35 jaar geleden: “Coppélia” door het Ballet van Vlaanderen

35 jaar geleden: “Coppélia” door het Ballet van Vlaanderen

Op 24 maart 1984 had dan de première plaats van « Coppélia », een ballet in twee bedrijven op muziek van Léo Delibes, door het Ballet van Vlaanderen. Aangezien ik echter geen foto meer heb gevonden van die voorstelling, is bovenstaande foto afkomstig van de versie door het English National Ballet op YouTube.
Lees verder “35 jaar geleden: “Coppélia” door het Ballet van Vlaanderen”

O.V.V.: “Goedkoopste formule, maar verkeerd beleid”

20 operaSommige lezers zullen wel de indruk hebben dat er geen enkel blad in Vlaanderen is dat zoveel aandacht besteedt aan allerlei facetten van de opera, dan de rode vaan. « Dat is vreemd » zullen de lezers dan allicht zeggen, « want opera is toch een uiting van burgerlijke cultuur, wezensvreemd voor de arbeidersklasse ». « Dat is normaal », zal men vanuit een bepaalde hoek daarop repliceren, « want ook in de landen van het reëel bestaande socialisme wordt de opera hoog in aanzien gehouden. » « Dat is vreemd, » zeggen de tegenstanders dan weer, « want het is een heel dure kunstvorm die in deze crisistijd veel geld opslorpt dat veel beter zou kunnen worden aangewend in de sociale sector ». « Dat is normaal » willen de voorstanders toch het laatste woord hebben, « want de opera is een arbeidsintensieve werkaangelegenheid en hier investeren betekent juist dat men tal van arbeidsplaatsen in stand houdt ».
Hoe dan ook, in Antwerpen — op het terras van het stemmige etablissement « De Pelgrim » meer bepaald — plaatsten we een aantal individuen rond de tafel die allen op hun eigen wijze op de een of andere manier geïnteresseerd zijn in dit cultuurfenomeen. En dat waren : Jacqueline Dulac, operazangeres; Roger De Vocht, operarecensent voor « Vooruit », « De Dulle Draak » en « Voor Allen »; Palmyre Timmermans en Guillaume Maijeur, recensenten voor de rv van de « Opera voor Vlaanderen » (Antwerpen) en de Muntschouwburg (Brussel); en van de kant van de redactie Ronny De Schepper als recensent van de OVV (Gent) en Jan Mestdagh, leider van de cultuurrubriek en geïnteresseerd bezoeker van de opera-instellingen van Brussel en Gent.
Lees verder “O.V.V.: “Goedkoopste formule, maar verkeerd beleid””

Honderd jaar geleden: het schandaal van “Le sacre du printemps”

70 stravinskyMorgen zal het honderd jaar geleden zijn dat “Le sacre du printemps” van Igor Stravinsky in première ging bij Les Ballets Russes in het Théâtre des Champs Elysées in Parijs. Dat zorgde voor een schandaal, omdat het publiek (o.a. een verbijsterde Camille Saint-Saëns) niet vertrouwd was met de belangstelling voor de jazz die bij Stravinsky goed te horen is, net als bij de andere expressionisten. Deze vonden impressionisten zoals Claude Debussy eigenlijk toch maar wat halfzachten en kwamen bewust veel sterker voor hun opinies uit (ook in het politieke leven). In de schilderkunst is er vooral belangstelling voor zwart-wit-contrasten en je zou kunnen zeggen dat dit ook te horen is in de muziek van Igor Stravinsky.

Opera: to be or not to be

« Opera » is weer actueel in Vlaanderen. Pamfletten worden uitgedeeld aan de ingang van de schouwburgen en de programmaboekjes van de « Opera voor Vlaanderen » omvatten een toelichting bij de begroting onder het motto : « Cultuur, geld en democratie ». Er wordt ook weer gesproken over opera. Vooral als het om centen gaat. Het NTG vindt dat het te weinig geld krijgt ? Jef Demedts schopt wild om zich heen, Gerard Mortier van de Muntschouwburg krijgt een trap op een welgemikte plaats. Een nieuw productiesysteem voor onze filmers, wat inhoudt minder subsidies ? Zelfs de blauwer-dan-blauwe Guy « Potlood » Thijs zegt : « Als de opera zoveel miljard krijgt, ikke dan ook ! »
Ja, er is heel wat te doen om de opera. Etienne Van Neste is nu een deftig gespreksonderwerp aan tafel en Rod Stewart begint zijn concert met een aria uit « Rigoletto » (niet door hemzelf gezongen, gelukkig), maar we dwalen af, want de werkelijke oorzaak ligt niet bij Verdi maar bij Poma. Een naam die op het eerste gezicht niet zou misstaan tussen een rijtje Italiaanse componisten, maar bij nader toekijken houdt onze cultuurminister het meer bij Juul Kabas. Die brengt tenminste geld in ’t laadje. « ’t Zijn zotten die waarken », nietwaar ?
Wat heeft die arme Poma onze operaliefhebbers wel misdaan ? We vroegen het aan onze medewerkers Guillaume — zeg maar Willy of Farce — Maijeur en Palmyre Timmermans, beiden beter gekend als W.M. en P.T.
Lees verder “Opera: to be or not to be”

