Veertig jaar geleden: première van “Life of Brian”

Veertig jaar geleden: première van “Life of Brian”

Veertig jaar geleden was er de première van Monty Python’s Life of Brian (of kortweg Life of Brian), de derde film van de Monty Python-cast. De film werd geregisseerd door Pythonlid Terry Jones. De personages worden grotendeels gespeeld door de leden van Monty Python, die allen meerdere rollen op zich namen. De film werd gemaakt in Monastir in Tunesië.

Lees verder “Veertig jaar geleden: première van “Life of Brian””

Peter Cushing (1913-1994)

Peter Cushing (1913-1994)

Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Engelse acteur Peter Cushing is overleden. Hij werd vooral bekend door horrorfilms, een genre waaraan hij een gloeiende hekel had…

Peter Cushing werd geboren in Engeland, waar hij acteerlessen nam en toneel speelde tot hij in 1939 besloot om naar Hollywood te trekken. Hij maakte daar zijn filmdebuut met een kleine rol in de Hollywoodfilm ‘The Man in the Iron Mask’ uit 1939. Later volgden nog wat kleine films waarin hij o.m. werkte met Stan Laurel en Oliver Hardy. Maar in 1941 keerde hij terug naar Engeland.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam zijn carrière pas echt op gang: zijn doorbraak kwam in ‘Hamlet’ uit 1948 naast Laurence Olivier. Daar leerde hij ook zijn beste vriend, Christopher Lee, kennen met wie hij later nog veel ging samenwerken in horrorfilms van Hammer Film Productions. De Hammerstudio’s staan bekend om hun koppeling van de horrorelementen aan erotiek. Hijzelf vertolkte er rollen als Dr. Frankenstein, Dr. Abraham van Helsing en Sherlock Holmes in 1959 in de beroemde verfilming van “The hound of the Baskervilles” door Terence Fisher met Christopher Lee als Sir Henry Baskerville. In 1965 speelde hij in “She”, eveneens van de Hammerstudio’s (regisseur Robert Day) met een verschrikkelijk mooie Ursula Andress in de hoofdrol. Op televisie speelde hij in een aantal ‘Dr. Who’ films (1965-66). In 1976 speelde hij voor Hammer nog in “At the earth’s core” (naar het boek van Edgar Rice Burroughs) met Caroline Munro en in 1979 in “Arabian adventure”, eveneens van Kevin Connor, deze keer met de geweldige Emma Samms, “I wonder what her name is”
Hij overleed in 1994 aan prostaatkanker.

Lees verder “Peter Cushing (1913-1994)”

Richard Burton (1925-1984)

Richard Burton (1925-1984)

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Welshe acteur Richard Burton tijdens een vakantie in zijn buitenverblijf in Céligny zich niet lekker voelde. Hij overleed nog diezelfde dag op 58-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Genève aan een hersenbloeding en werd in Céligny begraven.

Richard Burton werd geboren als Richard Walter Jenkins in Port Talbot. He grew up in a working class, Welsh-speaking household, the twelfth of thirteen children. His father was a robust coal miner, a “twelve-pints-a-day man” who sometimes went off on drinking and gambling sprees for weeks. Burton was less than two years old in 1927 when his mother died at age 43 after giving birth to her 13th child. His sister Cecilia and her husband Elfed took him into their family. Burton’s father would occasionally visit the homes of his grown daughters but was otherwise absent. Richard Burton started to smoke at the age of eight and drink regularly at twelve, but he also showed a talent for English and Welsh literature at grammar school. Daarom werd hij geadopteerd door zijn onderwijzer Philip H. Burton, die zijn acteertalenten ontdekte en aanmoedigde. Richard nam diens familienaam over en kreeg aldus dezelfde naam als de Britse auteur Richard Burton (1821–1890), die met zijn vertaling van de Kama Sutra, de Decamerone en de Vertellingen van 1001 Nacht een grote bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de erotische literatuur in West-Europa.
In the 1940s and early 1950s Burton worked on stage and in cinema in the United Kingdom. He earned his first professional acting fees with radio parts for the BBC. His first film was The Last Days of Dolwyn. Burton met his first wife, the young actress Sybil Williams, on the set, and they married in February 1949. They had two daughters, but hij werd opgemerkt door Darryl Zanuck en rijfde zo een contract voor Hollywood binnen. In 1952 stapte Burton dan ook over naar Hollywood, waar hij in de film My cousin Rachel de hoofdrol kreeg, met Olivia de Havilland als tegenspeelster. Hij werd voor de eerste keer genomineerd voor een Oscar, er zouden nog zes nominaties volgen (onder andere voor zijn rol in Who’s Afraid of Virginia Woolf?), maar hij heeft nooit een Oscar gekregen.
In 1953 speelde Burton al meteen de hoofdrol in de eerste film in cinemascoop, namelijk de bijbelse spektakelfilm “The robe” (“de mantel”, namelijk die van Christus) van Henry Koster.
In 1958 keerde hij terug naar Engeland voor “Look back in anger” in een regie van Tony Richardson, maar in 1963 was er Cleopatra van Joseph L.Manciewicz, waar Elizabeth Taylor in Rome haar beroemde affaire met Richard Burton begon (*). Met Liz Taylor speelde hij nog in “Who’s afraid of Virginia Woolf” (1966) en “The taming of the shrew” (1967). Zowel aan hun verhouding als aan hun beider carrière kwam een einde door drankproblemen.
Later trouwde Burton nog met Suzy Hunt, de ex-vrouw van Formule 1-piloot James Hunt, en ten slotte met Sally Hay, een grimeuse die later schrijfster werd.
In 1977 volgde dan “Equus” van Sidney Lumet naar het stuk waarmee Peter Shaffer the 1975 Tony Award for Best Play as well as the New York Drama Critics Circle Award had gewonnen. Toen Richard Burton in 1977 met Kevin Costner in een vliegtuig zat, zei deze hem dat hij acteur wilde worden, maar hij voegde er ietwat ongelukkig aan toe: “Maar ik zou niet willen dat mijn leven overhoop werd gehaald, zoals dat van u, zou ik het dan wel doen?” Burton bekeek hem en zei: “Je hebt groene ogen.” Ja, net zoals gij, dacht Costner geërgerd, maar Burton voegde eraan toe: “Ik zou het erop wagen als ik jou was.” En toen hij Costner na het uitstappen zag staan, liet hij zijn privé-chauffeur halt houden, opende het raampje en riep: “Good luck!”
Of hij anderzijds ooit dorpsgenoot Anthony Hopkins heeft ontmoet, weet ik niet, maar het is alleszins een feit dat deze naar zijn voorbeeld ook acteur is geworden.

