Het hoekje van Opa Adhemar (64)

Het hoekje van Opa Adhemar (64)

Met levende fauna in mijn onmiddellijke nabijheid bezit ik niet zo’n dwingende band. Niet meer sedert lang. Ooit huisde er in mijn onmiddellijke omgeving een varken. Ondanks de totaal ongeschikte behuizing van het gezin van mijn ouders, ik was vijf jaar denk ik, het betrof een nieuw gebouwd rijtjeshuis, hadden ze het onzalige idee zo’n spek- en worstenleverancier op te kweken op hun terrein. Mijn herinnering eraan is nihil. Verdrongen? Schaamte? Angst? Dat beest diende dag na dag, uur na uur, centimeter per centimeter ronder te worden en zat daartoe zijn leven uit te zitten in wat bedoeld was als een bezemhok, etend, slobberend. Toen hem op het voor hem zeer ongeschikte moment euthanasie opgedrongen werd door een daartoe ter hulp geroepen deskundige beul trok de ganse familie zich wenend terug; ‘varken wordt huisvriend’, melodrama in één bedrijf. Ze hebben niet één kotelet, niet één worst, niet één schelletje ham van hem geconsumeerd. Ze waren vleeseters, geen kannibalen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (64)”

Het hoekje van Opa Adhemar (63)

Het hoekje van Opa Adhemar (63)

Wat is de ecologische impact van de eland? Hij woelt met zijn hoeven de aarde om, en strooit via zijn uitwerpselen zaadjes in het rond – bevruchting van de aarde! Een boeiend onderwerp? Nee vrees ik. Wat kan dan wel interessant zijn, wat houdt de medemens bezig, wat intrigeert onze geesten en zet onze hersencellen in werking. Om dat te ontdekken kijk ik eens om me heen, snuffel her en der. Wat valt me op… Lijstjes, in toenemende mate. In alle formaten. Top 5, top 10, tot top 500. Of helemaal geen top, gewoon lijstjes at random, zonder rangschikking. Voorkeuren. Een opsomming. Je kan immers niet altijd appelen met een côte à l’os vergelijken. Meestal dient er gekroond en bekroond te worden, dat houdt de spanning er in. En voor de winnaar kan er een prijsje aan geknoopt worden. De essentie is het niet. Het gaat om het lijstje. En over wie het samenstelt.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (63)”

Het hoekje van Opa Adhemar (62)

Het hoekje van Opa Adhemar (62)

De winter moet toch zowat het meest geschikte seizoen zijn om je terug te trekken in je eigen eenzame plekje, knus, warm, afgesloten van de wereld. Het begint al in de herfst, wanneer de dagen donkeren, de avond vroeger start, het buiten al eens durft regenen, hagelen, bliksemen, stormen. Veilig in het nestje kruipen. Geïsoleerd. Ogen en oren dichtstoppen. Al moet ik het, uit eigen prilste ervaring puttend, enigszins weerleggen – of bijsturen. Uit mijn eerste levensjaren weet ik niet meer te putten maar toen we zo rond mijn vijfde levensjaar naar een eigen woning verhuisden (nu ja deze van mijn ouders) kwam ik terecht in een kamertje met roze muren. Eén muur voorzien van Sneeuwwitje en haar mannelijke fans, geschilderd naar het Disneymodel door mijn oudere kunstzinnige broer. Het ideale oord voor een schuilhoekje, weggedoken in mijn kinderbedje. 

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (62)”

Het hoekje van Opa Adhemar (61)

Het hoekje van Opa Adhemar (61)

Het kan een triest gebeuren zijn. Soms een feestje. Vaak iets van beide, zo’n beetje tussenin, weifelend, of in twee delen zich splitsend. Het hangt van de omstandigheden af. En vooral van de hoofdrolspeler. Van het lijdend voorwerp. Over een meewerkend voorwerp kan men nog bezwaarlijk spreken in dit geval. Gezien de toestand waarin hij of zij zich bevindt. Die is behoorlijk roerloos. Veel beweging zit er niet meer in. Bovendien is betrokkene meestal op dit hoogtepunt reeds aan ons oog onttrokken. Werd hij ingekapseld zodat zijn of haar, weliswaar bleke maar toch mooi aangeklede verschijning, ons niet meer aan het schrikken kan brengen. Of erger: hij is inmiddels reeds herleid tot een minimaal volume, gereduceerd tot een verwaarloosbare hoeveelheid poeder die je met één forse ademstoot wegblaast met achterlating van enkele hardnekkige stukjes die hopen de eeuwigheid in te gaan, tegen beter weten in.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (61)”

