Simon Rattle wordt 65…

Simon Rattle wordt 65…

De Britse dirigent Simon Rattle (foto YouTube) werd geboren in Liverpool op 19 januari 1955. Hij leerde de piano en de viool te bespelen, maar zijn eerste werk met orkesten was als slagwerker. In 1971 begon hij een studie aan de Royal Academy of Music in Londen, waar hij geregeld als dirigent kon optreden. Nog tijdens zijn studie dirigeerde hij een indrukwekkende uitvoering van Mahlers Tweede Symfonie. In 1974, het jaar waarin hij afstudeerde, won hij ook de John Player Conductor Competition.

Lees verder “Simon Rattle wordt 65…”

Jeanne Brabants (1920-2014)

Jeanne Brabants (1920-2014)

Het is vandaag vijftig jaar geleden dat de choreografe en danspedagoge Jeanne Brabants het Ballet van Vlaanderen heeft opgericht. Ook hier zou ik kunnen zeggen dat ik mijn geschiedenis van het BVV kwijt ben, maar dat is niet helemaal waar, ze zit gewoon verspreid over een aantal bijdragen, vooral dan die over Valery Panov en Robert Denvers. Ook over de jongste directeurs of directrices heb ik iets geschreven, maar dat zou ik beter niet gedaan hebben, want ik kan niet eens hun namen onthouden. Tenzij dan natuurlijk die van Bleke Lena!

Jeanne Brabants heeft in 1951 de Antwerpse balletschool en in 1969 het Ballet van Vlaanderen opgericht. Ook een groot aantal choreografieën staan op haar naam. Brabants heeft op die manier haar stempel gedrukt op verschillende generaties dansers in Vlaanderen. Jeanne Brabants was al geruime tijd zwaar ziek en kreeg in september 2013 bovendien ook nog de dood van haar dochter Marianne Van Kerkhoven te verwerken. Haar man was immers Bert Van Kerkhoven (1906–1984), directeur van de toenmalige BRT en vervolgens directeur van de toenmalige KNS. Als ik me niet vergis had ze ook nog een zoon genaamd Jan. In 1983 had ik een telefonisch vraaggesprek met Jeanne Brabants, die toen aan haar laatste seizoen als directeur van het Ballet van Vlaanderen bezig was.
Lees verder “Jeanne Brabants (1920-2014)”

Dertig jaar geleden: “Athalia” door het Collegium Instrumentale Brugense

Dertig jaar geleden: “Athalia” door het Collegium Instrumentale Brugense

Dertig jaar geleden ging in Brugge in het kader van het Festival van de Oude Muziek het oratorium “Athalia” van Georg Friedrich Haendel in première door het Collegium Instrumentale Brugense. Ik kan me niet herinneren dat ik daar naartoe ben geweest, maar ik heb wel een aantal nota’s genomen. Vreemd.
Lees verder “Dertig jaar geleden: “Athalia” door het Collegium Instrumentale Brugense”

Dertig jaar geleden: “Festival Van Vlaanderen, een voortdurend gevecht om te vernieuwen”

Dertig jaar geleden: “Festival Van Vlaanderen, een voortdurend gevecht om te vernieuwen”

De maand september vormt zoals gewoonlijk het hoogtepunt van het Festival van Vlaanderen. Het lijkt zelfs alsof hiermee het nieuwe culturele seizoen feestelijk voor geopend wordt verklaard. Voor de organisatoren zelf ligt het zwaarste werk dan echter uiteraard reeds achter de rug. Het verwondert mij dan ook niet in het minst dat, wanneer ik met Jan Briers jr. over het Festival van Vlaanderen 1989 ging praten, hij eigenlijk reeds meer begaan was met dat van 1990. Voor mij geen bezwaar natuurlijk, vooral omdat er hier en daar een primeurtje te rapen viel…
Lees verder “Dertig jaar geleden: “Festival Van Vlaanderen, een voortdurend gevecht om te vernieuwen””

Twintig jaar geleden: eindbalans Festival van Vlaanderen 1999

Twintig jaar geleden: eindbalans Festival van Vlaanderen 1999

In 1999 stond het Festival van Vlaanderen uiteraard in het teken van het Keizer Kareljaar. Met een knipoog naar het sprookje “De kleren van de keizer” wilde de cyclus “De klanken van de keizer” een overzicht brengen van de muziek uit de eerste helft van de zestiende eeuw. Vlak voor het slotconcert op 23 september gingen we aan tafel zitten met programmator Francis Maes, directeur Jan Briers jr. en festivalster Erik Van Nevel (foto website Currende) om een round-up te maken van dit project.

