Het hoekje van Opa Adhemar (59)

Het hoekje van Opa Adhemar (59)

Bij het ontwaken uit mijn middagdutje, gisteren om 14u07, concludeerde ik plots dat het allemaal heel vreemd was. ‘Het’ dat kan zowat alles betekenen, in filosofische en semantische wijze geïnterpreteerd. Hier bleek het te gaan over dat weinig fortuinlijke jaar 2020. Toegegeven, het is al bijna ten einde – de eindejaarsfestiviteiten rollen er al aan – ik ben dus vrij laat om tot inzicht te komen. Maar ik ben dan wel in het bezit van een voortreffelijk excuus.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (59)”

Het hoekje van Opa Adhemar (57)

Het hoekje van Opa Adhemar (57)

Het is in een akte uit 965 van de stad Subiaco (provincie Rome), waar rond 500 de Benedictijnen gesticht werden, dat de term ‘carnaval’ een eerste maal opduikt. Afkomstig van het Italiaanse ‘carne levare’, het opheffen/wegnemen van vlees… de vasten dus. In onze contreien werd het woord een eerste maal gespot in het tijdschrift Mercurius (‘Hollandsche Mercurius behelsende het gedenckweerdighste in Christenryck’; uitg. te Haarlem door Casteleyn) in 1673. De oorsprong van het fenomeen gaat evenwel heel wat verder terug.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (57)”

Het hoekje van Opa Adhemar (56)

Het hoekje van Opa Adhemar (56)

Mijn enige ervaring met de moderne wereld van de spelletjes blijft beperkt tot het inmiddels oubollige Pac Man en het al even fris ogende Tetris. Oh ja, er was ook nog iets als een boerderij, een ‘farm’, een spel op de pc mij aangesmeerd door een kleindochter. Gedurende een hele tijd heb ik daar dagelijks gedurende telkens ongeveer een uur schapen, geiten, varkens en kippen gevoederd, maïs, rogge en tarwe laten groeien, wortelen en aardappelen geplant, tomaten en snijbonen geoogst. En dit voor iemand die het verschil niet kent tussen een komkommer en een raap, tussen een bok en een alpaca.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (56)”

Het hoekje van Opa Adhemar (55)

Het hoekje van Opa Adhemar (55)

Het café betekende gedurende mijn prille kinderjaren voor mij een mysterieus iets. Het was de plaats waar mijn vader na zijn dagtaak vaak met collega’s heentrok, zo ving ik dan op. Ik stelde telkenmale vast hoe hij de huiskamer betrad met een wat minder vaste tred. Zijn ogen leken mij een beetje verkleind in de loop van de dag. Hij sprak mij hoewel minzaam toch ietwat onzeker aan, alsof er iemand met zijn tong geknoeid had sedert hij die ochtend de woning verlaten had.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (55)”

Het hoekje van Opa Adhemar (54)

Het hoekje van Opa Adhemar (54)

Ken jij zo’n fanatieke lezers, ik bedoel individuen die aan het ontbijt – bij gebrek aan iets anders – zelfs het etiket van de pot chocopasta ontcijferen? “Smeerpasta fondant. Ingrediënten: rietsuiker, plantaardige vetten (raapolie, palmolie (2,35%), magere cacaopoeder, emulgator, : sojalecithine…”. Wel, zo’n lezer was en ben ik.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (54)”

Het hoekje van Opa Adhemar (51)

Het hoekje van Opa Adhemar (51)

“Een fototoestel heeft slechts een vijftigste van een seconde nodig om de werkelijkheid tot in een rimpel vast te leggen, en de techniek – hoe cybernetisch ook – zal wel nooit meer dan een arme poging zijn om het wonder van onze bezintuiging en vooral onze bezieling na te bootsen.” Aldus Johan Daisne in zijn roman ‘Bazatzeartea’ (1962). Dat mag dan wel waar zijn maar ik ben mijn ganse leven fan geweest van foto’s.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (51)”

Het hoekje van Opa Adhemar (50)

Het hoekje van Opa Adhemar (50)

Hoewel ik het interieur meermaals gezien had, telkens licht gevarieerd afhankelijk van de smaak en het inzicht van regisseur en decorbouwer, bleek het toch nog schokkend toen ik die ochtend de flat binnenstapte. Grauw, armtierig, op het randje van vervuiling. Geen plek om te leven. Geen plaats om gelukkig te zijn. Ik werd verwacht.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (50)”

Het hoekje van Opa Adhemar (49)

Het hoekje van Opa Adhemar (49)

Zeggen dat ik groene vingers heb dan zou ik niet een loopje nemen met de waarheid maar een flinke marathon. Mijn enige reële contacten met het fenomeen aarde/plant bestonden, ten tijde van de lagere school uit: een experiment waarbij ik een witte boon deponeerde in een prop natte watten, deze bestudeerde via het drinkglas waarin het geheel laboratiumgewijs geplaatst was, in afwachting tot er zich iets als wortels zouden ontwikkelen. Wat tot mijn niet geringe verbazing geschiedde. Jubilate!

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (49)”

Het hoekje van Opa Adhemar (48)

Het hoekje van Opa Adhemar (48)

Toen de Franse schrijver Jean Giono, tot dan honkvast, in de herfst van 1951 een reis ondernam naar Italië in het gezelschap van zijn echtgenote en een bevriend echtpaar, drong een bezoek aan een bepaalde stad zich aan hen op. Om drie redenen. Giono tekende voor twee van hen, zijn vriend Antoine, meteen de chauffeur, was verantwoordelijk voor de derde.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (48)”