Dertig jaar geleden: les bij Dirk Mannekens

Dertig jaar geleden: les bij Dirk Mannekens

Enkele dagen geleden bracht ik in herinnering dat ik na mijn ontslag bij De Batselier dictie ben gaan volgen bij Griet Pauwels. Maar enkele dagen later liet ik me aan dezelfde academie van Gentbrugge (al lagen de leslokalen op de Rooigemlaan) ook inschrijven voor de cursus muziekgeschiedenis, gegeven door Dirk Mannekens. Ik deed dit voornamelijk omdat ik me wat recensies betreft vooral wilde gaan toeleggen op klassieke muziek, maar wat ik uiteindelijk het meeste heb geleerd bij Dirk – en ik ben hem daar nog altijd ontzettend dankbaar voor – dat is een kennismaking met de zogenaamde “historische uitvoeringspraktijk” (in die tijd sprak men nog eerder van de “authentieke” uitvoeringspraktijk). Daarnaast heb ik in zijn lessen ook een vriendin leren kennen met wie ik zo’n kleine tien jaar ben opgetrokken, maar dat is weer een gans ander verhaal…

Lees verder “Dertig jaar geleden: les bij Dirk Mannekens”

Andrew Lawrence-King wordt zestig…

Andrew Lawrence-King wordt zestig…

Andrew Lawrence-King is in het klassieke wereldje vooral bekend als vaste begeleider van Jordi Savall. Daarbij hanteert hij op subtiele wijze de harp. Wat echter minder geweten is, dat is dat hij ook te horen is op tal van hard-rockplaten! Niet als Harm met het Harpje uiteraard maar op een uit de kluiten gewassen keyboard. Alhoewel hij daar ondertussen mee is gestopt uit schrik dat gehoorbeschadiging zou optreden, heeft hij op die manier toch John Paul Jones, de bassist van Led Zeppelin, leren kennen, die voor hem een renaissance-ballade “So ell encina” heeft geschreven. Of beter gezegd, The Harp Consort, de groep van Andrew Lawrence-King, speelt het zo, want als je ernaar luistert herken je onmiskenbaar dezelfde soort popmelodie die ook aan de oorsprong ligt van “Stairway to heaven” b.v. We krijgen hier dus net het omgekeerde als bij Helmut Lotti: geen klassieke muziek in een moderne bewerking, maar popmuziek in een renaissancekleedje. De sympathieke Andy heeft er echter niet evenveel succes mee gehaald. De single-CD was trouwens enkel te krijgen als bonus bij de CD “Luz y Norte”, waarop The Harp Consort wel degelijk echt authentieke muziek uit de 16de eeuw brengt. In 1995 kwam hij deze CD voorstellen in een Gents restaurant in het Patershol en het is daar dat ik met hem heb gesproken.

Lees verder “Andrew Lawrence-King wordt zestig…”

Frans Brüggen (1934-2014)

Frans Brüggen (1934-2014)

Het is al vijf jaar geleden dat de Nederlandse blokfluitspeler en dirigent Frans Brüggen (foto YouTube) in Amsterdam op 79-jarige leeftijd is overleden. Hij was al geruime tijd ziek. Brüggen zal de geschiedenis ingaan als de man die de blokfluit in ere herstelde als concertinstrument, al was hij de laatste jaren (mede door zijn ziekte) nog uitsluitend als dirigent actief.

Lees verder “Frans Brüggen (1934-2014)”

Antonia Brico (1902-1989)

Antonia Brico (1902-1989)

Vandaag is het al dertig jaar geleden dat Antonia Brico (foto Brustige via Wikipedia) is overleden. Zij was de eerste vrouw die in New York het orkest van de Metropolitan Opera dirigeerde. Maar na twee voorstellingen werd ze ontslagen omdat de bariton John Charles Thomas weigerde onder haar leiding te zingen.

Brico werd geboren als kind van Agnes Margaretha Brico, een 22-jarige ongehuwde moeder. Ze groeide op bij pleegouders, het echtpaar Wolthuis, waar ze de naam Wilhelmina Wolthuis had. Ze emigreerde met hen in 1907 of 1908 naar Oakland (Californië). Ze kreeg al jong pianoles en toen ze in 1919 van de Oakland Technical High School afkwam, was ze al een ervaren pianiste en had ze ervaring in het dirigeren. Aan de Universiteit van Californië – Berkeley werkte Brico als assistente van de directeur van de San Francisco Opera. Na haar afstuderen in 1923 studeerde ze piano bij verschillende leraren, met name de Poolse musicus Zygmunt Stojowski.

