Dertig jaar geleden: “Athalia” door het Collegium Instrumentale Brugense

Dertig jaar geleden: “Athalia” door het Collegium Instrumentale Brugense

Dertig jaar geleden ging in Brugge in het kader van het Festival van de Oude Muziek het oratorium “Athalia” van Georg Friedrich Haendel in première door het Collegium Instrumentale Brugense. Ik kan me niet herinneren dat ik daar naartoe ben geweest, maar ik heb wel een aantal nota’s genomen. Vreemd.
Lees verder “Dertig jaar geleden: “Athalia” door het Collegium Instrumentale Brugense”

Dertig jaar geleden: “Festival Van Vlaanderen, een voortdurend gevecht om te vernieuwen”

Dertig jaar geleden: “Festival Van Vlaanderen, een voortdurend gevecht om te vernieuwen”

De maand september vormt zoals gewoonlijk het hoogtepunt van het Festival van Vlaanderen. Het lijkt zelfs alsof hiermee het nieuwe culturele seizoen feestelijk voor geopend wordt verklaard. Voor de organisatoren zelf ligt het zwaarste werk dan echter uiteraard reeds achter de rug. Het verwondert mij dan ook niet in het minst dat, wanneer ik met Jan Briers jr. over het Festival van Vlaanderen 1989 ging praten, hij eigenlijk reeds meer begaan was met dat van 1990. Voor mij geen bezwaar natuurlijk, vooral omdat er hier en daar een primeurtje te rapen viel…
Lees verder “Dertig jaar geleden: “Festival Van Vlaanderen, een voortdurend gevecht om te vernieuwen””

Twintig jaar geleden: eindbalans Festival van Vlaanderen 1999

Twintig jaar geleden: eindbalans Festival van Vlaanderen 1999

In 1999 stond het Festival van Vlaanderen uiteraard in het teken van het Keizer Kareljaar. Met een knipoog naar het sprookje “De kleren van de keizer” wilde de cyclus “De klanken van de keizer” een overzicht brengen van de muziek uit de eerste helft van de zestiende eeuw. Vlak voor het slotconcert op 23 september gingen we aan tafel zitten met programmator Francis Maes, directeur Jan Briers jr. en festivalster Erik Van Nevel (foto website Currende) om een round-up te maken van dit project.

