“De Rode Ridder” (als strip) wordt zestig…

“De Rode Ridder” (als strip) wordt zestig…

De Rode Ridder verscheen als strip voor het eerst op 5 november 1959, zes jaar nadat hij door Leopold Vermeiren (1914-2005) was gecreëerd. De strip was een creatie van Studio Vandersteen, maar Vermeiren zou hiermee nooit samenwerken, aangezien Leopold Vermeiren een inspecteur van het basisonderwijs was, die strips als verderfelijk beschouwde. Toch zou de ridder op de kaften van de boeken na verloop van tijd de gedaante aannemen van de stripfiguur. Let hiervoor op onderstaande illustratie, waarbij de oudere versie van de Rode Ridder (rechts) zwartharig was en nadien blond (links).
Lees verder ““De Rode Ridder” (als strip) wordt zestig…”

Analyse van een stripverhaal (2): Het IJzeren Schild

Analyse van een stripverhaal (2): Het IJzeren Schild

Morgen viert Asterix zijn zestigste verjaardag. Inderdaad, het is morgen exact zestig jaar geleden dat de eerste aflevering van het stripmagazine “Pilote” is verschenen en in die eerste aflevering stonden ook de eerste pagina’s van de strip “Asterix de Galliër”, gecreëerd door scenarist René Goscinny en tekenaar Albert Uderzo. Het volledige album zou pas twee jaar later verschijnen.
Lees verder “Analyse van een stripverhaal (2): Het IJzeren Schild”

Jarig Jommeke krijgt luchtballon

Jarig Jommeke krijgt luchtballon

De strip is een bijzonder populair medium: het bereikt iederéén, ongeacht leeftijd, status of functie. Sinds Temse in 1987 de keuze heeft gemaakt om zich te profileren als stripgemeente, kan het bogen op een uniek palmares dankzij de intense samenwerking tussen het Gemeentebestuur en de Culturele Vereniging Spirit.

Lees verder “Jarig Jommeke krijgt luchtballon”

Lancering “De Toverspiegel”

Lancering “De Toverspiegel”

