Op 12 december 1975 ging Pallieter, een Vlaamse film uit 1975, geregisseerd door Roland Verhavert, gelijktijdig in première in Brussel, Antwerpen, Gent, Leuven, Kortrijk en Hasselt. De perspremière voor Nederland vond echter pas op 17 februari 1976 plaats in City, Amsterdam; v.l.n.r. Sylvia de Leur, Eddy Brugman en Jacqueline Rommerts (foto Rob Bogaerts / Anefo).
Het is uiteraard een verfilming van Felix Timmermans‘ gelijknamige roman uit 1916 en vertelt over het leven van bon vivant Pallieter. Vanwege het succes van de roman kreeg Verhavert van Jan Van Raemdonck de vraag om het boek te verfilmen. Het scenario was van de hand van Hugo Claus. Verhavert omschrijft zijn samenwerking met Claus als ideaal, als vrienden hebben ze het hele denkproces omtrent de film gezamenlijk doorlopen. Samen zochten ze naar een aanvaardbaar scenariobegin. De sleutel hiervoor was het leven van Felix Timmermans zelf, die Pallieter schreef na een geestelijke en fysieke depressie. Anders dan in zijn vorig werk De Loteling, waar het verhaal domineert, trachtte Verhavert in Pallieter vooral zijn gevoelens over te brengen. Verhavert wilde een dichterlijke documentaire maken; niet over een stereotiepe flierefluiter, maar over een Pallieter die ook weemoedig en melancholisch kan zijn. Pallieter is een levensgenieter, maar dat genieten krijgt maar zijn volle waarde wanneer het in contrast wordt gebracht met zwaarmoedigheid en weemoed. De Pallieter van Verhavert en Claus is meer een levenskunstenaar dan een levensgenieter. Er zit een vreemde weemoed in hem, duidelijk zichtbaar achter zijn zinnelijke karakter. De verfilming bleek echter een moeilijke opdracht. Timmermans’ boek bestaat immers bijna uitsluitend uit losse stemmingsbeelden; sequensen of een echt verhaal om op terug te vallen zijn er niet. In totaal werkten Verhavert en co bijna drie jaar aan Pallieter. Aangezien het een co-productie met Nederland was, wordt in de film een taal gesproken die als ‘afgerond A.B.N.’ beschreven kan worden en die zowel in Vlaanderen als in Nederland verstaanbaar zou moeten zijn. De muziek in Pallieter is van Antonio Vivaldi en Iosif Ivanovici.
Nadat zijn vrouw zelfmoord pleegde, wordt Pallieter (Eddie Brugman) door zijn vriend Fransoo (Idwig Stéphane) uit de stad weggehaald. Dat was dab in Gent, waar de beginsequens aan de Sint-Michielsbrug gefilmd is. Zijn zuster Charlotte (Sylvia De Leur) vangt hem op in haar huis in de Netevallei. Pallieter leert er genieten van de schepping, van de natuur, de medemens en de paradijslijke eenvoud. Op een familiefeest ter gelegenheid van de dorpskermis leert Pallieter de achttienjarige Marieke (Jacqueline Rommerts) kennen, het nichtje van Charlotte, en is meteen stapelverliefd. Samen beleven ze vele olijke avonturen en ze besluiten te trouwen. De bruiloft wordt zorgeloos gevierd en de komst van hun eerste kindje is de zoveelste aanleiding om overdadige maaltijden en gerijpte wijnen te nuttigen. Hun idyllische geluk wordt echter verstoord door de baron (Rudi Van Vlaenderen), die plannen heeft om de Nete recht te trekken. Er zou ook een spoorweg dwars door Charlottes landgoed komen te liggen. Pallieter voorziet dat zijn geliefde land slachtoffer zal worden van de moderne tijd en dat de vooruitgang zijn levensgeluk zal overschaduwen. Hij overhaalt Marieke om samen met hem de wijde wereld in te trekken. De iconische scène met het vliegtuig werd gefilmd op het oude vliegveld van Brasschaat.
De totale kostprijs van Pallieter lag tussen de 16 à 17 miljoen Belgische frank (ruim 400.000 euro). De subsidie van Belgische zijde bedroeg 7 miljoen frank. Vooral Wim De Poorter ging hierover vreselijk te keer in Ons Erfdeel: “In de eerste plaats was er het beperkte budget, in de tweede plaats de werking van de selektiekommissie, waarvan de officiële benaming ‘Selektiekommissie voor Nederlandse Kulturele Films’ het ergste liet vermoeden. Het begrip ‘kulturele film’ was op zichzelf erg betwistbaar en lag wellicht aan de basis van de talrijke literaire verfilmingen.” De Poorter veroordeelt ettelijke Vlaamse literaire verfilmingen omdat cinema een ander medium betreft dan proza. Hij vindt het afkeurenswaardig wanneer er “uit bewondering voor een auteur” geprobeerd wordt “een getrouwe verfilming van een literair werk te maken, vooral als dit werk […] zijn waarde ontleent aan het taalvermogen en de stilistische kwaliteiten van zijn auteur.”
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)