Tina Turner wordt tachtig…

Tina Turner wordt tachtig…

In haar nieuwe thuisland Zwitserland viert de vroegere zangeres Tina Turner vandaag haar tachtigste verjaardag…

Haar biografische film “What’s love got to do with it”, waarin wordt uiteengezet hoe haar ontdekker en latere echtgenoot Ike Turner haar met geweld onder de knoet trachtte te houden, kreeg in 1993 lovende kritieken (*), maar sommige fans waren toch ontgoocheld.
Aangezien de film vooral over de jonge Tina ging, kregen we immers niet La Turner zelf te zien maar een jongere actrice, Angela Bassett, die merkwaardig genoeg soms erg goed is en soms slechts gewoon de zoveelste playbackster, waarbij je verwacht dat alle momenten Henny Huisman uit de coulissen zal komen opduiken. En die opdeling heeft niets te maken met het feit of ze al dan niet moet zingen.
Aangezien Tina gelukkig de zangnummers voor haar rekening neemt, moet Bassett zich inderdaad tot playbacken beperken, maar dat doet ze net als acteren soms héél goed en soms heel slecht. Enfin, het minste wat je dus kan zeggen is dat het geen “grijze”, geen “anonieme” vertolking is. Nu ja, voor Bassett was het de eerste keer dat ze dergelijke rol speelde. In “Malcolm X” en “The Jacksons: an American dream” speelde ze eerder moederrollen! Maar de Australische producer van Tina, Roger Davies (**), wilde per se een echte actrice als Tina en geen “playbackshow”. Het gekke was dat een actrice die Tina wél had nagebootst, geparodieerd zelfs in “The diva is dismissed”, Jenifer Lewis, de rol van haar moeder toegewezen kreeg!
Ike van zijn kant (die toch sowieso al niet veel zingt) heeft natuurlijk niet zijn medewerking verleend aan deze verfilming van het geruchtmakende boek “I, Tina” dat Tina in 1986 aan rockjournalist Kurt Loder heeft gedicteerd, maar toch heeft hij zich eventjes op de set vertoond. Hij was poeslief en heeft enkele raadgevingen gegeven aan acteur Laurence Fishburne, die zijn rol vertolkt. Deze doet dat overigens uitstekend. Niet voor niks ontving hij net vóór de film een Tony (een toneel-Oscar) voor zijn rol in “Two trains running”.
Alhoewel hij graag nog eens met Bassett wilde samenwerken (ze zaten samen reeds in “Boyz ’n the hood”) aanvaardde Fishburne de rol toch maar pas nadat Ike toch enige “psychologisering” voor zijn gedrag kreeg toegedicht. Men kan zich afvragen hoe die eerste versie van het scenario er dan moet hebben uitgezien want zelfs in de huidige versie is Fishburne werkelijk onuitstaanbaar! Maar dat is dus (hopelijk) enkel aan zijn inlevingstalent te danken.
De “catharsis” van de film ligt dan ook op zowat een kwartier voor het einde wanneer Anna Mae Bullock eindelijk terugslaat: Bullock kicks him in the bollocks! (***) De rest is nog uitbollen en dàn is de jonge Bassett b.v. wel ongeloofwaardig als de oudere Tina. Het is dan ook een verademing als La Tina op het einde toch maar zélf de titelsong komt vertolken. Dik in de vijftig en still going strong!
Anna Mae Bullock wordt op 26 november 1939 geboren in Nutbush, Tennessee (ze zal er later een nummer over schrijven, jawel). Al erg jong wordt ze door haar moeder in de steek gelaten, omdat die het leven met haar vader niet meer aankan. Althans, zo zegt ze, want die vader is in geen velden of wegen te bekennen en als we mama Bullock later (in 1958) met Anna’s oudere zus Alline in Saint Louis terugvinden, dan schijnt ze vooral een liggend beroep uit te oefenen.
Dat houdt natuurlijk in dat de dochters vaak het huis uit moeten en zo ontmoet Anna in de club waar Alline werkt de acht jaar oudere Ike Turner. Deze is al zo’n tien jaar aan de weg aan het timmeren, maar alle zangtalent dat hij tot nu toe heeft ontdekt, glipt hem telkens weer door de vingers, zodat hij met zijn Kings of Rhythm maar wat blijft aanmodderen. De King van St.Louis dat wel, met alle meisjes aan zijn voeten (en vaak ook in zijn bed), maar Ike wil méér, Ike wil hogerop, Ike wil aan de top.
