Fred Bekky wordt 75…

Fred Bekky wordt 75…

Vandaag wordt Antwerpenaar Fred Bekky (eigenlijk gewoon Fred Beekman) 75 jaar. Hij was de leidende figuur van de beste rock- en popgroep die Vlaanderen ooit heeft gekend: The Pebbles. Ik heb hem eens geïnterviewd in 1979, toen hij deel uitmaakte van de begeleidingsgroep van Boudewijn De Groot (foto), maar meer nog: een jaar later kwamen The Pebbles opnieuw samen en ik moest en zou ze op het Feest van De Rode Vaan vragen. Dat is ook gelukt, maar de belangstelling was helaas ondermaats. Niet omdat zo’n Feest geen volk zou trekken, integendeel eigenlijk: The Pebbles traden op in een zaal die niet echt op de feest-site lag en de mensen bleven liever op het feest rondhangen…
Lees verder “Fred Bekky wordt 75…”

Frans Lamoen (1876-1954)

Frans Lamoen (1876-1954)

Het zal morgen al 65 jaar geleden zijn dat Antwerpenaar Frans Lamoen is overleden. Hij wordt ook wel eens de eerste Vlaamse cabaretier genoemd.

Frans Lamoen werd in de fameuze Burggracht geboren als zoon van zeeman en zeilmaker Joannes Lamoen en zijn vrouw Isabella Tailliez. Hij kwam dus niet uit een artistieke achtergrond en had zelfs grote problemen met lezen en schrijven. Zijn ganse leven lang noemde hij zich nederig “kluchtzanger” in plaats van “acteur” of “artiest”.
Net als zijn broer en zussen moest Lamoen al op vroege leeftijd werken. Als 9-jarige werkte hij samen met zijn oudere broer in een drukkerij, waar hij met een blaasbalg de letterkasten moest schoonmaken. Het vele stof dat hij hierdoor inademde bezorgde hem loodvergiftiging, waardoor een arts hem adviseerde naar Boom te verhuizen, waar de lucht beter was.
In 1887, op 11-jarige leeftijd, debuteerde Lamoen als zanger en komiek. Hij trad elke donderdag op tijdens een café-chantant in Boom. Hij werd al gauw een succes en begon in verschillende café chantants, huwelijken en banketten op te treden in Antwerpen. Tijdens één van deze banketten werd Lamoen ontdekt door een Franstalig journalist die hem zijn eerste toneelcontract bezorgde voor de “Scala d’ Anvers”. Lamoen trad er jarenlang op in zogenaamde “bonte avonden”, evenals in de Hippodroom van Antwerpen, waar hij als komiek vooral in de revues van Rik Senten speelde.
Frans Lamoen spitste zich vooral toe op volkse vrouwenrollen, maar kon ook meerdere typetjes spelen. De komiek nam honderden platen op, waar hij in één lied of conference geregeld vijf tot twaalf typetjes tegelijkertijd vertolkte. Zo ontstonden veel van zijn populairste liedjes, zoals “Miss Pladijs”, “De bus van Bommerskonten”, “De Meezenvangers”, “Het Kosterke” en “De Gardevil”. Dat wil daarom niet zeggen dat Lamoen met liedjes als “Den Optimist” niet aan maatschappijkritiek deed:
“D’ontwapeningsconferentie staat aan de orde van de dag.
De heren gaan bespreken wat er wel en wat niet mag.
Geen stikgas, geen kanonnen meer, geen oorlog, da’s gedaan.
Munitiefabrieken roepen stillekens: ’t zal niet gaan.
Toch praten ze gezond, daar in de Volkerenbond.
Die heren, kameraad, die doen mekaar geen kwaad.
Maar ik blijf optimist: de vrede komt beslist.
Want anders, hola Piet, dan gaat den hele boel failliet.
Dan roep ik mee met boer Arjaan: als w’allemaal dood zijn, is’t gedaan!”
Maar het liefste van al beeldde hij dus “typetjes” uit (“Miss Pladijs”, “De straatkeerder”, “Het kosterke”, “Het viswefke”, “De sjampetter”, zie onderstaande foto). Lamoen heeft een succesvolle toernee gemaakt door de Nederlandse cabaretzalen en hij heeft zelfs plaatopnamen heeft gemaakt in Parijs en Berlijn. Die waren zo goed dat hij een aanbod kreeg om in de Antwerpse opera te gaan zingen. Dat legde hij naast zich neer, maar in de jaren twintig werd hij wel door Renaat Grassin (het Ketje) binnengehaald in het radiocabaret “De blinkende zonnekloppers”. Dat was zijn laatste wapenfeit, want kort nadien kon hij enkel nog aan de kost komen als “opwarmer” in de pauze van filmvoorstellingen. In 1949 schreef hij als 73-jarige nog het boek “60 jaar Vlaams volkshumorist”, maar het bleef onopgemerkt. Ontgoocheld verbrandde hij zijn archief (w.o. een paar filmpjes waarop hij te zien was) en vernietigde zijn platen. Vijf jaar later stierf hij na zeven maanden in coma te hebben gelegen in het Stuivenberg-gasthuis. In 1962 kwam er een elpee uit, waarop o.m. Charel Janssens en Tony Bell een eerbetoon aan Lamoen wilden brengen, maar die heeft volgens degenen die ze hebben gehoord meer kwaad dan goed gedaan.

