Het hoekje van Opa Adhemar (102)

Het hoekje van Opa Adhemar (102)

Nee, toch niet reeds, het geluid van die kar lijkt telkens zij me uit mijn slaap rukt op het denderen van een goederentrein; of wat ik me voorstel van het dokkeren van een boerenkar op de kasseien zoals beschreven in die oervlaamse streekromans, Streuvels en zo – ik weet het is pas halfzeven en dit is het ontbijt voor mij en de pakweg vijftig andere patiënten die op deze afdeling de uren van de nieuwe dag met tegenzin beginnen af te tellen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (102)”

Het hoekje van Opa Adhemar (100)

Het hoekje van Opa Adhemar (100)

Het zal vermoedelijk in 1957 geweest zijn dat ’t Kapoentje, de wekelijkse bijlage voor de jeugd van dagblad Het Volk, zich mocht verheugen met – en de eer genoot van – het publiceren van mijn eerste gedicht. Helaas is het ooit gekoesterde exemplaar van dit vooral met stripverhalen gevulde blad, waar mijn negenjarige artistieke ontboezeming dus enig niveau aan trachtte te geven, in de plooien van de tijd verloren gegaan. Net als het manuscript dat nu ongetwijfeld zijn gewicht in goud zou waard zijn. Zo is de start van mijn literaire carrière als een stofje de eeuwigheid in geblazen. Foetsie, weg, onverbiddelijk.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (100)”

Het hoekje van Opa Adhemar (99)

Het hoekje van Opa Adhemar (99)

Wat een vreugde moet het geweest zijn voor onze voorvaderen toen ze tot de onthutsende bevinding kwamen dat ze het vuur konden aanwenden voor culinair gebruik. Eeuwen lang dienden ze de filets van de buffel, de borststukken van de mammoet, de billen van het hert, het hart en de lever van de bizon rauw en bloederig te verorberen. Nu konden die bien cuit, à point, bleu of saignant aan vrouw en kroost voorgeschoteld worden! Ze konden zich ontpoppen tot ware chefs, klaar om drie sterren of vijf toques in ontvangst te nemen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (99)”

Het hoekje van Opa Adhemar (98)

Het hoekje van Opa Adhemar (98)

Met wielertoeristen of met het fenomeen voel ik geen affiniteit. Ondanks het feit dat enkele schoonbroers fervente pedaaltrappers zijn, jawel in zo’n georganiseerde bende die op zondagochtend fietspaden, straten en jaagpaden terroriseren. Evenmin betoon ik enige interesse voor de wielersport, dat evenement waar een groep getrainde knapen of dames zich groepsgewijs van punt A naar punt B trachten te begeven op een tweewielig voertuig. In de hoop dat hij of zij als eerste dat lokkend punt B zal bereiken. Voor de eer, de roem in de vorm van een trui in een of andere kleur, voor de kick allicht ook, en misschien zelfs voor de centen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (98)”

Het hoekje van Opa Adhemar (97)

Het hoekje van Opa Adhemar (97)

080011100, hoe vaak ik ook iedere dag dit telefoonnummer aan mijn netvlies voorbij zie paraderen, het weigert zich in mijn geheugen te verankeren. Het is geen moedwil. Ik weiger het niet bewust. Het is mijn onderbewuste dat zich verzet, dat niks wil te maken hebben met wat schuilgaat achter deze opeenvolging van cijfers. Stel u voor dat ik werkelijk dit nummer intoets en een levend wezen (m/v) akoestisch ontmoet, iemand die mij zalvend verwelkomt maar toch reeds met een licht verwijt doortrillend in zijn of haar stembanden! Vermoedelijk zal dat individu me bovendien feliciteren omdat ik de stap gezet heb te telefoneren. Want dit is, zo zal mij misschien meegedeeld worden, belangrijk, die eerste stap. Die eerste telefoon naar ‘tabakstop’. Nee, dat nummer zal er nooit in slagen zich binnen te dringen in mijn grijze massa die afgeschermd wordt door een nevelsliert die bestaat uit meer dan zeventig kankerverwekkende stoffen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (97)”

Het hoekje van Opa Adhemar (96)

Het hoekje van Opa Adhemar (96)

Het zomert! De lucht kleurt azuurblauw. Het graan golft goudgeel over het veld. Klaprozen zenden hun vurig rood hemelwaarts. De koeien staan lui dommelend in de schaduw van een eik. Twee mussen laten vechtend om een hapje het stof van de landweg opdwarrelen. Ernest Claes en Stijn Streuvels laten hun blik over dit alles glijden en knikken goedkeurend, het leven is schoon.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (96)”

Het hoekje van Opa Adhemar (95)

Het hoekje van Opa Adhemar (95)

Het staat nu wel vast, het is bewezen: het vuur werd naar de mensen gebracht door Prometheus. Hij stal het van de Olympus en bracht het als geschenk naar de wereld waar wij er onze zin mee konden doen. Waarom anders zou Zeus hem anders zulke vreselijke straf opgelegd hebben? Vastgeketend liggen aan een rots op een berg van de Kaukasus, de Elbrus of de Kazbek, en hem daar iedere dag door Zeus’ arend, zijn lieveling, zijn bliksemwerper, de lever laten uitrukken en verorberen. Waarna dat orgaan prompt weer aangroeide zodat de volgende dag de kwelling en pijn konden hernomen worden. Tot Heracles die geliefde vogel van de oppergod zou doden en dan Prometheus, onze vuurbrenger, verlossen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (95)”

Het hoekje van Opa Adhemar (94)

Het hoekje van Opa Adhemar (94)

Het is niet dat ik een adept ben van Feng shui, ik ben niet van plan mijn meubels in een bepaalde hoek te plaatsen, me te bekommeren om de elementen water en wind in mijn slaapkamer zolang ik hen op aanvaardbare wijze weet buiten te houden. Evenmin ben ik van plan een specialist in huis te halen om te laten bepalen hoe de aardstralen onder en door mijn woning zinderen en mij het dagelijks bestaan trachten onmogelijk te maken tenzij ik mijn bed in een hoek van 45° opricht. Nee, niets van dat alles. Wel hou ik van een min of meer minimalistisch interieur.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (94)”

Het hoekje van Opa Adhemar (93)

Het hoekje van Opa Adhemar (93)

Wanneer hij zich als een wollig deken behoedzaam, teder, over de dag neervlijt, dan koester ik genegenheid voor deze die toch alles om me heen langzaam laat vervagen. Er zijn even zoveel momenten dat hij me onverhoeds overvalt, me bij de keel grijpt, in een wurggreep houdt, zijn ondoordringbaarheid dreigend over me neerstort. Nooit ontkomen we er aan. Net zoals we de dag laten geboren worden zien we hem ook telkens weer kwijnen. Hij dooft. Met tegenzin, tegenstribbelend. Steeds weer blijkt hij onmachtig, niet opgewassen tegen zijn duistere broer. Broeder? Of vijand. Eén en ander.  Liefde en haat. Net zoals de gevoelens die ik voor hem koester. Ambigu. De nacht. Mijn vriend. Mijn strijd.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (93)”