Festival van Vlaanderen 1980

Zelf ben ik als student nog naar manifestaties van het Festival van Vlaanderen in Gent geweest, vooral dan de happening in de Sint-Pietersabdij (ik herinner me nog hoe ik daar zat te headbangen aan de voeten van Rudolf Werthen en Henry Raudales bij de uitvoering van het concerto voor twee violen van Bach). Daarna heb ik de eerste popconcerten op de Koornmarkt meegemaakt en voor De Rode Vaan heb ik ook een aantal persconferenties meegemaakt in de jaren tachtig. Ik ben echter pas echt betrokken geraakt vanaf de jaren negentig. Toen Herbert von Karajan (foto) op 20 juni 1980 het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel aandeed bijvoorbeeld, was het Palmyre Timmermans die er voor De Rode Vaan op af werd gestuurd. Zij stuurde toen volgend verslagje binnen: “Het programma plande Apollon Musagète (1947) van Igor Stravinsky. De inhoud is geput uit de Griekse mythologie en een strijkorkest wordt gebruikt. Het werk is van elke actie vrij. Het is een louter spel van klankkleuren. Afwisselend solistisch en als ensemble komt het strijkorkest aan bod. Na de pauze werd de 4de symfonie van Gustav Mahler (1900) vertolkt. Edith Mathis (sopraan) was de soliste. De melodische lijn van dit werk is klassiek, doch echt Mahleriaans. De solistische passages, de onafhankelijkheid van de stemmen werd erg benadrukt. Alzo kwam de polyfone schrijfwijze goed tot zijn recht, de overgangsdynamiek, de polyritmiek was op punt, doch de totaalindruk was minder geslaagd. Het ‘wonder’ Karajan wist niet honderd procent te overtuigen. Hoe technisch de synchronisatie van orkest, dirigent en soliste ook was, expressief gezien is hij niet de ideale Mahlervertolker.”

Geen fluit waard

Op zaterdag 23 januari 1982 bracht de Opera voor Vlaanderen te Antwerpen « Die Zauberflöte » van W.A. Mozart. De regie was van Paul Celis, maar liet de gewenste symboliek niet tot uiting komen. Het orkest onder leiding van Edmond Saveniers was soms slordig, het ritme was niet steeds op punt. Het geheel bleef beneden peil.
Wat nu voor de solisten ? Zeger Vandersteene als Tamino heeft wel de Mozartiaanse stijl doch zangtechnisch voldeed hij niet steeds. Marianne Blok als Koningin van de Nacht was niet briljant in haar coloraturen. Katarina Moesen als Pamina gaf een vertolking die zangtechnisch op het randje zweefde, waardoor de expressiviteit niet aan bod kwam. Jan Joris als Papageno wist zich goed uit de slag te trekken en bracht alzo een expressieve vertolking, altijd gezien in het kader van de aanwezige normen. Nadine Bratman als Papagena was fris en Roger Heynen als Sarastro maakte deze prachtrol gedeeltelijk waar. De kleine rollen waren het vermelden niet waard.
Dit meesterwerk van zeldzame hoogte kwam bijgevolg zo ongenuanceerd over, dat van dit pareltje een baksteen werd gemaakt. Wanneer krijgen we beter van de Opera voor Vlaanderen ? Na het gevraagde jaar krediet ?