In 1927 ging Brico naar de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn. Ze studeerde in 1929 af in orkestdirectie, als eerste Amerikaan. In die periode was ze ook een leerling van Karl Muck, dirigent van het Philharmonisch Orkest van Hamburg, bij wie ze na haar afstuderen nog drie jaar studeerde. Na haar debuut als professioneel dirigente bij de Berliner Philharmoniker in februari 1930, werkte Brico met de San Francisco Symphony Orchestra en de Philharmonische Gesellschaft van Hamburg. Ze kreeg lovende kritieken van critici en van het publiek. Optredens als gastdirigente bij orkesten in DetroitWashington D.C. en andere steden volgden al snel. In 1934 werd zij benoemd tot dirigente van het nieuw opgerichte Women’s Symphony Orchestra dat in januari 1939 (na de toelating van mannen) het Brico Symfonieorkest werd.

In juli 1938 was Brico de eerste vrouw die de New York Philharmonic leidde, maar na twee voorstellingen werd ze ontslagen omdat de bariton John Charles Thomas weigerde onder haar leiding te zingen. In 1939 trad ze op met het symfonieorkest van het Federal Music Project tijdens de New York World’s Fair. Tijdens een Europese tournee, waarin ze zowel als pianiste en als dirigente optrad, werd Brico door de Finse componist Jean Sibelius uitgenodigd om het Filharmonisch Orkest van Helsinki te leiden.

Brico verhuisde in 1942 naar Denver waar ze de Denver Philharmonic Orchestra oprichtte, een semi-professioneel orkest. Ze was van 1958 tot 1963 ook dirigente van het Boulder Philharmonic Orchestra. Ze gaf tevens pianoles, onder meer aan folk-zangeres Judy Collins, die haar carrière begon als klassiek pianiste. Brico bleef optreden als gastdirigente bij orkesten over de hele wereld.

Ze woonde sinds 1988 in de Bella Vita Towers, een verpleeghuis in Denver, waar ze in 1989 na een langdurige ziekte op 87-jarige leeftijd stierf. (Wikipedia)

Franz Xaver Wolfgang Mozart (1791-1844)

Franz Xaver Wolfgang Mozart (1791-1844)

Vandaag is het 175 jaar geleden dat Franz Xaver Wolfgang Mozart is overleden. Zijn zeven jaar oudere broer Carl Thomas zou hem nog veertien jaar overleven, maar die zou net als Franz Xaver kinderloos blijven, zodat met hen beiden ook de Mozart-dynastie is uitgestorven. (Franz Xaver was overigens – net als zijn broer – nooit getrouwd, maar hij had – net als Tsjaikovski, if you catch my drift – wel een “levenslange patrones”, Josephine de Baroni-Cavalcabò.)

