Ottavio Bottecchia (1894-1927)

Ottavio Bottecchia (1894-1927)

Vandaag is het negentig jaar geleden dat de Italiaanse wielrenner Ottavio Bottecchia in mysterieuze omstandigheden tijdens een training vermoord werd aangetroffen. Hij was de eerste Italiaanse wielrenner die de Tour de France won in 1924 (*) en een jaar later deed hij dat kunststukje nog eens over. Hij boekte in totaal negen ritzeges en droeg 34 dagen de gele trui.
Lees verder “Ottavio Bottecchia (1894-1927)”

Jef Geeraerts, “de man met de zweep”

14 jef geeraertsHet is vandaag 45 jaar geleden dat Jef Geeraerts de staatsprijs kreeg voor “Black Venus”. Merkwaardig genoeg werd het boek haast tegelijk uit de handel genomen door Alfons Vranckx, toenmalig minister van justitie. In de jury was de socialist Piet Van Aken uit verontwaardiging opgestapt, dit in tegenstelling tot de katholieke professor Marcel Janssens. Ook andere katholieken zoals André Demedts en Albert Westerlinck verdedigden het boek, maar de grootste supporter was Marnix Gijsen die in Humo liet optekenen: “Mensen lief, daar zijn wij allemaal kleine mannetjes tegen, zowel in Nederland als in Vlaanderen.”
Lees verder “Jef Geeraerts, “de man met de zweep””

D.H.Lawrence (1885-1930)

Morgen zal het precies honderd jaar geleden zijn dat D.H.Lawrence kennis maakte met Frieda von Richthofen (1879-1956), die op dat moment gehuwd was en moeder van drie kinderen. Hij had haar als gevolg van zijn studie aan het Nottingham University College leren kennen; zij was immers de vrouw van een hoogleraar (Ernest Weekley) die aldaar doceerde. Frieda, die heel haar leven haar gevoel zou volgen en een duidelijke anti-intellectualistische houding had en op die manier model zou staan voor Ursula in “Women in love” en uiteraard voor Connie in “Lady Chatterley’s Lover”, verliet meteen haar gezin om met haar minnaar te gaan samenwonen. Volgens Janet Byrne, “A genius for living: the life of Frieda Lawrence”, Harper/Collins, 1995, zou zij zelfs delen van “Sons and lovers” hebben geschreven, het boek waaraan Lawrence aan het werken was op het moment van hun ontmoeting.

Kenmerken van het vitalisme

1.Vita = leven. Ontspruit eigenlijk uit de angst voor de dood. Niet zozeer de dood-in-se, maar de doodstrijd, de aftakeling, de onzekerheid omtrent wat erop volgt. Hangt dus nauw samen met mortalisme (mors = dood, cfr.morsdood).
“Ik zal in ieder geval geen ogenblik aarzelen als ik merk dat ik fysiek of gestelijk niet meer meekan. (…) Vroeg of laat gebeurt dat toch als je de veertig voorbij bent. Maar veertig, zestig of tachtig, wat belang heeft het? Als je erover nadenkt is er niets zo verschrikkelijk als de menselijke aftakeling. Oude mensen op straat… Soms afschuwelijk om aan te kijken. Ik wil nooit oud worden.” (Jef Geeraerts, “Zonder clan”)
Lees verder “Kenmerken van het vitalisme”