Frans Lamoen (1876-1954)

Frans Lamoen (1876-1954)

Het zal morgen al 65 jaar geleden zijn dat Antwerpenaar Frans Lamoen is overleden. Hij wordt ook wel eens de eerste Vlaamse cabaretier genoemd.

Frans Lamoen werd in de fameuze Burggracht geboren als zoon van zeeman en zeilmaker Joannes Lamoen en zijn vrouw Isabella Tailliez. Hij kwam dus niet uit een artistieke achtergrond en had zelfs grote problemen met lezen en schrijven. Zijn ganse leven lang noemde hij zich nederig “kluchtzanger” in plaats van “acteur” of “artiest”.
Net als zijn broer en zussen moest Lamoen al op vroege leeftijd werken. Als negenjarige werkte hij samen met zijn oudere broer in een drukkerij, waar hij met een blaasbalg de letterkasten moest schoonmaken. Het vele stof dat hij hierdoor inademde bezorgde hem loodvergiftiging, waardoor een arts hem adviseerde naar Boom te verhuizen, waar de lucht beter was.
In 1887, op 11-jarige leeftijd, debuteerde Lamoen als zanger en komiek. Hij trad elke donderdag op tijdens een café-chantant in Boom. Hij werd al gauw een succes en begon in verschillende café chantants, huwelijken en banketten op te treden in Antwerpen. Tijdens één van deze banketten werd Lamoen ontdekt door een Franstalig journalist die hem zijn eerste toneelcontract bezorgde voor de “Scala d’ Anvers”. Lamoen trad er jarenlang op in zogenaamde “bonte avonden”, evenals in de Hippodroom van Antwerpen, waar hij als komiek vooral in de revues van Rik Senten speelde.
Frans Lamoen spitste zich vooral toe op volkse vrouwenrollen, maar kon ook meerdere typetjes spelen. De komiek nam honderden platen op, waar hij in één lied of conference geregeld vijf tot twaalf typetjes tegelijkertijd vertolkte. Zo ontstonden veel van zijn populairste liedjes, zoals “Miss Pladijs”, “De bus van Bommerskonten”, “De Meezenvangers”, “Het Kosterke” en “De Gardevil”. Dat wil daarom niet zeggen dat Lamoen met liedjes als “Den Optimist” niet aan maatschappijkritiek deed:
“D’ontwapeningsconferentie staat aan de orde van de dag.
De heren gaan bespreken wat er wel en wat niet mag.
Geen stikgas, geen kanonnen meer, geen oorlog, da’s gedaan.
Munitiefabrieken roepen stillekens: ’t zal niet gaan.
Toch praten ze gezond, daar in de Volkerenbond.
Die heren, kameraad, die doen mekaar geen kwaad.
Maar ik blijf optimist: de vrede komt beslist.
Want anders, hola Piet, dan gaat den hele boel failliet.
Dan roep ik mee met boer Arjaan: als w’allemaal dood zijn, is’t gedaan!”
Maar het liefste van al beeldde hij dus “typetjes” uit (“Miss Pladijs”, “De straatkeerder”, “Het kosterke”, “Het viswefke”, “De sjampetter”, zie onderstaande foto). Lamoen heeft een succesvolle toernee gemaakt door de Nederlandse cabaretzalen en hij heeft zelfs plaatopnamen heeft gemaakt in Parijs en Berlijn. Die waren zo goed dat hij een aanbod kreeg om in de Antwerpse opera te gaan zingen. Dat legde hij naast zich neer, maar in de jaren twintig werd hij wel door Renaat Grassin (het Ketje) binnengehaald in het radiocabaret “De blinkende zonnekloppers”. Dat was zijn laatste wapenfeit, want kort nadien kon hij enkel nog aan de kost komen als “opwarmer” in de pauze van filmvoorstellingen. In 1949 schreef hij als 73-jarige nog het boek “60 jaar Vlaams volkshumorist”, maar het bleef onopgemerkt. Ontgoocheld verbrandde hij zijn archief (w.o. een paar filmpjes waarop hij te zien was) en vernietigde zijn platen. Vijf jaar later stierf hij na zeven maanden in coma te hebben gelegen in het Stuivenberg-gasthuis. In 1962 kwam er een elpee uit, waarop o.m. Charel Janssens en Tony Bell een eerbetoon aan Lamoen wilden brengen, maar die heeft volgens degenen die ze hebben gehoord meer kwaad dan goed gedaan.

Lees verder “Frans Lamoen (1876-1954)”

Fien de la Mar (1898-1965)

Fien de la Mar (1898-1965)

Vrouwelijke cabaretartiesten zijn nooit dik bezaaid ge­weest. In het begin van deze eeuw was het nog minder voor de hand liggend dat vrouwen op de planken stonden. Het hield verband met morele overwegin­gen. Een vrouw op een podium riep, bij sommi­gen, het erotisch getinte beeld op van één of ander animeer­meisje in een donkere kroeg. Volgens de gangbare regels van het “goed fatsoen” betaamde het niet dat vrouwen een podium betraden. Het had dus voorname­lijk te maken met wat zich afspeelde in de hoofden van het geacht publiek. Fien de la Mar is in die tijd één van de weinige vrouwen die gewoon alle regels en opvat­tingen aan haar laars lapt en toch in het licht van de schijn­werpers treedt. En met succes!
Lees verder “Fien de la Mar (1898-1965)”

Wieteke van Dort wordt 75…

Wieteke van Dort wordt 75…

De Nederlandse actrice, cabaretière en zangeres, Wieteke van Dort, die vooral bekend is geworden door het Nederlands-Indische personage Tante Lien (foto FaceMePLS), viert vandaag haar 75ste verjaardag. Haar nummer “Arm Den Haag” is één van mijn absolute favorieten. Het refrein “Ach kassian, het is voorbij, Kassian, het is voorbij: Den Haag, Den Haag, de weduwe van Indië ben jij” kan mij nog altijd tot tranen bewegen. Akkoord, mijn herinneringen aan Den Haag hebben eigenlijk helemaal niets te maken met het koloniale verleden, maar ook voor mij behoort “mijn” Den Haag definitief tot het verleden…
Lees verder “Wieteke van Dort wordt 75…”

Martine Bijl wordt zeventig…

Martine Bijl wordt zeventig…

Hoe zou het nog zijn met Martine Bijl? Eind september 2015 stond mijn interview met Martine Bijl in de top tien van meest gelezen stukken op mijn blog en dan weet ik het al: stront aan de knikker. Dus ben ik even op het internet gaan googelen en, jawel, lieve Martine was anderhalve week eerder het slachtoffer geworden van een hersenbloeding. Ondertussen is ze alweer aan de beterhand, weet haar management te melden, maar desondanks blijf ik duimen dat ze er niks aan heeft overgehouden. Sterkte, Martine!
Lees verder “Martine Bijl wordt zeventig…”

Veertig jaar geleden: “Er is nog veel leed op de prairie”

Veertig jaar geleden: “Er is nog veel leed op de prairie”

Veertig jaar geleden ging ik in het Gentse Arenatheater naar “Er is nog veel leed op de prairie” kijken, een voorstelling van Bert Verhoye. Na afloop had ik in de foyer een gesprek met de auteur dat onder de titel “Maar Vlaams cabaret bestaat niet, man!” in De Rode Vaan is verschenen.
Lees verder “Veertig jaar geleden: “Er is nog veel leed op de prairie””