Lees verder “Richard Burton (1925-1984)”

Zestig jaar geleden: “Living doll” op nummer één

Zestig jaar geleden: “Living doll” op nummer één

Het is vandaag zestig jaar geleden dat “Living doll” van Cliff Richard op nummer één stond in Engeland. Volgens On This Day (en ook volgens Wikipedia) was dat zijn eerste nummer één-hit, wat dus zou betekenen dat zijn debuutsingel “Move it” nooit zo hoog is geraakt.

Richard nam het lied van Lionel Bart samen op met zijn toenmalige begeleidingsband The Drifters (pas later omgedoopt tot The Shadows) in de Abbey Road Studios op 28 april 1959 met Hank Marvin (sologitaar), Bruce Welch (ritmegitaar), Jet Harris (basgitaar) en Tony Meehan (drums). “Living doll” werd en wordt in sommige kringen als “vrouw-vijandig” bestempeld. Daar staat echter tegenover dat ook een meisjesgroep, The Honeys, die uitdrukking gebruikt en dan wel degelijk voor een jongen: “He’s not very tall but he’s not too small, he’s just the right size: awoo, he’s a doll, he’s a doll, he’s a living doll”. Merk trouwens ook de dubbelzinnigheid op als men het over “size” heeft… Ook Cliff Richard en The Drifters hadden eerder een plaatje uitgebracht onder de titel Livin’ lovin’ doll.

