Sergei Diaghilev (1872-1929)

Sergei Diaghilev (1872-1929)

Het is vandaag negentig jaar geleden dat de Russische ballet-impressario Sergei Diaghilev is gestorven.

Sergei Diaghilev was een beroerd pianist (aldus Rimsky-Korsakov), maar een briljant artistiek productieleider, die weliswaar – precies omdat hij kunst liet primeren op geldgewin – voortdurend aan de rand van het bankroet stond. Zijn eerste choreograaf was Michel Fokine, maar omdat die onvoldoende brak met de Russische traditie die een bloedloos technisch spektakel was geworden, moedigde Diaghilev Nijinksy aan het roer over te nemen en vérder te gaan. Nu kwam het er vooral op aan te interpretéren.
Bij “L’après-midi d’un faune” leidde dit reeds tot enig schandaal (omdat op het einde “faun” Nijinsky lijkt te masturberen op een sluier van een nimf), maar het ergste moest nog komen, namelijk op 29 mei 1913 t.g.v. de première bij de Ballets Russes van Sergei Diaghilevs “Le sacre du printemps” (uiteraard op muziek van Igor Stravinsky) in het Théâtre des Champs Elysées in Parijs. Wat voor een schandaal zorgde, omdat het publiek (o.a. een verbijsterde Saint-Saëns) niet vertrouwd was met de belangstelling voor de jazz die bij Stravinsky goed te horen is, net als bij de andere expressionisten.
Voor zijn choreografie had Diaghelev de Poolse Marie Rambert (1888-1982) aangetrokken als muziekadviseur voor sterdanser Vaslav Nijinsky. Zij had in Genève gestudeerd bij Jacques Dalcroze en nadien vertrok zij naar Engeland, waar ze in 1920 een school opende, waardoor ze de moeder van het Engelse ballet zal worden genoemd. Uit die school kwamen immers Frederick Ashton, Antony Tudor, Andrée Harvard, Frank Staff, Walter Gore, Harold Turner, Lucette Aldous, Sally Gilmour en vele anderen voort. In 1926 ontstond uit de school de dansgroep The Rambert Dancers, in 1930 omgevormd tot The Ballet Club en in 1935 The Ballet Rambert. Vanaf 1966 werd dit een avantgarde groep.
Ook Anna Pavlova stichtte een groep in Londen, omdat ze in Parijs arriveerde op een moment dat ze de populariteit van Nijinsky niet meer kon evenaren, laat staan overtreffen. Bovendien vertegenwoordigde Pavlova de klassieke school, waarin de ster centraal stond en niet de choreograaf.
Het ontstaan van het surrealisme wordt teruggevoerd op 1917 toen het ballet “Parade” van Erik Satie in première ging. Satie noemde het een “ballet réaliste”, waarop Guillaume Apollinaire volgens Ornella Volta zou hebben geantwoord: “Non, c’est sur-réaliste!” Nochtans had ook Debussy reeds een ballet gecomponeerd (“Jeux”) dat een tennisspel tot thema heeft.
In 1922 wordt Isadora Duncan weggehoond van de scène in Boston en mag ze “wegens losbandig gedrag” niet meer optreden.
In 1923 werd aan de KVO te Antwerpen een balletgroep opgericht, geleid door Sonia Korty.
In 1928 krijgt Herman Teirlinck de toneelafdeling van Ter Kameren in handen, het Hoger Instituut dat door bouwmeester en designer Henry van de Velde was opgericht parallel met het Bauhaus. Voor de dans, “de oervorm van theater” (Craig), trekt hij als lesgeefster de Gentse Elsa Darciel aan.
In 1931 sterft Anna Pavlova op 50-jarige leeftijd tijdens een bezoek aan Den Haag.
In de jaren dertig ontstonden in België allerlei privé-dansgroepen zoals die van Lea Daan, die van Elsa Darciel en het Dansensemble van de gezusters Brabants (Jeanne, Jos en Annie), allen leerlingen van Sigurd Leeder (1902-1981), want het is natuurlijk de periode van het Duitse expressionisme, dat in het ballet teruggaat op Rudolf von Laban (1879-1958). Hij is de grondlegger van een bewegingstheorie, die hij illustreerde met een heus toestel, de icosaëder of kortweg ico, waarop de twaalf punten zogezegd zichtbaar zijn (want ze liggen in het oneindige) in welke richting de danser zich kan bewegen. De danser staat immers op het kruispunt van drie vlakken en elk vlak heeft vier punten. Aan elk punt is een gevoelen verbonden en de danser moet die gevoelens tot expressie brengen. Daardoor houdt het expressionistische ballet zich niet aan de klassieke regels en wordt het ook wel eens “vrij ballet” genoemd. Volgelingen van von Laban zijn o.m. Mary Wigman, Kurt Jooss en dienst naaste medewerker Sigurd Leeder, Yvonne Georgi, Harald Kreutzberg en Albrecht Knust.

