Het hoekje van Opa Adhemar (50)

Het hoekje van Opa Adhemar (50)

Hoewel ik het interieur meermaals gezien had, telkens licht gevarieerd afhankelijk van de smaak en het inzicht van regisseur en decorbouwer, bleek het toch nog schokkend toen ik die ochtend de flat binnenstapte. Grauw, armtierig, op het randje van vervuiling. Geen plek om te leven. Geen plaats om gelukkig te zijn. Ik werd verwacht.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (50)”

Het hoekje van Opa Adhemar (49)

Het hoekje van Opa Adhemar (49)

Zeggen dat ik groene vingers heb dan zou ik niet een loopje nemen met de waarheid maar een flinke marathon. Mijn enige reële contacten met het fenomeen aarde/plant bestonden, ten tijde van de lagere school uit: een experiment waarbij ik een witte boon deponeerde in een prop natte watten, deze bestudeerde via het drinkglas waarin het geheel laboratiumgewijs geplaatst was, in afwachting tot er zich iets als wortels zouden ontwikkelen. Wat tot mijn niet geringe verbazing geschiedde. Jubilate!

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (49)”

Het hoekje van Opa Adhemar (48)

Het hoekje van Opa Adhemar (48)

Toen de Franse schrijver Jean Giono, tot dan honkvast, in de herfst van 1951 een reis ondernam naar Italië in het gezelschap van zijn echtgenote en een bevriend echtpaar, drong een bezoek aan een bepaalde stad zich aan hen op. Om drie redenen. Giono tekende voor twee van hen, zijn vriend Antoine, meteen de chauffeur, was verantwoordelijk voor de derde.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (48)”

Het hoekje van Opa Adhemar (47)

Het hoekje van Opa Adhemar (47)

De liefde voor de film heb ik niet met de moedermelk ingezogen, evenmin binnen gelurkt via de fles noch opgeslurpt met de paplepel. Het zat er nooit echt in. Toen ik de jaren des puberteits bereikte had ik vermoedelijk nog maar twee films genoten die naam waardig – ik laat hier enkele Dikke en de Dunne-capriolen en consoorten buiten beschouwing, hors concours – en die hoogtepunten hadden zich afgespeeld op vrij prille leeftijd. Sneeuwwitje en The Bridge over the River Kwai. Terwijl onze verder weinig cultuurgevoelige provinciestad toch over drie bioscopen beschikte. Het is duidelijk, mijn ouders waren geen filmfanaten, het witte doek lokte hen niet.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (47)”

Het hoekje van Opa Adhemar (46)

Het hoekje van Opa Adhemar (46)

Gewekt door die meer dan irritante stoomfluit van de op een afstand van 900 meters gelegen – in vogelvlucht (en meer hoeft het geluid niet te overbruggen!) – fabriek. Vijf voor halfacht. In mijn halfslaap dringt het besef door: blijf maar wakker want dit is slechts de eerste oproep: de verwittiging ‘rep jullie’. Over vijf minuten toetert dat verdomde ding weer: opdat ik nog eens twintig centimeters hoog boven mijn matras opschrik en de arbeiders weten dat ze aan de slag moeten.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (46)”

Het hoekje van Opa Adhemar (45)

Het hoekje van Opa Adhemar (45)

Stel me de vraag of en hoe onze voorvaderen in de prehistorie hun voedsel bewaarden. Of moesten ze van dag tot dag leven, zorgen opdat er toch ongeveer dagelijks iets vers te knabbelen was? Voortdurend op jacht, achter al dat wild ongedierte, dino’s en mammoeten aan met stenen en pijlen; of vissen. En de vegetariërs (die zullen wel nog een te verwaarlozen minderheid geweest zijn) bessen plukken in bos en hei en high worden dankzij de paddo’s. Mogelijk slaagden ze er in de bilstukken tyrannosaurus enkele dagen schimmelvrij te houden in een koel hoekje van de grot. Of stond er een ingenieur op die ook hobbykok was en die ontdekte dat je een en ander kon drogen in de zon en boven het vuur – zodat hij etiketten kon kleven ‘te bewaren tot…’ ‘houdbaar tot minstens…’. Eerlijk, deze overweging dook bij me op toen ik geïntrigeerd raakte door het fenomeen spaarpot. Daarover wil ik het dus hebben.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (45)”

Het hoekje van Opa Adhemar (44)

Het hoekje van Opa Adhemar (44)

Nooit zo’n fan geweest van kermissen of pretparken. Hoewel ik in de beginperiode van mijn leven, de allereerste dan, toch enkele keren werd meegenomen naar het Melipark dat toen nog slechts met een sprookjesbos, een speeltuin en enkele dieren kon uitpakken. De honing, de bijtjes, en de flamingo’s. Veel herinneringen hou ik er, gelukkig misschien, niet aan over.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (44)”

Het hoekje van Opa Adhemar (43)

Het hoekje van Opa Adhemar (43)

“Het hele leven is onzeker, afgezien van dat ene noodzakelijke feit dat er vroeg of laat een einde aan komt,” noteert Paul Auster in ‘Winter Journal’. Een torenhoog cliché natuurlijk, maar meteen onverbiddelijk waar. Of zoals Michel Tournier het formuleert in ‘Le Roi des Aulnes’: “De vrouw die het kind draagt moet ook haar rouw dragen”.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (43)”

Het hoekje van Opa Adhemar (42)

Het hoekje van Opa Adhemar (42)

Het ontbijt is al decennia lang een vluchtige herinnering geworden. Tientallen jarenlang beperkte het zich tot het genot van ettelijke koppen koffie (‘het ruikt hier naar D.E.‘) en een gelijkelijk aantal met evenveel culinair genot gesmaakte sigaretten (minder trouw wat het merk betreft, van de heavy stuf als Gitanes en Gauloises over naar lichte brol als Belga tot eindelijk Peter Stuyvesant). Wat ligt het alles ver in het verleden!

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (42)”

Het hoekje van Opa Adhemar (41)

Het hoekje van Opa Adhemar (41)

Een grootwarenhuis dat is toch de snoepwinkel voor de volwassene. Ook wel voor kinderen natuurlijk, voor hen is het een wat primitieve versie van Plopsaland: ze kunnen er hollen, roetsbaantje spelen, dingen omver gooien. En natuurlijk met grijpgrage handjes reiken (en uit de rekken slepen) naar wat aan allerlei noodzakelijks ontbeert in de kasten thuis – producten die zich bevinden in de afdelingen snoep, koekjes, chocolade, chips en de god van de Olympus ‘Haribo’.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (41)”