De leestips van Nonkel Fons (23)

De leestips van Nonkel Fons (23)

Fons Mariën las “De leugens die ons binden: een nieuwe kijk op identiteit
van Kwame Anthony Appiah (vertaling Maarten Polman).

Ik heb de laatste tijd al meer boeken over identiteit en identiteitspolitiek gelezen. Dit boek van Kwame Anthony Appiah mocht zeker niet aan mijn lijstje ontbreken. De auteur is verbonden aan de universiteit van New York als professor filosofie. Wat in het kader van het onderwerp belangrijk om te weten is, is dat hij een Ghanese vader heeft en een Britse moeder. Dat beïnvloedt Appiah’s kijk op identiteit grondig.

In de inleiding poneert de auteur het volgende: “Wij leven met de erfenis van manieren van denken die hun huidige gedaante hebben aangenomen in de negentiende eeuw, het is hoog tijd die te onderwerpen aan het hoogste gedachtengoed van de eenentwintigste eeuw.” In dit boek onderzoekt hij vijf terreinen waarrond identiteiten zich vormen : geloof, land, kleur, klasse en cultuur. Volgens de titel zijn dat “de leugens die ons binden”, m.a.w. we voelen ons wel verbonden omwille van een zekere gelijkheid op een of meer van deze terreinen (b.v. omdat we hetzelfde geloof hebben), maar tegelijk is die verbondenheid ook gebaseerd op leugens. Want bij elk van deze terreinen maakt de auteur veel kanttekeningen.

Telkens weer grijpt Kwame Anthony Appiah naar voorbeelden die niet in “één hokje” passen. Zo bijvoorbeeld schrijft hij in het hoofdstuk ‘land’ over de situatie van Triëste en meer bepaald van Aron Ettore Schmitz : “Zijn vader en moeder waren joden van respectievelijk Italiaanse en Duitse oorsprong.” Deze man kennen we uiteindelijk beter als de schrijver Italo Svevo, in deze schrijversnaam vinden we zowel de link naar Duitsland als Italië terug. In de loop van Svevo’s leven behoorde Triëste tot verschillende landen en ten slotte, tot Italië. Maar Svevo bleef zichzelf, los van die staatsrechtelijke kwesties. Met zulke voorbeelden wil Appiah ons duidelijk maken dat er flink wat kanttekeningen te plaatsen zijn bij ogenschijnlijke eenduidige criteria voor identiteit.
De auteur is erudiet en put uit zijn uitgebreide kennis van geschiedenis om telkens weer relativerende voorbeelden te vinden. Zo haalt hij in het hoofdstuk over (huids)kleur het voorbeeld aan van de vijfjarige Axim uit de Afrikaanse Goudkust, die in 1707 meegenomen wordt naar Europa, uiteindelijk bij een Duits gezin belandt die hem een degelijke opleiding verstrekt zodat de man uitgroeit tot de eerste zwarte professor filosofie. Een grote uitzondering als je weet dat Afrikanen toen als slaaf in Amerika belandden.

Het is duidelijk dat Appiah’s eigen gemengde afkomst hem ertoe brengt naar die voorbeelden en situaties te zoeken die een eenduidige formulering van identiteit relativeren. Deze visie is eenvoudig te formuleren als “niet alles past in één hokje”. Hij doet de lezer daarmee nadenken over die gronden waarop hij/zij zijn/haar identiteit baseert. Hij doet zulks zonder te vervallen in goedkoop cultuurrelativisme. Daarvoor put de auteur uit zijn heel rijke kennis van de domeinen die hij bespreekt, zodat haast een tweede lectuur zich opdringt om de rijkdom van dit boek ten volle te laten doordringen.

Fons Mariën

De leestips van Nonkel Fons (22)

De leestips van Nonkel Fons (22)

Fons Mariën las “Kuifje wordt volwassen. Over de dekolonisering van de geest” van Rik Pinxten (foto uitgeverij EPO).

De auteur van dit boek, de intussen gepensioneerde antropoloog-filosoof Rik Pinxten, heeft al talrijke publicaties op zijn naam staan. Dit boek is het eerste dat ik van hem las.

‘Kuifje wordt volwassen’ heeft als ondertitel ‘Over de dekolonisering van de geest’. Kuifje in de titel is zowat het archetype van de blanke westerling in de koloniale tijd, hij die denkt dat hij ‘de superieure waarden’ in pacht heeft. De auteur wil met dit boek de westerling aansporen om deze neokoloniale houding te laten vallen. Hij verwijst daarbij naar het boek ‘Witte onschuld’ van de kleurlinge en feministe Gloria Wekker (het valt me op dat in mijn lectuur van de laatste tijd vaak verwijzingen naar dit boek voorkomen). Gloria Wekker meent dat er nog altijd een neokoloniale mentaliteit heerst en dat bij Nederlanders (zij woont in Nederland) nog altijd een geestelijk residu te vinden is van kolonialisme en slavernij.

Sleutelbegrippen in het discours van Rik Pinxten zijn perspectivisme en interdependentie. Met perspectivisme bedoelt hij dat de blanke (in het bijzonder de onderzoeker, academicus) naar alles vanuit verschillende posities moet kijken, in dialoog met mensen uit andere culturen en dus niet alleen vanuit een westers standpunt. Voor een antropoloog lijkt me dit een aanvaardbaar uitgangspunt, maar of dit voor alle menswetenschappen geldig is lijkt me minder evident. Om nog te zwijgen van exacte wetenschappen (moet er naast de zwaartekrachttheorie van Newton ook een ‘zwarte zwaartekrachttheorie’ bestaan?).

