“Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens

“Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens

In zijn halfmaandelijkse bijdrage in “De Nieuwe Omroeper” heeft Luc De Ryck, de nieuwe én de oude burgemeester van Temse, het over het boek “Een jongen uit ’t Foort” van Frans Buyens, dat op 9 juni 2000 werd voorgesteld in de schouwburg van Temse (Roxy), waar toen ook bovenstaande foto werd genomen. Men herkent v.l.n.r. museumfunctionaris Annick Rooms, auteur Frans Buyens, zijn partner Lydia Chagoll en Luc De Ryck himself.

Over Temses geschiedenis is de jongste jaren veel gepubliceerd. Een curiosum is ‘Een jongen uit ‘t Foort’, de herinneringen van Frans Buyens aan zijn eerste 13 levensjaren (1924-1937) in zijn geboorteplaats. Het boek hangt een precies beeld op van het Temse van toen, gezien vanuit de invalshoek van een kind uit het eenvoudigste arbeidersmilieu (woonachtig in ‘t Foort, d.i. de huidige Philemon Haumanstraat). Tegelijk zijn vele omstandigheden, gebruiken, gebeurtenissen… en bovenal de tijdsgeest representatief voor het toenmalige Vlaanderen. Het boek leest als een trein en is toegankelijk voor het breedste publiek.
Frans Buyens (Temse, 1924 – Overijse, 2004) groeide op in het minderbegoede, socialistische arbeidersmilieu van Temse, de voedingsbodem van zijn later kritisch-maatschappelijk, vrijdenkend, marxistisch ideeëngoed, zonder partijpolitieke binding. Als natuurtalent en veelzijdig autodidact ontplooide hij zich tot een internationaal gelauwerd cineast. Naast documentaires realiseerde hij fictie- en artistieke films, waarvoor hij meermaals werd onderscheiden. Daarnaast trad hij op het voorplan als schrijver van essays, sprookjes en romans. Met z’n levensgezellin Lydia Chagoll (°1931) realiseerde hij ophefmakende films tégen de dictaturen van de jaren ‘30-‘40.
Via een toevallige ontmoeting op het kabinet van staatssecretaris Miet Smet leerde ik Frans Buyens en Lydia Chagoll kennen. Dra groeide een diepe vriendschap, die alle ideologische en filosofische tegenstellingen oversteeg. Jarenlang ben ik geregeld bij Frans en Lydia op bezoek geweest in Overijse. Ik heb er vele interessante, leerrijke en ontspannende uren doorgebracht, waarbij we praatten en discussieerden over kleine en grote problematieken, van lokaal tot mondiaal.
Nauwelijks te geloven: Temse was Frans’ uitverkoren gespreksonderwerp. Daarbij etaleerde hij zijn onwaarschijnlijk geheugen m.b.t. de 22 jaar die hij in onze gemeente had gewoond (1924-1946).
Toen hij met het idee speelde om zijn memoires te schrijven, was ik – mét Lydia – zijn grootste supporter. Bij het schrijven deed hij ontelbare malen een beroep op het gemeentearchief, kwestie van zo juist en precies mogelijk te zijn in zijn relaas. Ik heb het manuscript in de zomer van 1999 meegenomen op vakantie naar de Provence en was méér dan aangenaam verrast. Het boek is in juni 2000 in Temse voorgesteld.
In “Een jongen uit ‘t Foort” komt het Temse van de jaren ‘20 en ‘30 opnieuw tot leven. De auteur schetst de dampkring van de tijdsgeest, de mentaliteit van de mensen, hun grote en kleine kanten, het politieke klimaat, de tegenstellingen tussen gelovigen en ongelovigen, tussen katholieken en socialisten, hij schrijft over arbeid en werkloosheid, maatschappelijke gebeurtenissen (moord, zelfmoord, brand, ongevallen…), gezinsleven, verenigingsleven, bekende figuren en volkstypes, locaties… dat alles gezien door de bril van een leergierige opgroeier, die net als het gras in de lente op zijn tippen gaat staan om het leven te zien en te proeven, en dat alles registreert met de subtiele ontvankelijkheid van een seismograaf.
In zijn Buyensiaanse stijl tilt hij het lokale niveau op en verheft het tot een tijdsbeeld van Vlaanderen tussen de twee wereldoorlogen, geschreven op literair niveau en toegankelijk voor het breedste publiek. Geschiedschrijving en literatuur gaan hier hand in hand, met Temse in de hoofdrol.

