Alain Resnais (1922-2014)

Alain Resnais (1922-2014)

Het is ook al vijf jaar geleden dat de Franse filmregisseur Alain Resnais (91) is overleden. In de jaren vijftig maakte hij samen met o.a. François Truffaut en Jean-Luc Godard deel uit van de zogenoemde “Nouvelle Vague”. Enkele van zijn bekendste films zijn “Hiroshima mon amour” (1959), “Providence” (1977, zie foto hierboven, samen met hoofdactrice Ellen Burstyn) en “Smoking/No Smoking” (1993).

Met zijn eerste langspeelfilm “Hiroshima mon amour” uit 1959 verwierf Renais onmiddellijk bekendheid. Het scenario was van Marguerite Duras. Het is een indringende schets over de flirt van een Japanse architect en een Franse actrice in het Hiroshima van na WO II. Aangezien de film begint met een parallelmontage, die close‑ups van de naakte verstrengelde lichamen van een Japanse man (Eiji Okada) en een Franse vrouw (Emmanuelle Riva) doorsnijdt met documentaire en geënsceneerde opnamen van de gevolgen van de eerste atoombom, is er weinig twijfel mogelijk wat de aard van Resnais’ en Duras’ engagement aangaat. De koppeling van liefde aan dood (de liefde die de dood overwint, maar ook de herinnering aan sterfelijkheid oproept, la petite mort) is altijd al het hoofdthema geweest in het werk van Marguerite Duras en zou in deze film vooral geïnterpreteerd worden als een politiek manifest, door al diegenen die zich, mede om de laatste oorlog psychologisch te verwerken, in de jaren vijftig verzetten tegen de atoomwapenwedloop. In haar experimentele verhaallijn balanceert Duras voortdurend op de smalle grens tussen fictie en werkelijkheid, tussen heden en verleden, tussen geheugen en wensdromen, tussen herinneren en vergeten. Duras en Resnais trachten hiermee de klassieke kijkpatronen te ontwrichten. In Cannes viel de film echter buiten de prijzen, evenals “A bout de souffle” van Jean-Luc Godard met Jean-Paul Belmondo, waarmee nog eens overduidelijk werd aangetoond dat het Franse filmestablishment oorspronkelijk helemaal niets moest weten van die “Nouvelle Vague”.
In 1994 kreeg Alain Resnais de Louis Delluc-prijs voor een film die uit twee delen bestaat “Smoking” en “No smoking”, die in willekeurige volgorde mogen worden afgespeeld. Het gegeven is namelijk gebaseerd op een stuk van Alan Ayckbourn, dat uiteraard alweer over relaties gaat, en waarin op een bepaald moment één van de personages de keuze krijgt tussen roken of niet roken. Al naargelang van die keuze evolueert de film in een totaal verschillende richting. Dat gebeurt dan nog een paar keer. Telkens worden de verschillende mogelijkheden getoond. Dat maakt het wel nogal ingewikkeld, zeker als men weet dat àlle personages door slechts twee acteurs worden vertolkt: Sabine Azema speelt alle vrouwen en Pierre Arditi alle mannen. Bovendien duurt het in totaal zo’n vijf uur!
Tijdens zijn loopbaan ontving Resnais nog tal van andere prijzen en onderscheidingen. Hij kreeg twee Césars als beste regisseur: in 1978 voor “Providence” en in 1994 voor “Smoking/No Smoking”. “Providence” en “Smoking/No Smoking” werden ook gelauwerd met een César voor de beste film, net als “On connaît la chanson”, wat ik overigens zijn beste film vond – of althans toch de film die ik het liefst heb gezien – ook al vonden de “ernstige” critici dit luchthartige grapje beneden zijn waardigheid. Het “misplaatst” gebruiken van bestaande muziek kan een prachtig effect sorteren. In deze film werden de originele versies gebruikt en beperkten de acteurs zich tot opvallend lippen. Dàt was nog eens “Verfremdungstechnik”!
De tweede plaats gaat (voor mij) naar “Je t’aime, je t’aime” uit 1966, een titel die natuurlijk voor zichzelf spreekt, maar toch is deze film vooral opvallend door het spelen met de tijd. Of Resnais hiermee tot het magisch-realisme mag worden gerekend, laat ik echter aan Johan de Belie over. In 1973 was er “Stavisky” met Jean-Paul Belmondo, Annie Duperey en Daniel Lecourtoix en in 1994 “Mon Oncle d’Amérique” met Gérard Depardieu.
Op het filmfestival van Venetië won Resnais in 1960 de Gouden Leeuw met “L’Année dernière à Marienbad” en in 2006 de Zilveren Leeuw voor “Coeurs”. In 1994 werd Resnais onderscheiden met de Zilveren Beer op het filmfestival van Berlijn voor “Smoking/No Smoking” en in 1998 eveneens met de Zilveren Beer voor “On connaît la chanson” (dan toch!). In 1980 verwierf hij op het filmfestival van Cannes de Grand Prix voor “Mon oncle d’Amérique” en in 2009 de “Lifetime achievement award”. De regisseur kreeg in 1949 ook een Oscar voor de beste kortfilm in twee delen voor “Van Gogh”. “Aimer, boire et chanter” was zijn laatste film.

