Anton Stevens, Walter Schelfhout en Hilde Proot. We vergaderden in het Volkshuis in de Sleepstraat, dat toen nog het lokaal van de KP was en zo kwam het IMAVO (de studiedienst van de KP) vragen of zij soms de vergaderingen mochten “organiseren” (omdat ze dan hun subsidieverplichtingen konden nakomen). Dat mochten ze, als ze zich maar niet met ons bemoeiden. Dat hebben ze ook niet gedaan, maar toch zijn we na verloop van tijd vertrokken uit het Volkshuis en vergaderden we voortaan in De Groote Avond, meer bepaald in het zaaltje waar Multatuli nog ooit de Gentenaars had toegesproken. Ondertussen had wel bijna ieder lid van de club eens een boek of een schrijver belicht, behalve ondergetekende. Ik zat toen blijkbaar al in een periode dat ik wel graag naar zulke bijeenkomsten ging, maar dat ik geen zin had om het woord te voeren. Bovendien had ik geen idee welke schrijver of boek ik zou willen belichten. “Wat interesseert je het meest?” vroeg er iemand. “Vrouwelijke auteurs van erotische literatuur” was (toen nog) mijn antwoord. Dus, zo gezegd, zo gedaan…
Lees verder “Dertig jaar geleden: “vrouwelijke auteurs van erotische literatuur””