Auteurslezing bij het Anton van Wilderode-genootschap

Auteurslezing bij het Anton van Wilderode-genootschap

Op zondag 22 september organiseert het Anton van Wilderode-genootschap een interessante auteurslezing in het Van Wilderodehuis, Dorpvaart 70 te Moerbeke. Het gaat namelijk over ‘De invloed van Anton van Wilderode op de poëzie in het Land van Waas tijdens de twintigste eeuw’.

Lees verder “Auteurslezing bij het Anton van Wilderode-genootschap”

Anton Bergmann (1835-1874)

Anton Bergmann (1835-1874)

Het zal morgen 145 jaar geleden zijn dat de Vlaamse schrijver Anton Bergmann is overleden. Hij schreef onder het pseudoniem “Tony” en zijn bekendste werk is ongetwijfeld “Ernst Staas”.

Anton Bergmann werd geboren te Lier, als zoon van de latere liberale burgemeester George Bergman. Hij liep lagere school in zijn geboortestad. Hij volgde er ook de lagere Latijnse klassen aan het Lierse stadscollege. In 1849 nam hij plaats op de banken van het stedelijk atheneum te Gent. Reeds toen ontpopte hij zich als een groot liefhebber van de Nederlandse letteren. Samen met o.a. Julius Vuylsteke maakte hij deel uit van het romantisch-flamingant Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal wel gaan, een vereniging die de beoefening van de Nederlandse literatuur en de verdediging van de Nederlandse taal tot doel had. Gedurende zijn korte leven was de liberale advocaat Tony Bergmann een actief deelnemer aan de Nederlandse Taalcongressen en lid van talrijke verenigingen zoals o.a. het Willemsfonds. Hij stichtte het weekblad De Lierenaar. Hij stierf op 21 januari 1874 en kreeg postuum de vijfjaarlijkse Prijs voor Nederlandse Letterkunde voor het tijdvak 1870-1874 toegewezen.
“Het eerste pleidooi van Ernest Staas” (p.52)
– borduurraam (vgl. beroep! kantwerkster)
– zij nam de zaak in kennis (ter harte)
– aartsvader: Abraham (dus: heel oude traditie)
– wat betekenen blinddoek en weegschaal?
– wij, commissaris… : pluralis majestatis
– rechtbank van enkele politie: van eerste aanleg (?)
– injuriën: slagen en verwondingen (?)
– mitsgaders: daarom
– een mager heerschap enz.: “humoristische” observatie
– silence: processen in die tijd uitsluitend in het Frans
– gegoten: in gietvorm
– huissier: deurwaarder
– helleveeg: mevrouw Stuyck
– onnozel: onschuldig
– dat de wetten hen dan treffen wegens meineed
– drie punten: inleiding, midden, slot
– vleiend: captatio benevolentiae
– hakte door: zoals Alexander de Gordiaanse knoop
– hakte door en sloeg op de kop: overdreven gebruik van beeldspraak.
– dilemma: àlle getuigen zijn eerbare lieden en spreken de waarheid, zowel Plus als Stuyck zijn dus schuldig
– schof: arbeidstijd
– ook hier flamingantisch engagement
“Het Werkmansboekje” (uit “Ernest Staas”, p.44-46)
1.Hoe werkt het pro deo-systeem? (uit de tekst!)
2.Geef enkele staaltjes van Bergmanns humor.
3.Waaruit blijkt dat Bergmann zich inzette voor de Vlaamse zaak? (Rol van ’t Zal wel gaan)
4.Wat is het probleem van Mietje Kempeneers?
5.Wat leert men over de arbeiders bij Bergmann? En bij Beets? Vergelijk. (Toch mag men niet overdrijven: Staas zorgt ervoor dat zijn cliënt krijgt waarop hij recht heeft, het lot van de andere arbeiders trekt hij zich niet aan.)
6.De oplossing is wel typisch hypokriet: alleen geïnteresseerd in de onmiddellijke omgeving.
– Beets schreef zelf over “Ernest Staas”: “Het is waarheid en leven, geest en gevoel, fijnheid van tekening en losheid van trek, juistheid van opvatting en schilderachtigheid van uitdrukking. En in plan en aanleg, zowel als uitvoering, die matiging, die sobriëteit, die, gelijk zij van het zelfbezit van de schrijver getuigt, ook de kracht van zijn werk is.”
– Volgens Bernard Kemp (B.F.Van Vlierden) is “Ernest Staas” méér dan een realistische roman (is het wel een roman?), hij noemt het onze eerste schrijversroman of kunstenaarsroman. Wat zou dit betekenen als je weet dat bij een aantal van die romans de volgende opsplitsing van de persoonlijkheid van de auteur een typisch kenmerk is:
Edward Douwes Dekker Multatuli Max Havelaar
Anton Bergmann Tony Ernest Staas
Dr.Amaat De Vos Wazenaar Constant Vliermans
Alfons de Ridder Willem ElsschotFrans Laarmans
Is de “Camera Obscura” dan ook een schrijversroman?
– Nog Kemp: “De literairhistorie heeft dit meesterwerkje al te vlot ondergebracht in de realistische manier van N.Beets. Niet helemààl ten onrechte: er zijn boeiende beschrijvingen van allerhande types – o.m. de hele fauna van de universiteit en van het gerechtshof -, er is de vertederde impressionistische genegenheid voor het Begijnhof te Lier, die wel als vertrekpunt kan gelden van alle kleinsteedse heimatkunst tot en met de Begijnhofgeschiedenissen van F.Timmermans en M.Sabbe.”
– M.Lieven: “Terecht wordt dit prozawerk vergeleken met de Camera Obscura van N.Beets ofschoon Ernest Staas typisch Vlaams is.”
– Herman Dangez: “Naast romantisch sentiment overheersen hier realistische observatie en zachtzinnige humor. Daarom werd Ernest Staas wel eens lichtvaardig als de ‘Vlaamse Camera’ omschreven, maar in feite is Bergmanns boek veel directer, frisser en soberder dan Hildebrands soms al te langademig werk. Daarenboven treft ons bij hem de genegenheid voor de kleine man, zijn antimilitarisme en de rustige, beredeneerde manier waarop hij voor de Vlaamse rechten opkomt.”
– Overeenkomsten en verschillen in de humor bij Anton Bergmann en Nicolaas Beets. Overeenkomsten met moderne humoristen, zoals Godfried Bomans, Simon Carmiggelt of Kees van Kooten aan de ene kant en Jos Ghijsen, Gaston Durnez of Tom Lanoye bij ons. (“Het zijn geen humoristen maar fotografen. Ze leggen op een fotografische manier een stukje werkelijkheid vast, waar je dan om kunt grinniken.” Karel Jonckheere)
– “Ernest Staas” is vooral situatiehumor.
– Eveneens gebrek aan intrige.
– Wel schets van hetzelfde burgerlijke milieu als b.v. in “De familie Kegge”. Toch is er een verschil: Beets concentreert zich op de figuur van William Kegge, die als parvenu aan de auteur uitstekende kansen biedt voor zijn komisch-realisme. Met de personen uit “Ernest Staas” zou Beets niks kunnen aanvangen.
– Op bijna elke bladzijde staan gallicismen.
– Wel een levend Vlaams dat het algemeen Nederlands sterk benadert, wat voor die tijd erg belangrijk was.
– Beets’ “Camera” en Tony’s “Ernest Staas” zijn beide gedeeltelijk studentenromans. Ook de jeugdwerken van Hendrik Conscience zitten in die sfeer en meer nog hun latere “navolgers”, resp. Godfried Bomans en Ernest Claes. Ken je er nog? Welk beeld wordt daarin gegeven van de student? Is dit juist? Roept dit verlangens op in de aard van “de studententijd is de mooiste tijd van je leven” (zoals dat voor de arbeiders dan vroeger het geval zou geweest zijn met “den troep”)?

Lees verder “Anton Bergmann (1835-1874)”

Vijf jaar geleden: open brief van leden van de Gravensteengroep aan N-VA

Vijf jaar geleden: open brief van leden van de Gravensteengroep aan N-VA

In zijn wekelijkse lezersbrief in Humo had Staf De Wilde het begin augustus 2011 over de notionele intrestaftrek en het feit dat de Open VLD en de N-VA de voorstellen van Elio Di Rupo om de vermogens iets zwaarder te belasten heeft afgeschoten. “Wie kan nog begrijpen,” zo schrijft hij, “dat vooral die laatste partij zo populair is, ook bij de kleine man?”
Lees verder “Vijf jaar geleden: open brief van leden van de Gravensteengroep aan N-VA”

Emiel Moyson (1838-1868)

Emiel Moyson (1838-1868)

Vandaag is het 150 jaar geleden dat de Gentse socialistische flamingant Emiel Moyson is overleden. Hij is vooral bekend als de stichter van het socialistische ziekenfonds, terwijl hijzelf nochtans een leven heeft geleid van “sex, drugs and rock’n’roll”. Allé, dat laatste misschien niet écht…
Lees verder “Emiel Moyson (1838-1868)”