Het hoekje van Opa Adhemar (81)

Het hoekje van Opa Adhemar (81)

‘Of ik niet een hondje zou willen? Dat is toch leuk, nu je alleen bent. Als gezelschap.’ Een hond! Nee, wat moet ik met zo’n beest. Het tweemaal daags uitlaten. Eten geven. ‘Nu ja, gaan wandelen, kom je nog eens buiten. En dat is dikwijls een aanleiding tot contact, dan heb je al eens aanspraak.’ Fijn, sociaal wezen met de hond als bindmiddel. Hondenliefhebbers onder elkaar. Over koetjes en kalfjes praten met onbekenden, dat is nu net wat ik nodig heb! Je kent mij. Ik en blabla… Nee dank je.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (81)”

Het hoekje van Opa Adhemar (80)

Het hoekje van Opa Adhemar (80)

Je hoort het niet zo vaak meer, logisch vermits het al zo’n oud nummer is, maar vanochtend werd het dan toch nog eens gedraaid. Zodat het via Radio 2 en mijn boxen de huiskamer binnenkwam. Ik werd in de tijd gekatapulteerd. Het is de eerste herinnering die ik aan mijn broer overhou. Heel vreemd vermits ik toen toch al negen jaar was. Alleen te verklaren door het feit dat hij in het gezin vooral een afwezige was vermoed ik.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (80)”

Het hoekje van Opa Adhemar (78)

Het hoekje van Opa Adhemar (78)

Achter het zware donkerrode gordijn klinkt gedempt geroezemoes, gefluister, gekuch door. Het geschuifel van voetstappen ook. Ik hou de adem in, luister. Herken ik een stem, een hoest. Voorzichtig tracht ik door een kier te gluren of ik ergens een gelaat herken. Trek me terug. Neem alvast mijn plaats in. Hoor de derde maal de bel klinken ergens in de gangen van het gebouw. De anderen voegen zich bij mij nu, in stilte. Nee, er wordt nog vlug gefluisterd “toi toi”. Het zwakke podiumlicht dooft – duisternis; nog alleen een smalle streep gluurt vanonder het gordijn. Tot ook de zaal in het donker duikt en alle geluiden ook daar verstommen. Mijn keel, mijn droge mond, mijn maag, mijn lichaam zindert.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (78)”

Het hoekje van Opa Adhemar (77)

Het hoekje van Opa Adhemar (77)

Het is boeiend, flitsend, interessant, leerrijk. Geen ander programma in het zo versufte, duffe aanbod kan er aan tippen. Men zou mogen stellen dat ik verslaafd ben. Het is betreurenswaard dat het zich steeds slechts aandient in blokken van drie of vier, soms hooguit vijf minuten. Dan ben ik opnieuw gedwongen gedurende soms wel een halfuur lijdzaam een of ander zich toevallig aandienend onding te ondergaan dat een producer of programmasamensteller voor de goegemeente selecteerde. Een ongeloofwaardige film, romantiek. Of erger nog, zo’n soap die de werkelijkheid zou imiteren. Een spelprogramma, een quiz met de meest onnozele vragen die een kind van vijf weet te beantwoorden. Een documentaire over koraalriffen die ten dode opgeschreven zijn, over uitstervende diersoorten die gered worden in een zoo in Australië, of de 1.364ste docu over WOII. Wie heeft daar een boodschap aan. Rommel. Het kan erger: nieuws, discussie- en voorlichtingsprogramma’s, talkshows… blabla die naar café verbannen dient te worden. Nee, het enige dat werkelijk enige opvoedende waarde bezit, bekijken waard is op de televisie, ik breek er meer dan één lans voor: het is de reclame.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (77)”

Het hoekje van Opa Adhemar (76)

Het hoekje van Opa Adhemar (76)

Het voorbije decennium is er al heel wat inkt (en speeksel) gevloeid over mobiliteit. Raar toch dat men daar zo’n probleem van maakt. Honderden, duizenden jaren heeft het schepsel mens genaamd zich op eigen kracht voortbewogen. Aan zo’n vijf kilometer per uur, soms misschien wanneer hij op jacht was of telkens een of ander monster hem op de hielen zat iets vlugger. Het werd wachten tot zo ongeveer 1880 na Christus eer we ons ietwat sneller zouden kunnen verplaatsen. Goed, ietwat eerder waren we al op de idee gekomen om op een paard of kameel te kruipen die op de sintelbaan een betere indruk zouden maken, en een slimme Romein had eerder zelfs een zeilwagen uitgevonden. Terwijl het over het water ook enigszins vlotter ging. Maar in verhouding tot al die vele eeuwen…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (76)”

Het hoekje van Opa Adhemar (74)

Het hoekje van Opa Adhemar (74)

Bij Matteüs 6:26 lezen we “de vogels in de lucht ze zaaien niet, ze oogsten niet, ze vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse vader die hen voedt”. Dat klinkt allemaal veelbelovend maar is het de realiteit? Kijk ik naar de tuin dan zie ik die beestjes toch wanhopig op zoek naar wat korreltjes die hopelijk her en der verspreid liggen. Of vechten om een plekje aan het graanbolletje dat we, goedhartig als we zijn, opgehangen hebben uit medelijden (en omdat we genieten van hun aanwezigheid en van het spektakel dat soms een gladiatorengevecht lijkt wanneer de ene de andere het licht in de ogen niet gunt). Wij: empathisch en sadistisch, zo (her)kennen we onszelf weer.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (74)”

Het hoekje van Opa Adhemar (73)

Het hoekje van Opa Adhemar (73)

Dinsdag is voor mij zonder twijfel de meest spannende dag van de week. Hij houdt steevast verrassingen in. Echte verrassingen mag men het misschien niet noemen. Vermits het een wekelijks weerkerend proces betreft. Maar toch kijk ik er toch telkenmale met enige angst, met huiver naar uit. Bij het ontwaken reeds besef ik: owee dinsdag, uit je doppen kijken. Op je hoede zijn. Nog heel even trachten te genieten. Nog gedurende een halfuur, een uur misschien de gedachten op nul zetten. Focussen op het weer, regent het, schijnen er zeven zonnen? Trachten probleemloos van het ontbijt te genieten. Nog even dubben of een boterham met abrikozenjam te prefereren is boven één met Nutella; of toch liever een zachtgekookt eitje? Maar voor dat laatste blijk ik toch reeds te nerveus.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (73)”

Het hoekje van Opa Adhemar (72)

Het hoekje van Opa Adhemar (72)

De Reflexspray kijkt me nog steeds aan, daar op dat plekje in de badkamer waar jij hem maandenlang klaar voor gebruik had liggen. Vruchteloos. Hopeloos. Schouderpijn, zo geloofde je. Zo bleef je beweren. Hoe lang je ook die spray hanteerde, hoe feller de pijn ook werd. Tegen mijn ongeloof in. Tenslotte allicht tegen je eigen beter weten in.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (72)”