Lees verder “Sergei Diaghilev (1872-1929)”

105 jaar geleden: Harry Fox danst de foxtrot

105 jaar geleden: Harry Fox danst de foxtrot

Vandaag is het 105 jaar geleden dat Harry Fox  (born Arthur Carringford, 1882-1959) op de New Amsterdam Roof Garden in New York voor het eerst de dans presenteerde, die later naar hem de foxtrot zou worden genoemd (op bovenstaande foto van YouTube is uiteraard Fox niet te zien).

Het is niet helemaal duidelijk waar de naam foxtrot vandaan komt, omdat verschillende bronnen elkaar tegenspreken. De populairste verklaring dat de dans vernoemd is naar de passen (Engelstrot) van een vos (fox) is naar alle waarschijnlijkheid onjuist.

Een betere verklaring is dat de naam foxtrot is vernoemd van de toneelspeler Harry Fox, die voor zijn toentertijd populaire variété “Harry Fox & the Ziegfeld Follies” passen uit de Onestep en de Castle Walk combineerde. In “Dance Mad” by F.Leslie Clendenen (August 15, 1914) the following appears on page 163: “FOX TROT No.2 (as danced by Mr Fox)”. Maar dat was dus “foxtrot no.2”, de eerste was op 28 juli.

De benaming Foxtrot werd een synoniem voor een scala aan zogenaamde “rijs- en daal-” dansen, waarvan de meeste vandaag de dag niet meer bestaan. In ieder geval is vast te stellen dat de Foxtrot elementen uit de ragtimeonesteptwostep en castle walk in zich heeft.

Europa maakte voor het eerst kennis met de foxtrot na de Eerste Wereldoorlog. Op een conferentie in Londen werd in 1920 voor de eerste keer orde geschapen in het woud van verschillende passen en draaien. Vanaf 1924 kan men naast de gewone variant, de foxtrot, een langzame variant, de slowfox, en een snellere variant, de quickstep onderscheiden.

In tegenstelling tot de slowfox en de quickstep, die technisch nogal complex zijn, is de foxtrot vrij simpel en makkelijk te leren. De passen zijn simpel, en bijzondere danshoudingen, poses of moeilijke figuren bestaan er niet voor. Waar vooral op gelet moet worden is het “huppelen” op de snellere zij-sluit passen. Hoewel het verleidelijk is om te doen, hoort het niet bij de dans en ziet het er vreemd uit. Vanwege zijn eenvoud wordt de foxtrot door dansscholen graag gebruikt als instapdans, waarbij er niet veel naar techniek gekeken wordt.

Traditioneel wordt de foxtrot op popmuziek gedanst, want de foxtrot heeft een vierkwart en de dansrichting is net als bij ballroomdansen tegen de klok in. (Wikipedia)

Les Ballets Russes

Les Ballets Russes

Vandaag is het 110 jaar geleden dat het eerste programma van de “Ballets Russes” van impressario Sergei Diaghilev in het Théâtre du Châtelet in Parijs te zien was met “Le Pavillon d’Armide”. Voor de hoofdrol had Diaghilev zijn minnaar Vaslav Nijinsky gecast. Al vanaf de eerste avond diende de voorstelling te worden onderbroken omdat fans van deze danser door het dolle heen waren. Dit ballet zorgde dan ook voor een heropleving o.a. met “Parade”, “Le spectre de la rose” en “Noces”, omdat in het westen dansen bijna uitsluitend een vrouwenzaak was geworden.

35 jaar geleden: “Coppélia” door het Ballet van Vlaanderen

35 jaar geleden: “Coppélia” door het Ballet van Vlaanderen

Op 24 maart 1984 had dan de première plaats van « Coppélia », een ballet in twee bedrijven op muziek van Léo Delibes, door het Ballet van Vlaanderen. Aangezien ik echter geen foto meer heb gevonden van die voorstelling, is bovenstaande foto afkomstig van de versie door het English National Ballet op YouTube.
Lees verder “35 jaar geleden: “Coppélia” door het Ballet van Vlaanderen”