Volgens Francis Maes werden zijn verwachtingen zelfs overtroffen. Voor het publiek werd het een verrijkte kennismaking met een niet courant repertoire. Niet enkel de “fans” bleken immers op het genre af te komen, maar ook het bredere festivalpubliek wenste er eens kennis mee te maken, volgens persverantwoordelijke Sophie Cocquyt vooral dankzij het feit dat een CD van het Currende Ensemble van Erik Van Nevel gratis bij het programmaboek was gevoegd.
Ondanks het feit dat deze muziek ongetwijfeld een inspanning vraagt van de toeschouwer, waren de reacties bemoedigend. Vooral La Colombina haalde de meesten over de streep. De Weser-Renaissance was anderzijds de grootste tegenvaller, ook wat de publieke opkomst betreft. Misschien omdat de organisatoren hier tegen hun eigen regel hadden gezondigd. Francis Maes wees er immers op dat het Festival het de neofieten zo comfortabel mogelijk wou maken, b.v. door de concerten niet te lang te laten duren of door ook andere animatie te voorzien (de dia’s bij Les Haulx et les Bas). Nu, over comfort gesproken, de kerkstoelen in de Sint-Barbarakerk, waar het concert van de Weser-Renaissance plaats had, waren letterlijk niet te harden. Anderzijds konden we op die manier dus nota bene in een kerk liederen horen met teksten als “Nun treiben wir den Papst heraus, aus Christus Kirch und Gottes Haus”, “Täglich, Papst-Esel, wir fluch’n dir” en zelfs “Der Papst ist nun zur Huren worden”. Toegegeven, in hetzelfde programma zaten ook liederen tégen Luther.
Zelf vonden we ook de concentratie op één week één van de minder geslaagde aspecten van dit project. Jan Briers jr. spreekt dit echter tegen: “Een Festival hóórt zich juist te concentreren. Dat aspect, samen met het opzetten van eigen producties en het inspelen op belangstelling vanuit het buitenland, maakt juist de bestaansreden uit van een Festival. Anders kan men het organiseren van concerten gerust overlaten aan de muziekverenigingen. Vandaar ook dat wij een structurele subsidie hebben aangevraagd om dergelijke initiatieven te kunnen nemen, naast het opzetten van een Europees netwerk, een taak die trouwens ook door het Gentse Muziekcentrum op zich kan worden genomen.”
De belangstelling uit het buitenland zou zich ook moeten uitdrukken in het feit dat de projecten nu ook zouden moeten kunnen worden geëxporteerd, maar buiten het programma van Erik Van Nevel dat in Spanje zal worden uitgevoerd, is daar voorlopig nog niet veel van te merken. De organisatoren verwachten echter wel dat deze beweging nog op gang zal komen, te meer omdat zij ook met buitenlandse groepen hebben gewerkt, zodat men mag aannemen dat in het thuisland van deze ensembles er ook interesse kan groeien voor het gebodene.
Opvallend is dat het programma van Erik Van Nevel enkel lofzangen op Keizer Karel bevat. Want in Spanje is niet alleen Karel, maar ook Philips en zelfs Alva een held. Uit het buitenland reageert enkel Nederland (ook weer typisch) positief op de kritische aanpak van Keizer Karel.
Erik Van Nevel wil zich niet moeien in de problematiek voor of tegen Keizer Karel, hij was enkel geboeid door het feit dat hij op deze manier heeft kennis gemaakt met een grote schat aan nieuw repertoire van hoge kwaliteit.
Men kan zich natuurlijk ook afvragen waarom deze muziek dan al die eeuwen onuitgevoerd is gebleven.
Volgens Francis Maes heeft dit te maken met de ontstaansgeschiedenis van de herontdekking van de oude muziek. Dat is namelijk een romantische beweging die zich dan ook tegen dergelijke “gelegenheidsmuziek” keert. Er is nochtans geen enkele reden om te veronderstellen dat muziek die voor een bepaalde gelegenheid werd gecreëerd minder waardevol zou zijn dan andere. Zelf vind ik inderdaad “MGV” (Musique à Grande Vitesse) één van de beste composities van Michael Nyman en toch is dit ook geschreven bij het in gebruik nemen van de TGV in Rijsel.
Dat Van Nevel daarnaast gebruik maakt van een “nieuwslezer” om de liederen in een historisch kader te plaatsen, kan men moeilijk als wereldschokkend beschouwen. In dezelfde week van “De klanken van de keizer” brachten ook de Bijlokeconcerten nog een Keizer Karel-programma (“Van Madrid tot de strop”) dat eveneens van dit procédé gebruik maakte.
En de “grap” van luitspeler Philippe Malfeyt die tussen elk nummer door “Mille Regretz” (het lievelingslied van Keizer Karel) probeert te spelen, maar dit steeds wordt verhinderd, tot hij woedend het podium verlaat, werd door het publiek ook totaal niet gesnapt.
Toch was Erik Van Nevel meer dan tevreden over de uitwerking van dit project, aangezien hij doorgaans tot vijftien projecten per jaar uitwerkt, waarvan de uitvoering vaak beperkt blijft tot één of twee keer!
Maar vindt hij het niet spijtig dat hij als Festivalster minder tot zijn recht komt? Tenslotte kadert hij “slechts” binnen dat project…
Erik Van Nevel: “Ik beschik over voldoende nederigheid om mij binnen dit project te schikken. Bovendien mocht ik toch het slotconcert verzorgen en ben ik door alle afdelingen van het Festival gevraagd, behalve dan paradoxaal genoeg het Oude Muziek-festival van Brugge, maar daar ben ik de andere jaren reeds vaker aan bod gekomen.”
Bovendien is de oude muziek niet hetzelfde als het romantische repertoire en is er geen sprake van echte “sterren” in de zin van virtuoze solisten. Meer dan ooit geldt hier het adagium van Wannes van de Velde: “Ne zanger is ne groep”.
Van Nevel: “Men kàn gewoonweg geen vedette worden als men oude muziek brengt, maar ik wil wel wijzen op de schromelijke benadeling van ons genre ten overstaan van de subsidiëring van de barokensembles door de Vlaamse overheid b.v. En het is nota bene in de polyfonie dat Vlaanderen hoge toppen scheert!”

Lees verder “Twintig jaar geleden: eindbalans Festival van Vlaanderen 1999”

Twintig jaar geleden: Philip Glass op het Sint-Pietersplein

Twintig jaar geleden: Philip Glass op het Sint-Pietersplein

Twintig jaar geleden gaf Philip Glass in het kader van het Festival van Vlaanderen een groot concert op het Gentse Sint-Pietersplein. Ik meen me te herinneren dat het een werk was met koor en orkest, maar wat Glass zelf deed – dirigeren? – dat herinner ik me niet meer. Het sprak in die tijd vanzelf dat ik daarbij was, want sinds het begin van de jaren negentig was ik een grote fan van het minimalisme. Ondertussen moet ik toegeven dat ik er een beetje op uitgekeken ben, maar sommige stukken (zijn vioolconcerto b.v.) kan ik toch nog altijd appreciëren.

Lees verder “Twintig jaar geleden: Philip Glass op het Sint-Pietersplein”

Jan Briers (1919-2007)

Jan Briers (1919-2007)

Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat Jan Briers sr. werd geboren.