Daarom ziet hij wel iets in “Little Ann”, zoals Tina aanvankelijk door hem gedoopt wordt. Hij kneedt ze naar zijn beeld, of beter het beeld dat hij heeft zoals een vedette er zou moeten uitzien, maar hij leert ze ook alle knepen van het vak, dat moet je hem toegeven. Hij versiert een platencontract bij het Sue-label en via de hit “A fool in love” mag hij zelfs vijf elpees maken (je moet je die niet gaan aanschaffen, alhoewel het natuurlijk wel pareltjes zijn voor verzamelaars, maar de gewone liefhebber kan het stellen met de compilatie “Tough enough”), maar de grote doorbraak blijft uit. Dat ligt op de eerste plaats aan het weinig gediversifieerde songmateriaal van Ike (en misschien nog meer aan zijn drugverslaving die steeds ergere vormen zal aannemen), maar de gefrustreerde Ike reageert dat af op Tina, die zowel verbaal als fysiek geweld moet incasseren.
Toch is hij tegelijk bang dat ze hem zal verlaten, omdat zijn paranoia over vroegere ervaringen hem parten blijft spelen. Oorspronkelijk moet hij zich nochtans niet veel zorgen maken, want Tina is al even gecomplexeerd als hij: omdat haar moeder haar in de steek heeft gelaten, wil zij haar twee kinderen én de twee kinderen uit een vorig huwelijk van Ike niet achterlaten en blijft ze alles slikken, meer zelfs ze zoekt de fout telkens bij zichzelf. Tina: “Ik vind niet dat ik een domme vrouw was omdat ik bij Ike bleef. Ik vind juist dat daar een slimme vrouw voor nodig was, want we hadden een bedrijf en daar ging veel geld in om. Ike was een heel goed zakenman en hij had ervoor gezorgd dat ik tonnen had verdiend. Ook als artieste heb ik trouwens veel van hem geleerd.”
Ondertussen maakt de Ike and Tina Turner Revue furore met het fameuze meisjestrio The Ikettes (****). De live-plaat “The Ike and Tina Turner Show” uit 1965 geeft hiervan een goede weerspiegeling. Onder andere de beroemde (blanke) producer Phil Spector (*****) is van het aandeel van Tina zo onder de indruk dat hij Ike 20.000 dollar biedt om met Tina te mogen werken. Het fenomenale resultaat, “River deep mountain high”, wordt wel uitgebracht onder de benaming “Ike and Tina Turner”, wat contractueel zo werd vastgelegd en wat zelfs ook nog voor deze film zo is. Dat komt ook omdat dit het enige nummer is dat niet heropgenomen werd, omdat – en dat is toch wel een compliment voor Spector – het gewoon niet na te maken is!
Ike verdient er dus nog altijd geld aan, want bij de echtscheiding wilde Tina zozeer van hem af zijn, dat ze om het vlug te doen gaan nog liever alles opgaf (“Behalve mijn naam, ik heb er hard genoeg moeten voor werken!”) en hem alle inkomsten van vroeger (toegegeven, die waren al eerder schulden geworden, alweer wegens het druggebruik van Ike) en de toekomstige rechten op die platen aan Ike afstond.
Dat laatste gebeurt echter pas in 1976 en dan nog via de omweg van het boeddhisme. Dat laatste komt in de film een beetje naief over, maar als dat nu eenmaal de realiteit was, dan moet het maar (alhoewel men er ook vragen bij kan stellen, want is het nu echt toeval dat regisseur Brian Gibson ook boeddhist is?). Die “bekering” tot het boeddhisme dankt Tina aan Jackie (Vanessa Bell Calloway), één van de Ikettes, die ook eens klappen moest inkasseren van Ike, toen ze ten voordele van Tina wou opkomen. In tegenstelling tot Tina kapte Jackie er meteen mee, want die pikte zoiets niet. En die kracht had ze uit het boeddhisme, vandaar.
In een interview heb ik ook gehoord dat het delen van haar ervaringen met Cher ook een rol heeft gespeeld, maar dat komt in de film niet aan bod (wellicht omdat ze ook in het interview er meteen aan toevoegt dat Sonny weliswaar Cher evenzeer kneedde als zangeres als Ike met haar had gedaan, maar dat Sonny Cher nooit klappen had gegeven). ’t Zou d’r nog aan mankeren, aangezien de republikein Sonny Bono van 1988 tot 1992 burgemeester van Palm Springs werd en in 1994 zelfs een zitje in het huis van afgevaardigden kon versieren, vooraleer hij op 6 januari 1998 tijdens het skiën onzacht in aanraking kwam met een boom die niet uit de weg wou gaan.
