Het hoekje van Opa Adhemar (43)

Het hoekje van Opa Adhemar (43)

“Het hele leven is onzeker, afgezien van dat ene noodzakelijke feit dat er vroeg of laat een einde aan komt,” noteert Paul Auster in ‘Winter Journal’. Een torenhoog cliché natuurlijk, maar meteen onverbiddelijk waar. Of zoals Michel Tournier het formuleert in ‘Le Roi des Aulnes’: “De vrouw die het kind draagt moet ook haar rouw dragen”.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (43)”

Het hoekje van Opa Adhemar (42)

Het hoekje van Opa Adhemar (42)

Het ontbijt is al decennia lang een vluchtige herinnering geworden. Tientallen jarenlang beperkte het zich tot het genot van ettelijke koppen koffie (‘het ruikt hier naar D.E.‘) en een gelijkelijk aantal met evenveel culinair genot gesmaakte sigaretten (minder trouw wat het merk betreft, van de heavy stuf als Gitanes en Gauloises over naar lichte brol als Belga tot eindelijk Peter Stuyvesant). Wat ligt het alles ver in het verleden!

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (42)”

Het hoekje van Opa Adhemar (41)

Het hoekje van Opa Adhemar (41)

Een grootwarenhuis dat is toch de snoepwinkel voor de volwassene. Ook wel voor kinderen natuurlijk, voor hen is het een wat primitieve versie van Plopsaland: ze kunnen er hollen, roetsbaantje spelen, dingen omver gooien. En natuurlijk met grijpgrage handjes reiken (en uit de rekken slepen) naar wat aan allerlei noodzakelijks ontbeert in de kasten thuis – producten die zich bevinden in de afdelingen snoep, koekjes, chocolade, chips en de god van de Olympus ‘Haribo’.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (41)”

Het hoekje van Opa Adhemar (40)

Het hoekje van Opa Adhemar (40)

In ‘De idioot’ laat Dostojevski een personage poneren: “Ongeloof in de duivel is een Frans idee, een lichtzinnig idee. Weet u wel wie de duivel is? Weet u welke zijn naam is? En hoewel u zijn naam niet eens kent lacht u toch over zijn vorm, in navolging van Voltaire, over zijn hoeven, staart en hoorns, die door uzelf verzonnen zijn; want de onzuivere geest is een grootse en dreigende geest, hij heeft geen hoeven en hoorns, die zijn er door u bij verzonnen.” Zijn naam niet kennen? Hij heeft er zovele… Satan, Beëlzebub, Lucifer, Mefistofeles, Abaddon, de Antichrist, de Demon, Iblis, Shaitan, Belial, Krampus…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (40)”

Het hoekje van Opa Adhemar (38)

Het hoekje van Opa Adhemar (38)

Het ligt voor de hand dat u mij niet kent. Een zo onbeduidend wezen, een zo nietig figuur. Indien ik nog slechts mijn uiterlijk aanschouw, om te jammeren en te weeën. Kijk, vier wanstaltige poten die dit schrale lijf moeten dragen. Een lichaam dat zich waagt te ‘tooien’ met een vuilgrijze vacht, dof en stoffig – van een troosteloosheid om depressief bij te worden na een eerste blik. Nee dan al die mij omringende kleuren en tinten! Mijn hoofd, wat een trieste snuit. Bovenop bekroond met twee veel te grote nutteloze oren die of idioot rechtop staan alsof ik hen fier aan de wereld wil tonen (was het maar waar!) of slap neerhangen en mij definitief buitenspel zetten: deze jongen staat aan de rand van de afgrond, de depressie druipt van zijn oren…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (38)”

Het hoekje van Opa Adhemar (36)

Het hoekje van Opa Adhemar (36)

Er zijn twee films die mij mijn ganse leven vergezelden. Nee, het is geen prent uit de Sissi-reeks. Stel u voor, het is mij zelfs bespaard gebleven om ook maar één van deze gedrochten (excusez le mot, beste fans) aan mijn netvlies voorbij te laten gaan, en dat gedurende inmiddels 71 jaren, je moet het maar doen! En evenmin is het The sound of music.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (36)”