Films die ik al heb gezien

Films die ik al heb gezien

Lap! Gisteren was ’t weer van dat! Toen was op VT4 “Insomnia” te zien, een film van Christopher Nolan uit 2002 met Al Pacino in de hoofdrol. Het was een remake van een Noorse film uit 1997. Maar had ik deze film nu al gezien of niet? Het zei me wel iets, maar dat kon zijn omdat ik die Noorse film MISSCHIEN al had gezien. Feit was: ik wist het gewoonweg niet! Enfin, ik gokte op wél en keek in plaats daarvan naar een vreselijk flauwe film van en met Pierre Richard. Toen ik daarna toch even op VT4 ging kijken, bleek dat ik “Insomnia” uiteindelijk tóch niet had gezien. En daarom heb ik besloten om voortaan een lijstje aan te leggen van films die ik al heb bekeken. Uiteraard is het onmogelijk om mijn leven te reconstrueren wat dergelijke films betreft, daarom moet ik érgens beginnen. En die érgens dat is dan bij de film die ik vorige vrijdag heb gezien, eveneens op VT4.

Lees verder “Films die ik al heb gezien”

Geert Stadeus wordt 55…

Geert Stadeus wordt 55…

Nog niet zo lang geleden was het vijftien jaar geleden dat de eerste Snoecks van de persen rolde die onder de hoede van Geert Stadeus (links op bovenstaande foto van Anna De Swaef) was tot stand gekomen. Voor zover ik weet heeft hij nu nog altijd de touwtjes in handen en bovendien viert hij morgen zijn 55ste verjaardag.

Lees verder “Geert Stadeus wordt 55…”

Dertig jaar geleden: een brief van de K.B.V.B.

40 luc carnier en herman verspeetenDit herinner ik me helemààl niet meer: dertig jaar geleden heb ik blijkbaar gesolliciteerd voor een functie bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Dat zal dan wel als persverantwoordelijke geweest zijn of zo. Als wielerliefhebber voelt dit een beetje aan als heulen met de vijand. Ik moet werkelijk ten einde raad geweest zijn, als men weet dat ik een paar jaar later, toen ik voor Jan Wauters werkte op Radio 1, ik er de brui aan heb gegeven toen mij gevraagd werd om ook verslag uit te brengen over de thuismatchen van A.A.Gent. En let op, ik ben een supporter van A.A.Gent, hé! Maar voetbaljournalistiek, nee, het ligt me absoluut niet. Als ik sommige evoluties zie in de wielerjournalistiek die ik liever niet zou zien, dan wijt ik dit juist aan de invloed van de oppermachtige voetbaljournalistiek met z’n oneindige analyses en what if-problematiek…

Dertig jaar geleden: brief van De Standaard

40 luc carnier en herman verspeetenEen paar dagen schreef ik t.g.v. die brief van Paul Goossens nog dat ik meestal zelfs géén antwoord kreeg op mijn sollicitatie. Wel, eerlijk is eerlijk, ook Patrick Bleyenberg van De Standaard heeft mij een antwoord gestuurd. In beide gevallen zal het wel een standaard-brief geweest zijn (*) maar ze deden toch alle twee hun best om het te doen lijken alsof het een persoonlijke brief was.

(*) Zeker in het geval van De Standaard :-)

Gordon Waller (1945-2009)

Gordon Waller (1945-2009)

Het is zal morgen al tien jaar geleden zijn dat in de Amerikaanse staat Connecticut op 64-jarige leeftijd popzanger Gordon Waller (links op de foto) van het Britse duo Peter and Gordon is overleden aan een hartaanval.

Peter and Gordon scoorden in de jaren zestig vooral hits met liedjes die voor hen waren geschreven door Paul McCartney, omdat die op dat moment de vrijer was van Peters zus, de actrice Jane Asher. Hun debuutsingle “A World Without Love” was in 1964 meteen al een nummer-1 hit. Later zou Paul onder het pseudoniem Webb ook nog “Woman” voor hen schrijven, dat weliswaar geen nummer één werd maar toch een heel grote hit. Paul had dit gedaan omdat hij wou bewijzen dat hij ook hits zou kunnen schrijven zonder dat het op voorhand geweten was dat ze door hem waren geschreven. Verder hadden Peter and Gordon nog succes met onder meer “True Love Ways” van Buddy Holly en “Baby I’m yours” van Van McCoy. Van het kabareteske “Lady Godiva” hield ik niet zozeer, maar het grote publiek wel. Toch gingen in 1968 Peter and Gordon uit elkaar.