Alhoewel het in de film anders wordt voorgesteld, is de solocarrière van Tina niet metéén een succes, o.a. omdat ze zich uit “wraak” niet alleen afkeert van Ike maar ook van diens muziek, de rhythm and blues. Nochtans als er één dame geschikt is om R&B te zingen, dan is het wel La Tina. Pas in 1983, als Martyn Ware van Heaven 17 als wederdienst voor haar vocals op hun elpee “Music of Quality and Distinction” voor haar “Let’s stay together” van Al Green produceert, dan begint het opnieuw goed te lopen voor de ondertussen 44-jarige Tina.
De film eindigt met een (terechte) publiciteitsspot voor de elpee “Private dancer” uit 1984 (waaruit o.m. de titelsong afkomstig is), die niet enkel met Grammy’s (het equivalent van de Oscars) werd overladen, maar waarvan er zo maar eventjes elf miljoen exemplaren werden verkocht. De titelsong van de elpee werd overigens geschreven door Mark Knopfler.
Het vervolg is dus niet in de film te zien. En dat is o.a. dat ze in 1985 in de film “Mad Max beyond Thunderdome” is te zien, waaruit alweer een hit voortkomt, “We don’t need another hero”. En wat men ook schromelijk over het hoofd heeft gezien dat is dat ikzelf in het najaar van 1986 haar ontmoet in een BRT-studio tijdens de opname van “Bingo”. Interviewen mocht niet, maar ik herinner me wel hoe ik ademloos naar die prachtige dame van 47 stond te kijken, die als de eerste de beste Isabelle A op aangeven van de regisseur steeds maar opnieuw de playback haar toenmalige hit (“Two people”, geloof ik, uit “Break every rule”) moest herbeginnen. Ik had al lang één van die ontzettend hoge hakken die ze droeg in zijn bakkes geramd, maar Tina bleef ijzig kalm. Dat boeddhisme moet toch érgens goed voor zijn!
Het verhaal in de film is volledig gebouwd rond songs van Tina, wat niet zo moeilijk was, omdat ze inderdaad vaak “op haar lijf” geschreven waren (misschien zelfs zo letterlijk als de manier waarop de Comte de Valmont een brief schrijft “op het lijf” van een van zijn minnaressen in de operaversie van “Dangerous liaisons”). Maar daarmee heb je nog geen scenario natuurlijk. Dààrvoor deed men een beroep op een vrouw, Kate Lanier, die zich tot hiertoe gespecialiseerd had in portretten van “sterke vrouwen”, scenario’s die echter tot nu toe in de lade bleven liggen…
Dat betekent ook dat ze zich nu heel wat heeft moeten intomen, want Tina wordt pas “onafhankelijk” op een moment dat tal van andere vrouwen dat al lang zouden hebben gedaan. Toegegeven, door haar jeugd was ze bijzonder getraumatiseerd in die zin, maar toch is het een beetje teleurstellend te zien hoe een vrouw, die op het podium zo’n geweldige uitstraling heeft, zich in het gewone leven lange tijd laat behandelen als een sloerie. Vooral de passages waarin ze op de koop toe nog de schuld op zich neemt, zijn hard om te slikken.
Regisseur Brian Gibson van zijn kant had reeds ervaring opgedaan in dergelijke verfilmingen met het Britse “Breaking glass” en vooral de mini-serie “The Josephine Baker Story”. Deze Engelsman kreeg een opleiding als dokter en is pas in contact gekomen met film via medische documentaires voor “Horizon” of “Nova”. Krijgen we dan binnenkort misschien een verfilming van het leven van Margriet Hermans door Chriet Titulaer? Maar goed, beter geen grapjes want begin 2004 stierf Gibson op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van botkanker…
En Tina Turner? Die neemt nog “Addicted to love” van Robert Palmer en “Steamy windows” van Tony Joe White op nadat ze voor de zoveelste keer afscheid had genomen van de scène. Onzin natuurlijk. Tina Turner kon de mikro nog altijd recht doen komen zonder haar handen te gebruiken en dus bleef ze maar doorgaan!
Met Ike ging het bergafwaarts. Uiteindelijk zou hij zelfs worden veroordeeld voor illegaal drugsbezit. In de jaren negentig pakte de Ike Turner echter de draad weer op. Hij bracht een autobiografie uit, die de terechte titel “Takin’ Back My Name” meekreeg. Een jaar voor zijn dood was hij nog te zien bij ons op de Proms en daarna won hij zowaar nog een Grammy voor het beste traditionele bluesalbum, “Risin’ with the blues”.
Tina Turner wou geen commentaar geven op de dood van haar ex-man Ike Turner. “Tina heeft al meer dan dertig jaar geen contact gehad met Ike. Er worden verder geen uitspraken over gedaan,” aldus een woordvoerder van de zangeres tegen het Amerikaanse tv-programma Access Hollywood.