De Rode Ridder verscheen als strip voor het eerst op 5 november 1959, zes jaar nadat hij door Leopold Vermeiren (1914-2005) was gecreëerd. De strip was een creatie van Studio Vandersteen, maar Vermeiren zou hiermee nooit samenwerken, aangezien Leopold Vermeiren een inspecteur van het basisonderwijs was, die strips als verderfelijk beschouwde. Toch zou de ridder op de kaften van de boeken na verloop van tijd de gedaante aannemen van de stripfiguur. Het grootste verschil is dat de stripreeks tot het sword & sorcery-genre behoort want met personages als de goede fee Galaxa of Bahaal, de tovenaar van het kwaad, wijkt men te zeer van de realiteit af om een “historisch” stripverhaal te worden genoemd.
FANTASY
In het fantasy-genre kan de schrijver per definitie z’n fantasie de vrije loop laten. Hij creëert immers een wereld die hij (of zij) helemaal verzonnen heeft. Die wereld kan zich op onze aarde bevinden, maar ook in een verzonnen tijdperk in de toekomst (Jack Vance) of in het verleden (om precies te zijn: zeven duizend jaar geleden bij Tolkien), en uiteraard ook op een andere planeet (David Lindsay, E.R.Eddison) of zelfs in een door de schrijver zelf geschapen godenwereld. De eerste was in dit geval Lord Dunsany (1878-1957) met “The gods of Pegana” (1905).
Het kan ook een “parallelle” wereld zijn waar men via een “magische poort” geraakt. Meestal een deur of een spiegel (“Alice in Wonderland”), maar het kan b.v. ook een orkaan zijn (“The Wizard of Oz”) of recent zelfs een gezelschapsspel (“Jumanji”). Eén van de grondleggers van dit genre was de Schotse dominee George MacDonald (1824-1905) die met “Lilith” (1858) een parallelle wereld creëerde, waarin de eerste vrouw van Adam de plak zwaait.
Heel populair is ook de reeks over de oertijden, “De aardkinderen” van de Amerikaanse Jean M.Auel (°1936). Ondanks het feit dat de gewezen secretaresse, die pas op 43-jarige leeftijd debuteerde, ondertussen is uitgegroeid tot een authoriteit op het vlak van de prehistorie (meer bepaald de Cro-Magnon mens) en zij dus pretendeert heel dicht bij de (mogelijke) realiteit te blijven, blijkt toch dat met name de invloed van Tolkien nog altijd zeer groot is. Een verschil is wel dat bij Tolkien vrouwelijke figuren zo goed als afwezig zijn, terwijl Auel juist van een matriarchale maatschappij vertrekt, door als hoofdpersoon het meisje Ayla te kiezen.
IT’S A MAN’S WORLD
John Ronald Reuel Tolkien (1892-1973) was hoogleraar in de vergelijkende taalwetenschap in Oxford, toen hij blijkbaar de behoefte voelde om in plaats van te bestuderen wat er bestaat, integendeel zelf verschillende volkeren of zelfs “mensachtige soorten” te creëren en die in een verhaal te laten optreden. Hij las zijn werk voor in een soort van leesclub in Oxford, waarvan toen ook C.S.Lewis (uit de film “Shadowlands”) deel uitmaakte. Die maakte hem attent op “Een reis naar Arcturus” (1920) van David Lindsay en “The Worm Ouroboros” (1922) van Eric Rucker Eddison (1882-1945).
Op die suggesties is Tolkien blijkbaar gretig ingegaan, maar hij was zoals reeds aangegeven blijkbaar veel minder geïnteresseerd in vergelijkbare werken zoals “She” van Rider Haggard, waarin de hoofdrol wordt vertolkt door een soort van femme fatale. Daardoor wijkt “The Lord of the Rings” af van het zogenaamde “sword & sorcery”-genre zoals we dat bijvoorbeeld kennen van films als “Red Sonja” of een TV-serie als “Xena, warrior princess”.
De vrouwen die een rol spelen in “sword & sorcery” dragen altijd een outfit die aan SM doet denken en dat zal ook wel bijdragen tot de populariteit bij het volwassen mannelijke deel van de bevolking (of in het geval van “Xena” zelfs eerder bij een segment van het vrouwelijke deel). Bij Tolkien echter zijn vrouwelijke figuren zo goed als afwezig. In de verfilming heeft men dit een beetje opgevangen door het belang ervan wat op te vijzelen, maar zelfs dan blijft het nog opvallen dat “it’s a man’s world“.
“The Lord of the Rings” is volledig afgewerkt in 1955, maar in 1937 werd hij reeds voorafgegaan door zijn debuut “The Hobbit” en in 1977 volgde postuum nog “The Silmarillion”, uitgegeven door zijn zoon Christopher. Die verzamelde verder nog alle nagelaten geschriften, probeersels, voorstudies en overschotjes en bond deze samen tot een achtdelige “History of Middle Earth”. Over dit mythische land, bevolkt door dwergen, trollen, elfen, tovenaars, mensen, enten en elfen, zijn reeds woordenboeken en grammatica’s van de verzonnen talen verschenen (meestal door Tolkien zelf geschreven trouwens). Er verscheen zelfs een atlas van Middle Earth!
KATHOLIEK
Volgens sommige biografen (Joseph Pearce, “Tolkien: man and myth”, Harper & Collins 1998 b.v.) kan je het boek niet los zien van Tolkiens katholieke geloof. Deze geloofshistorie is alleszins een merkwaardig verhaal. Tolkiens moeder werd weduwe toen hij pas vier was. Ondanks zwaar verzet van haar familie bekeerde zij zich tot het katholicisme en prentte haar zoontje dit geloof stevig in. Toen ze dan ook nog stierf toen hij amper acht was en hem en zijn broer overliet aan de zorgen van een priester werd het helemaal obsessioneel. Toen Tolkien op zijn zestiende verliefd werd op ene Edith, mocht hij het meisje niet meer zien tot zij zich drie jaar later eveneens tot het katholicisme bekeerde. En dan trouwden ze meteen ook. Tolkien beschouwde seksuele betrekkingen echter ook binnen het huwelijk als zondig, zodat het huwelijk al snel problematisch werd. Zijn extremisme leidde hem volgens sommigen ook in fascistische regionen, wat men ook al uit het werk probeert af te leiden.
Het verwijt dat fantasy-schrijvers gemakkelijk in extreem-rechts vaarwater terecht komen is niet nieuw. Robert Heinlein (1907-1988), de auteur van “Starship troopers” (veel later verfilmd door Paul Verhoeven), werd bijvoorbeeld als een verspreider van fascistische ideeën beschouwd. En dat “Conan the Barbarian” van Robert E.Howard (1906-1936) in 1982 werd verfilmd door John Milius, een Amerikaanse regisseur die bekend staat voor zijn extreem-rechtse ideeën, is ook wellicht geen toeval (*). Zij het dat in “Conan” deze ideeën zich alsnog beperken tot een verheerlijking van de mannelijke, primitieve, mythische dadenmens. En datzelfde kan men eigenlijk ook een beetje zeggen van Tolkiens boeken, al wordt er wel veel gerelativeerd door een soort van schelmenhumor.

Ronny De Schepper

(*) Hij noemt zichzelf een “Zen-fascist” en is verder nog de auteur van “Dirty Harry”, “Apocalypse now” en “Jeremiah Johnson”. And he is one of the inspirations for the character of Walter in “The big Lebowski” by the Coen Brothers (1998). He is an infamously bombastic right-winger with an obsession with all things militaristic and an enthusiasm for guns. His girth, beard, hair style, and shades are also all reflected in Walter’s physical appearance. The Coens had tried to cast Milius in the film Barton Fink (1991) in the part eventually played by Michael Lerner.

Sascha Van Laeken publiceert ‘Strip Sticker Catalogus’

Sascha Van Laeken publiceert ‘Strip Sticker Catalogus’

Tijdens de grote signeerdag van de Culturele Vereniging Spirit op zaterdag 21 september op het gemeentehuis van Temse werd een opmerkelijke nieuwe publicatie voorgesteld: de ‘Strip Sticker Catalogus’, samengesteld door stripkenner en -verzamelaar Sascha Van Laeken. Het luxeboek, dat 340 pagina’s telt, bevat 7 095 afbeeldingen in kleur van stickers getekend door striptekenaars.

Lees verder “Sascha Van Laeken publiceert ‘Strip Sticker Catalogus’”

Zorro wordt honderd jaar…

Zorro wordt honderd jaar…

Op 9 augustus 1919 verschijnt in het Californische pulpmagazine “All Story Weekly” de eerste aflevering van “The Curse of Capistrano”, het allereerste Zorro-verhaal. De auteur is Johnston McCulley, politieverslaggever en schrijver van pulpromannetjes. Het slaat meteen aan. Amerika is een land zonder geschiedenis en als blijkt dat Californië toch een klein beetje een afwijkend verleden heeft van de rest van de Verenigde Staten, spreekt dit meteen tot de verbeelding.

Lees verder “Zorro wordt honderd jaar…”