Molière (1622-1673)

Molière (1622-1673)

Aujourd’hui il y a 345 ans l’auteur français Molière, victime d’un malaise sur scène, a rendu l’âme quelques heures après la quatrième représentation du “Malade imaginaire”. Sa compagne Armande Béjart supplie Louis XIV pour obtenir une sépulture chrétienne à laquelle les acteurs n’ont d’ordinaire pas droit. Molière sera inhumé le 21 au soir, au cimetière de l’église Saint-Eustache sans service solennel. Ses comédies les plus célèbres, “Le Misanthrope”, “Le Médecin malgré lui”, “Le Bourgeois gentilhomme”, “Tartuffe”, font toujours les délices des amateurs de théâtre. (Les éphémérides d’Alcide)
Lees verder “Molière (1622-1673)”

Paul Berkenman (1926-2002)

Paul Berkenman (1926-2002)

Het is ook al vijftien jaar geleden dat de Gentse (toneel)auteur Paul Berkenman, alias Roger Thienpont is overleden. Dankzij J.P.Bouckaert ben ik nu eindelijk aan een foto van deze vriendelijke man geraakt, maar aangezien er verder geen enkele foto van hem is terug te vinden op het internet (*), heb ik oorspronkelijk mijn toevlucht moeten nemen tot één van zijn stukken, namelijk “Papavers in de poppenkast” dat op 22/03/1957 in Arca werd gecreëerd door Luce Premer en Walter Eysselinck. Het spreekt vanzelf dat ik deze foto niet heb verwijderd, maar gewoon wat heb verplaatst.
Lees verder “Paul Berkenman (1926-2002)”

“George Dandin” van Molière

Van Molière werd “George Dandin ou Le Mari Confondu” (De verstomde echtgenoot, 1668) gebracht in een coproductie NTG/Théâtre Varia. De regie was van Marcel Delval en het decor van Jean-Claude De Bemels. Met Reinhilde Van Driel (Angélique, een overspelige adellijke jongedame), Eddy Vereycken (George Dandin, haar man, een rijke hereboer), Blanka Heirman (Mme de Sotenville, haar moeder), François Beukelaers (Mr de Sotenville, haar vader), Els Magerman (Claudine, haar gezelschapsdame), John Dobrynine (Clitandre, haar minnaar, een hoveling), Lucas Dietens (Lubin, liefdesbode van Clitandre, minnaar van Claudine) en Guido Van den Berghe (Colin, knecht van Dandin).
Regisseur Delval is vertrokken vanuit twee uitstekende ideeën. Enerzijds heeft hij het klassenonderscheid dat Molière aanklaagt ook willen “vertalen” naar de sociale taalgrens in het België van vorige eeuw (vandaar deze “tweetalige” voorstelling: het Frans van Molière en het Gents van Pjeroo Roobjee) en anderzijds laat hij het stuk in een flashback vertellen door de geest van de ongelukkige Dandin. Daarvoor heeft hij de laatste woorden van Molière wel heel letterlijk geïnterpreteerd (“Met zulk een vrouw kunt ge u beter gaan verdrinken“). Dat maakt ook dat het kerkhof tegenover de hereboerderij van Dandin voortdurend in het spel dient te worden betrokken. Het mooie decor van Jean-Claude De Bemels geeft op die manier wel meer dan eens aanleiding tot eros/thanatos-toestanden, zij het dat regisseur Delval daarbij de schunnige kanten van de ‘eros’ een beetje te veel in de verf zet, vooral dan in de persoon van Lubin. Dergelijke “charges” vind je ook elders in de regie terug, zodat de opmerking van Paul Arias dat het “patronagetoneel” zou zijn, niet helemaal ten onrechte is. Gezien op 20/02/1992.