Referentie
Ronny De Schepper, What’s love got to do with it? Steps magazine augustus 1993


(*) Omdat de verdeelfirma dacht dat Belgen nu eenmaal een dom volkje zijn, werd er voor alle duidelijkheid nog eens “Tina” voor de titel geplaatst.
(**) Op het einde komt Davies zelf, zij het gespeeld door James Reyne, ook eens in beeld, als een soort halve heilige. Nochtans is hij achtereenvolgens een gebuisde student rechten en een gebuisde basgitarist, die via Olivia Newton-John en dan vooral haar “Physical”-album de aandacht van Tina had getrokken.
(***) Een bullock is een jonge of een gecastreerde stier. De elementen die hij nog niet heeft of al verloren heeft zijn bollocks of ballocks.
(****) De enige Ikette die ook een solocarrière heeft geambieerd is bij mijn weten P.P.Arnold. Zij had in 1967 weliswaar een prachtige hit met “The first cut is the deepest” van Cat Stevens (begeleid door The Nice, o.a. op versterkt clavecimbel), maar haar versies van “Angel in the morning”, “Eleanor Rigby”, “As tears go by” enz. waren wel mooi, maar gingen grandioos de mist in.

(*****) In tegenstelling tot Tina was Phil Spector overigens wél aanwezig op de begrafenis van Ike, naast o.m. ook Little Richard.

Twintig jaar geleden: Laïs in de Groenzaal

Twintig jaar geleden: Laïs in de Groenzaal

Vandaag zal het twintig jaar geleden zijn dat Laïs optrad in de Gentse Groenzaal. Als plaatselijk reporter van Het Laatste Nieuws werd ik erop uitgestuurd voor een interview. Maar je weet hoe dat gaat met plaatselijke correspondenten: het moet en zal enkel over plaatselijke toestanden handelen! En wat bleek: Jorunn Bauweraerts en Annelies Brosens hadden elkaar wel degelijk leren kennen aan het Gentse conservatorium, maar Nathalie Delcroix, op wie ik op dat moment tot over mijn oren verliefd was, bleek helemaal niks met Gent te maken te hebben. Zij werd dus voor het interview uitgesloten. En het is nooit meer goed gekomen.