Het hoekje van Opa Adhemar (60)

Het hoekje van Opa Adhemar (60)

Een spiegel. Moet ik de persoon die ik daar gereflecteerd zie werkelijk herkennen? Dien ik de confrontatie aan te gaan? Die gelaatstrekken. Die rimpels en groeven. Het verhaal dat verteld wordt. Mijn blik tast de poriën af van een gezicht dat ik niet tenzij uit een verre herinnering weet te identificeren. Ogen ontmoeten elkaar, overbruggen een afstand, stoten elkaar af. Ze wensen elkaar niet te zien. Wat hebben ze gemeen? Wat hebben ze elkaar te zeggen. Afkeer. Haat. Afgrijzen. Ze willen een ruimte tussen hen creëren, lichtjaren moeten hen verwijderen van elkaar. Onverbiddelijk word ik naar dat creatuur toegezogen. Het slorpt me op, dreigt me tot zich te nemen. Dwingt me één te worden. Mezelf te zien. Te confronteren.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (60)”

Het hoekje van Opa Adhemar (59)

Het hoekje van Opa Adhemar (59)

Bij het ontwaken uit mijn middagdutje, gisteren om 14u07, concludeerde ik plots dat het allemaal heel vreemd was. ‘Het’ dat kan zowat alles betekenen, in filosofische en semantische wijze geïnterpreteerd. Hier bleek het te gaan over dat weinig fortuinlijke jaar 2020. Toegegeven, het is al bijna ten einde – de eindejaarsfestiviteiten rollen er al aan – ik ben dus vrij laat om tot inzicht te komen. Maar ik ben dan wel in het bezit van een voortreffelijk excuus.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (59)”

Het hoekje van Opa Adhemar (57)

Het hoekje van Opa Adhemar (57)

Het is in een akte uit 965 van de stad Subiaco (provincie Rome), waar rond 500 de Benedictijnen gesticht werden, dat de term ‘carnaval’ een eerste maal opduikt. Afkomstig van het Italiaanse ‘carne levare’, het opheffen/wegnemen van vlees… de vasten dus. In onze contreien werd het woord een eerste maal gespot in het tijdschrift Mercurius (‘Hollandsche Mercurius behelsende het gedenckweerdighste in Christenryck’; uitg. te Haarlem door Casteleyn) in 1673. De oorsprong van het fenomeen gaat evenwel heel wat verder terug.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (57)”

Het hoekje van Opa Adhemar (56)

Het hoekje van Opa Adhemar (56)

Mijn enige ervaring met de moderne wereld van de spelletjes blijft beperkt tot het inmiddels oubollige Pac Man en het al even fris ogende Tetris. Oh ja, er was ook nog iets als een boerderij, een ‘farm’, een spel op de pc mij aangesmeerd door een kleindochter. Gedurende een hele tijd heb ik daar dagelijks gedurende telkens ongeveer een uur schapen, geiten, varkens en kippen gevoederd, maïs, rogge en tarwe laten groeien, wortelen en aardappelen geplant, tomaten en snijbonen geoogst. En dit voor iemand die het verschil niet kent tussen een komkommer en een raap, tussen een bok en een alpaca.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (56)”

Het hoekje van Opa Adhemar (55)

Het hoekje van Opa Adhemar (55)

Het café betekende gedurende mijn prille kinderjaren voor mij een mysterieus iets. Het was de plaats waar mijn vader na zijn dagtaak vaak met collega’s heentrok, zo ving ik dan op. Ik stelde telkenmale vast hoe hij de huiskamer betrad met een wat minder vaste tred. Zijn ogen leken mij een beetje verkleind in de loop van de dag. Hij sprak mij hoewel minzaam toch ietwat onzeker aan, alsof er iemand met zijn tong geknoeid had sedert hij die ochtend de woning verlaten had.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (55)”