Lees verder ““Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens”

Veertig jaar geleden: debuut bij “De Voorpost”

Veertig jaar geleden: debuut bij “De Voorpost”

Vandaag is het al veertig jaar geleden dat het eerste artikel dat ik voor De Voorpost moest maken, is verschenen. De Voorpost was een regionaal (Waas) weekblad, waarvoor ook de latere filmregisseur Jan Verheyen, de netmanager van de VRT Leo Debock en burgemeester van Temse Luc De Ryck werkten onder de hoede van hoofdredacteur Wouter Vloebergh.
Lees verder “Veertig jaar geleden: debuut bij “De Voorpost””

Willem Elsschot (1882-1960)

Willem Elsschot (1882-1960)

Onlangs was Guy Mortier te gast in “Winteruur” bij Wim Helsen en hij had het gedicht “Het Huwelijk” van Willem Elsschot als tekst gekozen. Alhoewel ze allebei hun best deden om het gedicht niet aan het persoonlijke leven van de schrijver te toetsen (Elsschot was pas 28 toen hij het schreef!), was het huwelijk van Elsschot zelf enkele dagen later toch nog de aanleiding tot een bittere woordenwisseling tussen niemand minder dan Bart De Wever en kleindochter (van Elsschot) Ida Dequeecker in Het Nieuwsblad (*). Ida verwijt Bart dat hij haar grootvader en diens hypocriete levenswandel als voorbeeld heeft gesteld voor “het toenemende aantal gebroken gezinnen”. Indien ze hem correct citeert (Bart trekt dat in twijfel), dan moet ik haar uiteraard gelijk geven, want ettelijke jaren later deel ik anders ook in de klappen, terwijl ik tegelijk met mijn eigen gezinssituatie zou kunnen “bewijzen” dat een echtscheiding niet noodzakelijk op “pedagogische, culturele en emotionele armoede” moet uitdraaien. Er zijn uiteraard veel belangrijker zaken at stake op dit moment, zodat één uitschuiver en één mindere populariteitspoll nog geen ommezwaai op dat vlak moeten opleveren, maar enige verduidelijking of misschien zelfs rechtzetting zou misschien toch wel welkom zijn…
Lees verder “Willem Elsschot (1882-1960)”

De opkomst der kamertheaters

65 Luce Premer en Dré Poppe (Geiteneiland)Vandaag is het 65 jaar geleden dat door Dré Poppe (op de foto samen met Luce Premer in “Het geiteneiland”) en enkele anderen van de Gentse Koninklijke Toneelschool Toneelstudio ’50 werd gesticht. Walter Eysselinck schreef een manifest (“ons hoofddoel is EXPERIMENTEREN”) en men speelde zowat overal: turnzalen, tentoonstellingsruimten, garages… En Toneelstudio kreeg navolging: in Antwerpen was het in 1951 dat Tone Brulin startte met “Theater op zolder” (later het Nederlands Kamertoneel) en in Brussel stichtte Jan Walravens samen met Bert Parloor en Staf Knop in 1953 “Het Kamertoneel”. In Brugge is het de vereniging “Raaklijn” die voor de doorbraak van de moderne ideeën heeft gezorgd. De leden van Raaklijn waren niet de eerste de besten, en allen hebben zij sindsdien naam en faam verworven. Paul de Wispelaere was zo’n beetje de leider van de bende.
Lees verder “De opkomst der kamertheaters”

De Voorpost (1975-1989)

De Voorpost (1975-1989)

Morgen zal het precies 25 jaar geleden zijn dat het regionale weekblad “De Voorpost”, waarvoor ik eind van de jaren zeventig graag heb geschreven, opging in de grote concurrent “Het Vrije Waasland”, wat eigenlijk het einde betekende van het blad. Het ergste is dat ook hier weer het internet zwaar in gebreke blijft. Ik heb b.v. nergens kunnen vinden wanneer De Voorpost werd opgericht. Over de Aalsterse editie heb ik gevonden dat dit van 1973 tot 1992 was en daarom heb ik gemakshalve die “geboortedatum” maar overgenomen, al is dit allerminst vanzelfsprekend. De drie edities van De Voorpost (er was er ook nog één in Dendermonde) bestonden namelijk los van elkaar (al verschenen mijn muziek- en televisierubriek wel in de drie edities) en kunnen dus ook heel makkelijk in verschillende jaren tot stand gekomen zijn. En dat klopt ook want Wouter Vloebergh wist me te vertellen dat de editie Waasland eind januari 1975 is begonnen…
Lees verder “De Voorpost (1975-1989)”