IN GENT GEVORMD
Hoewel de meisjes van Laïs alle drie uit Kalmthout afkomstig zijn, is de groep zelf dus toch ontstaan in Gent. Jorunn Bauweraerts volgde aan het conservatorium jazz-zanglessen bij Ronald Douglas, toen ze de gebrilde Annelies Brosens, lyrische sopraan onder de hoede van de klassieke tenor Zeger Vandersteene, tegen het lijf liep. Samen met Soetkin Collier, die ze rond 1995 hadden ontmoet op een folkstage in Gooik, besloten ze, ter gelegenheid van een productie van Theater Taptoe, oude Vlaamse volksliedjes a capella te gaan zingen.
Soetkin Collier, toen amper 18, verliet al vlug de groep. Volgens manager Bieke Purnelle in Het Nieuwsblad van 20/2/2003 was dat “onder meer vanwege haar interesse voor extreem-rechts”. Het was meer bepaald Patrick Riguelle die de bal aan het rollen bracht. Riguelle speelde toen nog bij Kadril, die als ontdekkers van Laïs kunnen gelden en die in die beginperiode ook soms als begeleiders fungeerden en alleszins als “double bill” op tournee gingen. Riguelle weigerde nog langer met Laïs samen te werken, totdat de twee andere meisjes zich van Collier distantieerden, ook al kwam Jorunn eveneens uit een rechts nest (net zoals bij Soetkin was de naam al een weggever).
Echter niet zo rechts als Collier blijkbaar. Tot het academiejaar 1995-1996 was deze als dochter van de uitbater van het VMO-café “De Leeuw van Vlaanderen” immers lid van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ) en van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV). Daarbij werd ze twee keer administratief aangehouden bij een actie van Voorpost in 1993 aan het Vredescentrum in Deurne en een van het Taalactiecomité in Wevelgem (1996). In datzelfde jaar werd ze ook gesignaleerd op een Rudolf Hess-herdenking in Tielrode, maar dat ontkent ze. Ondertussen is Soetkin wel gehuwd met Roeland Buisseret, de zoon van Vlaams Blok-senator Xavier Buisseret.
Toch werd ze in februari 2003 geweerd uit de groep waarbij ze op dat moment zong (Urban Trad), toen die naar het Eurovisie Songfestival werd gestuurd. Alhoewel Collier op dat moment haar verleden had afgezworen (ze gaf zelfs les aan allochtonen), vond de RTBf op aandringen van de Staatsveiligheid het niet aangeraden haar naar Estland te sturen.
Bij Laïs was ze ondertussen al lang vervangen door Nathalie Delcroix, de bloedmooie dochter van ex-profwielrenner Ludo Delcroix (jarenlang ploegmaat van Eddy Merckx). Het zou nog jaren duren vooraleer Nathalie een beetje in de intimiteit van de twee anderen kon doordringen, ondanks het feit dat Jorunn op een bepaald moment met haar broer heeft gevrijd (de broer van Nathalie bedoel ik natuurlijk!).
BIJ SINT-JACOBS
Die oude Vlaamse volksliedjes zijn in de mond van Laïs nauwelijks nog als dusdanig te herkennen. Zelfs “Het Smidje” dat ik midden de jaren zestig ooit nog heb leren kennen als B-kant van een huldelied aan Rik Van Looy (!) en dat later onder meer ook door Miek & Roel + Roland van een swingende versie werd voorzien, heeft weinig met deze herwerkingen te maken.
De meeste van hun muziek schrijven ze – net als de Engelse Mediaeval Babes – dan ook zelf, zij het dan wel op bestaande middeleeuwse teksten. Alhoewel ze zich genoemd hebben naar de erotische troubadoursliederen, houdt de vergelijking met het erotische gedoe van de Babes hier op, al zijn de meisjes op hun eigen, wat onhandige manier (of misschien juist daardoor), vaak zeer opwindend.
Waarom kozen de meisjes voor Gent? Hun motivatie is zeer verschillend. Jorunn was al lang verliefd op Gent en koos dus doelbewust voor deze locatie. Annelies daarentegen ging enkel af op de naam van haar leraar, de liefde voor Gent kwam later vanzelf.
“Zeger Vandersteene werd mij door mijn lerares Greetje Anthoni aangeraden,” vertelt Annelies, die ondertussen haar klassieke ambities voor een tijdje heeft opgeborgen. “Bij klassieke muziek moet je gewoon de beste zijn om iets te bereiken. En daar heb ik nu onvoldoende tijd voor. Laïs gebeurt nù en ik wil er met volle teugen van genieten. Later neem ik de draad wel weer op, want dan wil ik er volledig voor gaan. Ik wil zeker niet eindigen als koorzangeres, want daar hou ik eigenlijk helemaal niet van.”