Het is reeds twaalf jaar geleden dat Jan Briers, de vader van het Festival van Vlaanderen, is overleden. De manier waarop ik dit vernam was nogal vreemd. Op maandagochtend werd ik gewekt door het bericht op Radio 2. Akkoord, ik had nog een slaperige kop, maar ik kan me onmogelijk vergist hebben: het was een uitgebreid in memoriam, o.a. met een feit dat ik nog niet wist, namelijk dat Jan Briers de “uitvinder” is van het gewestelijk nieuws. Maar eigenaardig genoeg werd daar nadien op Klara met geen woord over gerept. En om tien uur heb ik nog eens naar dat gewestelijk nieuws geluisterd (ik volgde toen namelijk net als nu de “1000 klassiekers”) en nu werd er ook op Radio 2 niet meer gesproken over Jan Briers. Ik heb er sedertdien ook niets meer over gehoord. Tot ik bijna een week later in de krant dan een officieel doodsbericht van de familie las (echter alweer zonder journalistieke bijdrage). Toch merkwaardig, nietwaar?
Nochtans was het toch wel een aanleiding om even terug te blikken op Briers’ zijn grootste verwezenlijking, namelijk het Festival van Vlaanderen. Alhoewel, tegenwoordig hoor je de omschrijving “het Festival van Vlaanderen” niet vaak meer. In Brussel spreekt men b.v. van het Klarafestival en in Brugge van het Festival van de Oude Muziek. Al moet ik toegeven dat men deze benaming in Brugge ook al gebruikte vooraleer er blijkbaar een odium begon te rusten op het begrip “Festival van Vlaanderen”.
Hoe zou dat eigenlijk komen? Zeker in een periode dat Vlaanderen dichter dan ooit bij meer zelfstandigheid heeft gestaan? Zou het dan toch te maken hebben met de programmatie, die vereenzelvigd wordt met grote prestigeprojecten rond oerdegelijke klassieke namen?
Eigenlijk zou ik het niet weten, want ik volg het reeds enkele jaren niet meer, maar ik heb wel de ommekeer nog meegemaakt, denk ik. De periode dat het “klassieke” meer en meer werd verlaten ten voordele van “wereldmuziek”, ook al ben ik ervan overtuigd dat het hier meer een politieke dan een artistieke beslissing betreft (zie mijn artikel over het postmodernisme).
Daarom is het misschien niet nutteloos om even terug in het verleden te duiken en te zien hoe het allemaal begon…
Twee jaar nadat hij begonnen was met de Gentse stadsconcerten, in 1958 dus, start Jan Briers (toen nog het hoofd van Radio 2 – Oost-Vlaanderen) ook met het Gents Muziekfestival, dat hij een jaar later herdoopt tot Festival van Vlaanderen. Nog een jaar later overhaalde hij de bestaande festivals van Brugge, Antwerpen en Tongeren om zich ook onder deze noemer te scharen.
Geboren op 4 augustus 1919 in Gent, studeerde Briers er Klassieke Filologie en Geschiedenis, maar toen hij in 1944 afstudeerde, ging hij meteen aan de slag bij de radio. Eerst als “commentator” bij verjaardagen van belangrijke kunstenaars, nadien (sinds 1953) als productieleider van omroep Oost-Vlaanderen. In 1963 werd hij directeur van alle gewestelijke omroepen. Ondertussen was hij, die meent de journalisten altijd de les te moeten spellen, ook professor geworden in de communicatiewetenschappen (RUG en VUB).
Ondertussen heeft “Der Alte” de scepter overgedragen aan Junior, die tevens tot voorzitter werd verkozen van de Raad van Beheer van de Belgische Schouwspel Vereniging. Deze vereniging heeft vooral tot doel de wetgeving op de BTW te bestrijden, voor zover het engageren van artiesten betreft. In de RVB herkennen we verder nog Jari Demeulemeester, Bernard Foccroulle en Herman Schueremans.
Sinds 2013 berust de artistieke leiding bij Serge Platel, nu “de jonge Briers” provinciegouverneur van Oost-Vlaanderen is geworden op voordracht van de N-VA. Ik ga ondertussen al lang niet meer naar het Festival (maar ook niet naar andere concerten of manifestaties, dus neem het asjeblief niet persoonlijk!), maar in de jaren tachtig en negentig was ik een trouw bezoeker en bracht er dan ook navenant verslag over uit…
Festival van Vlaanderen
1980

1982
1985
1988
1989
1990
Ronny De Schepper, BRTN-orkest sluit Festival af, Het Laatste Nieuws, 21 oktober 1994
1995
1996
1997
1999
2000

Lees verder “Jan Briers (1919-2007)”