Lees verder “Alain Resnais (1922-2014)”

Dertig jaar geleden: fatwa over Salman Rushdie

Dertig jaar geleden: fatwa over Salman Rushdie

Op de begrafenis van Bruce Chatwin verneemt de Brits-Indische schrijver Salman Rushdie (foto David Shankbone via Wikipedia) dat er een fatwa over hem is uitgesproken door de Iraanse leider Khomeini waardoor hij vogelvrij werd verklaard en straffeloos (*) kon worden gedood door islamieten. Rushdie moest eerst tien jaar onderduiken en stond ook daarna onder constante Britse politiebescherming. Op 3 augustus 1989 ontplofte in de Londense wijk Paddington voortijdig een bom die voor Rushdie bedoeld was, waarbij de terrorist omkwam.

Rushdie werd geboren in Bombay in een moslimfamilie van etnische Kasjmiri afkomst, namelijk een zakenman-jurist en een lerares. Later studeerde hij geschiedenis in Engeland en slaagde met lof aan het King’s College in Cambridge. Hij werkte bij reclamebureaus (Ogilvy & Mather en Ayer Barker) voordat hij zich volledig aan literatuur wijdde. Rushdie was viermaal getrouwd, onder andere met de Amerikaanse schrijfster Marianne Wiggins en de Indiase actrice en fotomodel Padma Lakshmi.
Hij begon zijn schrijversloopbaan met “Grimus” (1975), deels een fantasievertelling, deels sciencefiction. Dit werk werd over het algemeen genegeerd door het publiek en de recensenten.
Zijn volgende boek, “Midnight’s Children” (Middernachtskinderen) bracht hem literaire roem en wordt door velen als zijn beste werk tot nu toe beschouwd. Het beschrijft de wederwaardigheden van kinderen die geboren werden in de nacht dat India onafhankelijk werd (15 augustus 1947). Het had een grote invloed op de Indiase en Britse literatuur in het daaropvolgende decennium. Rushdie werd ervoor beloond met de Booker Prize 1981 en in 1993 met de “Booker of Bookers Prize”. Dit is de prijs voor de beste roman in 25 jaar die een Booker Prize won. “Middernachtskinderen” ontleent thema’s aan de roman “Die Blechtrommel” van Günter Grass, het boek dat hem naar eigen zeggen geïnspireerd heeft om schrijver te worden. In zijn vertelstijl vermengt hij mythe en fantasie met het werkelijke leven. Hij wordt dan ook wel gerekend tot het magisch-realisme.
In 1988 volgt dan “The Satanic Verses” (De duivelsverzen). In het boek is duidelijk de invloed te herkennen van Michail Boelgakovs klassieke Russische roman “De Meester en Margarita”. Het vermengt de Koran met Bollywood. “The Satanic Verses” takes its title from a well-known incident in the life of the Prophet Muhammad. The Prophet came under pressure from the citizens of Mecca to moderate his unbending monotheism and to accommodate his new faith to the traditional polytheism, especially the cult of three local goddesses. Obligingly, he came up with the convenient verses, “Have ye considered al-Lat and al-Uzza, and Manat, the third, the other? These are the swans exalted, whose intercession is to be hoped for”. The Meccans were naturally delighted, but very shortly afterwards Muhammad received a true Koranic revelation from the Archangel Gabriel. He then revoked the compromising verses, stigmatizing them as dictation from the Devil. (**)
In 1999 is er “The Ground Beneath her Feet” (De grond onder haar voeten) over de Amerikaanse rock’n’roll-scene en de invloed daarvan in India.
In zijn autobiografische roman “Joseph Anton” tenslotte beschrijft hij de gebeurtenissen die volgden op het uitspreken van de fatwa. Deze roman werd gepresenteerd in het najaar van 2012 in diverse landen, waarbij hij op 13 november 2012 ook een openbaar interview gaf in de Brusselse BOZAR. In dat interview benadrukte hij onder andere dat de gebeurtenissen hem als schrijver niet veranderd hadden. (Wikipedia)

(*) Integendeel! Er werd zelfs een dikke premie uitgeloofd!
(**) Robert Irwin, Falling towards England, Times Literary Supplement September 30, 1988

Lees verder “Dertig jaar geleden: fatwa over Salman Rushdie”

Marc De decker alias Johan de Belie wordt zeventig…

Marc De decker alias Johan de Belie wordt zeventig…

Vandaag viert één van mijn oudste en trouwste vrienden, Marc De decker, in literaire middens beter gekend als Johan de Belie, z’n zeventigste verjaardag. Hij is nog altijd de meest productieve medewerker aan mijn blog, waarvoor zeker vandaag nog eens mijn oprechte dank.
Lees verder “Marc De decker alias Johan de Belie wordt zeventig…”