Jorunn was nog geen twintig, maar toch leerde ze Gent kennen via “een oud lief”. Ze zat op kot nabij Sint-Jacobs en is na het vertrek van Collier dan ook de enige die een zekere band heeft met de eerste Vlaamse folkrevival uit het begin van de jaren zeventig. “Zij het niet zozeer met Walter De Buck dan wel met het Kliekske en het Brabants Volksorkest. Mijn vader speelde trouwens zelf doedelzak.”
Die vader, Gunter Bauweraerts, is op 10 juli 2008 op 55-jarige leeftijd in Frankrijk overleden. Hij vertoefde daar in de Alpen samen met twee van zijn vijf kinderen om in de bergen te wandelen. Zij zouden daarna doorreizen naar het folkfestival in Saint-Chartier, maar onderweg brachten ze een nacht door bij vrienden. Daar werd hij onverwacht geveld door een hartaanval (*).
NONCHALANT
De nabijheid van Sint-Jacobs zorgde ervoor dat Jorunn, in tegenstelling tot Annelies, nooit examen heeft afgelegd. “Er was altijd wel iets te doen in de cafés in de buurt. Het succes van Laïs ging bovendien ook pijlsnel. En ik ben ook nogal nonchalant. De weinige keren dat ik op het conservatorium verscheen, moest ik steeds vaststellen dat de uren weer eens gewijzigd waren. Ik moet dus heel eerlijk bekennen dat ik Ronald Douglas niet vaak gezien heb…”
Het gerucht doet de ronde dat de meisjes op het conservatorium werden tegengewerkt. “We werden er zeker niet aangemoedigd, maar tegengewerkt is een te sterk woord,” verzekeren ze me allebei. Toch zal geen van beiden terugkeren naar het Gentse conservatorium: “Organisatorisch loopt daar een heleboel fout.”
Al vlug verliet Laïs het pad van de “zuivere” folk. Zo wonnen ze met “Twee meisjes” van Raymond van het Groenewoud in april 2008 de “vakantie”-aflevering van “Zo is er maar één”. Ikzelf vond het arrangement iets te verregaand, zeker in verhouding tot de repetitietijd die er blijkbaar in is gekropen. Het nummer was in mijn ogen m.a.w. niet àf, het rammelde nog te veel aan alle kanten. Maar in vergelijking met de andere deelnemers was het zeker een verdiende winnaar. Trouwens, wat beoordelen de kijkers eigenlijk? Het nummer zelf of de uitvoering ervan? Indien het enkel om het nummer gaat, is “Twee meisjes” uiteraard sowieso een zeer goede keuze. Er bestààn zelfs niet eens veel betere nummers.
Nog in 2008 kwamen de meisjes dus voor het eerst naar de Gentse Feesten, maar dan wel op het Sint-Baafsplein (het plein van Eddy Wally!) en niet bij Sint-Jacobs zoals men zou verwachten. Het werd nog erger toen zij weigerden hun oude successen te zingen (op één uitzondering na) maar bijna uitsluitend werk brachten uit hun nieuwe CD. Hierop staat het soort muziek dat wij in het begin van de jaren zeventig al draaiden in een achterzaaltje van de lokale jeugdclub, terwijl een reusachtige toeter de ronde deed. Onderwijl keken wij vol minachting neer op het gros van de jongeren dat op datzelfde moment uit de bol ging op “Keep on smiling” of “Knock three times”. Nu, zoveel jaren later, realiseer ik mij hoe arrogant we wel waren en hoe overtuigd van ons eigen gelijk. Hopelijk heeft Laïs niet evenveel tijd nodig om tot datzelfde besef te komen…

Lees verder “Twintig jaar geleden: Laïs in de Groenzaal”

Vijf jaar geleden: “When the World Had Four Corners”

Vijf jaar geleden: “When the World Had Four Corners”

Audrey Evans (foto flickr) is – ondanks haar naam – een Belgische zangeres (°1974), die eerst lid was van The Mediaeval Babes. In 2014 she married Alonza Bevan, founding member of chart-topping psychedelic rock band Kula Shaker. Together they released the album “When the World Had Four Corners” as Tumblewild. The group is currently a duo but set to expand.
Lees verder “Vijf jaar geleden: “When the World Had Four Corners””