Met interdependentie benadrukt Pinxten dat we in een wereld leven waarin we allemaal op een of andere manier met elkaar betrokken zijn: geen enkel volk, geen enkele cultuur kan nog enkel op zichzelf bestaan. Dat is heel duidelijk bij wereldproblemen zoals de klimaatopwarming waaraan niemand kan ontsnappen. Vanuit een links perspectief betekent interdependentie ook dat het arme Zuiden zijn toestand te wijten heeft aan het rijke Westen (dat in de koloniale tijd grondstoffen e.d. eenzijdig uitbaatte). ‘Onze belangen’ moeten vervangen worden door de belangen van de mensheid en de aarde. Pinxten pleit voor gelijkwaardigheid en solidariteit in denken en handelen.

Enkele bedenkingen. Het perspectivisme van Pinxten dreigt makkelijk te vervallen in een vorm van cultuurrelativisme. Voor tal van culturele uitingen kunnen we de ene attitude naast de andere plaatsen en denken “het kan evengoed zo”. Maar zoals ik eerder in artikels op de blog Kwintessens van het Humanistisch Verbond uitlegde, zijn er wel degelijk verschillen in kwaliteit voor sommige attitudes, toetsteen voor mij zijn de Universele Mensenrechten. Met het perspectivisme van Pinxten dreigt ook die universaliteit in een postmodern discours in vraag gesteld te worden.
Andere bedenking : Pinxten gelooft Gloria Wekker e.a. wanneer die over een neokoloniale houding van de westerling anno 2019 spreken. Maar de vraag is: bestaat die neokoloniale attitude nog? Hoe sterk is die nog in het westerse denken aanwezig? Ik denk dat er sinds de effectieve dekolonisering van landen (voornamelijk in de jaren ’50 en ’60) al een hele weg is afgelegd en dat het zgn. eurocentrische denken al veel langer in vraag is gesteld. Pinxten laat na om de evolutie in de geesten sindsdien te onderzoeken en volgt iemand als Gloria Wekker, terwijl haar boek volgens mij helemaal niet zo sterk beargumenteerd is. Is Kuifje niet al een beetje volwassen geworden?

Kortom: dit is een boeiend onderwerp, maar met dit boek van Pinxten is het laatste woord er nog niet over geschreven. 

Fons Mariën

De leestips van Nonkel Fons (21)

De leestips van Nonkel Fons (21)

Fons Mariën las “Herdenken Herdacht” van Simon(e) van Saarloos (foto YouTube).

Dit essay van de Nederlandse schrijfster en filosofe Simone van Saarloos werd uitgegeven in de reeks ‘Nieuw Licht’ van uitgeverij Prometheus. In ‘Nieuw Licht’ stellen redacteurs Frank Meester en Coen Simon telkens een vraag aan een denker, deze keer is de vraag: “Hoe kunnen we vandaag herdenken?”.

Simone van Saarloos heeft een heel eigen kijk op herdenken. Ze vraagt zich evenzeer af wat er niet wordt herdacht en waarom als wat wel wordt herdacht. Ze verzet zich tegen de noties schaarste (“je kunt niet alles herdenken”) en competitie (“sommige verhalen zijn daarom belangrijker dan andere”). Zo besteedt ze veel aandacht aan het belang van vergeten (dat nodig zou zijn om ‘een nieuw begin’ te creëren) en dat “kan worden ingezet tegen het heersend bewind”. In haar essay hanteert ze niet precies omschreven begrippen als ‘queer vergeten’ (aanknopend bij de queer theory), ‘wit herdenken’ en ‘heterotijd’.

Van Saarloos’ betoog blinkt niet echt uit in helderheid. Een rode draad is moeilijk te vinden. Van Saarloos schrijft erg associatief en verliest zich geregeld in uitweidingen over kwesties die weinig te maken hebben met het centrale thema. Uitweidingen waarbij ik geregeld een vraagteken in de marge plaatste: over het geheugen van water, over bomen als getuigen en hun geluiden (niet verwijzend naar de wind die in de bladeren speelt en zo geluid maakt), over de pil voor vrouwen, over ‘transformatieve rechtvaardigheid’.

De schrijfster verwijst hier en daar naar Hannah Arendt en Friedrich Nietzsche (er is een korte tekst van deze filosoof over het thema in dit boek opgenomen), maar vooral nog naar talrijke hedendaagse auteurs waarbij ze duidelijk haar voorkeur toont voor die activisten die over ‘witheid’ schrijven, die de geest willen ‘dekoloniseren’, die voornamelijk aandacht besteden aan de trauma’s van zwarte mensen.
Simone van Saarloos schrijft haar voornaam als Simon(e). Ze is overduidelijk een vrouw (cfr. haar website) maar ze wil niet in een ‘genderhokje’ geduwd worden. Ik doe niet mee aan die genderneutrale onzin. Kortom, wat mij betreft is dit een ‘essay om te vergeten’, zoals de ondertitel luidt.

Fons Mariën