Referentie
Palmyre Timmermans, Geen fluit waard, De Rode Vaan nr.6 van 1982

Koningin Elisabethwedstrijd voor viool 1980

Gedurende zes dagen hebben we op BRT 2 geboeid het verloop van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool 1980 gevolgd. Hiermee heeft deze zender nogmaals zijn bestaansrecht bewezen. Op de slot­dag hield het scherm ons zelfs tot rond half drie in de ban. Wat we ons overigens niet hebben beklaagd omdat de “lege momenten” vak­kundig werden opgevuld met beeld­bandmontages die we anders bij het voetbal gewend zijn (deze verge­lijking is niet misplaatst: het competitie-element haalt inderdaad deze “ernstige” muziek uit haar isolement waarin ze zich anders opsluit, of men dit nu graag toe­geeft of niet) en met interessante gesprekken geleid door Fred Brou­wers, die overigens reeds een hele week blijk had gegeven van een uitzonderlijk vlot taalgebruik en im­provisatietalent. Ook de panelleden verdienen in deze lof te worden be­trokken, vooral dan Albert Spira (die samen met minister Willy Claes, aanwe­zig als toeschouwer, de enige was met een juiste “pronostiek”) en Si­giswald Kuijken.
Wat nu de wedstrijd zelf betreft: tegen de ver­wachtingen in werd de Amerikaan­se “showman” Peter Zazofsky van de zege gehouden door de Japanse Yuzuko Horigome. Hij was zelfs de enige westerling die zich binnen de eerste vier kon handhaven (2de) want ook de nummers drie en vier gingen naar Japan. Na de dubbele overwinning in de compositie­wedstrijd in 1977 is deze Japanse overheersing toch erg opvallend! Onze persoonlijke voorkeur ging echter uit naar de twee benjamins die op de vijfde en de zesde plaats eindigden: de Roemeense Michaele Martin en de Pool Piotr Milewski.
Op 24 juni werd onder auspiciën van de Philharmonische Vereniging van Antwerpen een recital gegeven door de eerste drie laureaten. Voor De Rode Vaan bracht Palmyre Timmermans hierover als volgt verslag uit:
Takashi Shimizu bracht de sonate opus 27 nr 2 voor viool solo van Eugène Ysaye en “I Palpiti”, opus 13 voor viool en piano, van Nicolo Paganini. De geëtaleerde virtuositeit werd technisch verbluffend gebracht. Dan volgde Peter Zazofsky met “Regrets” voor viool en piano van Henri Vieuxtemps en de briljante fantasie op thema’s van “Faust”, opus 20 voor viool en piano, van Henryk Wieniawsky. De geïntegreerde virtuositeit werd technisch zonder moeite vertolkt, doch het grote gevoel voor expressiviteit van deze laureaat was zonder weerga.
Na de pauze speelde Yuzuko Horigome het Adagio KV 261 en het Rondo KV 373 voor viool en piano van W.A. Mozart. Zij eindigde met de fantasie op thema’s van “Carmen”, opus 25 voor viool en piano, van Pablo de Sarasate. De techniek van de winnares was fantastisch, alhoewel de indruk van kleine schoonheidsfouten niet te negeren was. Ook gevoelsmatig wist zij niet maximaal te boeien. De begeleider was Jean-Claude Van Den Eynden.
De Koningin Elisabethzaal te Antwerpen was volledig bezet en het langdurige applaus werd steeds beloond met een bisnummer van de drie laureaten.

Willy Maijeur

Zoals Jan Melicaen de opera-correspondent was van De Rode Vaan in de Gentse opera, zo werd deze functie in Antwerpen waargenomen door Guillaume Maijeur, die zijn stukken ondertekende met W.M. (Willy Maijeur; nu heeft hij een eigen website waar hij wel ondertekent met G.M.; daar heb ik ook deze foto gevonden). Willy werkte al voor De Rode Vaan toen ik op de redactie kwam, dus ik weet niet hoe hij in contact gekomen is met het blad. Ik heb wel een vermoeden dat de band met de partij “losser” was dan in het geval van Melicaen.
Zelf heb ik altijd goed overweg gekund met Willy, maar dat was minder het geval bij mijn collega Jan Mestdagh. Naast de Antwerpse opera “deed” Willy immers ook de Brusselse Muntschouwburg en toen hier het roer werd overgenomen door Gerard Mortier, stond Jan op zijn strepen en ging hij voortaan de recensies uit de Munt verzorgen. Als hoofd van de cultuurrubriek kwam hem dit uiteraard toe (zoals een typische RV-uitdrukking luidde), maar het spreekt voor zich dat dit tot een conflict leidde met Willy. Die had op dat moment ook nog een andere opera-medewerkster aangetrokken, met name Palmyre (Pim) Timmermans, die ook nu nog altijd zijn partner is bij de Operagazet, en dat leidde af en toe tot verhitte discussies.
Hoe men ook tegen dit conflict mag aankijken, feit was dat de recensies van Willy Maijeur van een heel ander kaliber waren dan die van Jan Melicaen. Hierbij twee voorbeelden.
Lees verder “Willy Maijeur”