Volgens Francis Maes werden zijn verwachtingen zelfs overtroffen. Voor het publiek werd het een verrijkte kennismaking met een niet courant repertoire. Niet enkel de “fans” bleken immers op het genre af te komen, maar ook het bredere festivalpubliek wenste er eens kennis mee te maken, volgens persverantwoordelijke Sophie Cocquyt vooral dankzij het feit dat een CD van het Currende Ensemble van Erik Van Nevel gratis bij het programmaboek was gevoegd.
Ondanks het feit dat deze muziek ongetwijfeld een inspanning vraagt van de toeschouwer, waren de reacties bemoedigend. Vooral La Colombina haalde de meesten over de streep. De Weser-Renaissance was anderzijds de grootste tegenvaller, ook wat de publieke opkomst betreft. Misschien omdat de organisatoren hier tegen hun eigen regel hadden gezondigd. Francis Maes wees er immers op dat het Festival het de neofieten zo comfortabel mogelijk wou maken, b.v. door de concerten niet te lang te laten duren of door ook andere animatie te voorzien (de dia’s bij Les Haulx et les Bas). Nu, over comfort gesproken, de kerkstoelen in de Sint-Barbarakerk, waar het concert van de Weser-Renaissance plaats had, waren letterlijk niet te harden. Anderzijds konden we op die manier dus nota bene in een kerk liederen horen met teksten als “Nun treiben wir den Papst heraus, aus Christus Kirch und Gottes Haus”, “Täglich, Papst-Esel, wir fluch’n dir” en zelfs “Der Papst ist nun zur Huren worden”. Toegegeven, in hetzelfde programma zaten ook liederen tégen Luther.
Zelf vonden we ook de concentratie op één week één van de minder geslaagde aspecten van dit project. Jan Briers jr. spreekt dit echter tegen: “Een Festival hóórt zich juist te concentreren. Dat aspect, samen met het opzetten van eigen producties en het inspelen op belangstelling vanuit het buitenland, maakt juist de bestaansreden uit van een Festival. Anders kan men het organiseren van concerten gerust overlaten aan de muziekverenigingen. Vandaar ook dat wij een structurele subsidie hebben aangevraagd om dergelijke initiatieven te kunnen nemen, naast het opzetten van een Europees netwerk, een taak die trouwens ook door het Gentse Muziekcentrum op zich kan worden genomen.”
De belangstelling uit het buitenland zou zich ook moeten uitdrukken in het feit dat de projecten nu ook zouden moeten kunnen worden geëxporteerd, maar buiten het programma van Erik Van Nevel dat in Spanje zal worden uitgevoerd, is daar voorlopig nog niet veel van te merken. De organisatoren verwachten echter wel dat deze beweging nog op gang zal komen, te meer omdat zij ook met buitenlandse groepen hebben gewerkt, zodat men mag aannemen dat in het thuisland van deze ensembles er ook interesse kan groeien voor het gebodene.
Opvallend is dat het programma van Erik Van Nevel enkel lofzangen op Keizer Karel bevat. Want in Spanje is niet alleen Karel, maar ook Philips en zelfs Alva een held. Uit het buitenland reageert enkel Nederland (ook weer typisch) positief op de kritische aanpak van Keizer Karel.
Erik Van Nevel wil zich niet moeien in de problematiek voor of tegen Keizer Karel, hij was enkel geboeid door het feit dat hij op deze manier heeft kennis gemaakt met een grote schat aan nieuw repertoire van hoge kwaliteit.
Men kan zich natuurlijk ook afvragen waarom deze muziek dan al die eeuwen onuitgevoerd is gebleven.
Volgens Francis Maes heeft dit te maken met de ontstaansgeschiedenis van de herontdekking van de oude muziek. Dat is namelijk een romantische beweging die zich dan ook tegen dergelijke “gelegenheidsmuziek” keert. Er is nochtans geen enkele reden om te veronderstellen dat muziek die voor een bepaalde gelegenheid werd gecreëerd minder waardevol zou zijn dan andere. Zelf vind ik inderdaad “MGV” (Musique à Grande Vitesse) één van de beste composities van Michael Nyman en toch is dit ook geschreven bij het in gebruik nemen van de TGV in Rijsel.
Dat Van Nevel daarnaast gebruik maakt van een “nieuwslezer” om de liederen in een historisch kader te plaatsen, kan men moeilijk als wereldschokkend beschouwen. In dezelfde week van “De klanken van de keizer” brachten ook de Bijlokeconcerten nog een Keizer Karel-programma (“Van Madrid tot de strop”) dat eveneens van dit procédé gebruik maakte.
En de “grap” van luitspeler Philippe Malfeyt die tussen elk nummer door “Mille Regretz” (het lievelingslied van Keizer Karel) probeert te spelen, maar dit steeds wordt verhinderd, tot hij woedend het podium verlaat, werd door het publiek ook totaal niet gesnapt.
Toch was Erik Van Nevel meer dan tevreden over de uitwerking van dit project, aangezien hij doorgaans tot vijftien projecten per jaar uitwerkt, waarvan de uitvoering vaak beperkt blijft tot één of twee keer!
Maar vindt hij het niet spijtig dat hij als Festivalster minder tot zijn recht komt? Tenslotte kadert hij “slechts” binnen dat project…
Erik Van Nevel: “Ik beschik over voldoende nederigheid om mij binnen dit project te schikken. Bovendien mocht ik toch het slotconcert verzorgen en ben ik door alle afdelingen van het Festival gevraagd, behalve dan paradoxaal genoeg het Oude Muziek-festival van Brugge, maar daar ben ik de andere jaren reeds vaker aan bod gekomen.”
Bovendien is de oude muziek niet hetzelfde als het romantische repertoire en is er geen sprake van echte “sterren” in de zin van virtuoze solisten. Meer dan ooit geldt hier het adagium van Wannes van de Velde: “Ne zanger is ne groep”.
Van Nevel: “Men kàn gewoonweg geen vedette worden als men oude muziek brengt, maar ik wil wel wijzen op de schromelijke benadeling van ons genre ten overstaan van de subsidiëring van de barokensembles door de Vlaamse overheid b.v. En het is nota bene in de polyfonie dat Vlaanderen hoge toppen scheert!”

Lees verder “Twintig jaar geleden: eindbalans Festival van Vlaanderen 1999”