Margrietje Bruggeman wordt 75…

Margrietje Bruggeman wordt 75…

Margriet Bruggeman (foto YouTube) wordt door sommigen aanzien als de beste Gentse comédienne. “Ach Margrietje… als je een L voor de Ach zet krijg je Lach…” aldus Jo Decaluwe. Jarenlang staat ze al op de komische scène, vroeger met het Gents Amusementstheater, met De Drie Charels maar vooral ook met Moereloere en sinds 1999 met de Tinnenpot-cabaretten met Jo De Meyere, Oswald Versyp en Fred Praet. De teksten zijn meestal van Oswald Versyp en de liedjes van Luc Soens samen met accordeonist Fred Praet. Temse heeft zijn Kaailopers, Tinnenpot heeft zijn “stroatlupers”. In de vijfde editie van het populaire “Cabaret”-programma in een regie van Jo Decaluwe stonden deze volkse figuren centraal. Het is een variatie op het bekende Gentse thema van “in mijn stroatje zijn’t allemoal komere”…

Uit de boekenkast van mijn vader herinner ik mij de omnibussen van “de gulle Vlaamse lach”. In die tijd dekte deze titel volledig de lading, aangezien erin verhalen werden gebundeld zoals “De wonderdoktoor” of “De fanfare der Sint-Jansvrienden”. Op het eerste gezicht zou men kunnen zeggen dat zo’n titel ondertussen achterhaald is. Men kan zich nauwelijks voorstellen dat werk van Tom Lanoye of Herman Brusselmans onder dergelijke titel zou worden uitgegeven bijvoorbeeld. Toch bewijst met name het Gentse Tinnenpottheater van Jo Decaluwe dat “de gulle Vlaamse lach” nog altijd bestaat. Tot in 2014 liep daar immers de voorstelling “Cabaret” van het trio Jo De Meyere, Oswald Versyp en Margriet Bruggeman, in een regie van Jo Decaluwe. Recentere optreden van Margrietje Bruggeman kan ik echter niet terugvinden op het internet.

Martine Bijl (1948-2019)

Martine Bijl (1948-2019)

Hoe zou het nog zijn met Martine Bijl (foto Tros via Wikipedia)? Eind september 2015 stond mijn interview met Martine Bijl in de top tien van meest gelezen stukken op mijn blog en dan weet ik het al: stront aan de knikker. Dus ben ik even op het internet gaan googelen en, jawel, lieve Martine was anderhalve week eerder het slachtoffer geworden van een hersenbloeding. Ondertussen is ze donderdag daaraan overleden, zo weet Raymond Thielens met te melden.
Lees verder “Martine Bijl (1948-2019)”

Frans Lamoen (1876-1954)

Frans Lamoen (1876-1954)

Het zal morgen al 65 jaar geleden zijn dat Antwerpenaar Frans Lamoen is overleden. Hij wordt ook wel eens de eerste Vlaamse cabaretier genoemd.

Frans Lamoen werd in de fameuze Burggracht geboren als zoon van zeeman en zeilmaker Joannes Lamoen en zijn vrouw Isabella Tailliez. Hij kwam dus niet uit een artistieke achtergrond en had zelfs grote problemen met lezen en schrijven. Zijn ganse leven lang noemde hij zich nederig “kluchtzanger” in plaats van “acteur” of “artiest”.
Net als zijn broer en zussen moest Lamoen al op vroege leeftijd werken. Als negenjarige werkte hij samen met zijn oudere broer in een drukkerij, waar hij met een blaasbalg de letterkasten moest schoonmaken. Het vele stof dat hij hierdoor inademde bezorgde hem loodvergiftiging, waardoor een arts hem adviseerde naar Boom te verhuizen, waar de lucht beter was.
In 1887, op 11-jarige leeftijd, debuteerde Lamoen als zanger en komiek. Hij trad elke donderdag op tijdens een café-chantant in Boom. Hij werd al gauw een succes en begon in verschillende café chantants, huwelijken en banketten op te treden in Antwerpen. Tijdens één van deze banketten werd Lamoen ontdekt door een Franstalig journalist die hem zijn eerste toneelcontract bezorgde voor de “Scala d’ Anvers”. Lamoen trad er jarenlang op in zogenaamde “bonte avonden”, evenals in de Hippodroom van Antwerpen, waar hij als komiek vooral in de revues van Rik Senten speelde.
Frans Lamoen spitste zich vooral toe op volkse vrouwenrollen, maar kon ook meerdere typetjes spelen. De komiek nam honderden platen op, waar hij in één lied of conference geregeld vijf tot twaalf typetjes tegelijkertijd vertolkte. Zo ontstonden veel van zijn populairste liedjes, zoals “Miss Pladijs”, “De bus van Bommerskonten”, “De Meezenvangers”, “Het Kosterke” en “De Gardevil”. Dat wil daarom niet zeggen dat Lamoen met liedjes als “Den Optimist” niet aan maatschappijkritiek deed:
“D’ontwapeningsconferentie staat aan de orde van de dag.
De heren gaan bespreken wat er wel en wat niet mag.
Geen stikgas, geen kanonnen meer, geen oorlog, da’s gedaan.
Munitiefabrieken roepen stillekens: ’t zal niet gaan.
Toch praten ze gezond, daar in de Volkerenbond.
Die heren, kameraad, die doen mekaar geen kwaad.
Maar ik blijf optimist: de vrede komt beslist.
Want anders, hola Piet, dan gaat den hele boel failliet.
Dan roep ik mee met boer Arjaan: als w’allemaal dood zijn, is’t gedaan!”
Maar het liefste van al beeldde hij dus “typetjes” uit (“Miss Pladijs”, “De straatkeerder”, “Het kosterke”, “Het viswefke”, “De sjampetter”, zie onderstaande foto). Lamoen heeft een succesvolle toernee gemaakt door de Nederlandse cabaretzalen en hij heeft zelfs plaatopnamen heeft gemaakt in Parijs en Berlijn. Die waren zo goed dat hij een aanbod kreeg om in de Antwerpse opera te gaan zingen. Dat legde hij naast zich neer, maar in de jaren twintig werd hij wel door Renaat Grassin (het Ketje) binnengehaald in het radiocabaret “De blinkende zonnekloppers”. Dat was zijn laatste wapenfeit, want kort nadien kon hij enkel nog aan de kost komen als “opwarmer” in de pauze van filmvoorstellingen. In 1949 schreef hij als 73-jarige nog het boek “60 jaar Vlaams volkshumorist”, maar het bleef onopgemerkt. Ontgoocheld verbrandde hij zijn archief (w.o. een paar filmpjes waarop hij te zien was) en vernietigde zijn platen. Vijf jaar later stierf hij na zeven maanden in coma te hebben gelegen in het Stuivenberg-gasthuis. In 1962 kwam er een elpee uit, waarop o.m. Charel Janssens en Tony Bell een eerbetoon aan Lamoen wilden brengen, maar die heeft volgens degenen die ze hebben gehoord meer kwaad dan goed gedaan.

Lees verder “Frans Lamoen (1876-1954)”