Zorro wordt honderd jaar…

Zorro wordt honderd jaar…

Op 9 augustus 1919 verschijnt in het Californische pulpmagazine “All Story Weekly” de eerste aflevering van “The Curse of Capistrano”, het allereerste Zorro-verhaal. De auteur is Johnston McCulley, politieverslaggever en schrijver van pulpromannetjes. Het slaat meteen aan. Amerika is een land zonder geschiedenis en als blijkt dat Californië toch een klein beetje een afwijkend verleden heeft van de rest van de Verenigde Staten, spreekt dit meteen tot de verbeelding.

Lees verder “Zorro wordt honderd jaar…”

François Craenhals (1926-2004)

François Craenhals (1926-2004)

Morgen zal het al vijftien jaar geleden zijn dat striptekenaar François Craenhals is overleden.

François Craenhals was een mindere god bij het weekblad Kuifje. Toch vormde “De avonturen van Pom en Teddy” een succesvolle serie. Eén van de afleveringen, “Het geheim van Balibach”, kan volgens Tom Lanoye zelfs zonder blozen naast “Het gele teken” van Jacobs gaan staan: “Pom was een ezeltje en Teddy een weesjongetje dat – heel platonisch natuurlijk – bevriend was met het danseresje Maggy. En samen met de reus Taras Bulba werken ze allemaal in het circus Stockburger. Ik identificeerde mij zwaar met dat weesjongetje – maar soms ook wel eens met het ezeltje. Het meest ontroerende verhaal vond ik het allereerste dat gewoon De avonturen van Pom en Teddy heet. Het weesjongetje en het ezeltje liggen daarin afwisselend op sterven, worden door vlammen bedreigd, door wilde everzwijnen besprongen of belaagd door geniepige pistemeesters. Heel spannend, maar op het einde komt toch alles weer goed. Ik heb werkelijk zitten huilen als ik het las. Er komt een heel mooie scène in, waarbij het ezeltje gewond is door een everzwijn en in koortsdromen vervalt. Je ziet dan een aantal dromen van dat ezeltje, die nogal primitief surrealistisch in beeld worden gebracht. In een soort Dali-landschap komen everzwijnen aanzetten die eerder op weerwolven gelijken en die slaan het ezeltje kapot, dat voor de gelegenheid een plaasteren beeld is. Ik herinner mij dat ik absoluut niet door had dat het maar een droom was. Ik moet toen zo’n zeven, acht jaar geweest zijn, al las ik reeds strips toen ik alleen nog maar naar de plaatjes kon kijken. Dat is trouwens een gewoonte gebleven: telkens ik een nieuwe strip kocht, bekeek ik eerst tweemaal de prentjes en pas de derde maal begon ik te lezen. Eigenlijk vind ik het nog altijd fantastische boeken. Ik ga ze nu trouwens onmiddellijk nog eens lezen, zie.”

Lees verder “François Craenhals (1926-2004)”

Popeye wordt negentig!

Popeye wordt negentig!

Vandaag is het negentig jaar geleden dat de eerste strip van Elzie Crisler Segar (1894-1938) met Popeye in de hoofdrol is verschenen. Eén van de eerste replieken van Popeye luidt als volgt: iemand vraagt hem of hij soms “bij de marine” is, waarop Popeye: “Zie ik er soms uit als een cowboy?”

“Popeye the sailorman” wordt ijzersterk door het eten van doodgewone, ordinaire spinazie en dat heeft zo’n gevolgen gehad voor de spinazie-industrie dat men in het centrum ervan, namelijk in Crystal City in Texas, in 1937 een standbeeld voor hem heeft opgericht.
Dat gebeurde uiteraard nadat het stripverhaal tot leven was gekomen als animatiefilm van de uit Australië afkomstige gebroeders Max en Dave Fleischer, die hiervoor een eigen studio oprichtten, die de tweede grootste van Amerika zal worden (na Disney uiteraard).
In 1980 kwam er ook een “echte” verfilming, door Robert Altman dan nog wel, met Robin Williams in de titelrol. Het werd Altmans grootste flop.
Uiteraard waren er ook parodies. De bekendste is ongetwijfeld “Popeye the Pooh” van William Faulkner, maar die gaat eigenlijk meer over de grilligheid van bestsellerslijsten dan over Popeye of Winnie the Pooh zelf.

Lees verder “Popeye wordt negentig!”