Living Doll is niet afkomstig van een album, maar Lionel Bart (later de componist van “Oliver”) schreef het voor de film Serious Charge van Terence Young, waarin Richard een rol had. Richard zou in eerste instantie het lied niet zingen. Het werd geschreven met Duffy Power als beoogd zanger, maar uiteindelijk werd het dus gezongen door Cliff, net als “Mad about you” en “No turning back”. Ene Robert Connor vat de film op de Internet Movie Database goed samen: “An unmarried vicar in a new parish (Anthony Quayle) accuses a local 19 year old (Andrew Ray) of being partially responsible for the death of a teenage girl. In defiance, the young man claims the vicar molested him. Out of spite, his story is backed up by a local woman (Sarah Churchill) still furious that the vicar rejected her advances. Unfortunately for the vicar, the woman is a highly respected member of the community – her father is the previous clergyman.”
“Given that this film was released in 1959,” gaat Connor verder, “its subject matter is pretty ground-breaking, especially for a British film. Yes, the depiction of disaffected youth hanging around coffee bars, breaking into swimming pools and grooving to Cliff Richard’s Livin’ Doll is a little clumsy (Richard is asked to do little in a secondary role other than sulk or croon), but in an era when folks weren’t supposed to know about homosexuality (at least in the movies), this is quite a daring story, and occasionally quite subversive. We the audience are ever so slightly encouraged to wonder about Quayle’s sexuality as he spurns the advances of a good churchy woman, seems oblivious to his sexy young French maid (Liliane Brousse) and looks up to his strident mother (a wonderfully knowing performance by Irene Browne). Judith Furse’s probation officer is also deliciously ambiguous… So quite a grown up film then – a shame that these days it’s probably only known for being Cliff’s debut film.”
Nog datzelfde jaar mag Cliff in “Expresso Bongo” van Val Guest wél een hoofdrol vertolken en alweer is het een taboe-doorbrekende film (omdat er een striptease in voorkomt, Cliff speelt namelijk een rol die merkwaardig goed overeenkomt met wat The Beatles op datzelfde moment echt aan het beleven zijn in Hamburg). Deze keer is het ene H.Siegel uit British Columbia die de honeurs waarneemt op de IMDb: “Ignore anything or anybody that denigrates Expresso Bongo. It is loaded with period detail and attitude, is singularly risqué for its time and sports great music and one of the best scripts about England’s Tin Pan Alley, wisecracking and inside, besides an unprecedented performance by Laurence Harvey as you’ve never seen him, a hustler who recalls Sidney Falco in The Sweet Smell of Success. Maier Tzelnicker is tremendous as the record company executive who calls it ‘rock dreck’. Yolanda Donlan, Val Guest’s wife, plays a ‘Sweet Bird of Youth’ like aging diva Alexandra Del Lago who seduces Cliff Richard. See the opening strip number when the girls perform a burlesque version of the Bonnie, Bonnie Banks of Loch Lomond. It sets the tone for an overlooked gem.”
Striptease is er ook de oorzaak van dat een jaar later “Beat girl” van de Fransman Edmond T.Greville wordt gecensureerd. In deze film is Jennifer (Gillian Hills) een schijnbaar onschuldig meisje tot ze er achterkomt dat haar moeder (Noelle Adam) nog als stripteaseuse heeft opgetreden voor de nightclub van Kelly (Christopher Lee). Maar “gelukkig” is er Paul (David Farrar) om haar van verder “kwaad” te behoeden.

In de Verenigde Staten haalde “Living Doll” de 30ste plaats in de Billboard Hot 100; het was daar zijn eerste notering. Cliff heeft nooit erg aangeslagen in de VS, dus het zou kunnen dat dit één van zijn hoogste noteringen ooit is. Van Nederland en België zijn geen noteringen bekend; ze hadden nog geen echte hitparades, maar volgens ultratop.be zou het in Vlaanderen de zestiende plaats hebben behaald. Misschien baseert men zich hier op de hitparade van blaadjes als Jukebox, waar ik destijds althans de hitparade volgde. Het werd de best verkochte single van het jaar in Engeland en uiteindelijk zouden er meer dan twee miljoen exemplaren verkocht worden.

In 1986 kwam een nieuwe versie uit. De acteurs van de toenmalige comedy-serie The Young Ones vroegen Richard of hij samen met hen het lied opnieuw wilde inzingen. Enige kanttekeningen bij die versie:

  • Het televisieprogramma is genoemd naar een ander plaatje van Cliff Richard The Young Ones uit 1961, Richard speelde ook in de film met die naam;
  • In de serie The Young Ones speelt Rick de rol van “retro” en grote fan van Cliff Richard (“He’s coming through the door!” “Bollocks! He didn’t even open it!”);
  • Vanwege de rol van Rick werd Cliff Richard in de serie geregeld beschimpt;
  • Het televisieprogramma stond recht tegenover het Richard-tijdperk; het programma was anarchistisch, Richard kwam juist uit de tijd dat alles netjes moest zijn.

De gitaarpartij van deze versie, die opgenomen werd voor Comic Relief, een liefdadigheidsprogramma voor zieke kinderen, werd opnieuw verzorgd door Hank Marvin. Richard en Marvin hadden toen niet meer samen gespeeld sinds 1975.

Ook deze komische versie haalde de hitparades. In Engeland stond het nummer elf weken in de UK Singles Chart, waarvan drie weken op nummer 1. In Nederland was het elf weken genoteerd in de Nationale Hitparade, waarvan vier weken op nummer 1 (in de Nederlandse Top 40 10 weken met 4 weken nummer 1). In Vlaanderen stond het 12 weken genoteerd met ook vier weken op de hoogste positie. Ook in Australië en Nieuw-Zeeland haalde het de eerste plaats. (Wikipedia)

Anne Brontë (1820-1849)

Anne Brontë (1820-1849)

Vandaag is het 170 jaar geleden dat Anne Brontë, het jongste en minst bekende zusje van de Brontë-familie, is overleden. Ik ken haar ook niet zo goed, maar ik wil haar toch dezelfde plaats geven als Emily of Charlotte. Het (niet zo heel geslaagde) schilderij van haar is overigens van de hand van Charlotte.
Lees verder “Anne Brontë (1820-1849)”