Lees verder “Frans Lamoen (1876-1954)”

Hollywood aan de Schelde : het boek

Hollywood aan de Schelde : het boek

Robbe De Hert heeft van de documentaire ‘Hollywood aan de Schelde’ zijn levenswerk gemaakt. Twee decennia lang heeft hij materiaal verzameld, interviews afgenomen van personen die de geschiedenis van de Vlaamse film geschreven hebben. Nu is er ook het boek over ‘Hollywood aan de Schelde’.
Lees verder “Hollywood aan de Schelde : het boek”

85 jaar geleden: opening van het Antwerpse Sportpaleis

85 jaar geleden: opening van het Antwerpse Sportpaleis

Op zondag 1 oktober 1933 opende het Antwerpse Sportpaleis zijn deuren met een loopwedstrijd dwars door de stad naar het nieuwe gebouw en een wielerwedstrijd op de piste tussen Belgische en Nederlandse renners (er bestaan geen foto’s meer van de opening, bovenstaande foto is van 23 december 1933).
Lees verder “85 jaar geleden: opening van het Antwerpse Sportpaleis”

Jack De Graef (1927-2013)

Jack De Graef (1927-2013)

Morgen zal het al vijf jaar geleden zijn dat de Antwerpse humorist en jazzkenner Jack De Graef is overleden. Hij werkte van 1956 tot einde 1957 voor ‘De Rode Vaan’, maar in 1958 stapte hij over naar de Antwerpse Stadsdiensten. Daar was hij tussen 1959 en 1963 hoofdredacteur van het satirisch personeelsblad ‘’t Ajuintje’. Nog in 1958 werd hij drummer in ‘The Rivertown Dixieband’ die de grote eer genoot om te mogen optreden op een receptie voor Louis Armstrong, die rechtstreeks werd uitgezonden op Radio Luxemburg. Na de ontbinding van het Dixieland orkest vormde Jack een danscombo, ‘The Musicorners’, dat gedurende een tiental jaren de kleine en grotere zalen van Antwerpen en omstreken bespeelde, aldus Walter Soethoudt die in deze mijn grootste bron is, want zelf heb ik Jack helaas nooit ontmoet en de beide vrienden waarmee ik over hem heb gesproken (Vic Van Saarloos en Jan Debrouwere) zijn allebei ook al lang overleden. Zelf heb ik in 1984 één van zijn Antwerpse humoristische boekjes gerecenseerd (zie hieronder), maar zijn voornaamste boek is ongetwijfeld ‘De Swingperiode (1935–1947): Jazz in België’ uit 1980, waarover Soethoudt schrijft: “De uitgave kwam er nadat Jack zijn medewerking verleende aan de BRT-televisie over Jazz in België. Een vroegere uitgave in eigen beheer belandde hoofdzakelijk in bibliotheken en discotheken en was onmiddellijk uitverkocht. Exemplaren ervan kwamen terecht in Engeland, Nederland, Duitsland en zelfs in The New York Public Library.”
Lees verder “Jack De Graef (1927-2013)”