Die naam “Franz Xaver” roept natuurlijk vragen op, zeker als men weet dat een leerling van Mozart, Franz Xaver Süssmayr, Constanze vergezelde naar het kuuroord in Baden. Volgens Francis Carr in zijn boek “Mozart & Constanze” (John Murray Publishers, London 1983) komt dan ook Süssmayr en niet Salieri in aanmerking als moordenaar van Woolfie…
Te ver gezocht? Wellicht wel, want Mozart is waarschijnlijk gewoon gestorven aan zijn eigen levensstijl, een mengeling van ongezonde voeding, hard werken en veel “Wein, Weib und Gesang”. Maar dat het tussen Mozart en zijn vrouw Constanze Weber niet meer boterde, dat staat wel vast. Woolfie’s belangstelling voor het vrouwelijk schoon zoals we die in de film “Amadeus” van Milos Forman leren kennen, is immers gebaseerd op authentieke gegevens. Hier kan men zelfs stellen dat auteur Peter Shaffer het nog “kalmpjes aan” heeft gedaan…
Anderzijds leren we ook uit de film dat “Stanzi” af en toe naar een kuuroord ging. Akkoord, ze had meer dode (vier) dan levende kinderen gebaard, maar dat was helaas meer regel dan uitzondering in die tijden. En verder moest ze misschien wel af en toe eens hoesten, maar doen we dat allemaal niet eens? En wij gaan daarvoor toch ook niet naar een kuuroord, nietwaar? Zeker niet als we daarvoor het geld eigenlijk niet hebben, zoals zou moeten blijken uit de armoedige begrafenis die Wolfgang kort nadien te beurt valt.
In realiteit was Mozart echter niet zo arm dat men hem als een hond in de grond moest stoppen. Een dergelijke begrafenis was werkelijk alleen weggelegd voor de allerarmsten. Bovendien zou Constanze Weber in noodgevallen nog altijd op de steun van de vrijmetselaarsloge hebben kunnen rekenen net zoals Mozart dat ‘bij leven en welzijn’ had gekund. Tenzij…
Tenzij de loge zelf tegen die tijd niet meer op Mozart was gesteld natuurlijk. Aangezien er ook een thesis is die verkondigt dat Mozart is gestorven van teveel aderlatingen door zijn lijfarts (een logebroeder) toegepast, gaat een zekere professor Neumayr zelfs zo ver van te beweren dat de loge hem opzettelijk uit de weg heeft geruimd.
Carr kent deze hypothese blijkbaar niet of houdt er, gezien de rest van zijn verhaal, wijselijk geen rekening mee. Maar toch vraagt ook hij zich af waarom de vrijmetselaars de weduwe van hun broeder niet ter hulp zijn gekomen, ondanks het feit dat hij wel degelijk nog als vrijmetselaar bekend stond, in die mate zelfs dat een priester weigerde hem de laatste sacramenten toe te dienen? Omdat er aan de dood van Mozart een schandaal kleeft, is zijn conclusie.
En inderdaad, nog dezelfde namiddag na de begrafenis van Mozart, probeert een paar huizen verder Franz Hofdemel, een andere vrijmetselaar, zijn vrouw Magdalena te vermoorden. Ondanks zware verwondingen (eigenlijk “verminkingen”, een typische daad van jaloezie) overleeft Magdalena de moordpoging, terwijl Hofdemel (in de overtuiging dat Magdalena dood is) de hand aan zichzelf slaat. Enkele maanden later brengt Magdalena een kind ter wereld dat zij de naam “Johann” meegeeft.
Johann was ook de eerste naam van Mozart, die eigenlijk Johann Chrysostom Wolfgang Theophilus heette (Amadeus is het Latijn voor het Griekse “Theophilus”, Wolfgang gebruikte trouwens zelf altijd de Franse vorm “Amadé”)…
Merkwaardig zeker, maar de sprong naar de thesis dat Constanze of Süssmayr of beiden Mozart zouden hebben vermoord (met een traagwerkend en niet te achterhalen gif) is toch een beetje te groot, vooral omdat een echt motief ontbreekt.
Akkoord dat Stanzi na Mozarts dood veel meer munt heeft geslagen uit zijn composities dan hij dat zelf ooit heeft gekund, maar als hij bleef leven had hij natuurlijk nog veel meer kunnen componeren. En jaloezie als motief lijkt ook weinig waarschijnlijk, aangezien ze zelf ook een minnaar zou hebben gehad…
Uit vroegere brieven leren we ook dat Mozart geen hoge pet op had van Süssmayr, maar brieven uit de periode waarin zowel Hofdemel jr. als Mozart jr. werden verwekt zijn door Constanze vernietigd.
Volgens Carr is alleen op deze manier de roemloze begrafenis van het grootste muzikale genie aller tijden te verklaren. Door een uiterst snelle begrafenis (Mozart stierf om 0.55u op 5 december en werd in de namiddag van 6 december begraven) en dan nog in een anoniem graf, werden alle pogingen om vooralsnog een autopsie te verrichten meteen de kop ingedrukt.
Tussen Constanze en Süssmayr kwam het kort nadien reeds tot een breuk. Zoals te zien in de film dicteerde Mozart een gedeelte van zijn “Requiem” aan iemand anders op een moment dat hij zelf niet meer in staat was om de pen te hanteren. In de film is dat dan om dramatische redenen Antonio Salieri, maar in werkelijkheid was dat dus Franz Xaver Süssmayr.
Zoals in de film wordt gesuggereerd is dit “Requiem” inderdààd op aanvraag van een ‘onbekende’ gecomponeerd, maar die ‘onbekende’ is later geïdentificeerd als een zekere graaf Walsegg die de compositie graag op zijn eigen naam wou schrijven. Het betrof dus zeker niet Salieri, zoals Shaffer – weliswaar op een meesterlijke wijze – heeft bedacht.
Aangezien dit “Requiem” door de dood van Mozart onafgewerkt bleef, lag het eigenlijk voor de hand dat Süssmayr het verder zou afwerken. Toch heeft Constanze nog twee andere componisten aangesproken en slechts wanneer de tijd begon te dringen en niemand zich geroepen voelde de taak te volbrengen, heeft ze het karwei uiteindelijk toch nog aan Süssmayr opgedragen.
Het is dan ook niet te verwonderen dat in zijn tweede levensjaar Constanze de naam van Franz Xaver Mozart veranderde in Wolfgang Amadé II. Wolfgang junior kreeg overigens muzieklessen van onder anderen Antonio Salieri en Johann Nepomuk Hummel. Net als zijn vader begon ook hij reeds op jeugdige leeftijd muziekwerken te componeren. Zijn opus 1 werd gepubliceerd in Wenen in 1802, een pianokwartet in g-klein. Franz Xaver was toen elf jaar oud. Hij verwierf vrij snel enige bekendheid als pianist, maar bleef zijn hele leven in de schaduw van zijn vader, een situatie waarvan hij zich pijnlijk bewust was. Zijn voornaamste verdienste zou er dan uiteindelijk ook in bestaan dat hij Ludwig von Köchel ertoe aanzette een catalogus samen te stellen van het oeuvre van Wolfgang Amadeus Mozart (de fameuze KV-nummering)…

Lees verder “Franz Xaver Wolfgang Mozart (1791-1844)”