Op het Sint-Jozef-Klein-Seminarie (zoals op bijna elke school bij mijn weten) was er jaarlijks een soort van show, waarin zowel leraars als leerlingen hun beste beentje voorzetten. Voor één van deze shows zou ik samen met Jan Kusé een vocaal duo vormen. We zouden dan nummers zingen van Peter & Gordon, Paul & Barry Ryan, The Walker Brothers enzovoort. Muziek die ik nu nog steeds graag hoor en waarmee ik me dus best kon verzoenen, wat mijn stem aangaat, zeker in combinatie met de hogere stem van Jan Kusé.
Want dat is “the story of my life”: being in the wrong place at the right time of omgekeerd. Wat nu specifiek het zingen betreft, bedoel ik daar het volgende mee. Alhoewel ik in die tijd een fan was van Donovan en nog nooit van Rod Stewart had gehoord, wilde ik toen toch reeds zo’n rauwe stem hebben. A white nigger, zeg maar. En ik was verdomme gezegend met een stem à la Engelbert Fucking Humperdinck! (*)
En omgekeerd, toen ik veel later in klassieke muziek geïnteresseerd raakte en b.v. vaak zangers of zangeressen ging interviewen, viel het wel eens voor dat deze – louter op basis van mijn spreekstem – vroegen of ik soms ook een zanger was. Dàn zou die Humperdinck-stem me dus wel van pas gekomen hebben natuurlijk. Maar toen was ik al veel te oud om nog zanglessen te gaan nemen, dus dat werd ook alweer niks.
Over klassieke muziek gesproken, dat is de gelegenheid om een tweede naam te laten vallen, die van Jan Van Laere. Deze was dus een liefhebber van klassieke muziek, meer zelfs: van klassieke muziek van de oubollige soort! Met name Franz Lehar was zijn groot idool. Vandaag, nu ik reeds lang de vijftig ben gepasseerd, ben ik ook een grote fan van Lehar, ik beschouw hem met name als de tweede beste componist van de twintigste eeuw (nà Puccini, maar vóór Paul McCartney om maar iets te zeggen), maar in volle sixties, toen heel de klas met The Beatles of The Stones dweepte, was dit absolutely not done.
Nu goed, zelfs Jan Van Laere had geen stoppen in zijn oren toen “A whiter shade of pale” van Procol Harum de hitparades bestormde en toen hij op een zogenaamde retraite (elk jaar moesten de leerlingen van het college zich enkele dagen terugtrekken in een klooster) de muziek moest verzorgen voor een misviering, vroeg hij aan mij om de fameuze orgelintro voor hem voor te zingen. Op die manier leerde hij die dan spelen voor in de mis. Het is nog altijd één van de verwezenlijkingen in mijn leven waarop ik het meest trots ben!
In de Poësis vond Edwin Thoen dat we op de collegeshow met een beatgroepje moesten optreden. En daarom stichtte hij Sam Gutter’s Blues Band met hemzelf op gitaar, ik als zanger, Frank De Pauw op basgitaar en Philippe Lints sologitaar. Een drummer hadden we niet, maar daar zou Philippe wel voor zorgen: dat bleek de toen nog piepjonge Tony Ghyselinck te zijn, later een bekend jazzdrummer, maar ook b.v. de drummer van de Pebbles-reüniegroep, die op het Feest van De Rode Vaan zou spelen.
Tot een optreden is het echter nooit gekomen en ikzelf was daar allerminst rouwig om. Want ondanks het feit dat de naam van de groep een programma op zich was (om blues te spelen namelijk), was het enige nummer dat we gerepeteerd hebben “She’d rather be with me” van The Turtles. En eenieder die dit nummer kent, weet dat dit geen kattepis is om te zingen. Op de repetities lukte het mij nog net, maar voor een zaaloptreden zou ik het wel bestorven hebben van de zenuwen!
Op die repetities heb ik overigens Tony Ghyselinck nooit ontmoet. We repeteerden immers enerzijds in het college zelf (en daar was ik uiteraard bij, maar Tony niet, aangezien hij naar een andere school ging) en anderzijds bij Philippe Lints thuis, waar Tony wél was, maar ik dan weer niet om een of andere reden.
En tenslotte was er Patrick V.P. Hij was ook een speciale, maar dan weer van een heel andere soort. Laten we zeggen dat hij nogal gefixeerd was op één ding. Dat maakte b.v. dat hij in navolging van onze Sam Gutter’s Band zelf ook een groep wou oprichten (ik geloof zelfs dat hij het inderdààd heeft gedaan) en die zou dan The Purple Penis Band gaan heten. Verder heb ik daar niks mee te maken, maar ik moet toegeven dat dit voor mij de inspiratie was om (jaren later) een voorstel te doen aan Raymond van het Groenewoud, nadat die “Try a little tenderness” van Otis Redding tamelijk letterlijk had vertaald. Eenieder die Raymond op de slotdag van de Gentse Feesten reeds heeft meegemaakt, weet immers dat hij ook een fantastische versie van “Purple Rain” in de vingers heeft.
Nu, in tegenstelling tot “Try a little tenderness” is de tekst van “Purple Rain” een aaneenschakeling van onzin (Raymond had b.v. de gewoonte om na het refrein “Purple Rain, Purple Rain” in de mikro te zeggen: “wat zou dat toch zijn?”) en daarom stelde ik hem voor “Purple Rain” niet létterlijk te vertalen, maar naar de klank. En – rekening houdend met het feit dat Raymond enkele liedjes over porno heeft geschreven – daarom suggereerde ik hem als titel “Purper Ding”. Purple Rain als ode aan de penis. Moest kunnen, vond ik. Maar Raymond heeft (in tegenstelling tot andere mails) hierop nooit geantwoord.

Lees verder “Gordon Waller (1945-2009)”